Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 november 2024, nr. OVO/49012382, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor technologieonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs (Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028)

Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

Artikel

1.3

Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten

Artikel

1.4

Cofinanciering

Artikel

1.5

Penvoerder

Artikel

1.6

Techkwadraatregio

Artikel

1.7

Vooraanmelding subsidieaanvraag 2025

Artikel

1.8

Subsidieaanvraag

Artikel

1.9

Aanvullen subsidieaanvraag bij uitbreiding in 2026

Artikel

1.10

Beoordeling adviescommissie

Artikel

1.11

Besluitvorming en gewijzigde aanvraag

Artikel

1.12

Algemene verplichtingen subsidie

Artikel

1.13

Verplichtingen voortgangsrapportage

Artikel

1.14

Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal € 129 miljoen beschikbaar.

Artikel

1.15

Subsidiebedrag

Artikel

1.16

Wijze van verdeling beschikbare middelen eerste aanvraagperiode

Artikel

1.17

Wijze van verdeling beschikbare middelen tweede aanvraagperiode en aanvullende aanvragen

Artikel

1.18

Besteding subsidie

Artikel

1.19

Verlening en betaling subsidie

Hoofdstuk

2

Caribisch nederland

Artikel

2.1

Bijzonderheden Caribisch Nederland

Bij subsidieverstrekking aan scholen in Caribisch Nederland:

  • a.

    bedraagt de totale cofinanciering, in afwijking van artikel 1.4, eerste en tweede lid, ten minste 5% van de totale meerjarenbegroting van het project door bedrijven en organisaties van buitenschoolse leeromgevingen;

  • b.

    geldt Caribisch Nederland in afwijking van artikel 1.6 als één Techkwadraatregio, waarbinnen:

    • i.

      wordt aangesloten bij de infrastructuur van de daar actieve techniekluwe regio; en

    • ii.

      alle vestigingen van vo-scholen in de regio, uitgezonderd beroepsgericht vmbo, deelnemen;

    • ii.

      minimaal 75% van de vestigingen van po-scholen in die regio deelneemt, daarbij geldt dat alle vestigingen desgewenst kunnen deelnemen; en

    • iv.

      een samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend als bedoeld in artikel 1.8, tweede lid, onderdeel b;

  • c.

    hoeft in afwijking van artikel 1.8, tweede lid, sub a, onder 3°, niet te worden omschreven hoe het technologieonderwijs zich verhoudt tot de kerndoelen en examenprogramma’s;

  • d.

    bedraagt het subsidiebedrag in afwijking van artikel 1.15 maximaal € 1.100.000,– omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Hoofdstuk

3

Slotbepalingen

Artikel

3.1

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

3.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

3.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028.

Deze regeling zal met de bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.L.J. Paul
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

Bijlage

1

Beoordelingskader subsidieaanvraag behorende bij artikel 1.10

1. Een activiteitenplan inclusief regiovisie dat toeziet op dekkend, toekomstbestendig en kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs in de regio.

A. De regiovisie bevat een regionale analyse en heeft aandacht voor binnen de regio belangrijke thema’s.

1. In de regiovisie is een onderbouwde keuze gemaakt voor de samenstelling van de regio waarbij zoveel mogelijk aangesloten is bij de bestaande infrastructuur van een techniekregio of techniekluwe regio (STO), of hiervan gemotiveerd is afgeweken door bijvoorbeeld aan te sluiten bij andere bestaande samenwerkingsverbanden en initiatieven.

2. De regiovisie bevat een overzicht van de relevante partijen in de regio, inclusief hoe gewerkt wordt aan samenhang en samenwerking tussen de verschillende partners.

3. Er wordt inzichtelijk gemaakt welke belangen de partners hebben bij dit plan en hoe de individuele belangen worden vertaald in de gezamenlijke doelstellingen van de Techkwadraatregio.

4. De regiovisie bevat een concrete omschrijving welke bestaande samenwerkingen en activiteiten er zijn en hoe hierop wordt voortgebouwd rond technologieonderwijs in de regio.

5. De regiovisie bevat een concrete omschrijving hoe de tijdelijke impuls op basis van deze subsidieregeling tot structureel effect in de regio leidt en een onderbouwde indicatie hoe de Techkwadraatregio na 2028 wordt voortgezet en hoe de tijdelijke impuls op basis van deze subsidieregeling tot structureel effect in de regio leidt.

6. De regiovisie beschrijft hoe er aandacht zal worden besteed aan de binnen de regio belangrijke thema’s waaronder in ieder geval vijf kompaspunten uit het interventiekompas: regionale samenwerking, beroepsontwikkeling, onderwijsontwikkeling, imago en beeldvorming en lerend vermogen.

B. De regiovisie bevat heldere doelstellingen gericht op dekkend, toekomstbestendig kwalitatief hoogstaand technologieonderwijs in het funderend onderwijs

1. De regiovisie bevat een SMART omschrijving van de regionale doelstellingen met betrekking tot de dekking, toekomstbestendigheid en kwaliteit van het technologieonderwijs in het primair en voortgezet onderwijs.

