Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 april 2023, nr. HO&S/35600834, houdende nadere regels inzake de macrodoelmatigheid van het opleidingsaanbod in het hoger onderwijs (Regeling macrodoelmatig opleidingsaanbod hoger onderwijs 2023)

Regeling macrodoelmatig opleidingsaanbod hoger onderwijs 2023

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

  • a.

    wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • b.

    bestaand opleidingsaanbod: het reeds bestaande opleidingsaanbod van alle bekostigde opleidingen tezamen, tenzij anders aangegeven;

  • c.

    CDHO: Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs;

  • d.

    clusteraanvraag: het tegelijkertijd aanvragen van een macrodoelmatigheidstoets voor meerdere, met elkaar samenhangende, opleidingen door één of meer instellingen;

  • e.

    instelling: een bekostigde instelling, opgenomen in de bijlage van de wet onder a tot en met i;

  • f.

    instellingsplan: een instellingsplan, als bedoeld in artikel 2.2 van de wet;

  • g.

    minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • h.

    nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van de wet;

  • i.

    NVAO: Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie;

  • j.

    onbekostigde instelling: rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in de wet;

  • k.

    onbekostigde opleiding: een associate degree-opleiding, een bacheloropleiding of een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a of 7.3b van de wet, waarvoor accreditatie is verleend die niet uit ’s Rijks kas wordt bekostigd;

  • l.

    opleiding: een associate degree-opleiding, een bacheloropleiding of een masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a van de wet, waarvoor accreditatie is verleend en die bekostigd wordt aangeboden uit ’s Rijks kas;

  • m.

    m. profiel van de instelling: de individuele onderscheidende inhoudelijke profielkeuzes van de instelling die zijn gemaakt in onderlinge regionale en sectorale afstemming met andere kennisinstellingen, het werkveld en andere maatschappelijke partners ten aanzien van het portfolio van opleidingen, onderzoeksgebieden (zwaartepunten) en de onderwijs- en onderzoeksvisie en daaruit voortvloeiende beleidskeuzes. Hierbij kan worden aangesloten bij hetgeen over de profiel van de instelling is opgenomen in het instellingsplan of ander strategisch plan (op instellingsniveau) van de instelling;

  • n.

    RIO: Registratie instellingen en opleidingen, als bedoeld in artikel 6.13 van de wet;

  • o.

    verwant opleidingsaanbod: verwante opleidingen komen inhoudelijk sterk met elkaar overeen en leiden op tot (min of meer) dezelfde beroepen.Daarbij kan het zowel gaan om bekostigde opleidingen als om geaccrediteerd onbekostigde opleidingen dat onder vergelijkbare condities wordt aangeboden.

Artikel

2

Instellingen en reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op universiteiten, hogescholen, de Open Universiteit en de levensbeschouwelijke universiteiten als bedoeld in artikel 1.8 van de wet.

Paragraaf

2

Procedure

Artikel

3

Kenbaar maken voornemen tot aanvraag nieuwe opleiding

Artikel

4

Indienen aanvraag

Artikel

5

Beoordelen aanvraag

Paragraaf

3

Nieuwe opleiding

Artikel

6

Criteria voor het starten van een nieuwe opleiding

Artikel

7

Aanvullend criterium wo-opleidingen bij hogescholen en hbo-opleidingen bij universiteiten

Artikel

8

Vrijstelling van de individuele macrodoelmatigheidstoets door middel van een clusteraanvraag

Paragraaf

4

Verzorgen van een bestaande opleiding of een gedeelte ervan buiten een vestigingsplaats of het openbaar lichaam BES

Artikel

9

Instemming met het (gedeeltelijk) verzorgen van een bestaande opleiding op een nieuwe vestigingsplaats

Paragraaf

5

Samenvoegen van bestaande opleidingen

Artikel

10

Criteria voor het samenvoegen van bestaande opleidingen

Artikel

11

Benodigde informatie bij het samenvoegen van bestaande opleidingen

De aanvraag tot samenvoeging gaat vergezeld van de volgende informatie:

  • a.

    het oordeel van de NVAO dat geen sprake is van een nieuwe opleiding;

  • b.

    de beoogde startdatum van de samengevoegde opleiding en, voor zover noodzakelijk, de redelijke termijn waarbinnen de studenten de oorspronkelijke opleiding kunnen afronden;

  • c.

    indien de nadere vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.25 en artikel 7.25a van de wet en, voor zover van toepassing, de aanvullende eisen, bedoeld in artikel 7.26 van de wet, van de samen te voegen opleidingen verschillen, een voorstel van het instellingsbestuur voor de nieuw te stellen eisen indienen, en

  • d.

    of het instellingsbestuur gebruik wil maken van de in artikel 6.2, vijfde lid, onderdeel b, van de wet genoemde mogelijkheid om de verbrede opleiding zonder instemming van de minister ten hoogste vijf jaar na de start van de opleiding geheel of gedeeltelijk te splitsen in de oorspronkelijke opleidingen.

Paragraaf

6

Gezamenlijk verzorgen van een nieuwe opleiding of afstudeerrichting

Artikel

12

Criteria voor het gezamenlijk verzorgen van een nieuwe opleiding

De minister stemt in met een voornemen tot het gezamenlijk verzorgen van een nieuwe opleiding of een afstudeerrichting als bedoeld in artikel 7.3c van de wet indien is voldaan aan artikel 6 van deze regeling.

Paragraaf

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

13

Overgangsbepaling

Een aanvraag die vóór de inwerkingtreding van deze regeling is ingediend, alsmede een bezwaarschrift tegen een besluit op dat voornemen, wordt overeenkomstig de Regeling macrodoelmatigheid hoger onderwijs afgehandeld, tenzij toepassing van de onderhavige regeling tot een voor de aanvrager, positief advies dan wel een positief besluit leidt.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Onder gelijktijdige intrekking van de Regeling macrodoelmatigheid hoger onderwijs, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling macrodoelmatig opleidingsaanbod hoger onderwijs 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap R.H. Dijkgraaf