Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 18 december 2022, nr. WJZ/ 22555196, tot het verstrekken van subsidies ter uitvoering van beleid gericht op de bevordering van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s (Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s)

Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

(begripsomschrijvingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • exploitatiesubsidie: geldmiddelen die de minister beschikbaar stelt als bijdrage voor de exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken van de regionale ontwikkelingsmaatschappij;

  • Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • ontwikkeltaken: de taken innoveren, bestaande uit projectontwikkeling en activiteiten die het innovatie-ecosysteem versterken, en internationaliseren, bestaande uit het aantrekken van buitenlandse bedrijven en de ondersteuning in het internationaal ondernemen van bedrijven;

  • regionale ontwikkelingsmaatschappij: een door de minister als zodanig aangewezen regionale ontwikkelingsmaatschappij met publieke aandeelhouders, waaronder de Staat der Nederlanden, zonder winstoogmerk, gericht op het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.

§

2

Exploitatiesubsidie

Artikel

3

(verstrekking subsidie)

De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag exploitatiesubsidie aan een regionale ontwikkelingsmaatschappij, voor niet-economische activiteiten die betrekking hebben op de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen taakvelden.

Artikel

4

(aanvraagtermijn)

Artikel

5

(gegevens aanvraag)

Artikel

6

(activiteitenplan)

In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht bevat het activiteitenplan een beschrijving van de prestatie-indicatoren waarmee de subsidieaanvrager inzicht geeft in de mate waarin de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.

Artikel

7

(in aanmerking komende kosten)

Voor subsidie komen in aanmerking de redelijk gemaakte exploitatiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit de ontwikkeltaken, voor zover de exploitatiekosten verbonden zijn aan de uitvoering van de niet-economische activiteiten bedoeld in artikel 3, en die zien op:

  • a.

    personeelskosten;

  • b.

    huisvestingskosten; en

  • c.

    bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder reiskosten, automatiseringskosten, promotiekosten en afschrijvingskosten.

Artikel

8

(subsidieplafond)

De minister maakt jaarlijks uiterlijk op 1 november in bijlage 2 bij deze regeling per regionale ontwikkelingsmaatschappij het subsidieplafond bekend voor de exploitatiesubsidie in het aankomende boekjaar.

Artikel

9

(cumulatie)

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten van de niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3, of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat krachtens de toepasselijke Europese steunkaders kan worden verstrekt.

Artikel

10

(afwijzingsgronden)

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels;

  • b.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan het bevorderen van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederlandse regio’s.

Artikel

11

(verplichtingen subsidieontvanger)

Artikel

12

(administratievoorschriften)

Artikel

13

(bevoorschotting)

Artikel

15

(subsidievaststelling)

Artikel

16

(evaluatie)

§

3

Slotbepalingen

Artikel

17

(citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling exploitatiesubsidie ROM’s.

Artikel

18

(vervaltermijn)

Deze regeling vervalt met ingang van 9 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel

19

(inwerkingtreding)

Deze regeling treeft in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens

Bijlage

1

behorende bij artikel 3 (taakvelden)

Taakveld 1 – Ontwikkeling en innovatie

Voor het taakveld Ontwikkeling en innovatie zet de regionale ontwikkelingsmaatschappij zich in om het innovatiepotentieel van het innovatieve MKB in topsectoren en clusters te ontsluiten en te versterken. Dit doet de regionale ontwikkelingsmaatschappij door het helpen bij het smeden van samenwerkingsverbanden tussen innovatieve MKB en (kennis)instellingen, zodat zij innovatieve producten en diensten kunnen ontwikkelen met marktpotentie.

Het betreft de volgende activiteiten:

  • het signaleren van- en actief op zoek gaan naar innovatieontwikkelingen in de sector en over de sectoren heen en het in kaart brengen van potentiële behoeften in de markt;

  • het aanjagen van innovaties en het inspireren van bedrijven door hen in contact te brengen met andere innovaties en door kennis en kunde in te zetten in positief kritische toetsgesprekken en bijeenkomsten;

  • het ontwikkelen en stimuleren van samenwerkingsverbanden en clusters en consortiumvorming;

  • gevraagd en ongevraagd delen van actualiteiten en ontwikkelingen in de regio met de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

Aandachtspunten bij de hiervoor genoemde activiteiten zijn:

  • bovenregionale verbindingen tussen de ROM’s;

  • het betrekken van ondernemers uit andere regio’s (binnen of buiten Nederland) dan de regio waarbinnen de regionale ontwikkelingsmaatschappij werkzaam is;

  • verbinding leggen met het landelijk topsectorenbeleid.

Taakveld 2 – Internationaliseren

Voor het taakveld Internationaliseren zet de regionale ontwikkelingsmaatschappij zich in voor het aantrekken van buitenlandse bedrijven naar Nederland. Deze buitenlandse bedrijven dienen een wezenlijke bijdrage te (kunnen) leveren aan de innovatie, digitalisering en verduurzaming (met name op het gebied van de topsectoren), en de groei van de regionale economie.

Het betreft de volgende activiteiten:

  • matchmaking tussen nationale en internationale partijen;

  • het faciliteren van de uitbreiding van al gevestigde (buitenlandse) bedrijven in Nederland;

  • het bewerkstelligen van het behoud van deze bedrijven in Nederland via het Investor Relations programma;

  • het ondersteunen van Nederlandse bedrijven om te internationaliseren;

  • gevraagd en ongevraagd delen van actualiteiten en ontwikkelingen in de regio met de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

Aandachtspunt bij de activiteit gevraagd en ongevraagd delen van actualiteiten en ontwikkelingen in de regio onder de taakvelden 1 en 2 is dat de actualiteiten en ontwikkelingen betrekking hebben op individuele bedrijven en clusters uit het netwerk van de regionale ontwikkelingsmaatschappij en in het verlengde liggen van de reguliere activiteiten (investeren, innoveren en internationaliseren).

Bijlage

2

behorende bij artikel 8 (subsidieplafond)

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de exploitatiesubsidie voor het boekjaar 2023.

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij Holding B.V.

1.274.500,00

Horizon B.V.

586.250,50

Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland B.V.

1.274.500,00

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V.

1.274.500,00

N.V. LIOF

1.274.500,00

N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord Nederland

1.274.500,00

N.V. Economische Impuls Zeeland

586.250,50

ROM InWest B.V.

1.152.500,00

ROM Regio Utrecht B.V.

1.172.500,00