Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 12 december 2023, nr. WJZ/ 41336172, houdende regels inzake de vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver (Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver)
Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver
P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, die dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
verbonden rechtspersoon: alle rechtspersonen en vennootschappen die behoren tot de groep of groepsmaatschappij waartoe de aanvrager behoort en joint ventures waarin de aanvrager deelneemt;
een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten minste de locatiegegevens, het merk, het type, de technische specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark omvat;
b.
de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan; en
Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen opgenomen, waarbij voor het zogeffect uitsluitend rekening wordt gehouden met het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan.
de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998;
b.
de verstrekking van opdrachten aan producenten, leveranciers en installateurs;
c.
de plaatsing van de eerste fundering;
d.
de plaatsing van de eerste windturbine;
e.
de start van het intrekken van de 66 kV-kabels op het platform van het net op zee;
f.
de start van de levering van elektriciteit;
g.
het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het net op zee; en
het geïnstalleerd vermogen van de windparken waarvoor door de verantwoordelijke partijen voor het projectmanagement tijdens de bouw het projectmanagement is gedaan;
b.
het aantal door de producenten geproduceerde funderingen;
c.
het aantal door de installateurs geïnstalleerde funderingen;
d.
het aantal door de producenten geproduceerde windturbines;
e.
het aantal door de installateurs geïnstalleerde windturbines;
f.
het aantal elektriciteitsverbindingen op zee waarvoor door de producenten bekabeling is geproduceerd;
g.
het aantal windturbines dat door de installateurs van de parkbekabeling is aangesloten; en
h.
het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke partijen voor het onderhoud en de bediening in onderhoud hebben en bedienen.
een samenvattende beschrijving van de realisatie en de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan de van toepassing zijnde opleveringsdatums uit het ontwikkelkader windenergie op zee, bedoeld in artikel 16e van de Elektriciteitswet 1998, wordt voldaan;
b.
een samenvattende beschrijving van de exploitatie en verwijdering van het windpark;
c.
een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen;
d.
indien de aanvrager een samenwerkingsverband betreft, een door elke deelnemer ondertekende verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband;
e.
de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of de moederondernemingen van de deelnemers van het samenwerkingsverband, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend;
f.
een organigram van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen;
g.
het nummer van inschrijving in het handelsregister van alle met de aanvrager verbonden rechtspersonen;
h.
indien van toepassing een beschrijving van de mate van naleving van de beginselen van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, bedoeld in tabel 4 van de bijlage;
i.
indien van toepassing een beschrijving van de mate van inzicht in grondstoffenverbruik, milieu-impact en waardebehoud bij het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de verwijdering van het windpark, bedoeld in tabel 5 van de bijlage; en
j.
indien van toepassing een beschrijving van de bijdrage van het windpark aan het ecosysteem van de Nederlandse Noordzee, bedoeld in tabel 6 van de bijlage.
de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
2
Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d en e. De omvang van het eigen vermogen van de aanvrager bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
3
Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, meegerekend:
a.
indien de aanvrager een samenwerkingsverband is, het eigen vermogen van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
b.
indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is, het eigen vermogen van de moederonderneming.
4
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen 56 maanden na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt in ieder geval rekening gehouden met het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet.
5
Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
Artikel
7
1
De verlening van een vergunning geschiedt met de toepassing van de procedure van een vergelijkende toets met financieel bod.
de naleving van de beginselen van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, bedoeld in tabel 4 van de bijlage;
b.
de mate van inzicht in grondstoffenverbruik, milieu-impact en waardebehoud bij het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de verwijdering van het windpark, bedoeld in tabel 5 van de bijlage; en
c.
de bijdrage van het windpark aan het ecosysteem van de Nederlandse Noordzee, bedoeld in tabel 6 van de bijlage.
Als bij de rangschikking van de aanvragen volgens de onderlinge weging van de rangschikkingscriteria, bedoeld in het eerste lid, twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt het criterium, genoemd in artikel 7, tweede lid, onderdeel c, zwaarder dan de criteria, genoemd in artikel 25b, tweede lid, onderdelen a, b en c, van de wet en artikel 7, tweede lid, onderdelen a en b, gezamenlijk.
Als bij de toepassing van het zesde lid twee of meer aanvragen gelijk als hoogste worden gerangschikt, weegt de waardering in punten voor het uitgebrachte financiële bod zwaarder.
Degene aan wie de vergunning wordt verleend betaalt de vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, op een door de minister bekendgemaakte rekening uiterlijk op de dag dat de termijn genoemd in artikel 10, tweede lid, verstrijkt.
De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, bedraagt vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
3
De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van de volledige ingebruikneming van het windpark.
€ 0 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht;
b.
€ 10.000.000 voor de eerste en tweede maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en
c.
€ 20.000.000 voor elke maand volgend op de tweede maand op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht.
5
De waarborgsom, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet wordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.
Artikel
11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Artikel
12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage
De Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A.Jetten
Bijlage
behorende bij artikel 8, eerste lid, van de Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver