Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 6 maart 2025, nr. 6141259, houdende vaststelling van een subsidieregeling vrijwilligersactiviteiten bij de sanctietoepassing 2026–2028

Subsidieregeling vrijwilligersactiviteiten bij de sanctietoepassing 2026–2028

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Algemene bepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

1.2

Doel

Artikel

1.3

Subsidieperiode

De subsidie wordt voor een periode vanaf 1 januari 2026 tot 1 januari 2029 verstrekt.

Artikel

1.4

Beschikbare bedrag

Voor de uitvoering van deze regeling is per kalenderjaar een bedrag ter grootte van € 4.299.260,– beschikbaar.

Dit bedrag geldt als subsidieplafond in de zin van artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht, zij het dat de bedragen over de jaren 2025 tot en met 2028 jaarlijks geïndexeerd worden op basis van de door het Ministerie van Financiën toegekende middelen voor loonbijstelling.

Artikel

1.6

Te subsidiëren activiteiten

De subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:

  • 1.

    tijdens het verblijf in detentie voor:

    • a.

      het ondersteunen bij het regelen van basisvoorwaarden voor een succesvolle re-integratie op de volgende terreinen:

      • werk en inkomen;

      • zorgtrajecten;

      • huisvesting (onderdak);

      • schuldhulpverlening;

      • identiteitsdocumenten;

    • b.

      het afleggen van individuele bezoeken of groepsbezoeken;

    • c.

      het ondersteunen bij diensten, vieringen en gespreksgroepen die door de geestelijke verzorging worden georganiseerd;

    • d.

      het ondersteunen van het gezinssysteem en het sociaal netwerk;

    • e.

      het ondersteunen van ouders in hun relatie met kinderen;

    • f.

      het organiseren van groepsbijeenkomsten in het kader van vrijetijdsbesteding;

    • g.

      het geven van cursussen;

    • h.

      het bevorderen van innerlijk herstel van justitiabelen en herstel met slachtoffers, familieleden en samenleving;

    • i.

      het leveren van een bijdrage aan het voorkomen van radicalisering;

    • j.

      het bijdragen aan activiteiten gericht op het uitvoeren van detentie & re-integratieplannen in den brede, bijvoorbeeld inzet taal- of voorleesmaatje bij laaggeletterdheid.

  • 2.

    gedurende een periode van zes maanden na detentie voor:

    • a.

      het begeleiden van justitiabelen ten behoeve van een succesvolle re-integratie in de samenleving, bijvoorbeeld ten aanzien van:

      • 1.

        het vinden van (on)betaald werk

      • 2.

        het regelen van basisvoorzieningen: identiteitsbewijs, woning, uitkering, zorg(verzekering)

    • b.

      het afleggen van bezoeken;

    • c.

      het begeleiden van ouders bij het uitoefenen van hun opvoedingstaken;

    • d.

      het ondersteunen van het gezinssysteem en het sociaal netwerk;

    • e.

      het bevorderen van innerlijk herstel van justitiabelen en herstel met slachtoffers, familieleden en samenleving;

    • f.

      het leveren van een bijdrage aan het voorkomen van radicalisering;

    • g.

      het overleggen met ketenpartners over individuele justitiabelen.

Artikel

1.7

Kostenposten

De kosten waaraan de subsidie slechts op doelmatige wijze kan worden besteed, zijn:

  • a.

    kosten voor werving, deskundigheidsbevordering en binding (jaarlijkse attentie) van de vrijwilligers;

  • b.

    kosten voor het reizen van en naar de justitiabelen door de vrijwilligers;

  • c.

    administratiekosten;

  • d.

    coördinatiekosten voor de inzet van vrijwilligers, of

  • e.

    aantoonbare huisvestingskosten, voor zover deze voor het werk van de vrijwilligers noodzakelijk door de vrijwilligersorganisaties moeten worden gemaakt.

Artikel

1.8

Weigeringsgronden

Artikel

1.9

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is gedurende het subsidiejaar van toepassing ten aanzien van een subsidieontvanger aan wie op grond van onderhavige regeling van € 125.000,– of meer per kalenderjaar subsidie is verleend met dien verstande dat:

Artikel

1.10

Toepassingsgebied

Deze regeling is van toepassing in het Europese gedeelte van het Land Nederland van het Koninkrijk der Nederlanden.

