Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 10 augustus 2024, nr. WJZ/ 63120441, houdende de subsidiëring van de realisatie en exploitatie van grootschalige productie -installaties voor waterstof (Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse)

Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • directe lijn: directe lijn als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • direct gekoppelde waterstofproductie-installatie: waterstofproductie-installatie als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1°;

  • dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie: waterstofproductie als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3°;

  • exploitatiesubsidiebedrag: bedrag van het exploitatiesubsidiedeel overeenkomstig artikel 6.4;

  • exploitatiesubsidiedeel: subsidiedeel als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b;

  • garantie van oorsprong voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen: garantie van oorsprong voor elektriciteit als bedoeld in artikel 2.57, eerste lid, van de Energiewet;

  • garantie van oorsprong voor hernieuwbare waterstof: garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen, zijnde waterstof, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong;

  • investeringssubsidiebedrag: bedrag van het investeringssubsidiedeel overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.3;

  • investeringssubsidiedeel: subsidiedeel als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel a;

  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • netgekoppelde waterstofproductie-installatie: waterstofproductie-installatie als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2°;

  • nominaal elektrisch inputvermogen van de elektrolyser: door de leverancier aangegeven maximale gelijkstroomvermogen in MW van de elektrolyser dat onder nominale condities kan worden benut voor de productie van waterstof bij continu gebruik aan het begin van de levensduur;

  • onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof: productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof overeenkomstig artikel 6.11;

  • richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);

  • samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;

  • transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit: transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit: transmissie- of distributiesysteembeheerder voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184: gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie van 10 februari 2023 ter aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong (PbEU L 157/11);

  • gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185: gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185 van de Commissie van 10 februari 2023 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van een minimumdrempel voor broeikasgasemissiereducties door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof en door de methode te specificeren voor de beoordeling van broeikasgasemissiereducties door hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong en door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof (PbEU L 157/20);

  • waterstofproductie-installatie: productie-installatie voor het produceren van waterstof, bestaande uit een elektrolyser en de voor de productie van waterstof benodigde randapparatuur.

§

2

Criteria voor subsidieverstrekking

Artikel

2.1

Verstrekken van subsidie

Artikel

2.2

Criteria

Artikel

2.3

Volledig hernieuwbare waterstof

§

3

Algemene bepalingen over de aanvraag voor subsidieverlening en de besluitvorming daarover

Artikel

3.1

Verdeling subsidieplafond

Artikel

3.2

Rangschikkingsbedrag €/MW

Artikel

3.3

Gegevens aanvraag

Artikel

3.4

Gegevens subsidieparameters

Artikel

3.5

Omgevingsvergunningen

Artikel

3.6

Haalbaarheidsstudie

Artikel

3.7

Toestemming eigenaar locatie

Artikel

3.8

Transportindicatie elektriciteit

Artikel

3.9

Toestemming informatieverstrekking gemandateerden

Artikel

3.10

Beslistermijn aanvraag subsidie

Artikel

3.11

Afwijzingsgronden

Artikel

3.12

Toets passende stimulering

De minister kan al ontvangen of genoten overheidssteun of in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie of voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof in mindering brengen op de subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt, indien die steun er toe leidt dat de totale voor de waterstofproductie-installatie verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan op grond van de verplichtingen die voor de Staat gelden krachtens een verdrag.

Artikel

3.13

Transparantiebepaling

De minister maakt binnen zes maanden na de subsidieverlening de informatie bekend, bedoeld in paragraaf 3.2.1.14, onderdeel 58, aanhef en subonderdeel b, van de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PbEU 2022/C 80/01).

§

4

Verplichtingen voor de subsidieontvanger

Artikel

4.1

Certificaat volledig hernieuwbare waterstof en ≥ 70% broeikasgasemissiereductie

Artikel

4.2

Verklaring volledig hernieuwbare waterstof en ≥ 70% broeikasgasemissiereductie

Artikel

4.3

Realisatie- en ingebruiknametermijn

Artikel

4.4

Ontheffing

Artikel

4.5

Waterstofproductie-installatie in Nederland

De waterstofproductie-installatie wordt in stand gehouden in Nederland, de territoriale zee of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.

Artikel

4.6

Voortgangsverslag realisatie waterstofproductie-installatie

Artikel

4.7

Eindverslag realisatie waterstofproductie-installatie

Artikel

4.8

Overzicht kosten en baten toets passende stimulering

Artikel

4.9

Voortgangsverslag productie waterstof

Artikel

4.10

Kennisverspreiding

De minister kan de voortgangsverslagen, bedoeld in de artikelen 4.6 en 4.9, en het eindverslag, bedoeld in artikel 4.7, gebruiken voor openbare, brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die zijn opgedaan.

Artikel

4.11

Overige gegevensverstrekking

Artikel

4.12

Evaluatieverplichting

De subsidieontvanger verleent tot en met vijf jaar na de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie door de minister van de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

§

5

Investeringssubsidiedeel

Artikel

5.1

Toepassingsbereik paragraaf 5

Deze paragraaf is van toepassing op het investeringssubsidiedeel.

Artikel

5.2

Berekeningswijze investeringssubsidiebedrag

Het bedrag van het investeringssubsidiedeel is de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.4.

Artikel

5.3

Maximum investeringssubsidiebedrag

Het investeringssubsidiebedrag bedraagt:

  • a.

    ten hoogste 80% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.2;

  • b.

    indien voor de realisatie van de waterstofproductie-installatie al een subsidie is verstrekt op grond van een andere regeling dan op grond van deze regeling, ten hoogste 80% van de som van de subsidiabele kosten van realisatie van de waterstofproductie-installatie, bedoeld in artikel 5.2, verminderd met de al verstrekte subsidie, met dien verstande dat in het geval de uitkomst van deze berekening negatief is, als investeringssubsidiebedrag € 0,00 wordt aangehouden.

Artikel

5.4

Subsidiabele kosten realisatie waterstofproductie-installatie

Artikel

5.5

Verstrekken voorschotten

Artikel

5.6

Berekeningswijze voorschotten

Artikel

5.7

Bijstellen voorschotten

§

6

Exploitatiesubsidiedeel

Artikel

6.1

Toepassingsbereik paragraaf 6

Deze paragraaf is van toepassing op het exploitatiesubsidiedeel.

Artikel

6.2

Gegevens beschikking subsidieverlening

In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval opgenomen:

  • a.

    de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat;

  • b.

    de productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof;

  • c.

    de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat;

  • d.

    de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg, berekend met de formule:

    jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof = totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg, bedoeld in onderdeel c : periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat in kalenderjaren;

  • e.

    de maandelijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg, berekend met de formule:

    maandelijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof = jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, bedoeld in onderdeel d : 12.

Artikel

6.3

Startdatum periode exploitatiesubsidiedeel

Artikel

6.4

Berekeningswijze exploitatiesubsidiebedrag

Artikel

6.5

Maximum exploitatiesubsidiebedrag

Het maximum exploitatiesubsidiebedrag wordt berekend met de formule:

de totale hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof in kg in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat x (productieprijs van volledig hernieuwbare waterstof – de door de minister vastgestelde ondergrens van het correctiebedrag per kg waterstof).

Artikel

6.6

Gebankte onderproductie

Artikel

6.7

Gebankte overproductie

Indien in een kalenderjaar meer kg volledig hernieuwbare waterstof is geproduceerd dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, wordt die te veel geproduceerde kg tot een hoeveelheid van ten hoogste 25% van de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof aangemerkt als zijnde geproduceerd in een volgend kalenderjaar, indien in dat volgende kalenderjaar de hoeveelheid geproduceerde volledig hernieuwbare waterstof in kg lager is dan de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof, inclusief de op grond van artikel 6.6 toegevoegde te produceren volledig hernieuwbare waterstof.

Artikel

6.8

Verstrekken voorschotten

Artikel

6.9

Verstrekken maandelijks bedragen

Artikel

6.10

Bijstellen voorschotten

Artikel

6.11

Productieprijs volledig hernieuwbare waterstof

Artikel

6.12

Definitief correctiebedrag

Artikel

6.13

Voorlopig correctiebedrag

Artikel

6.14

Hernieuwbare-stroomafnameovereenkomsten

Indien sprake is van een netgekoppelde waterstofproductie-installatie of een dubbelgekoppelde waterstofproductie-installatie verstrekt de minister alleen een voorschot indien het eindverslag, bedoeld in artikel 4.7, vergezeld gaat van de hernieuwbarestroomafnameovereenkomsten voor wind- of zonne-energie voor de elektriciteit die gedurende de eerste vijf jaar zal worden gebruikt voor de productie van volledig hernieuwbare waterstof.

§

7

Subsidievaststelling

Artikel

7.1

Aanvraag subsidievaststelling

Artikel

7.2

Subsidievaststelling

§

8

Slotbepalingen

Artikel

8.1

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

8.2

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

Bijlage

bij artikel 5.6 (werkwijze berekening voorschotten investeringssubsidiedeel)

Een voorschot voor het investeringssubsidiedeel wordt als volgt berekend:

  • 1.

    Uitgangspunt is telkens de periode tussen de mijlpalen zoals die zijn opgenomen in het projectplan. De start van de activiteiten, bedoeld in artikel 5.5, derde lid, wordt daarbij als eerste mijlpaal beschouwd.

  • 2.

    Bepaald wordt welke periode tussen twee mijlpalen binnen het kwartaal vallen waarvoor een voorschot wordt verleend. De subsidiabele kosten in de periode tussen die twee mijlpalen komen voor voorschot in dat kwartaal in aanmerking.

  • 3.

    Indien de periode tussen twee mijlpalen meer dan één kwartaal beslaat, worden de subsidiabele kosten van die periode tussen die twee mijlpalen evenredig verdeeld over de betreffende kwartalen.