Mandaatbesluit BZK 2023

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
handelend in overeenstemming met de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Besluit vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit BZK 2023:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK);

  • b.

    Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • c.

    Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • d.

    bewindspersoon: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, afhankelijk van wie het aangaat;

  • e.

    Staat: de Staat der Nederlanden.

  • f.

    diensthoofd: een directeur-generaal en een plaatsvervangend directeur-generaal;

  • g.

    algemeen directeur: de algemeen directeur Logius en de algemeen directeur Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG);

  • h.

    directeur: de leidinggevende, daaronder begrepen de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme en de regeringscommissaris Informatiehuishouding, werkzaam binnen een in het Organisatiebesluit BZK 2023 genoemd dienstonderdeel die rechtstreeks ressorteert onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal;

  • i.

    mandaat: de bevoegdheid om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen;

  • j.

    volmacht: volmacht als bedoeld in artikel 3:60, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, om namens de Staat der Nederlanden rechtshandelingen te verrichten;

  • k.

    werkterrein: de taken van de betreffende functionaris en zijn dienstonderdeel overeenkomstig het Organisatiebesluit BZK 2023 en de daarop berustende bepalingen;

  • l.

    Cluster Mensen en Middelen: de directies Personeel & Organisatie (P&O), Financieel-Economische Zaken (FEZ), CIO & Informatiemanagement en het secretariaat van de Raad voor het Openbaar Bestuur;

  • m.

    Cluster Bestuursondersteuning: de directies Communicatie, Bestuursadvisering en Kennis, Internationaal, Europa en Macro-economie;

  • n.

    BZK Kerndepartement: de directoraten-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Volkshuisvesting en Bouwen, Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Overheidsorganisatie, Ruimtelijke Ordening en de clusters Mensen en Middelen en Bestuursondersteuning.

Artikel

1.2

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    volmacht om namens een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • b.

    machtiging om namens een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Hoofdstuk

2

Uitzonderingen mandaat

Artikel

2.1

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

  • a.

    het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift;

  • b.

    het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat persoonlijk door een bewindspersoon of de secretaris-generaal is genomen;

  • c.

    het beslissen op een beroepschrift;

  • d.

    het instellen van een agentschap bij het ministerie;

  • e.

    het oprichten van een rechtspersoon;

  • f.

    het geven van aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;

  • g.

    het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren;

  • h.

    het vaststellen van de organisatie van het ministerie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

  • i.

    het uitoefenen van de op grond van departementale regelgeving aan de minister voorbehouden bevoegdheden met betrekking tot vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken;

  • j.

    het instellen van een adviescommissie of klachtencommissie waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van het ministerie en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van een bewindspersoon, en het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) leden van die commissie;

  • k.

    het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van, dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan;

  • l.

    het definitief buiten invordering stellen dan wel kwijtschelden van vorderingen op derden vanaf door de Minister van Financiën vastgestelde grensbedragen;

  • m.

    het definitief vaststellen van een sectorale arbeidsvoorwaardenovereenkomst waarvoor de minister verantwoordelijk is;

  • n.

    een stuk dat bij de ontvanger de indruk kan wekken dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt die door een bewindspersoon behoort te worden genomen.

Artikel

2.2

Hoofdstuk

3

Secretaris-generaal

§

1

Mandaat secretaris-generaal

Artikel

3.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

  • a.

    het werkterrein van de functionarissen en organisatieonderdelen van het ministerie, met uitzondering van het werkterrein van het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst;

  • b.

    het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;

  • c.

    het vaststellen van de formatie van het ministerie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;

  • d.

    het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen, met uitzondering van de directeur-generaal voor de Algemene Bestuursdienst voor zover anders is bepaald;

  • e.

    het nader vaststellen van de inrichting van het ministerie;

  • f.

    aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;

  • g.

    het beslissen op bezwaarschriften;

  • h.

    het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover dat niet aan een diensthoofd is gemandateerd;

  • i.

    het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot klachtrecht, waarover door een commissie wordt gerapporteerd of geadviseerd;

