Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 september 2024, nr. 2024-48050080, houdende de instelling van de Opvolgingscommissie Dansen (Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen)

Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    commissie: Opvolgingscommissie Dansen, bedoeld in artikel 2;

  • c.

    ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • d.

    ministeries: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport;

  • e.

    dg’s: Directeur-Generaal Cultuur en Media, Directeur-Generaal Hoger Onderwijs, Beroepsonderwijs, Wetenschap en Emancipatie, Directeur-Generaal Volksgezondheid;

  • f.

    alliantie: Alliantie Dans Veilig;

  • g.

    stuurgroep: stuurgroep Alliantie Dans Veilig;

  • h.

    expertgroepen: expertgroepen Alliantie Dans Veilig.

  • i.

    onderzoek Schaduwdansen: ‘Schaduwdansen. Een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in het dansen’.

Artikel

2

Instelling en taak

Artikel

3

Samenstelling, benoeming, ontslag

Artikel

4

Leden

Artikel

5

Instellingsdatum

Artikel

6

Secretariaat

Artikel

7

Werkwijze

Artikel

8

Inwinnen van inlichtingen

Artikel

9

Vergoeding

Artikel

10

Kosten van de commissie

Artikel

11

Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Erfgoed en Kunsten van het ministerie.

Artikel

12

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst, en werkt daarbij terug tot 1 januari 2024.

Artikel

13

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen.

Dit besluit wordt met de daarbij behorende bijlage en toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

Bijlage

1

Belangenverklaringen van de leden van de commissie

Naam, voorzitter of lid

Vragenlijst inzake relaties, belangen en nevenfuncties

Deze vragenlijst is bedoeld om inzicht te krijgen in de relaties, belangen en nevenfuncties van u als lid van een commissie. Het formulier bevat tevens een check op de Wet Normering Topinkomens. Gelieve alle gele velden in te vullen.

Deze vragenlijst bevat vragen over uw huidige werkkring en nevenfuncties en over directe en indirecte belangen die kunnen leiden tot mogelijke beïnvloeding. Bij de beoordeling speelt mede een rol of de schijn van vooringenomenheid kan ontstaan. Dat kan namelijk zowel beschadigend zijn voor het gezag (van het advies) van de commissie als uw eigen reputatie. Als u twijfelt of u een bepaalde affiliatie moet melden, vraagt u zich dan af hoe deze op het algemene publiek zou overkomen. Deze vragenlijst is een formaliteit om er zeker van te zijn dat alles volgens de regelgeving verloopt.

Persoonlijke gegevens

Voorletters, naam en titulatuur:

Hoofdfunctie(s)

Graag functienaam en werkgever vermelden en bij meerdere functies de omvang per functie.

  • functienaam, werkgever, fte

Nevenwerkzaamheden

Graag kort per functie de werkzaamheden vermelden en of deze betaald of onbetaald zijn.

  • Functie, bezoldigd of onbezoldigd

Denkt u dat u met uw lidmaatschap van de commissie in combinatie met uw andere betaalde werkzaamheden onder het maximum blijft dat de wet normering topinkomens hanteert inzake de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector? (zie voor maxima 2024: https://www.topinkomens.nl/actueel/bezoldigingsmaxima)

Ja/nee

Vragenlijst

Deze vragenlijst gaat over uw financiële en zakelijke belangen, persoonlijke relaties en overige belangen. Bij de beantwoording kunt u onderstaande vragen in het achterhoofd houden, maar u hoeft deze niet te beantwoorden.

  • Welke inschatting zou een onpartijdige burger maken van de omstandigheden of situatie?

  • Kan uw betrokkenheid bij deze commissie of de te geven adviezen twijfels oproepen over uw integriteit of die van uw organisatie?

  • Als u iemand anders in deze situatie zou zien, zou u dan vermoeden dat er sprake zou zijn van een geval van belangenverstrengeling?

  • Als u een advies zou geven als commissielid, zou u er dan problemen mee hebben als uw collega’s of de samenleving zich bewust werden van uw andere belangen?

  • Hoe zou u zich voelen als er aandacht zou worden besteed in de media?

  • Indien er een nauwkeurig onderzoek zou worden uitgevoerd inzake de door u voorgestelde beslissing, kan hier een uitkomst uitkomen die van publiek belang is?

Financiële en zakelijke belangen

Zou u, een persoon of een instelling die met u in verband kan worden gebracht, direct of indirect, financieel of zakelijk voor- of nadeel kunnen hebben van het door u gegeven advies in deze commissie of lidmaatschap van de commissie in bredere zin? Denk bij zakelijke belangen ook aan intellectueel eigendom, bescherming van de eigen reputatie/positie of de positie van de werkgever of andere belangenorganisaties.

Ja/nee

Persoonlijke relaties

Zijn er mensen uit uw directe omgeving die baat hebben of schade kunnen ondervinden bij een bepaalde uitkomst van de adviezen van de commissie? Denk bijvoorbeeld aan uw partner, ouders, (klein)kinderen, vrienden en naaste collega’s. Denk ook aan relaties in het verleden.

Ja/Nee

Heeft u enige persoonlijke of professionele gezichtspunten of vooroordelen die ertoe kunnen leiden dat anderen redelijkerwijs zouden kunnen concluderen dat u niet de juiste persoon bent om deze adviezen te geven?

Ja/Nee

Overige belangen

Zijn er bij u of in uw omgeving andere dan de hierboven beschreven belangen die, als ze bekend worden, u, de commissie, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de in verlegenheid kunnen brengen?

Ja/Nee

Conclusie:

Kunt u gelet op bovenstaande naar uw oordeel zitting nemen in de commissie?

