Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 januari 2024, nr. 2024-0000013768, houdende de inrichting van de Rijksschoonmaakorganisatie alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie (Organisatie-, Mandaat- en Volmachtbesluit RSO)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Rijksschoonmaakorganisatie 2023 (OMV RSO 2023)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op de artikelen 3, aanhef en onderdeel k, 7, negende lid en 8, van het Organisatie-, Mandaat- en Volmachtbesluit plaatsvervangend Secretaris-Generaal 2009 SZW;

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

§

2

Organisatie

Artikel

2

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

3

Elk van de afdelingshoofden is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het bijdragen aan de strategische en bestuurlijke advisering over de doorontwikkeling van de RSO;

  • b.

    het bijdragen aan het jaarplan en het meerjarenplan van de directie RSO;

  • c.

    het rapporteren aan de directeur over de uitvoering van het jaarplan van de eigen afdeling;

  • d.

    het uitoefenen van budgethouderschap ten aanzien van aan de afdeling toegewezen budgetten;

  • e.

    het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de personeelsaangelegenheden ten aanzien van de medewerkers die rechtstreeks onder hen ressorteren, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale en functionele cohesie van de eigen afdeling;

  • f.

    het voeren van functioneel beheer op systemen waarvan het afdelingshoofd de hoofdgebruiker is;

  • g.

    het afleggen van verantwoording aan de directeur over de hiervoor onder a tot en met f genoemde verantwoordelijkheden.

Artikel

4

Elk van de clustermanagers en dienstverleningsmanagers is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het leveren van bijdragen aan het afdelingsjaarplan;

  • b.

    het hiërarchisch aansturen van en dragen van de P-verantwoordelijkheid voor de medewerkers van het cluster;

  • c.

    de leiding, planning en inzet van medewerkers en de toegekende budgetten en de voortgangsbewaking hiervan voor het eigen organisatieonderdeel;

  • d.

    het sturen op en de realisatie van de doelen van het cluster/de verzorgingsregio binnen de gegeven strategische richting;

  • e.

    het afleggen van verantwoording aan het afdelingshoofd over de hiervoor onder a tot en met d genoemde verantwoordelijkheden.

Afdeling Operatie

Artikel

5

Naast het in artikel 3 gestelde, is het afdelingshoofd Operatie verantwoordelijk voor:

  • a.

    het doorontwikkelen van de afdeling Operatie, waarbij invulling wordt gegeven aan de visie en waarden van de Rijksschoonmaakorganisatie;

  • b.

    het aansturen van het cluster Verzorgingsregio’s;

  • c.

    het accorderen van (addenda op) de dienstverleningsafspraken, voorafgaand aan definitieve vaststelling door de directeur;

  • d.

    het mede vormgeven (samen met de directeur van de RSO) aan strategisch relatiemanagement met opdrachtgevers en leveranciers.

Artikel

6

Naast het in artikel 4 gestelde is de manager Dienstverlening verantwoordelijk voor:

  • a.

    het inrichten van de operationele bedrijfsadministratie, waaronder het beheer van de informatie over dienstverleningsafspraken, het ruimtebeheer van de panden en ruimtes en het beheer van de afspraken over de budgetten met betrekking tot de panden;

  • b.

    het zorgdragen voor correcte uitvoering van de werkzaamheden door de medewerkers binnen het cluster;

  • c.

    het zorgdragen voor correcte uitvoering van DVA beheer;

  • d.

    verdere professionalisering van de schoonmaakdienstverlening.

Artikel

7

Naast het in artikel 4 gestelde zijn de dienstverleningsmanagers verantwoordelijk voor:

  • a.

    de organisatie van de operationele schoonmaakwerkzaamheden en alle bijbehorende processen in de eigen verzorgingsregio;

  • b.

    het voeren van accountgesprekken en het in overleg treden met individuele opdrachtgevers in het eigen verzorgingsgebied op operationeel niveau;

  • c.

    de tactische en operationele voorbereiding van de start of wijziging van schoonmaakdienstverlening bij opdrachtgevers die aansluiten op de dienstverlening van de Rijksschoonmaakorganisatie.

Afdeling Bedrijfsvoering  & Bestuursondersteuning

Artikel

8

Naast het in artikel 3 gestelde is het afdelingshoofd Bedrijfsvoering  & Bestuursondersteuning verantwoordelijk voor:

  • a.

    het doorontwikkelen van de afdeling Bedrijfsvoering & Bestuursondersteuning, waarbij invulling wordt gegeven aan de visie en waarden van de Rijksschoonmaakorganisatie;

  • b.

    het opstellen en monitoren van het jaarplan en meerjarenplan, de managementinformatie, de sturingsinformatie en de jaarverantwoording en het jaarverslag;

  • c.

    het stellen van kaders en het adviseren op het gebied van de bedrijfsvoeringsaspecten, zoals vastgesteld door de directeur, mede op basis van rijksbrede en departementale kaders;

  • d.

    de regievoering op de dienstverlening belegd bij of afgenomen via rijkspartners op het gebied van de bedrijfsvoeringsaspecten;

  • e.

    het aanbesteden in overleg met RIS en/of Inkoopcategorie, het contracteren, het contractmanagement en de voortgangsbewaking van de dienstverlening die door externe leveranciers wordt verricht;

  • f.

    het aansturen van het cluster Bestuursondersteuning;

  • g.

    het bestellen, accorderen, betaalbaar stellen en verzenden van uitgaande facturen en het beheer hierop.

Artikel

9

Artikel

10

Naast het onder artikel 4 gestelde is de manager Financiën, Facilitair & Inkoop verantwoordelijk voor:

  • a.

    het voeren van een correcte financiële, facilitaire en inkoopadministratie waarmee doelmatigheid en rechtmatigheid van handelen gewaarborgd worden;

  • b.

    toepassing van rijksbreed beleid, inclusief het nemen van besluiten binnen het gestelde financiële mandaat en het eventueel opstellen van nadere kaders, processen of uitvoeringsbeleid specifiek ten aanzien van financieel beheer, contractmanagement en inkoop, alsook de facilitaire administratie op het gebied van vervoer en ICT-middelen en -systemen.

Artikel

11

Naast het onder artikel 4 gestelde is de manager Planning & Control verantwoordelijk voor:

  • a.

    het zorgdragen voor de regie op de (RSO)cyclus van plannen, begroten, verantwoorden en bijsturen, inclusief de inrichting van het integraal risicomanagement;

  • b.

    het zorgdragen voor correct beheer en onderhoud van het tariferingsmodel;

  • c.

    het verder professionaliseren en optimaliseren van de administratieve organisatie en het uitoefenen van controle op de deugdelijkheid van de administratieve organisatie.

§

4

Bevoegdheden

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

§

5

Slotbepalingen

Artikel

16

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
R. Gans Directeur Rijksschoonmaakorganisatie