  • j.

    het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal Georganiseerd Overleg, zoals genoemd in paragraaf 26.2 CAO Rijk 2022;

  • k.

    personele beheerbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

  • l.

    de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het ministerie op grond van de geldende wet- en regelgeving;

  • m.

    het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken;

  • n.

    het beslissen op bezwaarschriften tegen de door de directeur-generaal van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst genomen besluiten met betrekking tot aanvragen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet op de inlichtingen-en veiligheidsdiensten 2017;

  • o.

    de bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften tegen namens een bewindspersoon genomen besluiten met betrekking tot de uitvoering van de begroting voor Koninkrijksrelaties, met uitzondering van besluiten die door een bewindspersoon of de secretaris-generaal zijn genomen;

  • p.

    het wijzigen van bijlage 1 van dit besluit;

  • q.

    het behandelen van geschillen met werknemers;

  • r.

    het benoemen en ontslaan van departementale vertrouwenspersonen;

  • s.

    het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel.

§

2

Beperkingen mandaat secretaris-generaal

Artikel

3.3

§

3

Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel

3.4

Artikel

3.5

De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur FEZ en de directeur P&O.

Artikel

3.6

Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken uitgeoefend door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij diens afwezigheid wordt één van de diensthoofden belast, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van diensthoofd binnen BZK Kerndepartement.

Hoofdstuk

4

Plaatsvervangend secretaris-generaal

§

1

Mandaat plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel

4.1

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Artikel

4.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

  • a.

    het vervangen van de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal;

  • b.

    het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;

  • c.

    het vaststellen van de capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen;

  • d.

    het nemen van besluiten op aangelegenheden die de eigenaarsrol betreffen zoals bedoeld in het Mandaatbesluit eigenaarsrol pSG BZK;

  • e.

    het leiding geven aan de rechtstreeks onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen;

  • f.

    het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat der Nederlanden in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;

  • g.

    het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal;

  • h.

    het beheer van de archiefbescheiden van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;

  • i.

    het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of het diensthoofd zijn genomen, onverminderd artikel 5.3 en voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;

  • j.

    het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning en vertegenwoordiging van het ministerie;

  • k.

    het behandelen van geschillen met werknemers die werkzaam zijn bij het dienstonderdeel dat onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorteert;

  • l.

    het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal betreft;

  • m.

    het afnemen van de eed of de belofte van ambtenaren werkzaam binnen het ministerie.

§

2

Beperking mandaat plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel

4.3

Artikel

4.4

§

3

Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel

4.5

Artikel

4.6

Artikel

4.7

Hoofdstuk

5

Diensthoofden

§

1

Mandaat diensthoofden

Artikel

5.1

Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het diensthoofd en de onder het diensthoofd ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Artikel

5.2

§

2

Bijzonder mandaat diensthoofden

Artikel

5.3

Artikel

5.4

Het mandaat van de directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie omvat tevens:

  • a.

    de leiding van het overleg in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid tussen de werkgevers of verenigingen van werkgevers van de overheidssectoren en de aangesloten centrales van overheidspersoneel;

  • b.

    de leiding van het Sectoroverleg Rijk, zoals genoemd in paragraaf 26.1 van de CAO Rijk 2022;

  • c.

    het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het terrein van de directeur RvIG en/of Logius betreft.

Artikel

5.5

Het mandaat van de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf omvat tevens het verlenen van volmacht aan medewerkers van notariskantoren voor het passeren van notariële akten ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen.

Artikel

5.6

Het mandaat van de directeur-generaal Volkshuisvesting en Bouwen omvat tevens het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden van de Autoriteit woningcorporaties betreft.

§

3

Beperkingen mandaat diensthoofden

Artikel

5.7

Het mandaat van het diensthoofd is niet van toepassing op:

  • a.

    de dienstonderdeel overstijgende kaders van het beleid en beheer inzake alle aspecten van de bedrijfsvoering van het ministerie met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied en aangelegenheden met betrekking tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen;

  • b.

    het nader vaststellen van de inrichting van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen op basis van het Organisatiebesluit BZK 2023;

  • c.

    aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;

  • d.

    het vertegenwoordigen van de minister in het Decentraal georganiseerd overleg, zoals genoemd in de CAO Rijk 2022;

  • e.

    personele beheerbeslissingen op grond van het Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs ten aanzien van de directeuren van de Kabinetten van de Gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten;

  • f.

    het optreden als werkgever als bedoeld in hoofdstuk 13 en bijlage 14 van de CAO Rijk 2022;

  • g.

    het opzeggen van een arbeidsovereenkomst met een ambtenaar op grond van artikel 12, tweede lid, Ambtenarenwet 2017;

  • h.

    het vaststellen en ondertekenen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel;

  • i.

    het toekennen van vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2022.

Artikel

5.8

§

4

Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel

5.9

Artikel

5.10

Artikel

5.11

Hoofdstuk

6

Algemeen directeuren

§

1

Mandaat algemeen directeuren

Artikel

6.1

Aan de algemeen directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de algemeen directeur en de onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen.

Artikel

6.2

§

2

Beperkingen mandaat algemeen directeuren

Artikel

6.3

Artikel

6.4

§

3

Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel

6.5

Artikel

6.6

Artikel

6.7

Hoofdstuk

7

Directeuren

§

1

Mandaat directeuren

Artikel

7.1

Aan de directeur wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Artikel

7.2

§

2

Bijzonder mandaat directeuren

Artikel

7.3

Het mandaat van de directeur FEZ omvat tevens:

  • a.

    de uitvoering van artikel 4.1 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • b.

    het geven van instructies aan de onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de financiële bedrijfsvoering en control;

  • c.

    het inhoudelijk aansturen van onderdelen die zijn betrokken bij het bewaken van en adviseren over de uitvoering van de bedrijfsvoering in brede zin.

Artikel

7.4

Het mandaat van de directeur P&O omvat tevens:

  • a.

    het verder in behandeling nemen van geschillen met werknemers indien een uitspraak van de geschillencommissie, genoemd in paragraaf 16.2 CAO Rijk 2022 in een geschil niet wordt opgevolgd door de werkgever;

  • b.

    het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat in gerechtelijke procedures met betrekking tot een personele aangelegenheid;

  • c.

    het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning of vertegenwoordiging van het ministerie inzake rechtspositionele vraagstukken;

  • d.

    het ondertekenen van stukken met betrekking tot het voeren van de salarisadministratie bij de directie;

  • e.

    het aangaan van directie overstijgende departementale (raam)overeenkomsten behorend tot de vakgebieden Personeel & Organisatie en Communicatie voor zover hier niet in wordt voorzien vanuit categoriemanagement;

  • f.

    de vergoeding van representatiekosten op grond van paragraaf 11.3 CAO Rijk 2022;

  • g.

    het geven van vakinhoudelijke instructies aan de Personeel & Organisatieafdelingen van alle dienstonderdelen en tot het geven van advies aan managers op het gebied van Personeel & Organisatiezaken van het ministerie;

  • h.

    het op verzoek van de minister aanwijzen van bedrijfshulpverleners;

  • i.

    het op verzoek van de minister sluiten van stageovereenkomsten.

§

3

Beperkingen mandaat directeuren

Artikel

7.5

Artikel

7.6

§

4

Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel

7.7

Artikel

7.8

Artikel

7.9

Artikel

7.10

Hoofdstuk

8

Mandaat rijksbrede aangelegenheden

Artikel

8.1

Het mandaat van de directeur Ambtenaar en Organisatie omvat tevens:

  • a.

    het centraal opdrachtgeverschap aan P-Direkt voor de uitvoering van de standaard dienstverlening;

  • b.

    het beheer van het budget dat in het kader van de centrale bekostiging is overgedragen.

Artikel

8.2

Het mandaat van de directeur Inkoop-, Facilitair- en Huisvestingbeleid Rijk omvat tevens:

  • a.

    het centraal opdrachtgeverschap aan FM Haaglanden voor de uitvoering van de standaard dienstverlening;

  • b.

    het beheer van het budget dat in het kader van de centrale bekostiging is overgedragen.

Artikel

8.3

Artikel

8.4

Hoofdstuk

9

Algemene bepalingen inzake mandaat

Artikel

9.1

De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:

  • a.

    algemene en bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever ten aanzien van de uitoefening van het mandaat;

  • b.

    departementale richtlijnen met betrekking tot paraaf en medeparaaf en het voorleggen en afdoen van stukken;

  • c.

    de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige departementale richtlijnen, in het bijzonder de Comptabiliteitswet 2016, de Wet op de ondernemingsraden, het departementale kader voor externe inhuur, het Organisatiebesluit BZK 2023 en (de richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.

Artikel

9.2

Artikel

9.3

Artikel

9.4

Artikel

9.5

In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon, de secretaris-generaal of het diensthoofd over de doorverlening van zijn mandaat.

Hoofdstuk

10

Beheer

Artikel

10.1

Artikel

10.2

Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur P&O na advies van de directeur FEZ en de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving.

Hoofdstuk

11

Slotbepalingen

Artikel

11.1

Artikel

11.4

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit BZK 2023.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot

Bijlage

1

Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 5.8, eerste lid, 6.4, eerste en vierde lid, en 7.7 eerste en vijfde lid, van het Mandaatbesluit BZK 2023.

Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.

Deze bijlage is niet van toepassing op het Rijksvastgoedbedrijf.

BZK Kerndepartement

Plaatsvervangend secretaris-generaal, diensthoofd, clusterdirecteur Mensen & Middelen en clusterdirecteur Bestuursondersteuning

tot € 10.000.000

Directeur SSO-CN1, voor zover het de salarisbetalingen betreft.

tot € 5.000.000

Directeur

tot € 2.000.000

Manager SSO-CN

tot € 230.000

Middenmanager, programmamanager, afdelingshoofd en bureauhoofd

tot € 50.000

Team- en projectleiders SSO-CN

tot € 46.000

Managementondersteuner, (directie)secretaresse, directiesecretaris

tot € 2.000

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

Diensthoofd

Tot € 10.000.000

Directeur

tot € 2.000.000

Unit-huishoofden

tot € 250.000

Afdelingshoofd

tot € 50.000

Teamhoofd en bureauhoofd

Tot € 5.000

FMHaaglanden

Directeur

Tot € 5.000.000

Manager

tot € 125.000

Facilitair manager (op locatie), centraal afdelingshoofd, leveranciersmanager

tot € 125.000

Afdelingshoofd

tot € 30.000

Teamleider (op locatie)

tot € 30.000

Logius

Directeur, Chief information Officer (CIO), algemeen manager van de directie KOOP

tot € 500.000

Productmanager, afdelingshoofd Resourcing & Flow, manager/ business owner van de waardestroom/ stafonderdeel van de directie KOOP

tot € 145.000

HR manager

tot € 100.000

Afdelingshoofd

tot € 30.000

Clustermanager, ondersteuner secretariaat van de directie KOOP

tot € 2.500

SSC-ICT

Directeur

Tot € 5.000.000

Chief Operations Officer (COO)

tot € 2.500.000

Chief Technology Officer (CTO), Chief Financial Officer (CFO) en Business Unit Manager (BUM)

Tot 1.000.000

Afdelingsmanager

tot € 50.000

Teammanager

tot € 15.000

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Directeur, manager staf

tot € 500.000

Agentschappen en kasdiensten (overig)

Directeur

tot € 5.000.000

Manager organisatie-eenheid

tot € 500.000

Afdelingshoofd

tot € 30.000

Teamleider

tot € 15.000

1 De functiebenaming directeur SSO-CN, zoals in deze bijlage 1 opgenomen, is in lijn met het Organisatiebesluit BZK 2023. De werktitel behorend bij deze functie betreft Diensthoofd SSO-CN.