Besluit van de Minister van Financiën van 7 maart 2023, houdende instelling van de Commissie sociale veiligheid en integriteit Financiën (Instellingsbesluit Commissie sociale veiligheid en integriteit Financiën)

Instellingsbesluit Commissie sociale veiligheid en integriteit Financiën

De Minister van Financiën,
Gehoord hebbende de Departementale Ondernemingsraad Financiën;
In overeenstemming met het Departementaal Georganiseerd Overleg Financiën;
Gelet op

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    het Ministerie: het Ministerie van Financiën (inclusief het directoraat-generaal Belastingdienst, het directoraat-generaal Douane en het directoraat-generaal Toeslagen);

  • b.

    de Minister: de Minister van Financiën;

  • c.

    de SG: de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

  • d.

    de pSG: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

  • e.

    de DG’s: de directeur-generaal Belastingdienst, de directeur-generaal Toeslagen, de directeur-generaal Douane, de directeur-generaal Rijksbegroting, de directeur-generaal Fiscale Zaken en de thesaurier-generaal van het Ministerie van Financiën;

  • f.

    de commissie: de Commissie sociale veiligheid en integriteit Financiën, bedoeld in artikel 2;

  • g.

    betrokkene: een medewerker, voormalig medewerker, stagiair, vrijwilliger, oproepkracht, gedetacheerde dan wel een persoon die individueel of als groep anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij het Ministerie;

  • h.

    het vermoeden van een integriteitschending: als een medewerker (incidenteel of structureel) niet handelt overeenkomstig de (daarvoor) geldende morele waarden en normen en de daarmee samenhangende regels. Ook gedrag buiten werktijd en buiten de plaats waar de functie normaal wordt uitgeoefend kan een integriteitschending opleveren, zeker wanneer er een relatie is tussen gedrag en functie. De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) geeft de ambtenaar een kader voor integer handelen. Het document geeft een overzicht van de belangrijkste Rijksbrede afspraken op het gebied van integriteit;

  • i.

    het vermoeden van een misstand: het vermoeden zoals geformuleerd in artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders;

  • j.

    de melder: de ambtenaar, een collectief van ambtenaren, de gewezen ambtenaar of degene die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij het Ministerie die een vermoeden van een integriteitschending of misstand meldt;

  • k.

    de melding: een vermoeden van een integriteitschending of misstand welke bekend is gemaakt aan de commissie;

  • l.

    de BIPO: de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek;

  • m.

    het OIF: het Onderzoeksbureau Integriteit Financiën;

  • n.

    Sociale veiligheid: sociale veiligheid zoals bedoeld in de cao Rijk.

Artikel

2

Instelling en taak

Artikel

3

Leden

Artikel

4

Ondersteuning

Artikel

5

Contact met de commissie

Artikel

6

Werkwijze bij signalen en meldingen

Artikel

7

Vertrouwelijkheid, het inwinnen van inlichtingen en medewerkingsplicht ambtenaren

Artikel

8

Geen benadeling

De melder die met inachtneming van de bepalingen in dit besluit en de aanvullende voorwaarden zoals opgenomen in het Personeelsreglement Financiën een vermoeden van een integriteitschending of misstand heeft gemeld, wordt niet benadeeld als gevolg van de melding.

Artikel

9

Vergoeding

Artikel

10

Onkosten

De (on)kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van het Ministerie. Onder (on)kosten worden in ieder geval verstaan:

  • a.

    de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning;

  • b.

    de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid;

  • c.

    de kosten voor publicatie van rapportages;

  • d.

    de kosten voor reis en verblijf;

  • e.

    de kosten voor onderzoek.

Artikel

11

Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden, of zoveel eerder indien de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, de niet‑personeelsvertrouwelijke bescheiden over aan het vertrouwelijke archief van het Ministerie. Verslaglegging van door de commissie gevoerde gesprekken en overleggen maakt geen deel uit van het over te dragen archief.

Artikel

12

Verslaglegging activiteiten

Artikel

13

Openbaarmaking

Artikel

15

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

16

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie sociale veiligheid en integriteit Financiën.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de commissie.

De Minister van Financiën,
namens deze,
B. van den Dungen secretaris-generaal