Ja/Nee

Ondertekening

Ondergetekende:

Verklaart naar eer en geweten hierboven een opsomming te hebben gegeven van alle relevante relaties en belangen die hij/zij heeft;

Verklaart het direct te zullen melden indien er tussentijds sprake is van wijzigingen in de gemelde relaties en belangen.

Naam

Datum

Bijlage

2

Overeenkomst houdende vrijwaring

Ondergetekenden

  • 1.

    De Staat der Nederlanden vertegenwoordigd door ([functie]), waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag (hierna: de Staat);

    en

  • 2.

    De heer/mevrouw [x, vervangen door voorletters en achternaam], wonende te [woonplaats];

    De Staat en [x], tezamen aangeduid als Partijen;

nemen het volgende in overweging:

  • De Staat heeft een commissie in het leven geroepen die de aanbevelingen uit het Verinorm rapport Schaduwdansen monitort en adviseert over de planvorming, uitvoering, implementatie en borging hiervan (hierna: de Opvolgingscommissie Dansen). De Staat heeft [x] verzocht deze commissie voor te zitten;

Alternatief in geval van commissielid:

  • heeft [x] aangezocht met de vraag of hij/zij bereid zou zijn deel uit te maken van de Opvolgingscommissie Dansen;

    [x] heeft die vraag bevestigend beantwoord;

  • De benoeming van de leden van de Opvolgingscommissie Dansen en de formulering van de taken heeft plaatsgevonden bij het Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen en het Benoemingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen;

  • De vrijwaringsafspraken vinden hun grond in de wenselijkheid dat de voorzitter/een lid van de Opvolgingscommissie Dansen bij de uitoefening van de werkzaamheden niet belemmerd mag worden door de vrees voor claims of klachten van enigerlei partij die met die werkzaamheden, of het voorzitterschap/lidmaatschap van de Opvolgingscommissie Dansen, verband houden;

  • Partijen zijn in verband met het bovenstaande het volgende overeengekomen.

Vrijwaring

  • 1.1

    De Staat vrijwaart [x] ter zake van aanspraken van derden met betrekking tot het uitvoeren van de opdracht die is verleend in het Instellingsbesluit Opvolgingscommissie Dansen, tenzij er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van [x].

  • 1.2

    [x] brengt een aanspraak van een derde tot vergoeding van schade of enigerlei andere vordering, dan wel een (tucht)klacht van een derde, die verband houdt met het voorzitterschap/lidmaatschap van [x] van de Opvolgingscommissie Dansen en/of met de werkzaamheden die [x] vanwege dat voorzitterschap/lidmaatschap uitvoert of heeft uitgevoerd (welke aanspraak of enigerlei andere vordering, of (tucht)klacht, hierna gezamenlijk te worden aangeduid met de term ‘Aanspraak’) zo spoedig mogelijk ter kennis van de Staat.

  • 1.3

    [x] laat de leiding ten aanzien van het verweer tegen een Aanspraak over aan de Staat. Dit verweer zal wel met [x] worden afgestemd. Onder die leiding is ook begrepen de keuze voor de inschakeling van een advocaat en zo ja, wie. Het overlaten van de feitelijke leiding houdt tevens in dat [x] reeds nu voor alsdan onherroepelijke toestemming aan de Staat verleent om namens hem/haar in rechte verweer te (doen) voeren tegen een Aanspraak.

  • 1.4

    [x] verleent reeds nu voor alsdan een onherroepelijke volmacht aan de Staat om namens hem/haar een regeling in der minne te treffen met betrekking tot een Aanspraak. De hieruit voortvloeiende financiële verplichtingen zullen worden gedragen door de Staat.

  • 1.5

    Indien in rechte enigerlei bedrag aan schadevergoeding jegens [x] wordt toegewezen in verband met een Aanspraak, zal dit door de Staat worden voldaan. Indien als gevolg van een eventueel rechtsmiddel dit bedrag zou moeten worden gerestitueerd, zal de Staat dit namens [x] incasseren en als zijn/haar vertegenwoordiger vervolgens aan de Staat overdragen.

  • 1.6

    De aan de inschakeling van een advocaat verbonden kosten worden gedragen door de Staat.

    Hetzelfde geldt voor de kosten die verbonden zijn aan het voeren van een procedure (zoals griffierecht, kosten voor een deskundige of een eventuele proceskostenveroordeling).

  • 1.7

    De Staat zal bij het voeren van verweer en bij het eventueel treffen van een minnelijke regeling de redelijke belangen van [x] in acht nemen. [x] zal zijn/haar medewerking verlenen aan het voeren van verweer tegen een Aanspraak, ongeacht of dat in of buiten rechte is.

  • 1.8

    Het bepaalde in de artikelen 1.4, laatste zin, 1.5, eerste zin en 1.6 blijft buiten toepassing wanneer de Aanspraak het gevolg is geweest van opzettelijk onrechtmatig handelen of van grove schuld aan de zijde van [x]. De Staat kan, met een beroep hierop, ook overgaan tot terugvordering van hetgeen op grond van de artikelen 1.4, laatste zin, 1.5, eerste zin en 1.6 is betaald.

Toepasselijk recht

Deze overeenkomst is uitsluitend onderworpen aan Nederlands recht. Alle geschillen die in verband met deze overeenkomst ontstaan, geschillen over het bestaan en de geldigheid daarvan daaronder begrepen, zullen uitsluitend worden beslecht door de bevoegde rechter in Den Haag.

Ten bewijze waarvan:

Deze overeenkomst is ondertekend op de hieronder vermelde data:

  • 1.

    De Staat der Nederlanden 2. [x]

Vertegenwoordigd door

[Functie]

[Namens deze [y]]

Datum:

Datum:

Handtekening:

Handtekening: