Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 juni 2023, kenmerk 3611793-1049773-PG, houdende het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van aanvullende seksuele gezondheidszorg (Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidszorg)

Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvullende seksuele gezondheidszorg: soa-zorg en seksualiteitshulpverlening;

  • collectieve preventie: taken van het college van burgemeester en wethouders op het gebied van preventie als bedoeld in de Wet publieke gezondheid;

  • coördinerende GGD: instelling die in stand houdt of de instellingen die in stand houden:

    • a.

      de GGD van de gemeente Amsterdam, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Noord-Holland en Flevoland;

    • b.

      de GGD Gelderland-Zuid, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Overijssel en Gelderland;

    • c.

      de GGD Groningen, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Friesland, Drenthe en Groningen;

    • d.

      de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag, werkzaam binnen de regio die bestaat uit het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;

    • e.

      de GGD Rotterdam-Rijnmond, werkzaam binnen de regio die bestaat uit het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder onderdeel d;

    • f.

      de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincies Zeeland en Brabant;

    • g.

      de GGD Zuid-Limburg, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincie Limburg; of

    • h.

      de GGD Regio Utrecht, werkzaam binnen de regio die bestaat uit de provincie Utrecht;

  • curatieve gezondheidszorg: zorg die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;

  • exploitatieresultaat: de som van de gerealiseerde bijdragen van derden, de in het besluit tot verlening vermelde begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage als deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage en de verleende uitkering verminderd met de gerealiseerde kosten;

  • GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;

  • minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genoemd in artikel 2 van de Wet op het RIVM;

  • seksualiteitshulpverlening: het in de regio van de desbetreffende coördinerende GGD, in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie, verlenen of doen verlenen van hulpverlening met betrekking tot de seksuele gezondheid;

  • soa: een of meer van de volgende seksueel overdraagbare infecties:

    • a.

      chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv; of

    • b.

      hepatitis B, hepatitis C, trichomonas of herpes genitalis voor zover dit geïndiceerd is;

  • soa-zorg: het in de regio van de desbetreffende coördinerende GGD, in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie, verlenen of doen verlenen van zorg met betrekking tot soa;

  • uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 15a van de Financiële-verhoudingswet.

Hoofdstuk

2

Aanvullende seksuele gezondheidszorg

Artikel

2.1

Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt

Artikel

2.2

Hoogte van de uitkering

De uitkering bedraagt voor het kalenderjaar 2024 ten hoogste:

  • a.

    € 14.377.292,– voor de GGD van de gemeente Amsterdam;

  • b.

    € 5.600.616,– voor de GGD Regio Gelderland Zuid;

  • c.

    € 2.280.917,– voor de GGD Groningen;

  • d.

    € 3.633.500,– voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;

  • e.

    € 4.988.215,– voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;

  • f.

    € 4.658.927,– voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;

  • g.

    € 2.517.736,– voor de GGD Zuid-Limburg;

  • h.

    € 1.785.669,– voor de GGD Regio Utrecht.

Artikel

2.3

Aanvraag tot verlening

Artikel

2.4

Verlening en bevoorschotting

Artikel

2.5

Voorwaarden

Artikel

2.6

Verplichtingen

De coördinerende GGD draagt ten behoeve van diens regio zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:

  • a.

    zowel soa-zorg als seksualiteitshulpverlening in diens regio wordt aangeboden;

  • b.

    sprake is van inspanningen om personen te bereiken die ondervertegenwoordigd zijn in de aanvullende seksuele gezondheidszorg

  • c.

    bij soa-zorg, sprake is van een optimaal vindpercentage soa;

  • d.

    van personen, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, geen betalingen worden verlangd;

  • e.

    de aanvullende seksuele gezondheidszorg wordt uitgevoerd in samenwerking met andere GGD’en binnen de regio;

  • f.

    de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit conform het vigerende kwaliteitsprofiel is;

  • g.

    uiterlijk twee maanden na afloop van ieder kwartaal gegevens worden verstrekt aan het RIVM over het aantal consulten, het aantal aanvragen voor soa-diagnostiek en het aantal gevonden soa, alsmede gegevens ten behoeve van onderzoek naar het voorkomen van soa;

  • h.

    de registratie, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid onder f, en derde lid, onder e, op een door de minister vastgestelde wijze wordt verstrekt aan het RIVM.

Artikel

2.7

Verantwoording en vaststelling

Artikel

2.8

Egalisatiereserve

Artikel

2.9

Besteding egalisatiereserve

Artikel

2.10

Opbouw egalisatiereserve

Artikel

2.11

Dienst van algemeen economisch belang

Hoofdstuk

3

Slotbepalingen

Artikel

3.2

Hardheidsclausule

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

3.3

Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat artikel 3.1 in werking treedt per 1 januari 2024.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027 met dien verstande dat artikel 2.11 vervalt op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B en D, van het bij koninklijke boodschap van 30 maart 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege de invoering van een vergunningplicht en een meldplicht ter zake van het verrichten van handelingen met poliovirus en enkele anderen wijzigingen (Kamerstukken 36 334) in werking treedt.

Artikel

3.4

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers