Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 19 juni 2023, nr. 2023-0000024188, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in het belang van de verbetering van de leefbaarheid in kwetsbare gebieden (Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting)

Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Doelstelling

Deze regeling heeft tot doel om, als onderdeel van een integrale aanpak, de leefbaarheid te verbeteren en de veiligheid te bevorderen in kwetsbare gebieden, primair door woningen te herstructureren, in het bijzonder de particuliere woningvoorraad en secundair door inrichting van de omringende openbare ruimte en realisatie van maatschappelijke voorzieningen in de nabijheid van betreffende woningen.

Artikel

3

Herstructureringsactiviteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt

Artikel

4

Toelatingscriteria

Artikel

5

Verplichtingen

Artikel

6

Uitkeringsplafond

Artikel

7

De aanvraag

Artikel

8

Wijze van betaling en uitkeringsbeschikking

Artikel

9

De beoordeling van de aanvragen

Artikel

10

Afwijzingsgronden

Artikel

11

Instelling en taak commissie

Artikel

12

Leden van de commissie

Artikel

13

Ondersteuning van de commissie

Artikel

14

Toetsing door de commissie

Artikel

15

Informatievoorziening na uitkering

Artikel

16

Verantwoording en terugvordering

Artikel

18

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

19

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting.

Lasten en bevelen dat deze regeling met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, H.M. de Jonge

Bijlage

1

behorende bij artikel 6, eerste en tweede lid, van de Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting (uitkeringsplafond en aanvraagtijdvak)

Tranchebedragen en tijdvak loket

Het plafond voor de tweede tranche in 2024 bedraagt € 149.923.000,–.

De aanvragen voor de tweede tranche in 2024 kunnen worden ingediend met ingang van 3 juni 2024 om 9.00 uur tot en met 1 oktober 2024 om 12.00 uur.

Bijlage

2

behorende bij artikel 4, tweede lid, onderdeel f en artikel 9, tweede lid, van de Meerjarige regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting (beoordelingscriteria en weging)

Beoordelingscriteria en weging

De rangschikking wordt bepaald aan de hand van de eindscore van 1 tot 11,25 die wordt toebedeeld aan het project/de projecten die in de aanvraag worden beschreven. Alleen aanvragen die een eindscore behalen van 5,5 of hoger komen in aanmerking voor een uitkering.

De eindscore wordt bepaald aan de hand van vier deelscores op grond van het gewogen gemiddelde van de criteria in artikel 9, eerste lid, onderdelen a, b, c en d:

  • a.

    Doeltreffendheid;

  • b.

    Organisatorische gedegenheid;

  • c.

    Financiële onderbouwing; en

  • d.

    Prioriteit.

Het advies van de toetsingscommissie op grond van artikel 11, tweede lid, ziet toe op de tussenscores a, b, en c. De tussenscore d wordt bepaald op grond van de op voorhand door de minister vastgestelde bonuspunten voor prioritaire gebieden. De eindscore wordt bepaald op grond van het gewogen gemiddelde van de scores op alle criteria uit artikel 9, eerste lid.

A

Doeltreffendheid

De doeltreffendheid gaat over de mate waarin een project bijdraagt aan het doel van het Volkshuisvestingfonds: het verbeteren van de leefbaarheid en het verhogen van de (sociale) veiligheid.

In de weging van dit criterium wordt naar de volgende elementen gekeken:

  • De mate waarin de activiteiten als onderdeel van een integraal programma bijdragen aan de leefbaarheid en de veiligheid. Voor het aantonen van het onderdeel integraliteit volstaat voor een aanvraag die betrekking heeft op een Stedelijk Focusgebied het verwijzen naar een vastgesteld gebiedsplan.

  • De mate waarin onderbouwd is dat de beoogde herstructureringsactiviteiten het meest doeltreffend zijn.

  • De mate waarin de herstructureringsactiviteiten aansluiten op de gemeentelijke/regionale woonvisie en de woondeals.

B

Organisatorische gedegenheid

Binnen het criterium organisatorische gedegenheid wordt beoordeeld op de mate van zekerheid van een tijdige realisatie van het project in de aanvraag en in welke mate relevante stakeholders zijn of zullen worden meegenomen in het proces. De organisatorische gedegenheid wordt beoordeeld aan de hand van:

  • De mate waarin de voorgestelde planning zekerheid biedt dat het project binnen de kaders van de regeling wordt afgerond, met daarbij oog voor potentiële risico’s en bijbehorend risicomanagement.

