Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 23 augustus 2023, nr. IENW/BSK-2023/187607, houdende regels over een specifieke uitkering in verband met de voortzetting van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur voor de jaren 2023 tot en met 2030 (Regeling specifieke uitkering Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2023 – 2030)

Regeling specifieke uitkering Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2023 – 2030

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • ontvangers: provincies Noord-Holland, Fryslân, Zeeland, Gelderland en Noord-Brabant en de gemeente Utrecht;

  • samenwerkingsregio: samenwerkingsverband van provincies of gemeenten die partij zijn bij de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2;

  • Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur: overeenkomst tussen de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, provincies of gemeenten van een samenwerkingsregio en netbeheerders waarin de onderlinge afspraken en de onderdelen van het plan van aanpak zijn beschreven en de deelnemende decentrale overheden per samenwerkingsregio zijn benoemd die geldt tot en met 31 december 2023;

  • Samenwerkingsovereenkomst Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2: overeenkomst tussen de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, provincies of gemeenten van een samenwerkingsregio en netbeheerders waarin de onderlinge afspraken en de onderdelen van het plan van aanpak zijn beschreven en de deelnemende decentrale overheden per samenwerkingsregio zijn benoemd die geldt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel

3

Doel

Deze regeling heeft tot doel om de ontvangers en de deelnemers aan de betreffende samenwerkingsregio’s in staat te stellen de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur op te stellen, te actualiseren en uit te voeren.

Artikel

3a

Aanvraag

Artikel

4

Verlening, verdeling en plafond

Artikel

5

Aan de specifieke uitkering verbonden verplichtingen

Artikel

6

Voorschotverlening

Artikel

7

Verantwoording

De ontvangers en de andere decentrale overheden van een samenwerkingsregio leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel

8

Vaststelling

De minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 7, heeft plaatsgevonden.

Artikel

9

Evaluatieverslag

De minister publiceert voor 2026 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk.

Artikel

10

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Artikel

11

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Regionale Aanpak Laadinfrastructuur 2023 – 2030.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

Bijlage, behorend bij artikel 4, tweede lid

Maximale bedragen per ontvanger, inclusief omzetbelasting, als bedoeld in artikel 4, tweede lid

Provincie Noord-Holland

€ 1.656.266

€ 4.906.600

€ 3.080.000

Provincie Fryslân

€ 1.825.933

€ 5.398.700

€ 3.080.000

Provincie Zeeland

€ 1.841.312

€ 5.368.500

€ 1.492.413

Provincie Gelderland

€ 2.063.873

€ 5.155.239

€ 3.080.000

Provincie Noord-Brabant

€ 1.076.425

€ 6.595.148

€ 3.080.000

Gemeente Utrecht

€ 750.595

€ 4.395.500

€ 3.120.000