Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
apparaatskosten: kosten van provincies en partners, die samenhangen met de regievoering van voorbereiding en uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma;
-
goede staat: staat van een natuurgebied waarin de condities aanwezig zijn voor een duurzaam behoud van de voornaamste kenmerken van de daarin gelegen habitattypen of leefgebieden van soorten, zodanig dat het natuurgebied bij kan dragen aan het bereiken of behouden van een gunstige staat van instandhouding voor een habitat of een soort als bedoeld in artikel 1, onder e en i, van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG 1992, L 372) of een niveau van instandhouding als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010, L 20);
-
herstelstrategie: pakket aan maatregelen dat ertoe moet leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied op termijn worden gehaald;
-
minister: Minister voor Natuur en Stikstof;
-
Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en waar stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten voorkomen;
-
natuurdoelanalyse: ecologische (ex ante) beoordeling op basis van beschikbare informatie met als doel te bepalen of de te verwachte stikstofreductie voor een specifiek natuurgebied in samenhang met de uit te voeren natuurherstelmaatregelen bijdraagt aan of leidt tot bereik van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied of van een goede staat van een natuurgebied dat buiten een Natura 2000-gebied is gelegen;
-
natuurgebied: Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten en een buiten een Natura 2000-gebied gelegen gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland met stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten;
-
Natuurnetwerk Nederland: netwerk van gebieden als bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
-
Natuurpact: Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland van 18 september 2013, (Kamerstukken II 2013/14, 33 576, nr. 6);
-
prioritaire opgave: opgave voor het verbeteren van natuurcondities in een natuurgebied, waar verslechtering van habitattypen of leefgebieden van soorten is geconstateerd of niet is uit te sluiten dan wel sprake is van een zeer ongunstige staat van instandhouding;
-
Provinciaal Uitvoeringsprogramma: programma van de provincie dat de gebiedsgerichte uitwerking bevat van het beleid om uitvoering te geven aan het Uitvoeringsprogramma Natuur, dat maatregelen bevat om de condities van stikstofgevoelige habitats in natuurgebieden te verbeteren en dat is geactualiseerd voor de periode 2024–2032;
-
sleutelhectares: te verwerven areaal in het Natuurnetwerk Nederland dat noodzakelijk is om in samenhang met reeds verworven areaal een gebied daadwerkelijk te kunnen inrichten voor de ontwikkeling van relevante natuurbeheertypen of te verwerven of in te richten areaal dat anderszins in belangrijke mate bij kan dragen aan de realisatie van beoogde natuurbeheertypen;
-
stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten: habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen en waarvoor de kritische depositiewaarde lager is dan 34 kg N/ha/jaar of 2.400 mol/ha/jaar en waarvan de kritische depositiewaarde dreigt te worden overschreden;
-
Uitvoeringsprogramma Natuur: programma dat zich richt op natuurherstel in de overbelaste stikstofgevoelige natuurgebieden, zoals beschreven in de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Tweede Kamer van 8 december 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 33 576, nr. 216);
-
uitvoeringsactiviteiten: activiteiten van provincies en partners in het kader van het doel, de aanpak of de beoogde resultaten, beschreven in een Provinciaal Uitvoeringsprogramma, waaronder de aanleg van bos in het kader van boscompensatie voor bosgebied dat vanaf 1 januari 2017 is gekapt of dat vóór 2030 nog gekapt gaat worden voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen in Natura 2000-gebieden, alsmede werkzaamheden in het kader van onderzoek en analyse, administratie en toezicht op die activiteiten.