Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 21 september 2023, nr. IENW/BSK-276554, houdende vaststelling van regels inzake geluidwerende voorzieningen aan woningen binnen de geluidcontour voor de luchthaven Schiphol (Regeling gevelisolatie Schiphol 2023)

Regeling gevelisolatie Schiphol 2023

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

BESLUIT:

Hoofdstuk

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

(Begripsomschrijvingen)

Hoofdstuk

2

Reikwijdte

Artikel

2

(Algemene bepalingen)

Artikel

3

(Situaties waarin onder bepaalde voorwaarden geluidwerende maatregelen worden aangebracht)

Artikel

4

(gebreken en achterstallig onderhoud)

Artikel

5

(kostenbegrenzing)

De minister kan besluiten geen geluidwerende maatregelen te treffen indien er zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard bestaan tegen het treffen van die maatregelen. Indien andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidwering zoveel mogelijk te verbeteren, kan de minister besluiten om die andere maatregelen wel te treffen. Deze andere maatregelen bezitten dan niet de kwaliteit, bedoeld in artikel 10. De eigenaar van de woning heeft de mogelijkheid om op eigen kosten en binnen een redelijke termijn de zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard weg te nemen, waardoor wel geluidwerende maatregelen kunnen worden getroffen die de kwaliteit, bedoeld in artikel 10 bezitten.

Artikel

6

(situaties waarin geen geluidwerende maatregelen worden aangebracht)

Geluidwerende maatregelen worden niet aangebracht aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde woningen, wanneer ten tijde van de bekendmaking van het gevelisolatieprogramma, bedoeld in artikel 7, eerste lid:

  • a.

    vast staat dat de geluidgevoelige ruimten van de betreffende woningen reeds voldoen aan artikel 10, dan wel aan overeenkomstige eisen hadden moeten voldoen op grond van de geluidweringsvoorschriften ingevolge het Besluit geluidwering gebouwen of het Bouwbesluit;

  • b.

    vaststaat dat zij onteigend maar nog bewoond zijn, dan wel de verwachting bestaat dat zij binnen vijf jaar na de bekendmaking van het gevelisolatieprogramma zullen worden of zijn onteigend of dat de bewoning om andere redenen binnen die termijn zal worden gestaakt;

  • c.

    vast staat dat zij niet voor permanente bewoning geschikt of bestemd zijn of daar niet voor worden gebruikt;

  • d.

    vast staat dat zij behoren tot de categorieën woonschepen of woonwagens;

  • e.

    de verwachting bestaat dat zij binnen twee jaar na bekendmaking van het gevelisolatieprogramma of na bekendmaking van een deelproject, door het wijzigen of het vervallen van de geluidcontour voor Schiphol, niet meer binnen de geluidcontour die behoort bij de waarde van 60 dB Lden, als bedoeld in bijlage 1, aanwezig zullen zijn;

Hoofdstuk

3

Procedure

Artikel

7

(gevelisolatieprogramma)

Artikel

8

(onderzoek)

Artikel

9

(Aanbod en overeenkomst)

Hoofdstuk

4

Eisen aan de maatregelen

Artikel

10

(kwaliteit van de geluidwerende maatregelen)

Artikel

11

(wooncomfort en levensduur)

De geluidwerende maatregelen mogen niet leiden tot een essentiële vermindering van het comfort van de woning of het ander geluidgevoelig gebouw ten opzichte van de situatie voorafgaand aan het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen.

Artikel

12

(toezicht en controle)

Hoofdstuk

5

Financiën

Artikel

13

(verstrekking)

Indien anders dan met toepassing van deze regeling aan een in artikel 2, eerste lid, bedoelde geluidgevoelige ruimte, geluidwerende maatregelen zijn aangebracht, worden deze niet voor bekostiging door het Rijk in beschouwing genomen.

Artikel

14

(mindering bij vrijwillige uitkoop)

In het aanbod, bedoeld in artikel 9, tweede lid, dan wel in een afzonderlijk voorstel voor een overeenkomst, wordt een bepaling opgenomen dat indien de woning of het andere geluidgevoelige gebouw waaraan op ’s rijks kosten geluidwerende maatregelen zijn aangebracht, naderhand door het Rijk in eigendom wordt verworven, de door het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen toegenomen marktwaarde op de koopprijs in mindering wordt gebracht. Het in mindering te brengen bedrag wordt verlaagd met ééntiende gedeelte daarvan voor elk jaar dat is verstreken na het aanbrengen van de geluidwerende maatregelen.

Artikel

15

(onderaanneming)

De minister kan een vergoeding toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die deze regeling geheel of gedeeltelijk krachtens een daartoe met de minister gesloten overeenkomst uitvoert.

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

16

(inwerkingtreding Omgevingswet)

Wijzigt deze regeling.

Artikel

17

(inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

18

(vervaldatum en overgangsrecht)

Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2028, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op de gevelisolatieprogramma’s die voor die datum zijn vastgesteld.