Paragraaf

2

De aanvraag

Artikel

2.1

Aanvraagformulier

Artikel

2.2

Indienen van de aanvraag

Paragraaf

3

Beoordelingsprocedure

Artikel

3.1

Volledigheid van de aanvraag

Artikel

3.2

Verdeelsleutel

Artikel

3.3

Verdeling per vrijwilliger

In het geval dat een specifieke actieve vrijwilliger bij meerdere vrijwilligersorganisaties in hun subsidieaanvraag voor komt (vanaf hier; dubbelingen), wordt het subsidiebedrag voor deze vrijwilliger naar rato verdeeld over de vrijwilligersorganisaties die deze vrijwilliger opgeven in hun subsidieaanvraag.

Paragraaf

4

Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel

4.1

Subsidieverlening

De staatssecretaris neemt een besluit tot subsidieverlening op basis van de ingediende subsidieaanvraag voor 1 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel

4.2

Voorschot

In geval van subsidieverlening gelijk aan of meer dan € 25.000,– wordt 90% van het toegekende bedrag als voorschot verstrekt. Dit bedrag wordt uiterlijk drie maanden na de beslissing tot subsidieverlening uitgekeerd. De definitieve afrekening van de subsidie geschiedt op grond van de werkelijk gemaakte kosten, rekening houdend met de hoogte van het subsidiebedrag.

Paragraaf

5

Subsidievaststelling

Artikel

5.1

Subsidievaststelling

Paragraaf

6

Verplichtingen voor de subsidieaanvrager

Artikel

6.1

Algemene verplichtingen

Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    De subsidieontvanger dient als rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel.

  • b.

    De competenties die aan de vrijwilligers worden gesteld, worden vastgelegd in een competentieprofiel.

  • c.

    De selectie van vrijwilligers vindt plaats aan de hand van het vastgestelde competentieprofiel.

  • d.

    De subsidieontvangers dragen zorg voor het inwerken van nieuwe vrijwilligers aan de hand van een programma.

  • e.

    De aan de subsidieontvanger verbonden vrijwilligers die binnen of buiten de justitiële inrichting met justitiabelen werkzaam zijn, moeten in het bezit zijn van een geldige Verklaring omtrent gedrag (VOG) voor vrijwilligerswerk, of een geldige Referentie (voorheen Beschrijving Getoond Gedrag). Deze VOG of Referentie mag ten tijde van het indienen van de subsidieaanvraag niet ouder dan vier jaar zijn.

  • f.

    De subsidieontvanger sluit met iedere vrijwilliger een schriftelijk vrijwilligerscontract. Dit contract bevat in ieder geval bepalingen met betrekking tot:

    • rechten en de verplichtingen van de vrijwilliger bij de uitvoering van zijn activiteiten in de inrichtingen en instellingen of in het kader van de re-integratie van de justitiabele;

    • geheimhouding;

    • aansprakelijkheidsverzekering;

    • onkostenvergoedingen;

    • instemming van de vrijwilliger met de verwerking van zijn persoonsgegevens zoals vermeld op zijn VOG door de staatssecretaris.

  • g.

    De subsidieontvanger is verplicht het jaarplan dat ziet op de subsidieperiode binnen twee weken na vaststelling van dit plan aan de staatssecretaris toe te zenden. In het jaarplan wordt in ieder geval vermeld hoe vorm en inhoud gegeven wordt aan deskundigheidsbevordering van de vrijwilligers.

  • h.

    De subsidieontvanger die in een inrichting of instelling actief is en minimaal 15 vrijwilligers heeft, stelt een coördinator aan die:

    • eindverantwoordelijk is voor een adequate begeleiding, aansturing en ondersteuning van de vrijwilligers;

    • voor de leiding van de inrichting als aanspreekpunt fungeert, en

    • blijkens een verklaring heeft ingestemd met de verwerking van zijn persoonsgegevens door de staatssecretaris.

  • i.

    De subsidieontvanger doet melding:

    • zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

    • van feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot een intrekking of wijziging van de subsidieverlening, zoals geregeld in artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht dan wel zodra er wetenschap of een redelijk vermoeden is dat zich een dergelijk feit of een dergelijke omstandigheid op korte termijn zou kunnen voordoen;

    • als op enig moment gedurende de looptijd van de subsidie zich gebeurtenissen voordoen of dreigen voor te doen die invloed kunnen hebben op de inhoud, de planning van de activiteiten en/of de voortgang van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend of anderszins op de subsidie van invloed kunnen zijn;

    • van eventuele wijzigingen in de inhoud, financiering en/of planning van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.

  • j.

    De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een controle door de staatssecretaris.

  • k.

    De subsidieontvanger is verplicht de bij het besluit tot subsidieverlening opgenomen voorwaarden strikt na te leven.

  • l.

    De subsidieontvanger waaraan een subsidie is verleend, is verplicht om uiterlijk 1 juli de aanvraag tot subsidievaststelling te doen vergezellen van een verantwoording waarin schriftelijk wordt aangetoond:

    • aan de hand van het eindverantwoordingsformulier dat de activiteiten hebben plaatsgevonden, en via dit formulier verantwoording af te leggen over de gemaakte kosten;

    • dat aan de verbonden verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn is voldaan;

Artikel

6.2

Verplichtingen inzake de verantwoording in de subsidievaststelling bij een subsidieverstrekking van meer dan of gelijk aan € 25.000,–

De subsidieontvanger waaraan een subsidie van meer dan of gelijk aan € 25.000,– is verleend, is verplicht om naast de verplichtingen uit artikel 6.2 lid l uiterlijk 1 juli de aanvraag tot subsidievaststelling te doen vergezellen van een verantwoording waarin schriftelijk wordt aangetoond:

  • op welke wijze het totale bedrag aan subsidiabele kosten, eigen bijdragen en de mate van cofinanciering aan de gerealiseerde activiteiten zijn besteed.

Artikel

6.3

Verplichtingen inzake cofinanciering

Met betrekking tot cofinanciering bestaat er onderscheid tussen subsidieverlening tussen € 25.000,– tot € 125.000,– en subsidieverlening vanaf € 125.000,–. In alle gevallen geldt voor de subsidieontvanger gedurende het subsidiejaar de volgende procentuele verplichting tot cofinanciering:

2026

10%

25%

2027

10%

25%

2028

10%

25%

Artikel

6.4

Verplichtingen inzake controleverklaring van de accountant

In geval een vrijwilligersorganisatie een bedrag van € 125.000,– of meer aan subsidie van DJI ontvangt, dient uiterlijk op 1 juli aan de hand van het eindverantwoordingsformulier aangetoond te worden dat de vooraf opgegeven activiteiten waarvoor subsidie is verkregen hebben plaatsgevonden. Tevens dient de subsidiedieontvanger verantwoording af te leggen over de gemaakte kosten. Dit kan de subsidieontvanger doen door of in de jaarrekening het eindverantwoordingsformulier op te nemen of het eindverantwoordingsformulier apart door de accountant te laten waarmerken waarbij de accountant aangeeft dat de cijfers dienovereenkomstig zijn opgenomen in de jaarrekening.

Indien de subsidieontvanger het eindverantwoordingsformulier in de jaarrekening opneemt, dient de jaarrekening voorzien te zijn van een controleverklaring van een accountant. Een samenstellings- of beoordelingsverklaring wordt niet geaccepteerd. Indien de subsidieontvanger het eindverantwoordingsformulier apart door de accountant laat waarmerken, dient dit ook op basis van een controleverklaring te worden gedaan. Ook hier geldt dat een samenstellingsverklaring of beoordelingsverklaring niet wordt geaccepteerd.

Artikel

6.5

Verplichting inzake bewaartermijn

De subsidieontvanger is verplicht gedurende zeven jaar de schriftelijke stukken in relatie tot de onderhavige regeling te bewaren.

Paragraaf

7

Overige bepalingen

Artikel

7.1

Bewaartermijn

De staatssecretaris bewaart gedurende een periode van zeven jaar de schriftelijke stukken op grond van deze regeling.

Artikel

7.2

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

7.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vrijwilligersactiviteiten bij de sanctietoepassing 2026–2028.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, I. Coenradie