Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 17 juni 2024, nr. IENW/BSK-2024/160167, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

1.2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten gericht op investeringen in oplaad- en tankinfrastructuur en emissievrije voer- en werktuigen ten behoeve van de overstap naar emissievrije voer- en werktuigen, teneinde de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen.

Artikel

1.3

Algemene afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen als de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is en:

  • a.

    voor zover er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • b.

    er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, punt achttien, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c.

    de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend; of

  • d.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Hoofdstuk

2

Zero-emissie mobiliteit

Paragraaf

2.1

Waterstof in mobiliteit

Artikel

2.1.1

Begripsbepalingen

  • basisafname: gemiddelde afname door nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen van deelnemers aan het samenwerkingsverband;

  • dagcapaciteit: aantal kilogram waterstof dat een waterstoftankstation per dag kan laten tanken;

  • directe loonkosten: het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of dertiende maand, de werkgeverslasten bestaande uit werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet, en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen;

  • emissievrij licht waterstofvoertuig: een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;

  • emissievrij logistiek waterstofwerktuig: emissievrij waterstofwerktuig als genoemd in bijlage 3, dat voor het gebruik uitsluitend waterstof gebruikt als energiedrager;

  • emissievrij zwaar waterstofvoertuig: een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;

  • hernieuwbare waterstof: waterstof als bedoeld in artikel 2, punt 102 quater, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • locatie: de postcode van de locatie waar het waterstoftankstation is of wordt aangelegd;

  • maximummassa: de technisch toelaatbare maximummassa van een vrachtwagen in beladen toestand;

  • maximummassa van de combinatie: de maximummassa die, voor zover het N3-voertuig, bedoeld in bijlage 3 betreft, mag worden uitgerust met een of meer aanhangwagens of opleggers, wordt vermeerderd met de technisch toelaatbare maximummassa van de aanhangwagens of opleggers in beladen toestand die het voertuig maximaal mag trekken;

  • mobiele waterstofopslag: een aanhangwagen van categorie O2 of O3 volgens verordening (EU) 2018/858, met daarop een reservoir waarin waterstof onder druk gasvormig of vloeibaar wordt opgeslagen, zoals bijvoorbeeld een tubetrailer of een multiple energy gas container (MEGC);

  • multimodaal waterstoftankstation: waterstoftankstation dat geschikt is voor het leveren van waterstof aan vrachtvervoer over de weg en aan ten minste één van de volgende vervoersmodaliteiten:

    • i.

      spoorvervoer;

    • ii.

      vervoer over de binnenwateren;

    • iii.

      zeevervoer;

  • nieuw emissievrij waterstofvoertuig: emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling gelijk zijn;

  • nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig: emissievrij logistiek waterstofwerktuig waarvan uit de offerte op basis waarvan het werktuig wordt aangeschaft, blijkt dat dit niet eerder is gebruikt;

  • offerte: formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuw emissievrij waterstofvoertuig of nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig, opgesteld op verzoek van de aanvrager;

  • retrofitting: het aanpassen van vervoermiddelen of werktuigen waardoor deze als emissievrije vervoermiddelen of emissievrije werktuigen zijn te kwalificeren;

  • stedelijk knooppunt: stedelijk knooppunt als bedoeld artikel 2, punt 72 van Verordening (EU) 2023/1804;

  • tankpunt: een tankfaciliteit voor de levering van een vloeibare of gasvormige alternatieve brandstof via een vaste installatie, waaraan slechts één voertuig tegelijk kan worden bijgetankt;

  • verordening (EU) 2018/858: Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151);

  • verordening 2023/1804: Verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234);

  • waterstoftankstation: een vaste installatie, bestaande uit een of meer tankpunten, om vervoermiddelen van waterstof te voorzien;

  • waterstofvoertuig: een voertuig dat voor de voortbeweging waterstof gebruikt als energiedrager;

  • zero-emissiezone: nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s die het bevoegd gezag heeft ingesteld door middel van een verkeersbesluit en het plaatsen van het bijbehorende verkeersbord C22c en onderbord C22c1;

  • zwaar wegvervoer: wegvervoer door voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening (EU) 2018/858.

