Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2022, nr. 2022-0000261694, houdende regels met betrekking tot de besteding van gelden uit het Fonds voor een rechtvaardige transitie, opgericht bij Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad (Subsidieregeling JTF 2021–2027)

Subsidieregeling JTF 2021–2027

De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op verordening (EU) nr. 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231), verordening (EU) nr. 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (PbEU 2021, L 231);

Besluiten:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

  • deelnemer: persoon die een activiteit volgt of deelneemt aan een project;

  • de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);

  • Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling beschikking, besluit of verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie, gelet op de artikelen 42, 106, derde lid, 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld;

  • financieringsinstrument: financieringsinstrument als bedoeld in artikel 58, eerste en tweede lid, van de GB-verordening;

  • fonds: Fonds voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in de JTF-verordening;

  • GB-verordening: verordening (EU) nr. 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);

  • groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • a.

      een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan;

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is van; of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen; en

    • b.

      de in subonderdeel 3° bedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • grote onderneming: onderneming die niet voldoet aan bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • intermediaire instantie: instantie als bedoeld in artikel 71, derde lid, van de GB-verordening;

  • JTF-regio: regio waarvoor een territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening is opgesteld, dat onderdeel is van het Programma JTF 2021–2027;

  • JTF-verordening: verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (PbEU 2021, L 231);

  • kennisinstelling:

    • a.

      de instelling voor hoger onderwijs, genoemd in de onderdelen a, b, g of h van de bijlage, behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de bijlage behorende bij die wet;

    • b.

      andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;

    • c.

      geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:

      • 1°.

        openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis, gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a;

      • 2°.

        onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • d.

      onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in onderdelen a tot en met c;

  • loonverletkosten: de loonkosten van deelnemers voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan opleidingen in het kader van projectactiviteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de werkgever;

  • Minister van EZK: Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • Minister van SZW: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • Ministers: Minister van EZK en Minister van SZW gezamenlijk;

  • mkb: kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van mikro, kleine en middelgrote ondernemingen (2003/361/EG; PbEU 2003, L 124);

  • NUTS-3 gebied: een in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PbEU 2003, L 154) aangewezen NUTS-3 gebied;

  • onderneming: elke eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • penvoerder: door een samenwerkingsverband aangewezen penvoerende persoon of penvoerende organisatie, die als partij deelneemt aan het samenwerkingsverband;

  • productieve investering: investeringen in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van brutokapitaal en het scheppen van werkgelegenheid;

  • project: een samenhangend geheel van activiteiten als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid;

  • Programma JTF 2021–2027: programma voor de uitvoering van de JTF-Verordening in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de JTF-verordening, en artikel 21, eerste lid, van de GB-verordening, waarbinnen het programma en de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening tot stand worden gebracht;

  • samenwerkingsverband: overeengekomen samenwerking die geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden partijen, die is opgericht ten behoeve van de uitvoering van projectactiviteiten, niet zijnde een vennootschap.

Artikel

1.2

Doel en reikwijdte

Artikel

1.3

Delegatie EZK naar SZW

De Minister van EZK delegeert zijn bevoegdheid tot uitvoering van deze regeling, met uitzondering van hoofdstuk 9, aan de Minister van SZW.

Artikel

1.4

Subsidieverstrekking

Artikel

1.5

Subsidieaanvrager

Subsidieaanvrager als bedoeld in deze regeling is degene die als zodanig is aangewezen in de hoofdstukken 2 tot en met 8.

Artikel

1.6

Aanwijzing programma-autoriteiten

Artikel

1.7

Gebiedsbepaling

Artikel

1.8

Aanwijzing intermediaire instanties

Artikel

1.9

Mandaatverlening door de Minister van SZW

Artikel

1.10

Openstelling

Artikel

1.11

Subsidiabele kosten

Artikel

1.12

Berekening loonkosten en eigen arbeid

Artikel

1.13

Berekening loonkosten en eigen arbeid, met inbegrip van de overige subsidiabele kosten

Artikel

1.14

Facturen voor kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdeel f, met een factuurbedrag van minder dan € 250, exclusief btw

Artikel

1.15

Niet-subsidiabele kosten

Artikel

1.16

Cumulatie

Onverminderd artikel 63, negende lid, van de GB-verordening, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan.

Artikel

1.17

Subsidieplafond en verdeling van subsidiebudgetten

Artikel

1.18

Volgorde van ontvangst

Artikel

1.19

Rangschikking naar geschiktheid

Artikel

1.20

Beoordelingscriteria

Artikel

1.21

Deskundigencommissies

Artikel

1.22

Subsidieaanvraag

Artikel

1.23

Beslissing op de aanvraag

Artikel

1.24

Subsidieverlening en -vaststelling projecten minder dan € 200.000

Artikel

1.25

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    het project niet voldoende bijdraagt aan de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen binnen het Programma JTF 2021–2027 of het gedeelte van het Programma JTF 2021–2027 waarvoor het deelplafond beschikbaar is gesteld;

  • b.

    de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag op de uiterste datum van indiening in het geval van verdeling als bedoeld in artikel 1.19;

  • c.

    de subsidieverlening in strijd is met de GB-verordening of JTF-verordening;

  • d.

    de subsidieverlening niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels of in strijd is met wettelijke bepalingen rond subsidieverstrekking;

  • e.

    de Minister van SZW door toewijzing niet zou voldoen aan een van de verplichtingen, gesteld in artikel 73 van de GB-verordening;

  • f.

    de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond of de aanmeldingsdrempel, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;

  • g.

    de subsidieverstrekking zou leiden tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit, die van toepassing is op de specifieke steuncategorie, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;

  • h.

    niet voldaan wordt aan de eisen inzake stimulerend effect, bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;

  • i.

    de subsidie bestemd is voor een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader, tenzij het op grond van het toepasselijke Europese steunkader is toegestaan aan een onderneming in moeilijkheden subsidie te verlenen;

  • j.

    de aanvrager een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in het toepasselijke Europese steunkader;

  • k.

    na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend; of

  • l.

    na toepassing van artikel 1.20 voor een of meer van de op basis van artikel 1.20, derde lid, voor die subsidietitel gehanteerde criteria minder dan de helft van de mogelijke punten is toegekend.

Artikel

1.26

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

1.27

Administratievoorschriften

Artikel

1.28

Beschikbaarheid van bescheiden

Artikel

1.29

Rapportageverplichtingen

Artikel

1.30

Voorschotten vooruitlopend op te maken kosten

Artikel

1.31

Bevoorschotting op basis van gerealiseerde projectactiviteiten

Artikel

1.32

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

1.33

Beslissing op aanvraag subsidievaststelling

Artikel

1.34

Betaling samenwerkingsverbanden

Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de penvoerder gelden als bevrijdende betalingen aan de partijen in het samenwerkingsverband.

Artikel

1.35

Wettelijke rente bij terugvordering

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, artikel 7 van de Kaderwet SZW-subsidies, of in geval van terugvordering op grond van de GB-verordening of de JTF-verordening, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen terugbetaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

Artikel

1.36

Instandhouding activiteit

Artikel

1.37

Publiciteit

Artikel

1.38

Evaluatie

De subsidieontvanger verleent aan door de Minister van SZW dan wel door de Europese Commissie daartoe aangewezen instanties medewerking aan het uitvoeren van onderzoek en evaluaties en het opstellen van evaluatierapporten met betrekking tot deze regeling, en draagt, indien het gesubsidieerde project niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, er zorg voor dat de feitelijke uitvoerder van het project deze medewerking verleent.

Artikel

1.39

Intrekking en terugvordering

Hoofdstuk

2

Subsidies JTF-regio Groningen-Emmen

Titel

2.1

Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen

Artikel

2.1.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • business case: uitwerking van een investeringsplan;

  • capaciteit: door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid;

  • committed termsheet: juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de voorwaarden van de investering;

  • diversificatieproject: een project dat de diversificatie inhoudt van de activiteit binnen een vestiging van de onderneming. De nieuwe activiteit mag niet dezelfde (of een vergelijkbare activiteit) zijn als de activiteit die eerder in de vestiging werd uitgeoefend;

  • duurzame bedrijfsuitrusting: een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming; Deze investering mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving;

  • gewaarmerkte uncommitted termsheet: niet juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met daarin de belangrijkste voorwaarden om tot de investering te komen. De uncommitted termsheet gaat vooraf aan de committed termsheet;

  • groene waterstof: waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen;

  • industriële onderneming: een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven entiteit die als economische activiteit goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen met inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen;

  • proces- en maakindustrie: ondernemingen die activiteiten uitoefenen onder de codering van NACE Rev.2, sectie C;

  • regionaal transitieplan: het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen, opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • regionale innovatiestrategie: de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie (‘RIS3’) voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen en te vinden op de website van SNN;

  • sluitende financiering: financiering van een project dat kan bestaan uit eigen middelen van de onderneming, vreemd vermogen en gevraagde subsidie(s). In geval van (co)financiering door derde(n) kan de aanvrager dit laten zien door middel van juridisch bindende documentatie van die derde(n). Het totaal van deze financiering is gelijk aan de projectkosten;

  • SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;

  • stimulerend effect: stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • transformatieproject: een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een industrieel bedrijf;

  • uitbreidingsproject: een project dat de uitbreiding van de capaciteit inhoudt; het betreft een uitbreiding van een industrieel bedrijf, hoofdkantoor van een bedrijf, of laboratorium van een bedrijf in dezelfde gemeente als waarin al een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd;

  • vestigingsproject: een project waar geen sprake is van een uitbreidingsproject, maar nieuwe economische activiteiten inhoudt voortkomende uit:

    • 1.

      het stichten van een industrieel bedrijf;

    • 2.

      het stichten van een hoofdkantoor of laboratorium; of

    • 3.

      het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 genoemd bedrijf;

  • werkingsgebied: de JTF-regio Groningen bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a;

  • werkingsgebied voor regionale investeringssteun: het gebied binnen het werkingsgebied dat is opgenomen in de Regionale Steunkaart 2022–2027, zoals door de Europese Commissie goedgekeurd bij Steunmaatregel SA.100273 (2021/N).

Artikel

2.1.2

Doel subsidie

Artikel

2.1.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderneming in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw voor projecten die worden uitgevoerd in het werkingsgebied en die passen binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

2.1.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.1.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.1.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.1.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.1.8

Subsidiabele kosten

Artikel

2.1.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.1.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    na toepassing van artikel 1.20 aan een project minder dan 70 punten zijn toegekend;

  • b.

    na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 80 procent op onderdeel a van artikel 1.20, eerste lid;

  • c.

    na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 50 procent op onderdelen b, d, en f van artikel 1.20, eerste lid;

  • d.

    na toepassing van artikel 1.20 aan een project een beoordeling is toegekend lager dan 100 procent op onderdeel e van artikel 1.20, eerste lid;

  • e.

    de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 2.500.000;

  • f.

    de financiering van het project niet uiterlijk zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking aantoonbaar is. In het geval van financiering door derde(n) wordt juridisch bindende documentatie aangeleverd;

  • g.

    de activiteiten gericht zijn op industriële dienstverlening, energieproductie of waterstofproductie ten behoeve van energieopwekking;

  • h.

    de activiteiten gericht zijn op productie van biobrandstoffen waarvoor een bijmengverplichting reeds langer dan twee jaar van kracht is;

  • i.

    de activiteiten gericht zijn op hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, waarbij er geen sprake is van een hoogwaardige toepassing of wanneer er sprake is van het opwerken van afval uitsluitend ten behoeve van export;

  • j.

    de onderneming geen financiële bijdrage levert uit eigen middelen van ten minste 25 procent van de subsidiabele kosten;

  • k.

    als gevolg van het project het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager afneemt;

  • l.

    de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;

  • m.

    de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar oordeel van de Minister van SZW niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten zijn gestart;

  • n.

    er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • o.

    het project niet voldoet aan het principe van Do no significant harm door ontbreken van overtuigend zicht op het ontvangen van alle noodzakelijke vergunningen;

  • p.

    de analyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen niet goedgekeurd wordt.

Artikel

2.1.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.1.12

Voorschot

Artikel

2.1.13

Subsidieaanvraag

Artikel

2.1.14

Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd overeenkomstig artikel 1.4, tweede lid.

Artikel

2.1.15

Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 1 vervallen met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.2

JTF-Call 2022 voor grote Kennis- en valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027

Artikel

2.2.1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2.2.2

Doel subsidie

Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend past binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.

Artikel

2.2.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatie-, of kennisontwikkelingsproject aan:

  • a.

    een natuurlijke ondernemingsvorm;

  • b.

    een rechtspersoon; of

  • c.

    een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.2.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een valorisatie-, of een kennisontwikkelingsproject binnen minimaal één van de vier RIS transities.

Artikel

2.2.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.2.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.2.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.2.8

Subsidiabele kosten

De kosten van productieve investeringen zijn niet subsidiabel.

Artikel

2.2.9

Looptijd

Uiterlijk 30 november 2026 dienen alle projectactiviteiten volledig ten uitvoer te zijn gebracht.

Artikel

2.2.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • b.

    door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of

  • c.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 30 november 2026 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.2.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.2.12

Voorschot

Artikel

2.2.13

Subsidieaanvraag

Artikel

2.2.14

Staatssteun

Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:

  • a.

    de de-minimisverordening; of

  • b.

    de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.2.15

Vervaltermijn

Deze titel en artikel 9.2.1.2 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.3

Steun aan lokale collectieve infrastructuur en utiliteiten

Artikel

2.3.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • collectieve infrastructuur: gemeenschappelijke infrastructuur waar meerdere ondernemingen gebruik van kunnen maken;

  • diversificatie: de nieuwe activiteit is niet hetzelfde of vergelijkbaar met de activiteit die voordien in die vestiging werd uitgeoefend;

  • lokale infrastructuur: infrastructuur die op lokaal niveau bijdraagt tot het verbeteren van het ondernemingsklimaat en het moderniseren en ontwikkelen van de industriële basis.

  • oplaadinfrastructuur: vaste of mobiele infrastructuur om wegvoertuigen van elektriciteit te voorzien;

  • randvoorwaardelijke infrastructuur: infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en groene bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;

  • TJTP: Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • RIS3 2021–2027: regionale innovatiestrategie 2021–2027, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;

  • SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen;

  • specifieke infrastructuur: infrastructuur die is aangelegd voor vooraf identificeerbare ondernemingen en op hun behoeften is toegesneden;

  • transformatie: fundamentele verandering in het productieproces gericht op omschakeling naar hernieuwbare grond- of brandstoffen of naar hernieuwbare energie;

  • werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.

Artikel

2.3.2

Doel subsidie

Artikel

2.3.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.3.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.3.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.3.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.3.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.3.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.3.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;

  • c.

    er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • d.

    de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of

  • e.

    de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.

Artikel

2.3.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.3.11

Voorschot

Artikel

2.3.12

Subsidieaanvraag

Artikel

2.3.13

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.4

Steun aan opleidingsinfrastructuur en flankerende campusactiviteiten

Artikel

2.4.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • campus: een geografische concentratie of bundeling van bedrijven, onderwijs- of kennisinstellingen en instituten, waar gezamenlijke activiteiten ten aanzien van onderwijs, onderzoek en ontwikkeling centraal staat in de onderlinge relaties tussen de organisaties die in de campus deelnemen;

  • campusorganisatie: de rechtspersoon die de gezamenlijke activiteiten op de campus uitvoert of coördineert;

  • TJTP: Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • RIS3 2021–2027: regionale innovatiestrategie 2021–2027, de regionale innovatiestrategie voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;

  • SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen.

  • werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.

Artikel

2.4.2

Doel subsidie

Artikel

2.4.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.4.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.4.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.4.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.4.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.4.8

Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:

  • a.

    worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;

  • b.

    zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;

  • c.

    zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;

  • d.

    zijn gemaakt na 22 maart 2022;

  • e.

    niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.4.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.4.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000;

  • c.

    er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • d.

    de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;

  • e.

    de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of

  • f.

    de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.

Artikel

2.4.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.4.12

Voorschot

Artikel

2.4.13

Subsidieaanvraag

Artikel

2.4.14

Vervaltermijn

Titel

2.5

Steun aan arbeidsmarkttransitie

Artikel

2.5.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

2.5.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

2.5.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

2.5.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

2.5.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

2.5.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

2.5.7

Hoogte subsidie

Vervallen

Artikel

2.5.8

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

2.5.9

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

2.5.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

2.5.11

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

2.5.12

Voorschot

Vervallen

Artikel

2.5.13

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

2.5.14

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

2.6

Steun aan financieringsinstrumenten voor start-up fondsen

Artikel

2.6.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

2.6.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

2.6.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

2.6.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

2.6.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

2.6.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

2.6.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

2.6.8

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

2.6.9

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

2.6.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

2.6.11

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

2.6.12

Voorschot

Vervallen

Artikel

2.6.13

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

2.6.14

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

2.7

Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027

Artikel

2.7.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • RIS3 2021–2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;

  • SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;

  • samenwerkingsproject: project dat wordt uitgevoerd door ten minste twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project;

  • projectpartners: samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject;

  • transities: vier transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;

  • valorisatieproject: innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.

Artikel

2.7.2

Doel subsidie

Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, past binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3 2021–2027, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.

Artikel

2.7.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatieproject aan:

  • a.

    een natuurlijke ondernemingsvorm;

  • b.

    een rechtspersoon;

  • c.

    een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.7.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van valorisatieprojecten binnen minimaal één van de vier transities.

Artikel

2.7.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.7.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.7.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.7.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.7.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • b.

    door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of

  • c.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.7.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.7.11

Voorschot

Artikel

2.7.12

Subsidieaanvraag

Artikel

2.7.13

Staatssteun

Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:

  • a.

    de de-minimisverordening; of

  • b.

    de artikelen 25, 27, 28 en 29 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.7.14

Vervaltermijn

Deze titel en artikel 9.2.1.2 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.8

JTF-Call 2023 voor strategische, groene projecten

Artikel

2.8.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • kennisintensieve industriële waardecirkel: samenhangende en vernieuwende industriële activiteiten die leiden tot een circulaire waardeketen gericht op het verminderen van het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen, door het behoud van de waarde van producten en afgedankte productonderdelen en materialen en de inzet van biobased grondstoffen;

  • strategisch project: een project of programma dat significant bijdraagt aan het versterken en vergroenen van het industrieel ecosysteem in de regio en aan de ontwikkeling van groene of circulaire waardeketens met als doel maatschappelijke én economische gevolgen van de transitie op te kunnen vangen;

  • TJTP: Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, opgenomen in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027.

Artikel

2.8.2

Doel subsidie

Doel van subsidie op basis van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het TJTP. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een strategisch project en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.

Artikel

2.8.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een strategisch project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.8.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.8.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.8.6

Aanvraag en preadvies

Artikel

2.8.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.8.8

Subsidiabele kosten

Artikel

2.8.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.8.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • b.

    door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;

  • c.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 48 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht;

  • d.

    bij aanvragen als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel a, de subsidiabele kosten minder dan € 100.000.000 bedragen;

  • e.

    bij aanvragen als bedoeld in artikel 2.8.4, eerste lid, onderdeel b, de subsidiabele kosten minder dan € 20.000.000 bedragen.

Artikel

2.8.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.8.12

Voorschot

Artikel

2.8.13

Subsidieaanvraag

In aanvulling op artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier genoemde documenten als bijlagen;

  • c.

    het preadvies van de deskundigencommissie.

Artikel

2.8.14

Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.8.15

Vervaltermijn

Deze titel en artikel 9.2.1.4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.9

Steun aan arbeidsmarkttransitie 2.0

Artikel

2.9.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen-Emmen;

  • TJTP: Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, zoals bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.

Artikel

2.9.2

Doel subsidie

Artikel

2.9.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een partij in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.9.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.9.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.9.6

Aanvraagperiode

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf 9 oktober 2023 9.00 uur tot en met 12 juni 2026 17.00 uur.

Artikel

2.9.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.9.8

Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:

  • a.

    worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;

  • b.

    zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;

  • c.

    zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;

  • d.

    zijn gemaakt na 22 maart 2022;

  • e.

    niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.9.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.9.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied of de resultaten niet aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 100.000;

  • c.

    de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is;

  • d.

    de verklaring van aanvrager ontbreekt dat de projectactiviteiten niet uit reguliere geldstromen ten behoeve van het onderwijs kunnen worden gedekt; of

  • e.

    de vergunningen niet uiterlijk binnen vijf maanden na verlening van de subsidie zijn verkregen.

Artikel

2.9.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.9.12

Voorschot

Artikel

2.9.13

Subsidieaanvraag

Artikel

2.9.14

Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.9.15

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.10

Energiearmoede JTF

Artikel

2.10.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

2.10.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

2.10.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

2.10.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

2.10.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

2.10.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

2.10.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

2.10.8

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

2.10.9

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

2.10.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

2.10.11

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

2.10.12

Voorschot

Vervallen

Artikel

2.10.13

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

2.10.14

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

2.11

Steun aan langdurig werkzoekenden

Artikel

2.11.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • langdurig werkzoekende: een persoon die valt onder de Participatiewet met een vergrote afstand tot de arbeidsmarkt, die niet in staat is op eigen kracht aan de arbeidsmarkt deel te nemen, niet zijnde leerlingen van scholen en opleidingen;

  • loonwaarde: de waarde, uitgedrukt in euro's, van de arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Voor de berekening van de loonwaarde wordt bepaald wat de actuele inzetbaarheid van de werknemer is ten opzichte van de normfunctie;

  • professional: een persoon met hbo werk- of denkniveau die binnen het project is aangesteld om een langdurig werkzoekende te begeleiden;

  • RIS3 transities: de transities, zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;

  • RIS3 2021–2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;

  • SOB: sociaal ontwikkelbedrijf, een bedrijf dat langdurig werkzoekenden aan het werk helpt;

  • sociaaleconomisch traject: SOB's stellen in samenspraak met een of meerdere bedrijven een traject op om langdurig werkzoekenden in staat te stellen om op termijn deel te nemen aan de arbeidsmarkt;

  • TJTP: Territorial Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • werkingsgebied: de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a.

Artikel

2.11.2

Doel subsidie

Artikel

2.11.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een SOB;

  • b.

    een samenwerkingsverband van SOB’s; of

  • c.

    een gemeente.

Artikel

2.11.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:

  • a.

    het aanbieden van passende werkgelegenheid door publieke- en private partijen, die bijdraagt aan de arbeidsmarktpositie van langdurig werkzoekenden;

  • b.

    het stimuleren en aanbieden van begeleiding en scholing en ontwikkeling van vaardigheden voor langdurig werkzoekenden, met daarbij in begrepen de kosten voor randvoorwaardelijke activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn;

  • c.

    het begeleiden van langdurig werkzoekenden om te integreren in de bedrijfsomgeving indien zij een baan hebben gevonden;

  • d.

    het begeleiden van de langdurig werkzoekende waardoor de arbeidsvaardigheden toenemen en de positie van de langdurig werkzoekenden op de door transitie veranderende arbeidsmarkt wordt versterkt; of

  • e.

    loonwaardemeting uitgevoerd door een professional, als (eind)onderdeel van het traject passende werkgelegenheid binnen dit project.

Artikel

2.11.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.11.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.11.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.11.8

Subsidiabele kosten

Artikel

2.11.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.11.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet worden uitgevoerd in het werkingsgebied, tenzij de resultaten overwegend en aantoonbaar ten goede komen aan het werkingsgebied tijdens of na de te subsidiëren activiteiten;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.000.000 per project;

  • c.

    de financiering van het project, met uitzondering van de gevraagde subsidie, niet aantoonbaar sluitend is; of

  • d.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 31 december 2028 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.11.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.11.12

Voorschot

Artikel

2.11.13

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

2.11.14

Verplichtingen subsidieontvanger

Onverminderd artikel 1.26 is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de resultaten van de samenwerking met bedrijven in Noord-Nederland in overwegende mate ten goede te laten komen aan het werkingsgebied;

  • b.

    een deelnemersadministratie te voeren op een door de Minister van SZW voorgeschreven wijze; en

  • c.

    op basis van in de verleningsbeschikking aangewezen indicatoren te rapporteren.

Artikel

2.11.15

Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2.11.3, bevat geen staatssteun.

Artikel

2.11.16

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.12

Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering digitalisering en robotisering

Artikel

2.12.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • Operationeel programma JTF Groningen-Emmen: prioriteit 1, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.

Artikel

2.12.2

Doel subsidie

Artikel

2.12.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.

Artikel

2.12.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van digitalisering en robotisering van de productieomgeving van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.

Artikel

2.12.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.12.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.12.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

2.12.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.12.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 5.000.000;

  • c.

    er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of

  • d.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 januari 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.12.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.12.11

Voorschot

Artikel

2.12.12

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

2.12.13

Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door:

  • a.

    de artikelen 18 en 29 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of

  • b.

    de de-minimisverordening.

Artikel

2.12.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.13

Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering toekomstgericht en strategisch personeelsbeleid

Artikel

2.13.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • Operationeel programma JTF Groningen-Emmen: prioriteit 3, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.

Artikel

2.13.2

Doel subsidie

Artikel

2.13.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.

Artikel

2.13.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van toekomstgericht strategisch personeelsbeleid van het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.

Artikel

2.13.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.13.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.13.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

2.13.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.13.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 2.500.000;

  • c.

    er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of

  • d.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 januari 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.13.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.13.11

Voorschot

Artikel

2.13.12

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

2.13.13

Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door:

  • a.

    de artikelen 18, 29 en 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; of

  • b.

    de de-minimisverordening.

Artikel

2.13.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.14

Steun aan subsidie-instrumenten voor bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het midden- en kleinbedrijf

Artikel

2.14.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • Operationeel programma JTF Groningen-Emmen: prioriteit 1, Groningen-Emmen van het door de Europese Commissie goedgekeurde Programma JTF 2021–2027.

Artikel

2.14.2

Doel subsidie

Artikel

2.14.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan bestuursorganen voor een project.

Artikel

2.14.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor het opzetten en uitvoeren van een stimuleringsregeling ten behoeve van bevordering van onderzoek en ontwikkeling in het MKB in de JTF-regio Groningen-Emmen.

Artikel

2.14.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.14.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.14.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

2.14.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.14.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteiten niet hoofdzakelijk worden verricht in of ten behoeve van de JTF-regio Groningen-Emmen, bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel a;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 3.000.000;

  • c.

    er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid van het project; of

  • d.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project uiterlijk 1 juli 2029 volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.14.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.14.11

Voorschot

Artikel

2.14.12

Subsidieaanvraag

Artikel

2.14.13

Staatssteun

De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 18 en 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.14.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.15

Pilotprogramma Praktisch Perspectief

Artikel

2.15.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • economische activiteit: economische activiteiten zijn alle activiteiten die gericht zijn op het aanbieden van goederen of diensten op een markt. Ze worden uitgevoerd door ondernemingen, organisaties of individuen met als doel winst te genereren. Voorbeelden van economische activiteiten zijn handel, productie, dienstverlening en commerciële exploitatie;

  • initieel onderwijs: initieel onderwijs is de eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan van personen in het voltijdonderwijs voordat zij de arbeidsmarkt betreden;

  • niet economische activiteit: niet-economische activiteiten zijn activiteiten die geen marktgericht karakter hebben en waarbij geen winstoogmerk is. Ze worden doorgaans uitgevoerd door overheden, non-profitorganisaties of onderwijsinstellingen en zijn gericht op het algemeen belang, zoals onderwijs, gezondheidszorg, sociale ondersteuning, en culturele of sportieve initiatieven;

  • post-initieel onderwijs: onderwijs dat iemand volgt na zijn eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan in het voltijdonderwijs gegeven door met publieke middelen gefinancierde onderwijsinstellingen;

  • primaire werkingsgebied: de provincie Groningen en de gemeente Emmen;

  • programmatische aanpak: een tijdelijke manier van samenwerken aan een complexe opgave bestaande uit verschillende, maar samenhangende te verwezenlijken doelen, die een organisatie of een samenwerkingsverband in staat stelt bepaalde baten (effecten van veranderingen) tot stand te brengen. Daarbij staan de activiteiten niet bij voorbaat vast voor de gehele looptijd, deze kunnen wijzigen naargelang het bereiken van het doel dat verlangt;

  • regionaal bedrijfsleven: ondernemingen die gevestigd zijn in het primaire werkingsgebied;

  • RIS3 2021–2027: regionale innovatiestrategie 2021–2027 voor slimme specialisatie voor Noord-Nederland, zoals vastgesteld door de colleges van gedeputeerde staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen;

  • roc: regionaal opleidingscentrum, een samenwerkingsverband van onderwijsinstituten in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie in Nederland;

  • start van de werkzaamheden: start van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, onder 23, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • studenten: natuurlijke personen die initieel onderwijs genieten aan een roc;

  • TJTP: Territoriaal Just Transition Plan, het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, bedoeld in de bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027.

Artikel

2.15.2

Doel subsidie

Artikel

2.15.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    roc's; of

  • b.

    samenwerkingsverbanden hoofdzakelijk bestaande uit roc's.

Artikel

2.15.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.15.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.15.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.15.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

2.15.8

Subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.11, derde lid, komen voorbereidingskosten als subsidiabele kosten in aanmerking, indien deze kosten:

  • a.

    worden gemaakt om te komen tot een projectplan dat in aanmerking komt voor subsidie op grond van deze titel;

  • b.

    zijn gemaakt vóór indiening van de aanvraag ter verkrijging van subsidie;

  • c.

    zijn gemaakt op of na de startdatum van het project zoals ingevuld in de aanvraag ter verkrijging van subsidie;

  • d.

    zijn gemaakt na 22 maart 2022;

  • e.

    niet strijdig zijn met artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.15.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.15.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in het betrekken van het regionale bedrijfsleven bij de uitvoering van het plan;

  • b.

    door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins, obstakelvrij is;

  • c.

    de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 5.000.000 bedraagt.

Artikel

2.15.11

Beoordelingscriteria

Artikel

2.15.12

Voorschot

Artikel

2.15.13

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

2.15.14

Staatssteun

De subsidie kan staatssteun bevatten en kan gerechtvaardigd worden door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.15.15

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.16

Een nieuwe, groene economie met marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten

Artikel

2.16.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen: activiteiten gericht op her-, om-, en bijscholing die samenhangen met het marktgedreven onderzoeks- en investeringsproject en een duidelijke toegevoegde waarde bieden;

  • marktgedreven: een actieve rol van private bedrijven als projectpartner, waarbij minimaal 20 procent van de totale subsidiabele projectkosten door private bedrijven gedragen wordt;

  • milieu-investering: een investering in activa, technologieën, processen of infrastructuur die gericht is op het voorkomen, beperken of herstellen van milieuschade, het verbeteren van de energie- of hulpbronnenefficiëntie, het bevorderen van hernieuwbare energie, de circulaire economie, of het realiseren van een transitie naar een koolstofarme en milieuvriendelijke economie;

  • onderzoeksproject: een systematisch, gestructureerd en afgebakend proces, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd om nieuwe kennis, producten of productieprocessen te ontwikkelen, of bestaande producten of productieprocessen aanmerkelijk te verbeteren;

  • productieve investering: een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt;

  • TJTP Groningen-Emmen: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groningen-Emmen.

Artikel

2.16.2

Doel subsidie

Artikel

2.16.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijk persoon ingeschreven in het handelsregister;

  • c.

    een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.

Artikel

2.16.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.16.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.16.6

Aanvraagperiode

Artikel

2.16.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

2.16.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.16.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    het project inhoudelijk niet aansluit bij de doelstellingen van Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen;

  • b.

    het project niet als marktgedreven valt aan te merken, conform de begripsdefinitie in deze titel;

  • c.

    door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins obstakelvrij is;

  • d.

    het aangevraagde project de vorm van een financieringsinstrument heeft;

  • e.

    de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 1.000.000,- bedraagt.

Artikel

2.16.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.16.11

Voorschot

Artikel

2.16.12

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

2.16.13

Staatssteun

De subsidie kan staatssteun bevatten en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.16.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

2.17

Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027 2.0

Artikel

2.17.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • kennisinstelling:

    • a.

      een instelling voor hoger onderwijs, genoemd in de onderdelen a, b, g of h van de bijlage, behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de bijlage behorende bij die wet en de Nyenrode Business Universiteit;

    • b.

      een andere dan in onderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk, meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;

    • c.

      een geheel of gedeeltelijk, meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde:

      • 1°.

        openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis, gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel a;

      • 2°.

        onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • d.

      een rechtspersoon ten aanzien waarvan een instelling als bedoeld in de onderdelen a, b of c direct of indirect:

      • 1°.

        meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft;

      • 2°.

        volledig aansprakelijk vennoot is; of

      • 3°.

        overwegende zeggenschap heeft;

    • e.

      een onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst, die tot doel heeft via het structureel doen van eigen onderzoek en het ontwikkelen en testen van technische toepassingen door haar medewerkers, de technologische kennis op een specifiek terrein te bevorderen, die geen instelling is als bedoeld in de onderdelen a tot en met d;

    • f.

      een andere onderwijsinstelling, zoals een instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.3.1, 1.3.2 of 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of proeftuin uit het overzicht op de website van SNN (https://www.snn.nl/kennisbank/overzicht-proeftuinen-noord-nederland-0), als plekken waar kennis, kunde en faciliteiten ontsloten kunnen worden ten behoeve van het project;

  • projectpartners: samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het samenwerkingsproject en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van bijlage 1 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Partijen die partnerondernemingen zijn of verbonden ondernemingen zijn, worden gezien als één projectpartner binnen een samenwerkingsproject;

  • RIS3 2021–2027: Research & Innovation Strategy for Smart Specialization Noord-Nederland. Dit is het document waarin de innovatiestrategie voor Noord-Nederland voor de periode 2021–2027 is uiteengezet;

  • samenwerkingsproject: project dat wordt uitgevoerd door minimaal twee onafhankelijke projectpartners, die een aantoonbaar belang hebben bij het project, waarbij contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten overeenkomstig artikel 2, onderdeel 90, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening niet worden beschouwd als vormen van samenwerking;

  • SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland, de intermediaire instantie voor JTF-regio Groningen;

  • TJTP: territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie voor JTF-regio Groningen-Emmen 2021–2027, zoals opgenomen als bijlage bij het nationaal JTF-programma 2021–2027;

  • transities: vier transities zoals beschreven in hoofdstuk 1.4 van de RIS3 2021–2027;

  • valorisatieproject: innovatietraject gericht op ontwikkeling van nieuwe producten, concepten, technologieën en diensten, of het testen van innovatieve toepassingen in de praktijkomgeving gericht op valorisatie van nieuwe technieken.