  • De wijze waarop de organisatie is/zal worden ingericht en samenwerking met alle betrokken partijen is/zal worden vormgegeven.

  • De mate waarin het participatieproces en betrokkenheid zijn opgenomen als onderdeel van het project, hierbij wordt gekeken naar zaken als:

    • Is het participatieplan samen met betrokkenen opgesteld of met hen afgestemd?

    • Is het participatieproces open en transparant voor bewoners?

    • In geval van vervangende nieuwbouw: hoe wordt omgegaan met de huidige bewoners? Is dit geborgd in een sociaal statuut?

  • De mate waarin in de gemaakte of beoogde afspraken eventuele partners bijdragen aan het project.

C

Financiële onderbouwing

In het criterium financiële onderbouwing wordt gekeken naar een efficiënte besteding van het Volkshuisvestingsfonds. Daartoe wordt naar de volgende elementen gekeken:

  • Kostenefficiëntie.

  • De baten die zijn opgenomen om de publieke onrendabele top te drukken.

  • Overeenkomst met kengetallen en/of toelichting bij afwijken van kengetallen.

  • De fasering: het aantal woningen dat per jaar en per activiteit wordt opgeleverd.

  • De wijze waarop gebruik is gemaakt van andere bestaande subsidieregelingen voor de opgevoerde activiteiten.

D

Prioriteit

Het Volkshuisvestingsfonds kent twee type prioritaire gebieden: de 20 Stedelijke Focusgebieden en de 13 grensregio’s. Aanvragen uit deze prioritaire gebieden krijgen extra punten in de beoordeling waarbij:

  • aanvragen uit de 20 Stedelijke Focus-gebieden 12,5 punten ontvangen,

  • aanvragen uit de 13 grensregio’s 10 punten ontvangen.

Leeuwarden-Oost, Groningen-Noord, Arnhem-Oost, Heerlen-Noord, Breda-Noord, Eindhoven Woensel-Zuid, Tilburg-Noordwest, Schiedam Nieuwland-Oost, Rotterdam-Zuid, Den Haag-Zuidwest, Amsterdam-Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West, Zaandam-Oost, Lelystad-Oost, Utrecht-Overvecht, Nieuwegein Centrale-As, Vlaardingen-West, en Delft-West, Dordrecht-West en Roosendaal-Ring zijn de Stedelijke Focusgebieden.

Eemsdelta, Oost-Groningen, Het Hogeland, Parkstad Limburg, Midden-Limburg, Maastricht-Mergelland, Westelijke Mijnstreek, Zeeuws-Vlaanderen, Achterhoek, Noord-Friesland, Zuid- en Oost-Drenthe, Twente, Noord-Limburg zijn de grensregio’s.

In gevallen waarin een project betrekking heeft op zowel prioritaire als niet prioritaire gebieden, worden de bonuspunten proportioneel toegepast naar aandeel van het aantal prioritaire woningen op het totaal van het aantal te herstructureren woningen in het gehele projectgebied. In gevallen waarin projecten zijn gelegen in zowel een Stedelijk Focus-gebied als een grensregio, gelden de bonuspunten van het Stedelijk Focus-gebied.

Daarnaast worden er 5 extra punten in de beoordeling toegekend aan aanvragen van gemeenten die op grond van voorgaande tranches geen enkele keer een VHF-bijdrage hebben ontvangen, ondanks dat er bij meerdere tranches sprake was van ten minste één aanvraag met een voldoende score. Deze vijf punten worden alleen toegekend indien een aanvraag zonder deze vijf punten reeds een voldoende scoort.

Het criterium ‘Prioriteit’ onderscheidt zich van de andere drie criteria, omdat de score op dit criterium vaststaat en niet beoordeeld wordt door de toetsingscommissie. De score wordt wel meegenomen bij het bepalen van de eindscore door de toetsingscommissie.

Schematische weergave beoordelingskader

Elk criterium krijgt een deelscore op een schaal van 1 tot 10. Een project scoort onvoldoende als de eindscore lager is dan een 5,5.

Eindscore: deelscore Doeltreffendheid (45%) + deelscore Organisatorische gedegenheid (25%) + deelscore Financiële onderbouwing (15%) + deelscore Prioriteit (15%)

1. Doeltreffendheid

10

45%

2. Organisatorische gedegenheid

10

25%

3. Financiële onderbouwing

10

15%

4. Prioriteit

12,5 SF-gebieden

10 Grensregio’s

5 Eerder gedane aanvragen

0 Overig

15%

Eindscore

0 tot 11,125