Artikel

2.1.2

Doel van de subsidie

Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen in waterstoftankstations, emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer, en emissievrije logistieke waterstofwerktuigen teneinde een bijdrage te leveren aan de ambitie uit het Klimaatakkoord van 50 waterstoftankstations in 2025, aan de behoefte aan waterstofvoertuigen in de transportmarkt en aan het verminderen van de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen door vervoer.

Artikel

2.1.3

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.1.4

Aanvrager

Artikel

2.1.5

Subsidiabele kosten

Artikel

2.1.6

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt:

  • a.

    voor de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 3.000.000 per aanvraag;

  • b.

    voor de investering in de aanleg of opwaardering van een multimodaal waterstoftankstation: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 4.000.000 per aanvraag;

  • c.

    voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor de retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren: maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten, € 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000 per aanvraag en een maximum van:

    • i.

      € 60.000 per emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie N1;

    • ii.

      € 150.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N2 dat voorzien is van een brandstofcel;

    • iii.

      € 50.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N2 dat voorzien is van een waterstofverbrandingsmotor;

    • iv.

      € 220.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N3, met een gewicht van minder dan 30.000 kilogram, dat voorzien is van een brandstofcel;

    • v.

      € 300.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N3, met een gewicht van ten minste 30.000 kilogram, dat voorzien is van een brandstofcel;

    • vi.

      € 70.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N3, met een gewicht van minder dan 30.000 kilogram, dat voorzien is van een waterstofverbrandingsmotor;

    • vii.

      € 100.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie N3, met een gewicht van ten minste 30.000 kilogram, dat voorzien is van een waterstofverbrandingsmotor;

    • viii.

      € 100.000 per emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1;

    • ix.

      € 150.000 per emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M2;

    • x.

      € 300.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie M3 dat voorzien is van een brandstofcel;

    • xi.

      € 100.000 per emissievrij zwaar waterstofvoertuig van categorie M3 dat voorzien is van een waterstofverbrandingsmotor;

    • d.

      voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, of voor retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren: maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000 per aanvraag en een maximum van:

      • i.

        € 100.000 per emissievrije overslagmachine die voorzien is van een brandstofcel;

      • ii.

        € 100.000 per vorkheftruck van meer dan 5 ton hefvermogen die voorzien is van een brandstofcel;

      • iii.

        € 100.000 per verreiker die voorzien is van een brandstofcel;

      • iv.

        € 300.000 per pushbacktruck die voorzien is van een brandstofcel;

      • v.

        € 300.000 per terminaltrekker die voorzien is van een brandstofcel;

    • e.

      Indien de aanvraag zowel de aanschaf of retrofitting bedoeld in onderdeel c als de aanschaf of retrofitting bedoeld in onderdeel d betreft, kan de subsidie voor beide activiteiten samen niet hoger zijn dan het maximum per aanvraag, genoemd in onderdeel c of d.

Artikel

2.1.7

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

2.1.8

Rangschikkingscriteria

Artikel

2.1.9

Aanvraagperiode

Artikel

2.1.10

Aanvraag

Artikel

2.1.10a

Aanvraag aanleg of opwaardering waterstoftankstation

Artikel

2.1.10b

Aanvraag aanschaf nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen

Artikel

2.1.10c

Aanvraag retrofitting emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen

Artikel

2.1.10d

Aanvraag uitsluitend aanschaf of retrofitting emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen

Indien de aanvraag uitsluitend de subsidiabele activiteiten betreft, bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, verstrekt de aanvrager in aanvulling op de gegevens, bedoeld in de artikelen 2.1.10b en 2.1.10c de volgende gegevens en bescheiden:

  • a.

    een onderbouwing waaruit aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 blijkt dat de exploitant van het waterstoftankstation de basisafname behaalt, of na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen;

  • b.

    de voor de subsidiabele activiteit benodigde omgevingsvergunning waaruit in elk geval blijkt dat het waterstoftankstation:

    • i.

      een minimale dagcapaciteit heeft van 1.000 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten;

    • ii.

      toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;

  • c.

    indien het waterstoftankstation openbaar toegankelijk is, toont de aanvrager aan dat het waterstoftankstation:

    • i.

      in elk geval beschikt over een tankpunt van 350 bar en een tankpunt van 700 bar;

    • ii.

      beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:

      • betaalkaartlezers;

      • apparatuur voor contactloos betalen die ten minste in staat is betaalkaarten te lezen;

    • iii.

      voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is.

Artikel

2.1.11

Afwijzingsgronden

Artikel

2.1.12

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.1.13

Voorschot

Artikel

2.1.14

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.1.15

Gewijzigde vaststelling en terugvordering

Paragraaf

2.2

Publieke laadinfrastructuur zwaar vervoer

Artikel

2.2.1

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • afrit: het punt waar uitwisseling kan plaatsvinden tussen een A- of N-weg en het onderliggend wegennet;

  • hernieuwbare elektriciteit: elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • ingang: het punt waarop de toegangsweg overgaat in het terrein waarop de laadinfrastructuur staat of komt te staan;

  • laadinfrastructuur: oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • laadlocatie: locatie met een of meer laadstations met daarbij behorende laadplekken of laadparkeervakken;

  • laadpunt: laadpunt als bedoeld in artikel 2, punt 48, van verordening 2023/1804;

  • laadstation: laadstation als bedoeld in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804;

  • stationaire batterij: systeem voor het opslaan en op een later tijdstip leveren van elektriciteit, dat zich niet bevindt in een elektrisch voertuig, maar wel communiceert met het laadstation;

  • zwaar elektrisch wegvervoer: wegvervoer door elektrische voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening 2018/858.

Artikel

2.2.2

Doel van de subsidie

Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen gericht op versnelling van de uitrol van publiek toegankelijke laadinfrastructuur voor zwaar elektrisch wegvervoer.

Artikel

2.2.3

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.2.4

Aanvrager

Artikel

2.2.5

Subsidiabele kosten

Artikel

2.2.6

Hoogte subsidie

Artikel

2.2.7

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

2.2.8

Aanvraagperiode

Een aanvraag tot subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf kan worden ingediend:

  • a.

    van 1 oktober 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur;

  • b.

    van 13 mei 2025, 9.00 uur tot en met 19 december 2025, 12.00 uur;

  • c.

    van dinsdag 3 februari 2026, 9.00 uur tot en met vrijdag 18 december 2026, 12.00 uur.

Artikel

2.2.9

Aanvraag

Artikel

2.2.10

Afwijzingsgronden

Artikel

2.2.11

Subsidieverstrekking

Op grond van artikel 16 van het Kaderbesluit zijn de regels inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing op subsidies van € 125.000 of meer.

Artikel

2.2.12

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.2.13

Voorschot

De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 80 procent van het totaal verleende bedrag.

Artikel

2.2.14

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.2.15

Gewijzigde vaststelling en terugvordering

Paragraaf

2.3

Private laadinfrastructuur elektrische voertuigen

Artikel

2.3.1

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • AC laadstation: laadstation als bedoel in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804 zonder ingebouwde converter;

  • OV-concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 van een concessie voor openbaar busvervoer;

  • DC laadstation: laadstation als bedoel in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804 met ingebouwde converter;

  • duopaal: AC laadstation met twee laadpunten die gelijktijdig een vermogen vanaf 11 kW per laadpunt kunnen leveren;

  • exploitant van laadinfrastructuur: onderneming waarvan de activiteiten op de locatie in hoofdzaak bestaan uit het via laadinfrastructuur of tankstations aanbieden van elektriciteit of brandstoffen aan derden;

  • hernieuwbare elektriciteit: elektriciteit als bedoeld in artikel 2, punt 102 quinquies, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • laadinfrastructuur: oplaadinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, punt 102bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • laadlocatie: locatie met een of meer laadstations met daarbij behorende laadplekken of laadparkeervakken;

  • laadpunt: laadpunt als bedoeld in artikel 2, punt 48, van verordening 2023/1804;

  • laadstation: laadstation als bedoeld in artikel 2, punt 52, van verordening 2023/1804;

  • MIA: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009;

  • stationaire batterij: systeem voor het opslaan en op een later tijdstip leveren van elektriciteit, dat zich niet bevindt in een elektrisch voertuig, maar wel communiceert met het laadstation.

Artikel

2.3.2

Doel van de subsidie

Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van investeringen gericht op versnelling van de uitrol van private laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.

Artikel

2.3.3

Subsidiabele activiteiten

Artikel

2.3.4

Aanvrager

Artikel

2.3.5

Subsidiabele kosten

Artikel

2.3.6

Hoogte subsidie

Artikel

2.3.7

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

2.3.7a

Subsidieplafond en wijze van verdelen 2025

Artikel

2.3.7b

Subsidieplafond en wijze van verdelen 2026

Artikel

2.3.7c

Gereserveerd voor subsidieplafonds voor het jaar 2027.

Artikel

2.3.7d

Gereserveerd voor subsidieplafonds voor het jaar 2028.

Artikel

2.3.8

Aanvraagperiode

Artikel

2.3.9

Aanvraag algemeen

Artikel

2.3.10

Aanvraag advisering

Vervallen

Artikel

2.3.11

Aanvraag aanleg laadinfrastructuur onder € 25.000

Artikel

2.3.12

Aanvraag aanleg laadinfrastructuur vanaf € 25.000

Artikel

2.3.13

Afwijzingsgronden

Artikel

2.3.14

Subsidieverstrekking

Artikel

2.3.15

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.3.16

Voorschot

Indien de subsidieverlening € 25.000 of meer bedraagt, verstrekt de Minister gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 50 procent van het totaal verleende bedrag.

Artikel

2.3.17

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.3.17a

Gewijzigde vaststelling en terugvordering

Artikel

2.3.18

Staatssteun

Subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste of derde lid, wordt:

  • a.

    verleend op basis van de de-minimisverordening indien de aangevraagde subsidie minder dan € 25.000 bedraagt;

  • b.

    in andere gevallen verleend op basis van artikel 36bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Paragraaf

2.4

Emissieloze touringcars

Artikel

2.4.1

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, van een concessie voor openbaar busvervoer;

  • emissieloos: emissieloos als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • emissieloze touringcar: emissieloos batterij-elektrisch motorvoertuig dat blijkens het kentekenregister of een aantekening op het kentekenbewijs is goedgekeurd voor een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur;

  • groep: groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;

  • kleine onderneming: kleine onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • middelgrote onderneming: mkb-onderneming die niet kwalificeert als kleine onderneming;

  • nieuwe emissieloze touringcar: emissieloze touringcar waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling, gelijk zijn;

  • offerte: formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuwe emissieloze touringcar, opgesteld op verzoek van de aanvrager;

  • openbaar busvervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer met een bus volgens een dienstregeling.

Artikel

2.4.2

Doel van de subsidie

Deze paragraaf heeft tot doel het stimuleren van de aanschaf van nieuwe emissieloze touringcars door ondernemingen teneinde de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen.

Artikel

2.4.3

Subsidiabele activiteiten

De minister kan aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissieloze touringcars van categorie M3.

Artikel

2.4.4

Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een concessiehouder;

  • b.

    een andere onderneming die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en die een vestiging in Nederland heeft.

Artikel

2.4.5

Subsidiabele kosten

De kosten die op grond van artikel 36ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen, zijn subsidiabel.

Artikel

2.4.6

Hoogte subsidie

Artikel

2.4.7

Subsidieplafond en wijze van verdelen

Artikel

2.4.8

Aanvraagperiode

Een aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kan worden ingediend:

  • a.

    in 2025 van 11 februari 2025, 9.00 uur tot en met 30 mei 2025, 12.00 uur;

  • b.

    in 2026 van 10 februari 2026, 9.00 uur tot en met 30 november 2026, 17.00 uur.

Artikel

2.4.9

Aanvraag

Artikel

2.4.10

Afwijzingsgronden

Artikel

2.4.11

Subsidieverstrekking

Op grond van artikel 16 van het Kaderbesluit zijn de regels inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing op subsidies van € 125.000 of meer.

Artikel

2.4.12

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

2.4.13

Voorschot

Gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening wordt 70% van het subsidiebedrag als voorschot verstrekt.

Artikel

2.4.14

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

2.4.15

Gewijzigde vaststelling en terugvordering

Hoofstuk

3

Slotbepalingen

Artikel

3.1

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024 en vervalt met ingang van 1 juli 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de laatstgenoemde datum zijn aangevraagd.

Artikel

3.2

Evaluatie

De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de effecten van de door hem op grond van deze regeling uitgevoerde activiteiten, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Artikel

3.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, M.G.J. Harbers

Bijlage

1

bij artikel 2.1.8, zevende en achtste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Deze lijst betreft gemeenten die:

1) een stedelijk knooppunt zijn, of

2) een zero-emissiezone hebben ingesteld of aangekondigd,

waarvoor, in beide gevallen, geen openbaar toegankelijk waterstoftankstation operationeel is dat voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdelen e en f, en op grond van paragraaf 2.1 geen subsidie is verleend voor de aanleg van een openbaar toegankelijk waterstoftankstation.

gemeente Almere

gemeente Alphen aan den Rijn

gemeente Apeldoorn

Gemeente Assen

gemeente Delft

gemeente Den Bosch

gemeente Den Haag

gemeente Dordrecht

gemeente Ede

gemeente Emmen

gemeente Enschede

gemeente Gouda

gemeente Leeuwarden

gemeente Leiden

gemeente Maastricht

gemeente Middelburg

gemeente Tilburg

gemeente Zoetermeer

Bijlage

2

bij artikel 2.1.8, derde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Punten ten behoeve van de criteria genoemd in het eerste lid:

a. inzet financiële middelen

A/B(=x*y): A. gevraagd subsidiebedrag gedeeld door B. (=x. dagcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel b, * y. aantal tankpunten)

De uitkomst van de invulling delen door 20. Dit getal wordt als percentage in mindering gebracht op de maximale score van 70 punten

b. fase vergunningaanvraag

vergunning is aangevraagd

1 punt

vergunning is verleend

5 punten

vergunning is onherroepelijk

10 punten

c. dagcapaciteit en opschaalbaarheid

Dagcapaciteit van 1.000 kg, of vergunning daarvoor aanwezig

1 punt

Dagcapaciteit van 1.500 kg, of vergunning daarvoor aanwezig

3 punten

Dagcapaciteit van 2.000 kg of meer, of vergunning daarvoor aanwezig

5 punten

d. aantal onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten

Twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten

0 punten

Drie of meer onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten

5 punten

e. openbaar toegankelijk waterstoftankstation

10 punten

Bijlage

3

bij artikel 2.1.10a, aanhef en eerste lid, onderdeel c, en artikel 2.1.10d, aanhef en onderdeel a, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

N1

3 kg/d

N2

8,2 kg/d

N3 maximummassa van de combinatie < 30 ton

15 kg/d

N3 maximummassa van de combinatie vanaf 30 ton

25 kg/d

M1

3,5 kg/d

M2

6,6 kg/d

M3

21 kg/d

Overslagmachines

10 kg/d

Vorkheftrucks ≥ 5 ton hefvermogen

20 kg/d

Verreikers

10 kg/d

Pushbacktrucks

40 kg/d

Terminaltrekker

30 kg/d

Bijlage

4

bij artikel 2.2.10, tweede lid, en artikel 2.2.7, derde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

De tweecijferige postcode betreft de eerste twee cijfers van de postcode

Bijlage

5

behorend bij artikel 2.3.6, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

AC laadstation met een vermogen vanaf 11 kW

€ 2.000

€ 400

€ 800

AC laadstation duopaal met een vermogen vanaf tweemaal 11 kW

€ 4.000

€ 800

€ 1.600

AC laadstation met een vermogen vanaf 43 kW

€ 4.400

€ 880

€ 1.760

AC laadstation duopaal met een vermogen vanaf tweemaal 43 kW

€ 8.800

€ 1.760

€ 3.520

DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW

€ 9.750

€ 1.950

€ 3.900

DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW

€ 24.400

€ 4.880

€ 9.760

DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW

€ 44.250

€ 8.850

€ 17.700

DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW

€ 61.000

€ 12.200

€ 24.400

DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW

€ 77.500

€ 15.500

€ 31.000

DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW of tweemaal 175 kW

€ 131.250

€ 26.250

€ 52.500

DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of tweemaal 275 kW

€ 220.000

€ 44.000

€ 88.000