Artikel

19

(citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gevelisolatie Schiphol 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Bijlage

1

Behorend bij artikel 1, tweede lid, van de Regeling gevelisolatie Schiphol 2023. Kaart met 60 dB Lden contour Schiphol (bij indicatief verkeersscenario 440k vluchten) als bedoeld in de artikelen 6, 7 en 10

Bijlage

2

behorend bij de artikelen 6, onderdeel f, 10, derde lid en 12, derde lid van de Regeling gevelisolatie Schiphol 2023. Technisch voorschrift als bedoeld in de artikelen 6, 10 en 12

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

  • 1.

    De bepaling van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in de artikelen 6, 10 en 12 van de Regeling gevelisolatie Schiphol 2023, vindt plaats door middel van berekeningen dan wel door middel van metingen.

  • 2.

    De berekeningen en metingen vinden plaats voor de octaafbanden met de middenfrequenties 125 Hz, 250 Hz, 500 Hz, 1.000 Hz en 2.000 Hz.

  • 3.

    Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de situatie zoals die voor een bepaling door metingen van de geluidwering volgens dit voorschrift van toepassing zijn.

  • 4.

    De bepaling van de in het eerste lid bedoelde geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie geschiedt door de vaststelling van de A-gewogen geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie (GA) zoals bedoeld in NPR 52721NPR 5272:2003 inclusief correctieblad NPR 5272:2002/C1:2005 en NEN 50772NEN 5077:2019 met uitsluiting van bijlage B, met inachtneming van de in artikel 4, tweede en derde lid, genoemde aanwijzingen.

Artikel

2

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 10 van de Regeling gevelisolatie Schiphol 2023 wordt bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde berekeningen en metingen uitgegaan van de herleidingswaarden Ki volgens het standaard referentiespectrum voor luchtverkeersgeluid, zoals opgenomen in tabel 1 van NPR 5272.

  • 2.

    Indien naar oordeel van de minister het spectrum van het luchtvaartgeluid buiten de woning of het ander geluidgevoelig gebouw sterk afwijkt van het in het eerste lid bedoelde standaard referentie spectrum voor luchtverkeersgeluid, dan worden de herleidingswaarden Ki van dit afwijkende spectrum in de plaats gesteld van de in het eerste lid genoemde herleidingswaarden die behoren bij het standaard referentiespectrum voor luchtverkeersgeluid.

  • 3.

    Bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde berekeningen en metingen worden afscherming en reflectie verdisconteerd door toepassing van de correctiefactor CL voor luchtvaartgeluid, zoals opgenomen in tabel 2 van NEN 5077.

  • 4.

    Voor de toepassing van artikel 10 van de Regeling gevelisolatie Schiphol 2023 wordt voor het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie dat het verst van het grondpad is verwijderd, CL = 8 dB gehanteerd indien de hoek tussen het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en het gemiddelde grondpad kleiner is dan 30°.

  • 5.

    Bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde berekeningen en metingen worden, indien bij meerdere geluidbelaste onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie deze onderdelen niet gelijktijdig door een luchtvaartuig direct aangestraald kunnen worden, voor de correctiefactor CL de waarden voor luchtvaartgeluid gehanteerd, zoals opgenomen in tabel 2 van NEN 5077. De A-gewogen geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie (GA) is de laagste van de te berekenen geluidwering bij mogelijke combinaties van direct en niet direct aangestraalde onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie.

Hoofdstuk

2

Meting van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie

Artikel

3

  • 1.

    De A-gewogen geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie (GA) wordt bepaald overeenkomstig NEN 5077.

  • 2.

    Bij de in artikel 1, vierde lid, bedoelde bepalingswijze van de A-gewogen geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie wordt de bepaling voor de ééngetalsaanduiding genoemd in NEN 5077, vervangen door het bronspectrumsysteem zoals beschreven in NPR 5079.

  • 3.

    Het te gebruiken referentiespectrum, bedoeld in NPR 5079, is het standaard referentiespectrum voor luchtverkeersgeluid, genoemd in artikel 2, eerste lid.

Hoofdstuk

3

Berekening van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie

Artikel

4

  • 1.

    De A-gewogen geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie (GA) wordt berekend conform NPR 5272 en NEN-EN 12354-3:2010.

  • 2.

    Voor de berekeningen van de GA worden de NEN-EN 12354-3:2010 annexen B, C en D als integraal onderdeel van de methode beschouwd. Indien afwijkende waarden als invoergegevens worden toegepast, worden die afwijkingen nader gemotiveerd.

  • 3.

    Indien de situatie zich voordoet waarbij de flankerende geluidoverdracht van invloed is op de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie, moet deze overdracht in rekening worden gebracht op de wijze die in NEN-EN 12354-3:2010 is aangegeven.