2. Een beschrijving van hoe de werkdruk van leraren en schoolleiders zo veel mogelijk wordt verminderd.

3. De regiovisie bevat een SMART omschrijving van de regionale doelstellingen met betrekking tot het betrekken van ondervertegenwoordigde groepen in de techniek.

4. De doelstellingen sluiten aan bij het huidige onderwijsaanbod door bij de invulling hiervan gebruik te maken van het aanbod uit de omgeving (zoals musea, science centers en bibliotheken) en bestaande netwerken, zoals STO-regio’s en regionale VO-HO-netwerken.

5. De doelstellingen sluiten aan bij het door het Nationaal Groeifonds gefinancierde programma Techkwadraat en in het bijzonder bij het door het programmabureau verstrekte interventiekompas.

6. Er wordt een beschrijving gegeven van de mijlpalen die gedurende de subsidieperiode moeten worden bereikt om de doelstellingen te behalen.

C. De aanvraag bevat een activiteitenplan dat aansluit bij de regiovisie en het interventiekompas verspreid door het programmabureau. Het interventiekompas is te vinden in bijlage 2.

1. Het activiteitenplan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om de in de regiovisie geformuleerde doelstellingen te bereiken.

2. Het activiteitenplan is opgebouwd op basis van de vijf kompaspunten zoals benoemd in het door het programmabureau verstrekte interventiekompas.

3. Het activiteitenplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

4. Het activiteitenplan bevat voor elke activiteit waar mogelijk een onderbouwing van het evidence-informed karakter van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteit.

2. Uitvoerbaarheid en haalbaarheid.

A. Het plan bevat een samenwerkingsovereenkomst met daarin de inrichting van een deskundige en duurzame organisatie die zorg draagt voor sturing op een efficiënte inzet en verantwoording van middelen, samenwerking, planning, evaluatie en communicatie. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren.

1. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking wordt georganiseerd, en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan beklijven.

2. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verdeling van de middelen over de activiteiten.

3. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verantwoordelijkheden van iedere partij en de activiteiten die iedere partij gaat uitvoeren.

4. De samenwerkingsovereenkomst maakt aannemelijk dat de regio gezamenlijk optrekt, van elkaar leert en zo veel mogelijk van elkaars expertise en voorzieningen gebruik maakt, zo ook van bestaande voorzieningen in de regio.

5. De samenwerkingsovereenkomst heeft een open karakter en beschrijft de wijze waarop partijen kunnen toetreden tot de Techkwadraatregio. De overeenkomst is dus flexibel en niet strikt vastomlijnd. De samenwerking kan evolueren naarmate de omstandigheden of behoeften veranderen.

B. Aansluiting bij reeds lopende regionale trajecten.

1. Het plan bevat een beschrijving van de aansluiting van dit plan op, en zo mogelijk versterking van, eventuele reeds lopende regionale trajecten met overeenkomstige doelen (zoals de regionale VO-HO-netwerken en de Sterk Techniekonderwijs-regio’s), en maakt aannemelijk dat het plan hierop aanvullend is.

2. Indien partijen reeds subsidie ontvangen op basis van de Regeling Sterk Techniekonderwijs of de Regeling Regionaal Investeringsfonds MBO, zijn de regiovisies niet onderling tegenstrijdig en met elkaar verenigbaar.

3. Onderbouwde en sluitende begroting.

A. Het plan bevat een realistisch uitgewerkte meerjarenbegroting van de kosten en baten.

1. Er is een inzichtelijke en evenwichtige meerjarenbegroting voor de subsidieperiode die voldoet aan artikel 3.5 van de Kaderregeling. Dit betekent dat (1) de begroting per kompaspunt een overzicht behelst van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; (2) de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting worden voorzien; en (3) de begroting sluitend is. De begroting geeft inzicht in de loonkosten, materiële kosten en overige kosten.

2. De begroting maakt inzichtelijk hoe de middelen door de regio zijn verdeeld over de activiteiten en wat de omvang van de kosten voor de overhead is.

B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt.

1. Uit de aanvraag blijkt dat de middelen (geld, tijd en menskracht) zo efficiënt mogelijk worden ingezet om maximale resultaten te bereiken.

2. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe personeelskosten. Voor intern personeel wordt een uurtarief gehanteerd conform de meest recent geraamde GPL. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur inclusief BTW. De inzet van vrijwilligers wordt gewaardeerd op ten hoogste het uurtarief van intern personeel.

C. Het plan toont aan hoe de 20% cofinanciering bereikt wordt aan het einde van de subsidieperiode.

1. De cofinanciering van minimaal 20% is weergegeven en volgens de kaders van de regeling geregeld.

2. De aanvraag bevat een beschrijving van de beoogde inbreng van de bedrijven (de kosten van bedrijven) en organisaties gekoppeld aan de activiteiten van de Techkwadraatregio dat overeenkomt met de beschrijving van de cofinanciering.

Bijlage

2

Het interventiekompas