Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 januari 2022;
en voor de gewijzigde versie op 27 maart 2023;

besluit:

Hoofdstuk

1

– Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Gebruikte begrippen

Artikel

1.2

Doel van de regeling

Met deze regeling stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die bijdragen aan meer en betere cultuureducatie. Dit is gekoppeld aan de onderwijsvisie van scholen in het primair, gespecialiseerd, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Artikel

1.3

Subsidieplafond en flexibiliteit

Artikel

1.4

Algemene weigeringsgronden

Artikel

1.5

Voorwaarden en beperkingen

Artikel

1.6

Verplichtingen

Artikel

1.7

Indieningsvereisten

Artikel

1.8

Beoordelen aanvragen

Artikel

1.9

Voorschotten

Artikel

1.10

Verantwoording en vaststelling

Hoofdstuk

2

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1. Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven. Op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend subsidie verstrekt voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel

2.1

Gebruikte begrippen

Artikel

2.2

Doel en effecten

Op grond van dit hoofdstuk kan subsidie worden aangevraagd voor een meerjarig project. Dit project is gericht op meer en betere cultuureducatie in het primair, gespecialiseerd en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in Caribisch Nederland. Scholen, culturele partners en de penvoerder werken samen in het ontwikkelen en uitvoeren van cultuureducatie die is gekoppeld aan de visie van de scholen.

  • 1.

    Met de bepalingen in dit hoofdstuk stimuleert het Fonds projecten die gericht zijn op het bereiken van de volgende effecten:

    • a.

      effect a: Creatieve ontplooiing;

    • b.

      effect b: Verbinding;

    • c.

      effect c: Samenwerking;

    • d.

      effect d: Visieontwikkeling;

    • e.

      effect e: Kansengelijkheid.

Artikel

2.3

Wie kan aanvragen?

Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een in het Caribische deel van Nederland gevestigde:

  • a.

    rechtspersoon, die zich inzet voor cultuureducatie en beschikt over een adhesiebetuiging; en

  • b.

    de aanvrager is gevestigd op het eiland waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

Artikel

2.4

Waarvoor kan worden aangevraagd

Subsidie kan alleen worden aangevraagd voor:

  • a.

    het ontwikkelen van cultuureducatie waarbij de school en culturele partner samenwerken aan het project. Dit project is gekoppeld aan de onderwijsvisie van de scholen;

  • b.

    de deskundigheidsbevordering voor culturele partners, leerkrachten en penvoerder;

  • c.

    het uitwerken van een goed werkende infrastructuur voor duurzame cultuureducatie op de scholen;

Met aandacht voor:

  • d.

    het doorgeven van lokaal immaterieel erfgoed aan nieuwe generaties;

  • e.

    waar mogelijk het gebruik van digitale technologie om bovenstaande te bevorderen.

Artikel

2.5

Hoogte van de subsidie

Voor een project:

  • a.

    kan per eiland een vastgesteld bedrag worden aangevraagd. Dat is voor:

    • i.

      Bonaire: € 580.183

    • ii.

      Sint Eustatius: € 231.016

    • iii.

      Saba: € 212.801

  • b.

    bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten.

Artikel

2.6

Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. In de toelichting is uiteengezet op welke wijze die worden getoetst:

  • a.

    inhoudelijke kwaliteit; en

  • b.

    organisatorische kwaliteit.

Artikel

2.7

Indieningsvereisten

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier op tijd is ontvangen en vergezeld gaat van:

  • a.

    een adhesiebetuiging van het openbaar lichaam;

  • b.

    een projectplan;

  • c.

    een begroting;

  • d.

    een lijst met beoogde samenwerkingspartners, met een toelichting op de taak- en rolverdeling van partners;

  • e.

    een recent bankafschrift waarmee het bankrekeningnummer geverifieerd kan worden;

  • f.

    in geval van een nieuwe penvoerder: de jaarrekeningen 2021, 2022 en 2023; en

  • g.

    in geval van (een samenwerking met) een culturele instelling die gesubsidieerd wordt uit de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2025–2028: een toelichting op de reguliere taken voor cultuureducatie.

Artikel

2.8

Indieningstermijnen

Artikel

2.9

Beoordelen aanvragen

Aanvragen die voldoen aan de eisen van de regeling, worden aan een interne adviescommissie voorgelegd voor advies. Aanvragen die niet voldoen aan de regeling kunnen worden afgewezen zonder de een adviescommissie om advies te vragen.

Artikel

2.10

Voorschotten

Zo spoedig mogelijk na het verzenden van het subsidieverleningsbesluit betaalt het Fonds 40% van de subsidie uit. In jaar 2 en 3 zal jaarlijks 30% worden voorgeschoten.

Artikel

2.11

Specifieke weigeringsgronden

Onverminderd de overige weigeringsgronden, wordt de subsidieaanvraag geweigerd als:

  • a.

    er minder dan een halve formatieplaats per jaar is opgenomen aan coördinatiekosten op de begroting;

  • b.

    de penvoerder een eigen subsidieregeling gebruikt om de verkregen subsidie van het Fonds te verdelen onder de partners;

  • c.

    er is voor het betreffende eiland al subsidie is verleend binnen dit hoofdstuk van de regeling.

Artikel

2.12

Bijzondere verplichtingen

Artikel

2.13

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de projecten in dit hoofdstuk tezamen is € 1.024.000.

Hoofdstuk

3

– Curaçao, Aruba en Sint-Maarten

De artikelen in dit hoofdstuk zijn verbijzonderde bepalingen ten aanzien van de artikelen in hoofdstuk 1. Bij meerdere artikelen is in de toelichting een aanvullende uitleg gegeven. Op grond van dit hoofdstuk wordt uitsluitend subsidie verstrekt voor Verkenningen en Projecten.

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

3.1

Gebruikte begrippen

Aanvullend op hoofdstuk 1 gebruiken we in dit hoofdstuk ook onderstaande begrippen:

  • a.

    Primair onderwijs: het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs dat door het Rijk of de overheid wordt gefinancierd;

  • b.

    Professional: Een natuurlijk persoon die

    • (1)

      ten minste een parttime aanstelling bij een organisatie heeft;

    • (2)

      vakbekwaam is door afgestudeerd te zijn aan een erkende opleiding;

    • (3)

      als zelfstandige minimaal twee jaar als ondernemer wordt beschouwd door de Belastingdienst en inschreven staat bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare organisatie en/of financiering ontvangt van op professionals gerichte instanties zoals rijkscultuurfondsen;

  • c.

    Rechtspersoon: De rechtspersonen genoemd in artikel 2:3, van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel

3.2

Wie kan aanvragen?

Subsidie op grond van deze paragraaf kan uitsluitend worden aangevraagd door een op Curaçao, Aruba of Sint-Maarten gevestigde:

  • a.

    rechtspersoon, die zich inzet voor cultuureducatie; of

  • b.

    een professional die als zelfstandige minimaal twee jaar actief is op het gebied van cultuureducatie. De professional moet daarbij in elk geval minimaal twee jaar als ondernemer wordt beschouwd door de Belastingdienst en ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare organisatie.

Zowel de aanvrager als de school of scholen zijn gevestigd op het eiland waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

Artikel

3.3

Indieningstermijnen

Artikel

3.4

Beoordelen aanvragen

Aanvragen tot en met € 25.000 en die voldoen aan de eisen van de regeling, worden aan een interne adviescommissie voorgelegd voor advies. Aanvragen voor meer dan € 25.000 en die voldoen aan de eisen van de regeling worden aan een externe commissie voorgelegd. Aanvragen die niet voldoen aan de regeling kunnen worden afgewezen zonder een adviescommissie om advies te vragen.

Paragraaf

2

Verkenningen

Artikel

3.5

Doel en effecten

In deze paragraaf stimuleren wij Verkenningen gericht op cultuureducatie in het primair en (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Verkenningen worden gedaan door een samenwerking tussen een culturele instelling of professional en een of meerdere scholen.

Met de bepalingen in deze paragraaf stimuleert het Fonds activiteiten die gericht zijn op het bereiken van de volgende effecten:

  • a.

    Samenwerken; en

  • b.

    Kansengelijkheid.

Artikel

3.6

Waarvoor kan worden aangevraagd

Subsidie kan worden aangevraagd voor het verkennen van een samenwerking tussen een culturele instelling en een school. Het gaat hierbij om activiteiten zoals bijvoorbeeld gesprekken, het ontwikkelen van plannen, deskundigheidsbevordering, het maken van afspraken over onder andere een cultuureducatieproject, taakverdeling en financiering en het uitproberen van activiteiten. De verkenning is gericht op cultuureducatie voor de leerlingen van de school.

Artikel

3.7

Hoogte van de subsidie

Voor een Verkenning in deze paragraaf:

  • a.

    kan minimaal € 5.000 en maximaal € 15.000 worden verstrekt; en

  • b.

    bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten.

Artikel

3.8

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze paragraaf is € 200.000. Per land is het volgende budget beschikbaar:

  • a.

    Curaçao: € 83.962

  • b.

    Aruba: € 68.285

  • c.

    Sint-Maarten: € 47.753

Artikel

3.9

Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. In de toelichting is uitgelegd op welke wijze die worden getoetst:

  • a.

    inhoudelijke kwaliteit; en

  • b.

    organisatorische kwaliteit.

Artikel

3.10

Verplichtingen voor het indienen

Een aanvraag wordt pas in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier op tijd is ontvangen. Onderdeel van het aanvraagformulier zijn:

  • a.

    informatie over het project;

  • b.

    een planning; en

  • c.

    een sluitende begroting.

Artikel

3.11

Specifieke weigeringsgronden

Onverminderd de overige weigeringsgronden, wordt de subsidieaanvraag geweigerd als er al twee aanvragen van dezelfde aanvrager zijn gehonoreerd in deze paragraaf.

Artikel

3.12

Bijzondere verplichtingen

De Verkenning:

  • a.

    start niet eerder dan acht weken na het indienen van de aanvraag;

  • b.

    start binnen zes maanden na het honoreren van de aanvraag;

  • c.

    heeft een looptijd van minimaal twee maanden en maximaal een jaar.

Het Fonds kan bij besluit van deze termijnen afwijken.

Gehonoreerde aanvragers zijn verplicht deel te nemen aan kennisdelingsactiviteiten die door het Fonds worden geïnitieerd.

Paragraaf

3

Projecten

Artikel

3.13

Doel en effecten

In deze paragraaf stimuleren wij Projecten gericht op cultuureducatie in het primair en gespecialiseerd onderwijs op Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Projecten worden uitgevoerd door een culturele instelling of een professional en een of meerdere scholen.

Met de bepalingen in deze paragraaf stimuleert het Fonds projecten die gericht zijn op het bereiken van de volgende effecten:

  • a.

    Creatieve ontplooiing;

  • b.

    Verbinding; en

  • c.

    Kansengelijkheid.

Artikel

3.14

Waarvoor kan worden aangevraagd

Subsidie kan worden aangevraagd voor het ontwikkelen en uitvoeren van een Project door een samenwerking tussen een culturele instelling of professional en een school. Het gaat hierbij om activiteiten zoals het (door)ontwikkelen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van het cultuureducatieve project. Eventuele benodigde deskundigheidsbevordering van leerkrachten of culturele partners kan ook onderdeel zijn van de aanvraag. De basis van het project is de vraag van de school of scholen, zodat het Project waar mogelijk kan worden ingebed in het onderwijsprogramma. Het project is gericht op cultuureducatie voor de leerlingen.

Artikel

3.15

Hoogte van de subsidie

Voor een Project in deze paragraaf:

  • a.

    wordt minimaal € 15.000 en maximaal € 50.000 aangevraagd; en

  • b.

    bedraagt de subsidie maximaal 100% van de totale projectkosten.

Artikel

3.16

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze paragraaf is € 800.000. Per land is het volgende budget beschikbaar:

  • a.

    Curaçao: € 335.847

  • b.

    Aruba: € 273.139

  • c.

    Sint-Maarten: € 191.013

Artikel

3.17

Beoordelingscriteria

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. In de toelichting is uitgelegd op welke wijze die worden getoetst:

  • a.

    inhoudelijke kwaliteit; en

  • b.

    organisatorische kwaliteit.

Artikel

3.18

Verplichtingen voor het indienen

Een aanvraag wordt pas in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier op tijd is ontvangen. Aanvullend op het aanvraagformulier zijn ook verplicht:

  • a.

    een projectplan;

  • b.

    een samenwerkingsovereenkomst;

  • c.

    een planning; en

  • d.

    een sluitende begroting.

Het projectplan, de samenwerkingsovereenkomst, planning en begroting worden aangeleverd overeenkomstig het door het Fonds beschikbaar gestelde formats.

Artikel

3.19

Specifieke weigeringsgronden

Onverminderd de overige weigeringsgronden, wordt de subsidieaanvraag geweigerd als er al twee aanvragen van dezelfde aanvrager zijn gehonoreerd in deze paragraaf.

Artikel

3.20

Bijzondere verplichtingen

Hoofdstuk

4

– Slotbepalingen

Artikel

4.1

Hardheidsclausule

Het Fonds kan afwijken van de rechten en plichten in deze regeling. Dat kan alleen in het voordeel van de aanvrager en alleen in bijzondere gevallen die een onredelijke uitwerking hebben waarmee geen rekening is gehouden bij het opstellen van deze regeling.

Artikel

4.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

4.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Koninkrijk 2025–2028.

Namens het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,
directeur-bestuurder