Artikel

2.17.2

Doel subsidie

Een project waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend moeten passen binnen Spoor 1 en Spoor 2 van het TJTP. Het project draagt bij aan de transformatie en diversificatie van de regionale economie. Dit kan door het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe duurzame waardenketens of innovaties langs de lijnen van de RIS3 2021–2027, zoals de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof en circulariteit.

Artikel

2.17.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een valorisatieproject aan:

  • a.

    een natuurlijke ondernemingsvorm;

  • b.

    een rechtspersoon;

  • c.

    een deelnemer in een samenwerkingsverband van natuurlijke- of rechtspersonen.

Artikel

2.17.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor het uitvoeren van valorisatieprojecten binnen minimaal één van de vier transities.

Artikel

2.17.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

2.17.6

Aanvraagperiode en preadvies

Artikel

2.17.7

Hoogte subsidie

Artikel

2.17.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

2.17.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische of economische haalbaarheid van het project;

  • b.

    door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins, obstakelvrij is; of

  • c.

    niet aannemelijk is dat alle projectactiviteiten van het project binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking volledig ten uitvoer kunnen zijn gebracht.

Artikel

2.17.10

Beoordelingscriteria

Artikel

2.17.11

Voorschot

Artikel

2.17.12

Subsidieaanvraag

Artikel

2.17.13

Staatssteun

Indien de subsidie staatssteun bevat dan dient het gerechtvaardigd te worden door:

  • a.

    de de-minimisverordening; of

  • b.

    de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

2.17.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk

3

Subsidies JTF-regio IJmond

Titel

3.1

Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond

Artikel

3.1.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP IJmond: het Territorial Just Transition Plan IJmond, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de JTF-regio IJmond.

Artikel

3.1.2

Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel heeft is het bevorderen van vernieuwing, versterking en diversificatie van de regionale economie, investeringen in technologie, systemen en infrastructuur om nieuwe, duurzame banen te creëren en investeringen in een wendbare en weerbare beroepsbevolking.

Artikel

3.1.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager voor een project dat:

  • a.

    past binnen één van de in bijlage 2 opgenomen beschrijvingen;

  • b.

    wordt uitgevoerd in de JTF-regio IJmond; en

  • c.

    past binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

3.1.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de sporen 1, 2 of 3 van prioritaire as 2 uit het Programma JTF 2021–2027.

Artikel

3.1.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

3.1.6

Aanvraagperiode

Artikel

3.1.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

3.1.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

3.1.9

Beoordelingscriteria

Artikel

3.1.10

Voorschot

Artikel

3.1.11

Vervaltermijn

Deze titel, bijlage 2 en artikel 9.2.2.1 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijven op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

3.2

Subsidietitel voor steun aan investeringen en bijbehorende opleidingen

Titel

3.3

Scholingsvouchers

Artikel

3.3.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • opleidingsinstituut: erkende onderwijsinstelling, bedrijfsschool of private opleider als bedoeld in artikel 3.3.3;

  • EQF-register: kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Europa zijn ingeschaald in het Europese kwalificatieraamwerk;

  • NLQF-register: kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Nederland zijn ingeschaald in het Nederlandse kwalificatieraamwerk en de Europese equivalent;

  • NRTO: Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland;

  • scholingstraject: het opleiden van een natuurlijk persoon voor een baan die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie;

  • voorschakeltraject: het door een opleider begeleiden van een traject waarin een natuurlijk persoon leert wat de sector doet en door de begeleiding de bewuste keuze kan maken voor een baan die bijdraagt aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie;

  • scholingsvoucher: een op grond van artikel 3.3.3 door een opleidingsinstituut afgegeven document ten behoeve van het volgen van een scholings- of een voorschakeltraject.

Artikel

3.3.2

Doel scholingsvouchers

Doel van de scholingsvouchers is het bevorderen van een voldoende, goed opgeleide, gemotiveerde en beschikbare beroepsbevolking. De scholingsvouchers dragen bij aan de transitieopgaven in de regio en vangen de wijzigingen en het verdwijnen van vacatures als gevolg van de transitieopgave op.

Artikel

3.3.3

Aanvraag en verstrekking scholingsvoucher

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie ten behoeve van een of meer scholingsvouchers aan een opleidingsinstituut dat:

  • a.

    erkend is door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    erkend is door de NRTO;

  • c.

    erkend is door de betreffende branche of sector;

  • d.

    opgenomen is in het NLQF- of EQF-register; of

  • e.

    een bedrijfsschool is, gelieerd aan of formeel geaccrediteerd voor een in Nederland erkende opleiding.

Artikel

3.3.4

Subsidiabele activiteiten en omvang subsidie

Artikel

3.3.5

Starttermijn en looptijd

Artikel

3.3.6

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

3.3.7

Aanvraagperiode en gegevens subsidieaanvraag

Artikel

3.3.8

Subsidiabele kosten

Artikel

3.3.9

Beoordelingscriteria

Artikel

3.3.10

Voorschot

Artikel

3.3.11

Aanvraag vaststelling subsidie

In aanvulling op artikel 1.32, vijfde en zesde lid, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.

Artikel

3.3.12

Staatssteun

Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

3.3.13

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

3.4

Steun aan financieringsinstrumenten voor een Sociaal Impact Fonds

Artikel

3.4.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

3.4.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

3.4.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

3.4.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

3.4.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

3.4.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

3.4.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

3.4.8

Subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

3.4.9

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

3.4.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

3.4.11

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

3.4.12

Voorschot

Vervallen

Artikel

3.4.13

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

3.4.14

Vervaltermijn

Vervallen

Hoofdstuk

4

Subsidies JTF-regio Groot-Rijnmond

Titel

4.1

Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel

4.1.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Groot-Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond.

Artikel

4.1.2

Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

Artikel

4.1.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:

  • a.

    past binnen één van de in bijlage 3 opgenomen beschrijvingen;

  • b.

    wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond;

  • c.

    past binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

4.1.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame en/of circulaire industriële ketens of spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027.

Artikel

4.1.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

4.1.6

Aanvraagperiode

Artikel

4.1.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

4.1.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

4.1.9

Beoordelingscriteria

Artikel

4.1.10

Voorschot

Artikel

4.1.11

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

4.2

Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Rijnmond

Artikel

4.2.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de regio Groot-Rijnmond.

Artikel

4.2.2

Doel subsidie

Een project in het kader van deze titel heeft tot doel het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende juist opgeleide en gemotiveerde weerbare beroepsbevolking voor de opgaven, bij een toenemend vacature-overschot en het verdwijnen of wijzigen van bestaande functies door de transitieopgave.

Artikel

4.2.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:

  • a.

    past binnen één van de in bijlage 4 opgenomen beschrijvingen;

  • b.

    wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en

  • c.

    past binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

4.2.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de spoor 3 van prioritaire as 3 uit het Programma JTF 2021–2027.

Artikel

4.2.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

4.2.6

Aanvraagperiode

Artikel

4.2.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

4.2.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

4.2.9

Beoordelingscriteria

Gelet op artikel 1.20, derde lid, bedraagt het aantal punten per onderdeel van het eerste lid ten hoogste:

  • a.

    bijdrage aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;

  • b.

    sociaal-economische integraliteit: 30 punten;

  • c.

    technische en sociale innovatiegehalte: 20 punten;

  • d.

    economisch of financieel toekomstperspectief: 0 punten;

  • e.

    kwaliteit van het projectplan: 15 punten;

  • f.

    bijdrage aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.

Artikel

4.2.10

Voorschot

Artikel

4.2.11

Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

4.3

Scholingsvouchers

Artikel

4.3.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • opleidingsinstituut: erkende onderwijsinstelling, bedrijfsschool of private opleider als bedoeld in artikel 4.3.3;

  • EQF-register: kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Europa zijn ingeschaald in het Europese kwalificatieraamwerk;

  • NLQF-register: kwalificatieregister van alle private kwalificaties die tot nu toe in Nederland zijn ingeschaald in het Nederlandse kwalificatieraamwerk en de Europese equivalent;

  • NRTO: Nederlandse Raad voor Training en Opleiding, overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland;

  • scholingstraject: het opleiden van een natuurlijk persoon voor een baan in de energietransitie of werken in de haven;

  • voorschakeltraject: het door een opleider begeleiden van een traject waarin een natuurlijk persoon leert wat de sector doet en door de begeleiding de bewuste keuze kan maken voor een baan in de energietransitie of werken in de haven;

  • scholingsvoucher: een op grond van artikel 4.3.3 door een opleidingsinstituut afgegeven document ten behoeve van het volgen van een scholings- of een voorschakeltraject.

Artikel

4.3.2

Doel scholingsvouchers

Doel van de scholingsvouchers is het bevorderen van een voldoende, goed opgeleide, gemotiveerde en beschikbare beroepsbevolking. De scholingsvouchers dragen bij aan de transitieopgaven in de regio en vangen de wijzigingen en het verdwijnen van vacatures als gevolg van de transitieopgave op.

Artikel

4.3.3

Aanvraag en verstrekking scholingsvoucher

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie ten behoeve van een of meer scholingsvouchers aan een opleidingsinstituut dat:

  • a.

    erkend is door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    erkend is door de NRTO;

  • c.

    erkend is door de betreffende branche of sector;

  • d.

    opgenomen is in het NLQF- of EQF-register; of

  • e.

    een bedrijfsschool is, gelieerd aan of formeel geaccrediteerd voor een in Nederland erkende opleiding.

Artikel

4.3.4

Subsidiabele activiteiten en omvang subsidie

Artikel

4.3.5

Starttermijn en looptijd

Artikel

4.3.6

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

4.3.7

Aanvraagperiode en gegevens subsidieaanvraag

Artikel

4.3.8

Subsidiabele kosten

Artikel

4.3.9

Beoordelingscriteria

Artikel

4.3.10

Voorschot

Artikel

4.3.11

Aanvraag vaststelling subsidie

In aanvulling op artikel 1.32, vijfde en zesde lid, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling bewijsstukken waaruit blijkt hoeveel scholings- of voorschakeltrajecten met een door het opleidingsinstituut afgegeven scholingsvoucher zijn afgerond.

Artikel

4.3.12

Staatssteun

Een scholingsvoucher bevat staatsteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel

4.3.13

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

4.4

Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel

4.4.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • elektrificatie: overgang van fossiele brandstoffen of energie naar elektriciteit of hernieuwbare energie;

  • TJTP Groot-Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond;

  • walstroom: infrastructuur aan de kade om schepen stationair op elektriciteit te laten draaien;

  • waterstof: waterstof geproduceerd uit hernieuwbare bronnen zoals duurzame elektriciteit via elektrolyse of uit biogrondstoffen.

Artikel

4.4.2

Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

Artikel

4.4.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een rechtspersoon of samenwerkingsverband voor een project dat:

  • a.

    past binnen één van de in bijlage 5 opgenomen beschrijvingen;

  • b.

    wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en

  • c.

    past binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

4.4.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

4.4.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

4.4.6

Aanvraagperiode

Artikel

4.4.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

4.4.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

4.4.9

Beoordelingscriteria

Artikel

4.4.10

Voorschot

Artikel

4.4.11

Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 5 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

4.5

Regionale Subsidies voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel

4.5.1

Begripsomschrijving

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening, met betrekking tot de regio Groot-Rijnmond.

Artikel

4.5.2

Doel subsidie

Een project in het kader van deze titel heeft tot doel het bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende juist opgeleide en gemotiveerde weerbare beroepsbevolking voor de opgaven, bij een toenemend vacature-overschot en het verdwijnen of wijzigen van bestaande functies door de transitieopgave.

Artikel

4.5.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een rechtspersoon of samenwerkingsverband voor een project dat:

  • a.

    past binnen één van de in bijlage 4 opgenomen beschrijvingen;

  • b.

    wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en

  • c.

    past binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

4.5.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de Spoor 3 van prioritaire as 3 uit het Programma JTF 2021–2027.

Artikel

4.5.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

4.5.6

Aanvraagperiode

Artikel

4.5.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

4.5.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

4.5.9

Beoordelingscriteria

Artikel

4.5.10

Voorschot

Artikel

4.5.11

Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

4.6

Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel

4.6.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Groot-Rijnmond: het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groot-Rijnmond.

Artikel

4.6.2

Doel subsidie

Het doel van de subsidie op grond van deze titel is het bevorderen van vernieuwing en versterking van de regionale economie met nieuwe, duurzame of circulaire industriële ketens en versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

Artikel

4.6.3

Doelgroep

De Staatssecretaris van SZW verstrekt op aanvraag subsidie aan een aanvrager van een project dat:

  • a.

    past binnen één van de in bijlage 3 opgenomen beschrijvingen;

  • b.

    wordt uitgevoerd in de JTF-regio Groot-Rijnmond; en

  • c.

    past binnen de kaders van deze regeling.

Artikel

4.6.4

Subsidiabele activiteiten

Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor projecten die passen binnen de prioritaire as 3, spoor 1 – het vernieuwen en versterken regionale economie met duurzame en/of circulaire industriële ketens of spoor 2 – het versnellen van transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie industriële ketens, van het Programma JTF 2021–2027.

Artikel

4.6.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

4.6.6

Aanvraagperiode

Artikel

4.6.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

4.6.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

4.6.9

Beoordelingscriteria

Artikel

4.6.10

Voorschot

Artikel

4.6.11

Vervaltermijn

Deze titel en bijlage 3 vervallen met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk

5

Subsidies JTF-regio West-Noord-Brabant

Artikel

5.1

Voorschot vooruitlopend op te maken kosten

Artikel

5.1a

Voorschot op basis van gerealiseerde projectactiviteiten

Titel

5.1

Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel

5.1.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP West-Noord-Brabant: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.

Artikel

5.1.2

Doel subsidie

Artikel

5.1.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.

Artikel

5.1.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5.1.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

5.1.6

Aanvraagperiode

Artikel

5.1.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

5.1.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

5.1.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;

  • b.

    de aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen; of

  • c.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000.

Artikel

5.1.11

Beoordelingscriteria

Artikel

5.1.12

Voorschot

Artikel

5.1.13

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier; en

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

5.1.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidieaanvragen die voor deze datum zijn ingediend.

Titel

5.2

Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel

5.2.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

5.2.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

5.2.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

5.2.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

5.2.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

5.2.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

5.2.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

5.2.8

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

5.2.9

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

5.2.10

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

5.2.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

5.2.12

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

5.2.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

5.3

Subsidietitel voor steun onder Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel

5.3.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

5.3.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

5.3.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

5.3.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

5.3.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

5.3.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

5.3.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

5.3.8

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

5.3.9

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

5.3.10

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

5.3.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

5.3.12

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

5.3.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

5.4

Subsidietitel voor steun onder Spoor 1, 2 en 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Artikel

5.4.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP West-Noord-Brabant: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio West-Noord-Brabant met de titel Territorial Just Transition Plan van de COROP-regio West-Noord-Brabant.

Artikel

5.4.2

Doel subsidie

Artikel

5.4.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.

Artikel

5.4.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

5.4.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

5.4.6

Aanvraagperiode

Artikel

5.4.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

5.4.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

5.4.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.

Artikel

5.4.11

Beoordelingscriteria

Artikel

5.4.12

Voorschot

Artikel

5.4.13

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier; en

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

5.4.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk

6

Subsidies JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel

6.1

Voorschot vooruitlopend op te maken kosten

Artikel

6.1a

Voorschot op basis van gerealiseerde projectactiviteiten

Titel

6.1

Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel

6.1.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

6.1.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

6.1.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

6.1.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

6.1.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

6.1.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

6.1.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

6.1.8

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

6.1.9

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

6.1.10

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

6.1.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

6.1.12

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

6.1.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

6.2

Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel

6.2.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.

Artikel

6.2.2

Doel subsidie

Artikel

6.2.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.

Artikel

6.2.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

6.2.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

6.2.6

Aanvraagperiode

Artikel

6.2.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

6.2.8

Starttermijn en looptijd

Artikel

6.2.9

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.

Artikel

6.2.10

Beoordelingscriteria

Artikel

6.2.11

Voorschot

Artikel

6.2.12

Subsidieaanvraag

Artikel

6.2.13

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

6.3

Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel

6.3.1

Begripsbepalingen

Vervallen

Artikel

6.3.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

6.3.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

6.3.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

6.3.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

6.3.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

6.3.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

6.3.8

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

6.3.9

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

6.3.10

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

6.3.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

6.3.12

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

6.3.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

6.4

Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel

6.4.1

Begripsbepalingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de regio Zeeuws-Vlaanderen met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zeeuws-Vlaanderen en de relevant aanpalende zone van Vlissingen-Oost.

Artikel

6.4.2

Doel subsidie

Artikel

6.4.3

Doelgroep

De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:

  • a.

    een rechtspersoon;

  • b.

    een natuurlijke persoon ingeschreven in het handelsregister; of

  • c.

    een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.

Artikel

6.4.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

6.4.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

6.4.6

Aanvraagperiode

Artikel

6.4.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

6.4.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

6.4.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

Artikel

6.4.10a

Beoordelingscriteria

Gelet op artikel 1.20, tweede en derde lid, kent de Minister van SZW per onderdeel ten hoogste de volgende hoeveelheid punten toe:

  • a.

    voor de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 20 punten;

  • b.

    voor de mate waarin het project sociaaleconomisch integraal is: 15 punten;

  • c.

    voor de mate van waarin het project technisch en sociaal innovatief is: 15 punten;

  • d.

    voor de hoogte van het economisch of financieel toekomstperspectief van het project: 15 punten;

  • e.

    voor de kwaliteit van het projectplan: 15 punten;

  • f.

    voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 20 punten.

Artikel

6.4.11

Voorschot

Artikel

6.4.12

Subsidieaanvraag

Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier;

  • b.

    de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.

Artikel

6.4.13

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk

7

Subsidies JTF-regio Zuid-Limburg

Artikel

7.1

Voorschot vooruitlopend op te maken kosten

Artikel

7.1a

Voorschot op basis van gerealiseerde projectactiviteiten

Titel

7.1

Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Artikel

7.1.1

Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel

7.1.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

7.1.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

7.1.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

7.1.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

7.1.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

7.1.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

7.1.8

Niet- subsidiabele kosten

Vervallen

Artikel

7.1.9

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

7.1.10

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

7.1.11

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

7.1.12

Voorschot

Vervallen

Artikel

7.1.13

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

7.1.14

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

7.2

Subsidietitel voor steun onder Spoor 2 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Artikel

7.2.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Zuid-Limburg: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio Zuid-Limburg met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zuid-Limburg.

Artikel

7.2.2

Doel subsidie

Artikel

7.2.3

Doelgroep

Artikel

7.2.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

7.2.6

Aanvraagperiode

Artikel

7.2.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

7.2.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

7.2.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:

  • a.

    de activiteit is gericht op de aanleg van 380 kV-infrastructuur;

  • b.

    aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen;

  • c.

    de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voor het indienen van de subsidieaanvraag; of

  • d.

    de aan het project te verlenen subsidie voor activiteiten als bedoel in artikel 7.2.4, eerste lid, onderdeel a, minder bedraagt dan € 1.000.000.

Artikel

7.2.11

Beoordelingscriteria

Artikel

7.2.12

Voorschot

Artikel

7.2.13

Subsidieaanvraag

Artikel

7.2.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Titel

7.3

Subsidietitel voor steun onder spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Artikel

7.3.1

Begripsomschrijvingen

Vervallen

Artikel

7.3.2

Doel subsidie

Vervallen

Artikel

7.3.3

Doelgroep

Vervallen

Artikel

7.3.4

Subsidiabele activiteiten

Vervallen

Artikel

7.3.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Vervallen

Artikel

7.3.6

Aanvraagperiode

Vervallen

Artikel

7.3.7

Hoogte van de subsidie

Vervallen

Artikel

7.3.8

Starttermijn en looptijd

Vervallen

Artikel

7.3.9

Afwijzingsgronden

Vervallen

Artikel

7.3.10

Beoordelingscriteria

Vervallen

Artikel

7.3.11

Voorschot

Vervallen

Artikel

7.3.12

Subsidieaanvraag

Vervallen

Artikel

7.3.13

Vervaltermijn

Vervallen

Titel

7.4

Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Artikel

7.4.1

Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • TJTP Zuid-Limburg: regionaal territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie als bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening voor de JTF-regio Zuid-Limburg met de titel Territoriaal Just Transition plan van de COROP regio Zuid-Limburg.

Artikel

7.4.2

Doel subsidie

Artikel

7.4.3

Doelgroep

Artikel

7.4.4

Subsidiabele activiteiten

Artikel

7.4.5

Subsidieplafond en wijze van verdeling

Artikel

7.4.6

Aanvraagperiode

Artikel

7.4.7

Hoogte van de subsidie

Artikel

7.4.9

Starttermijn en looptijd

Artikel

7.4.10

Afwijzingsgronden

Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag; of

  • b.

    de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000, met uitzondering van subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 7.4.4, eerste lid, onderdeel d.

Artikel

7.4.11

Beoordelingscriteria

Artikel

7.4.12

Voorschot

Artikel

7.4.13

Subsidieaanvraag

Artikel

7.4.14

Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.

Hoofdstuk

8

JTF-regio overstijgende subsidies

Gereserveerd

Hoofdstuk

9

EZK-cofinanciering

Titel

9.1

Algemene bepalingen

Artikel

9.1.1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • Rijksbeleid: het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid en het vigerende beleid voor klimaat en energie, digitalisering en sleuteltechnologieën, circulaire economie, dat valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZK.

Artikel

9.1.2

Subsidieverstrekking

De Minister van EZK verstrekt op aanvraag subsidie voor activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van de hoofdstukken 2 tot en met 8 en die naar het oordeel van de Minister bijdragen aan de realisatie van het Rijksbeleid.

Artikel

9.1.3

Subsidieplafond

Artikel

9.1.4

Mandaatverlening door de Minister van EZK

Artikel

9.1.5

Afwijzingsgronden

De Minister van EZK beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

  • a.

    aan de aanvrager voor de activiteiten geen subsidie wordt verleend als bedoeld in artikel 1.4;

  • b.

    het project onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van het in artikel 9.1.2 bedoelde Rijksbeleid.

Titel

9.2

Subsidieplafonds en aanvraagperioden EZK-cofinanciering JTF-regio’s

Paragraaf

9.2.1

EZK-cofinanciering JTF-regio Groningen-Emmen

Artikel

9.2.1.1

EZK-cofinanciering steun aan opleidingsinfrastructuur en flankerende campusactiviteiten

Vervallen

Artikel

9.2.1.2

EZK-cofinanciering steun aan JTF-Call 2022 voor grote Kennis- en valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027

Artikel

9.2.1.3

EZK-cofinanciering Steun voor middelgrote valorisatieprojecten die aansluiten bij de transities uit de RIS3 2021–2027

Artikel

9.2.1.4

EZK-cofinanciering Strategische groene projecten

Paragraaf

9.2.2

EZK-cofinanciering JTF-regio IJmond

Artikel

9.2.2.1

EZK-cofinanciering Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond

Paragraaf

9.2.3

EZK-cofinanciering JTF-Rijnmond

Artikel

9.2.3.1

EZK-cofinanciering Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Artikel

9.2.3.2

EZK-cofinanciering Regionale Subsidies voor Spoor 1 en 2 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Paragraaf

9.2.4

EZK-cofinanciering JTF-West Noord-Brabant

Artikel

9.2.4.1

EZK-cofinanciering Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant

Paragraaf

9.2.5

EZK-cofinanciering JTF-regio Zeeuws-Vlaanderen

Artikel

9.2.5.1

EZK-Cofinanciering Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Artikel

9.2.5.2

EZK-Cofinanciering Subsidietitel voor steun onder spoor 1, 2 en 3 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost

Paragraaf

9.2.6

EZK-cofinanciering JTF-regio Zuid-Limburg

Artikel

9.2.6

EZK-cofinanciering Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg

Paragraaf

9.2.7

JTF-regio overstijgende EZK-cofinanciering

Gereserveerd

Hoofdstuk

9a

Wijzigingen na vervaldatum subsidietitel

Artikel

9a.1

Verruiming bevoorschotting in titel 2.6

In artikel 2.6.12, eerste lid, zoals deze luidde van 23 februari 2023 tot en met 2 augustus 2023, wordt voor ‘20 procent van de verleende subsidie met een maximum van € 500.000’ gelezen ‘40 procent van de verleende subsidie’.

Hoofdstuk

10

Slotbepalingen

Artikel

10.1

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling JTF 2021–2027.

Artikel

10.2

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip

Bijlage

1

behorende bij artikel 2.1.11, tweede lid

Scoretabel beoordelingscriteria

Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel voor investeringssteun en bijbehorende opleidingskosten 2022 voor projecten in JTF-regio Groningen worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze zes criteria beoordeeld.

A

Bijdrage aan de doelstellingen van het Programma

(minder dan 80% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie)

25

A1

Een nieuw economisch perspectief voor de regionale economie door impact op één of meer van de vier transities uit de regionale innovatiestrategie (RIS3)

10

A2

Versterking van de economische structuur van de regio

5

A3

Een klimaatneutrale Europese Unie in 2050

10

B

De mate van sociaaleconomische integraliteit van het voorstel

(minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie)

25

B1

Aantal opleidingsdagen in het project

max 15

– voor MKB 0,5 punt per opleidingsdag

– voor grootbedrijf 0,25 punt per opleidingsdag

B2

Strategisch HR-beleid

5

B3

Samenwerking met opleidingsinstelling die verder strekt dan enkel de om-/ bijscholing in het project.

5

C

Mate van technische en sociale innovatie

0

D

Het economisch en/of financieel toekomstperspectief

(minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie)

25

D1(i)

In geval van nieuwvestiging of uitbreiding / diversificatie: aantal gecreëerde fte’s werkgelegenheid

max 20

– grootbedrijf: 0,5 punt per fte

– MKB: 1,0 punt per fte

D1(ii)

In geval van transformatie: aantal behouden fte’s werkgelegenheid

– MKB: 1,0 punt per fte

D2

Stuwend karakter van de onderneming

5

E

De kwaliteit van het projectplan

(minder dan 100% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie)

5

E1

De verplicht voorgeschreven bijlagen zijn bij de aanvraag gevoegd

5

F

Mate waarin deze bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke/sociale impact

(minder dan 50% score op dit criterium leidt tot weigering van de subsidie)

20

F1

Innovatiegericht karakter

10

F2

Impact op méér dan één sterke kennispositie uit de regionale innovatiestrategie RIS3 (crossover karakter)

5

F3

Een groen perspectief door verminderen afhankelijkheid fossiele brand- en grondstoffen

5

Totaal maximale punten

100

Een lagere totaalscore dan 70 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.

Op criterium A wordt minimaal een score van 20 punten (80 procent van 25) behaald. Wanneer een aanvraag op criterium A niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Op de respectieve criteria B, D en F per criterium minimaal een score van 50 procent van het maximumaantal punten per criterium behaald. Op criterium E wordt een score van 100 procent behaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van deze criteria niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Bij vaststelling wordt ook getoetst op daadwerkelijke realisatie op de criteria B (B1) en D (D1). Indien de totaalscore bij vaststelling lager is dan 70 punten door een lagere score op deze beide criteria, leidt dat tot intrekking van de subsidie. Er wordt bij vaststelling niet opnieuw getoetst aan het minimum van 50 procent van het maximumaantal punten voor deze beide criteria.

Bijlage

2

behorende bij artikel 3.1.3, aanhef en onderdeel a

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio IJmond zoals geformuleerd in het TJTP IJmond. De drie sporen waar een project aan kan bijdragen, zijn:

  • 1.

    vernieuwen en versterken van de regionale economie;

  • 2.

    investeringen in technologie, systemen en infrastructuur;

  • 3.

    wendbare en weerbare beroepsbevolking.

Bij deze openstelling is een integrale benadering ten aanzien van de drie sporen door de projecten een pré. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium de sociaal-economische integraliteit, waarbij projecten gericht op de sporen 1 of 2 een hogere score kunnen krijgen, wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de doelstellingen in spoor 3, en projecten gericht op spoor 3 een hogere score kunnen krijgen wanneer zij aansluiten op activiteiten in de sporen 1 of 2. Dit is géén uitsluitingsgrond.

Er kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van innovatieve projecten (gericht op de opschaling van nieuwe technologieën of het toepassen van bestaande technologieën in een nieuwe context) en voor de voorbereiding hiervan (bijvoorbeeld in de vorm van een industrieel onderzoek of haalbaarheidsstudie). De subsidietitel richt zich op brede implementatie van innovaties, het creëren van draagvlak voor innovaties en het wegnemen van belemmeringen voor opschaling. Het doel is om met innovaties een slimme, circulaire, veilige, gezonde en CO2-neutrale toekomst dichterbij brengen. De innovatieprojecten moeten zich richten op demonstratie en opschaling van innovaties die bijdragen aan een duurzame en schone industrie en economie.

Ook kan er subsidie worden aangevraagd voor projecten die leiden tot een wendbare en weerbare beroepsbevolking. Hierbij kan gedacht worden aan leven lang ontwikkelen door middel van een kennis- en expertisecentra en programma’s voor het vergroten van de (digitale) vaardigheden waar de klimaattransitie om vraagt of aan duurzame en inclusieve inzetbaarheid door in te zetten op jobcarving, job en life coaching en ondersteuning bij aanpassingen op het werk.

Verder kan het gaan om baanbegeleiding van werkzoekenden die hun baan verliezen in de fossiele staalindustrie, met specifieke aandacht voor langdurig werklozen en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt of aan acties om het imago van de techniek als werkgever te verbeteren, en om niet-werkenden en werkzoekenden te begeleiden naar een baan in de techniek. Hiertoe is een oriëntatie, kennis- en expertisecentrum voor offshore windenergie voorzien, evenals een ‘servicepunt techniek’

Bijlage

3

behorende bij de artikelen 4.1.3 en 4.6.3

Soort projecten

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens;

De transitie naar een groene economie vindt plaats door zowel bestaande industriële ketens te verduurzamen (v.b. door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof) als nieuwe, duurzame ketens te realiseren (v.b. door het recyclen van afvalstromen uit andere sectoren voor toepassingen in de chemische industrie). Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten. Dit komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (Home :: Rotterdams Klimaatakkoord.)

Bijlage

4

behorende bij artikelen 4.2.3, onderdeel a, en 4.5.3, onderdeel a

JTF-Call 2022 voor Spoor 3 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio Groot-Rijnmond

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond over JTF Rijnmond (kansenvoorwest.nl). Meer specifiek moet een project bijdragen aan het Spoor 3. De openstelling voor spoor 3 richt zich op arbeidsmarktactiviteiten die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de projecten in Spoor 1 en Spoor 2. De focus ligt hierbij op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Prioriteit ligt op het aanboren van onbenut arbeidspotentieel, onder andere in kwetsbare groepen. Er valt te denken aan projecten waarbij de voorzieningen voor haven leerwerkplaatsen worden uitgebreid, scholingsvouchers worden geboden voor specifiek op de haven gericht werk of het opzetten van een leerwerkbedrijf nieuwe stijl voor jongeren. Voor dit spoor worden aanvragen verwacht vanuit organisaties die intensief met elkaar samenwerken (bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en andere belanghebbenden).

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).

Bijlage

5

behorende bij artikel 4.4.3, onderdeel a

Deze openstelling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in de regio Rijnmond zoals geformuleerd in het TJTP Groot-Rijnmond, gericht op elektrificatie en groene waterstof. Meer specifiek moet een project bijdragen aan een van de volgende twee sporen:

Spoor 1: Vernieuwen en versterken van de regionale economie met nieuwe, duurzame en/of circulaire industriële ketens;

Spoor 2: Versnellen van de transitie met investeringen in technologie, systemen en infrastructuur tot decarbonisatie van bestaande industriële ketens.

De transitie naar een groene economie vindt plaats door de ontwikkeling van nieuwe technieken en innovaties en bestaande industriële ketens te verduurzamen door elektrificatie van industriële processen en toepassing van groene waterstof. Dit draagt bij aan het creëren van nieuwe werkgelegenheid, die op termijn in de plaats komt van de werkgelegenheid uit de fossiele economie.

De openstelling voor Spoor 1 en 2 richt zich primair op experimentele projecten, die bijdragen aan de opschaling van nieuwe, duurzame technologieën en de toepassing van bestaande duurzame technologieën in een nieuwe context. Wel is bij deze openstelling een integrale benadering ten aanzien van de economie en arbeidsmarkt een pré. Daarom kunnen onder deze openstelling ook aanvragen worden ingediend waarbij de directe verbinding wordt gelegd tussen economische en arbeidsmarktactiviteiten.

De integrale benadering komt concreet tot uiting in het beoordelingscriterium sociaaleconomische integraliteit, waarbij projecten een hogere score kunnen krijgen wanneer de projectactiviteiten (al dan niet in een apart werkpakket) bijdragen aan de transitie van de arbeidsmarkt passend in het TJTP Rijnmond, maar is géén uitsluitingsgrond. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om projecten ten aanzien van nieuwe technieken waarbij ook een vertaalslag wordt gemaakt naar opleiding in het gebruiken/bedienen van die techniek.

Voorstellen moeten passen binnen het Rotterdams Klimaatakkoord (https://jtf-rijnmond.kansenvoorwest.nl/files/rotterdams-klimaatakkoord.pdf).