Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 2 april 2024 nr. BOACAT2024/015, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de gemeente Súdwest-Fryslân

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Súdwest-Fryslân 2024

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

De personen, werkzaam in de functie van medewerker handhaving I, II, III, IV, V, adviseur I, II, III, IV en V in dienst van de gemeente Súdwest-Fryslân, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel

3

Artikel

4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 22 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel

6

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en het geweldsmiddel korte wapenstok.

De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend tot 2 april 2026, onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40 en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regulier overleg plaats.

Artikel

7

Artikel

8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Súdwest-Fryslân 2024.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister voor Rechtsbescherming,
namens deze,
I.M. Koster-Boer Operationeel manager V&T