Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 19 juni 2025, nr. 2025-0000019371, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van het uitvoeren van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (Regeling kansrijke wijk (tweede tranche))
Regeling kansrijke wijk (tweede tranche)
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
alliantie: samenwerkingsverband van publiek-private organisaties, dat
a.
met bestuurlijke vertegenwoordigers van ten minste een deel van die organisaties in een stuurgroep of dagelijks bestuur, samen met of in samenspraak met inwoners en onder voorzitterschap van de burgemeester, stuurt op de ambities en hoofdlijnen uit het door deze alliantie opgestelde integrale langjarige gebiedsplan;
b.
dit integrale langjarige gebiedsplan vertaalt in een uitvoeringsprogramma; en
c.
stuurt op de inhoudelijke en financiële voortgang van het uitvoeringsprogramma, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in het stedelijk focusgebied;
alliantieoverleg: periodiek bestuurlijk overleg tussen publieke en private organisaties en met of in samenspraak met inwoners, onder voorzitterschap van de burgemeester, waarin de voortgang, knelpunten en doorbraken bij het uitvoeren van het uitvoeringsprogramma worden besproken en waarin waar nodig bijsturing plaatsvindt;
college: college van burgemeester en wethouders van een ontvangende gemeente;
gemeente: gemeente waarin een stedelijk focusgebied ligt;
die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van een lokaal programma School en Omgeving; en
b.
waartoe ten minste de ontvangende gemeente, een school binnen die ontvangende gemeente en een lokale maatschappelijke organisatie behoren;
minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
ontvangende gemeente: gemeente die de uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ontvangt;
programmaorganisatie: organisatie met een onafhankelijke rol ten opzichte van alle alliantieleden en die is belast met het ondersteunen van de alliantie en haar periodieke overleg en met het aanjagen en bewaken van de voortgang van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma;
te behalen resultaten: te behalen resultaten die zijn gebaseerd op de ambities uit het langjarige gebiedsplan van het stedelijk focusgebied en die met een schriftelijk akkoord van de alliantie zijn opgenomen in de aanvraag voor de uitkering;
stedelijk focusgebied: de gebieden Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Zuidwest in Den Haag, Woensel-Zuid in Eindhoven, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Oost in Lelystad, Centrale-As in Nieuwegein, Roosendaal-stad in Roosendaal, Zuid in Rotterdam, Nieuwland-Oost in Schiedam, Noordwest in Tilburg, Overvecht in Utrecht, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad;
uitvoeringsprogramma: integraal gebiedsprogramma van de alliantie voor een looptijd variërend tussen één en vier jaren, waarin de ambities uit het langjarige gebiedsplan zijn vertaald naar concrete inzet, afspraken en een begroting.
Artikel
2
Specifieke uitkering
1
De minister kan voor de jaren 2026, 2027 en 2028 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid een specifieke uitkering verstrekken voor:
a.
de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden;
b.
de bekostiging van activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid;
c.
de bekostiging van integrale activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten als bedoeld in artikel 4.
2
De te behalen resultaten, bedoeld in het eerste lid, onder b, hebben betrekking op de volgende thema’s:
a.
re-integratie en preventie geldzorgen, genoemd in artikel 5;
ontwikkeling van het jonge kind, genoemd in artikel 7.
3
De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat in de begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. Ten aanzien van de uitkering is artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Voor de organisatie van het uitvoeringsprogramma worden de uitgekeerde middelen besteed aan het in stand houden van een programmaorganisatie, het in stand houden en ondersteunen van de alliantie en het alliantieoverleg, het aanjagen en bewaken van de voortgang van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, en het equiperen van inwoners ten behoeve van de invulling van hun rol in de alliantie en het alliantieoverleg.
2
De partners in het alliantieoverleg dragen gezamenlijk in euro’s of natura bij aan de programmaorganisatie, bedoeld in het eerste lid, en aan de realisatie van het uitvoeringsprogramma, en leggen deze bijdragen in afspraken vast.
3
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen en is gebaseerd op het aantal focusgebieden binnen een ontvangende gemeente.
Artikel
4
Bijdrage aan integraliteit
1
Voor de bekostiging van integrale activiteiten kunnen de uitgekeerde middelen worden besteed aan de uitvoering van activiteiten binnen het stedelijk focusgebied ten behoeve van te behalen resultaten, die bijdragen aan een of meer doelstellingen als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid.
2
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel
5
Bijdrage aan re-integratie en preventie geldzorgen
1
Voor het thema re-integratie en preventie geldzorgen worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan:
a.
de preventie van armoede en schulden; of
b.
de begeleiding van inwoners die aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in de Participatiewet, waarbij die begeleiding is gericht op het vinden van duurzame betaalde arbeid.
2
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel
6
Bijdrage aan school en omgeving
1
Voor het thema school en omgeving worden de uitgekeerde middelen besteed aan een programma School en Omgeving, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school en ten dienste staat van een succesvolle schoolloopbaan. Een programma School en Omgeving wordt ontwikkeld en uitgevoerd door een lokale coalitie en kan activiteiten omvatten ten behoeve van te behalen resultaten op de volgende ontwikkelgebieden:
a.
sport;
b.
cultuur;
c.
cognitieve ontwikkeling;
d.
sociale ontwikkeling;
e.
oriëntatie op jezelf; of
f.
oriëntatie op de wereld.
2
De uitgekeerde middelen worden niet besteed aan:
a.
uren die behoren tot de onderwijstijd;
b.
activiteiten die betrekking hebben op trainingen voor de eindtoets of examentraining;
c.
buitenlandse reizen.
3
De minister kent uitsluitend ten behoeve van de volgende stedelijk focusgebieden een uitkering toe: Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Zuid in Rotterdam, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad.
4
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel
7
Bijdrage aan ontwikkeling van het jonge kind
1
Voor het thema ontwikkeling van het jonge kind worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten die bijdragen aan het versterken van de voorschoolse en vroegschoolse periode van de kinderen binnen het stedelijke focusgebied, met als doel ervoor te zorgen dat ieder kind zich in de eerste belangrijke levensjaren zo goed mogelijk kan ontwikkelen en een goede start heeft van diens schoolloopbaan, en daarmee de kansengelijkheid te vergroten.
2
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel
8
Inzet uitgekeerde middelen buiten het stedelijk focusgebied
1
In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, en 7, eerste lid, kan op voorstel van het college en beargumenteerd door de alliantie, bij uitzondering, een deel van de uitgekeerde middelen worden besteed aan activiteiten buiten het stedelijk focusgebied, mits deze activiteiten hoofdzakelijk ten goede komen aan de inwoners van of de betrokken organisaties in het stedelijk focusgebied.
2
Het programma School en Omgeving wordt aangeboden voor leerlingen op alle scholen die vallen binnen de lokale coalitie, mits ten minste 85% van de scholen in die lokale coalitie in het postcodegebied van het stedelijk focusgebied staat, waarvoor de uitkering wordt aangevraagd.
Artikel
9
Aanvraag voor de specifieke uitkering of wijziging van de uitkering
1
Een uitkering kan worden aangevraagd van 7 juli 2025 tot en met 17 oktober 2025.
2
De uitkering wordt aangevraagd door het college met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier, waarin het college aangeeft wat de te behalen resultaten zijn. Een aanvraag kan enkel worden ingediend met een bijgevoegd schriftelijk akkoord van de alliantie van het desbetreffende stedelijk focusgebied.
3
Een wijziging van de uitkering, bedoeld in artikel 12, eerste lid, kan door het college worden aangevraagd van 1 september 2026 tot en met 31 oktober 2026 en van 1 september 2027 tot en met 31 oktober 2027. Voor de aanvraag tot wijziging is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
4
Een aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het derde lid, die ziet op aanpassing van de te behalen resultaten en het daarvoor benodigde budget, kan uitsluitend worden ingediend indien:
a.
ten minste 25% van het budget voor een thema of voor de integrale activiteiten, bedoeld in artikel 4, gewijzigd wordt; of
b.
de wijziging ziet op een nieuw te behalen resultaat dat niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven.
5
Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag indienen voor een uitkering die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2026 tot en met 28 februari 2026. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel
10
Reserveringsregeling en bestedingstermijn
1
Het college zal, in samenspraak met de alliantie, in de aanvraag, bedoeld in artikel 9, de door de minister in 2026, 2027 en 2028 uit te keren middelen reserveren voor besteding tijdens de periode 2026 tot en met 2028 aan activiteiten binnen hetzelfde thema of het integrale deel ten behoeve van te behalen resultaten.
2
Het college kan het niet bestede bedrag van de in 2026 en 2027 uitgekeerde middelen inzetten voor besteding in 2027 en 2028 aan activiteiten binnen hetzelfde thema of het integrale deel ten behoeve van te behalen resultaten zoals vermeld in de aanvraag, bedoeld in artikel 9, onder de voorwaarde dat de alliantie hier schriftelijk mee akkoord gaat.
3
De uitkering is uiterlijk op 31 december 2028 besteed.
4
Het college kan tussen 1 augustus en 1 oktober 2028 bij de minister een gemotiveerd verzoek indienen tot uitstel van de bestedingstermijn, bedoeld in het derde lid. Uitstel kan ten hoogste worden verleend tot en met 31 december 2029. Het verzoek tot uitstel kan enkel worden ingediend met een bijgevoegd schriftelijk akkoord van de alliantie van het desbetreffende stedelijk focusgebied.
Een uitkering wordt niet verstrekt indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat:
a.
de te behalen resultaten waarvoor de uitkering wordt verstrekt niet of niet in zijn geheel zullen worden behaald; of
b.
niet zal worden voldaan aan de in deze regeling opgenomen voorwaarden.
3
Een uitkering wordt niet verstrekt voor activiteiten als de ontvangende gemeente voor dezelfde activiteiten reeds een vergoeding van overheidswege ontvangt.
4
Een uitkering wordt niet verstrekt voor activiteiten die worden uitgevoerd op scholen die voor dezelfde activiteiten reeds subsidie ontvangen op grond van de Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028.
5
Een uitkering wordt niet verstrekt voor btw die verschuldigd is over kosten voor zover het bedrag van de btw in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Artikel
12
Verstrekking en voorschot
1
De minister neemt binnen negen weken na het einde van de aanvraagperiode, genoemd in artikel 9, een besluit over de verlening van de uitkering.
2
Voor zover de uitkering wordt verleend, bevat de beschikking in ieder geval:
a.
een omschrijving van de onderdelen waarvoor de uitkering wordt verleend;
Voor zover de aanvraag wordt afgewezen, bevat de beschikking in ieder geval:
a.
een omschrijving van de onderdelen waarvoor de aanvraag wordt afgewezen;
b.
het bedrag van de aangevraagde uitkering dat niet wordt toegekend;
c.
de reden van afwijzing.
4
Indien de uitkering wordt verleend, betaalt de minister een voorschot van 100% uit in jaarlijkse termijnen, die zijn genoemd in de bijlage bij deze regeling.
Indien de activiteiten ten behoeve van de te behalen resultaten, waarvoor de uitkering is verleend, zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld tot ten hoogste het bedrag dat is bepaald in de verleningsbeschikking, bedoeld in artikel 12.
3
Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft is ontvangen door de minister, wordt de hoogte van de uitkering ambtshalve door de minister vastgesteld.
4
Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen één jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.
Artikel
15
Hardheidsclausule
De minister kan een bepaling van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het verstrekken van een uitkering voor de activiteiten ten behoeve van de te behalen resultaten, bedoeld in artikel 2, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel
16
Informatie en evaluatie
1
Het college informeert, in samenspraak met de alliantie, op verzoek de minister periodiek over de voortgang van de besteding van de uitkering en over de daarmee behaalde resultaten.
2
De minister evalueert de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling, waarbij wordt gemonitord in hoeverre de te behalen resultaten daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
3
Het college verleent op verzoek van de minister medewerking en verstrekt, in samenspraak met de alliantie, op verzoek van de minister informatie ten behoeve van de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling, waarbij de doeltreffendheid en doelmatigheid primair de verantwoordelijkheid is van de alliantie.
Artikel
17
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.
Artikel
18
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kansrijke wijk (tweede tranche).
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G.Keijzer
Specifieke uitkering per gemeente als bedoeld in artikel 3 (organisatie uitvoeringsprogramma)
De gemeenten waaraan een uitkering wordt verstrekt, de maximale hoogte van de uitkering inclusief btw en de jaren waarin de betaalmomenten plaatsvinden, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn als volgt:
1.
De uitkering voor de gemeente Amsterdam bedraagt € 3.000.000 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.000.000 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.000.000 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.000.000 uitbetaald.
2.
De uitkering voor de gemeenten Arnhem, Breda, Delft, Dordrecht, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Heerlen, Leeuwarden, Lelystad, Nieuwegein, Roosendaal, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Vlaardingen en Zaanstad bedraagt € 1.500.000 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 500.000 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 500.000 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 500.000 uitbetaald.
Specifieke uitkering per gemeente als bedoeld in artikel 4 (integraliteit)
De gemeenten waaraan een uitkering wordt verstrekt, de maximale hoogte van de uitkering inclusief btw en de jaren waarin de betaalmomenten plaatsvinden, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn als volgt:
1.
De uitkering voor de gemeente Amsterdam bedraagt € 9.254.062,56 en wordt op drie momenten uitbetaald ten behoeve van de volgende stedelijke focusgebieden:
a.
In 2026 wordt er € 998.883,31 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 2.080.385,35 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
b.
In 2027 wordt er € 1.002.118,38 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 2.085.278,57 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
c.
In 2028 wordt er € 1.002.118,38 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 2.085.278,57 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West.
2.
De uitkering voor de gemeente Arnhem bedraagt € 5.718.652,64 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.904.331,55 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.907.160,54 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.907.160,54 uitbetaald.
3.
De uitkering voor de gemeente Breda bedraagt € 1.098.263,11 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 364.910,08 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 366.676,52 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 366.676,52 uitbetaald.
4.
De uitkering voor de gemeente Delft bedraagt € 1.046.350,38 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 348.088,62 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 349.130,88 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 349.130,88 uitbetaald.
5.
De uitkering voor de gemeente Dordrecht bedraagt € 979.000,69 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 325.629,70 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 326.685,49 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 326.685,49 uitbetaald.
6.
De uitkering voor de gemeente Den Haag bedraagt € 1.539.821,23 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 510.449,26 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 514.685,99 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 514.685,99 uitbetaald.
7.
De uitkering voor de gemeente Eindhoven bedraagt € 741.245,20 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 246.404,94 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 247.420,13 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 247.420,13 uitbetaald.
8.
De uitkering voor de gemeente Groningen bedraagt € 2.470.552,43 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 671.145,21 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 899.703,61 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 899.703,61 uitbetaald.
9.
De uitkering voor de gemeente Heerlen bedraagt € 5.009.811,44 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.277.838,28 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.865.986,58 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.865.986,58 uitbetaald.
10.
De uitkering voor de gemeente Leeuwarden bedraagt € 2.428.263,26 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 637.639,69 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 895.311,78 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 895.311,78 uitbetaald.
11.
De uitkering voor de gemeente Lelystad bedraagt € 726.381,47 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 241.626,33 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 242.377,57 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 242.377,57 uitbetaald.
12.
De uitkering voor de gemeente Nieuwegein bedraagt € 598.667,54 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 199.181,35 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 199.743,09 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 199.743,09 uitbetaald.
13.
De uitkering voor de gemeente Roosendaal bedraagt € 645.029,17 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 214.332,93 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 215.348,12 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 215.348,12 uitbetaald.
14.
De uitkering voor de gemeente Rotterdam bedraagt € 13.608.816,46 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 3.423.287,14 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 5.092.764,66 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 5.092.764,66 uitbetaald.
15.
De uitkering voor de gemeente Schiedam bedraagt € 655.563,88 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 218.002,42 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 218.780,73 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 218.780,73 uitbetaald.
16.
De uitkering voor de gemeente Tilburg bedraagt € 969.877,42 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 321.961,45 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 323.957,99 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 323.957,99 uitbetaald.
17.
De uitkering voor de gemeente Utrecht bedraagt € 880.220,95 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 292.197,78 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 294.011,58 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 294.011,58 uitbetaald.
18.
De uitkering voor de gemeente Vlaardingen bedraagt € 866.381,89 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 288.536,78 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 288.922,55 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 288.922,55 uitbetaald.
19.
De uitkering voor de gemeente Zaanstad bedraagt € 7.474.706,89 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.787.329,37 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 2.843.688,76 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 2.843.688,76 uitbetaald.
Specifieke uitkering per gemeente als bedoeld in artikel 5 (re-integratie en preventie geldzorgen)
De gemeenten waaraan een uitkering wordt verstrekt, de maximale hoogte van de uitkering inclusief btw en de jaren waarin de betaalmomenten plaatsvinden, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn als volgt:
1.
De uitkering voor de gemeente Amsterdam bedraagt € 8.232.088,96 en wordt op drie momenten uitbetaald ten behoeve van de volgende stedelijke focusgebieden:
a.
In 2026 wordt er € 1.050.368,84 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 1.693.287,28 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
b.
In 2027 wordt er € 1.068.700,92 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 1.721.015,51 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
c.
In 2028 wordt er € 1.068.700,92 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 1.721.015,51 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West.
2.
De uitkering voor de gemeente Arnhem bedraagt € 2.491.400,42 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 819.779,48 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 835.810,47 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 835.810,47 uitbetaald.
3.
De uitkering voor de gemeente Breda bedraagt € 1.813.311,88 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 597.764,11 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 607.773,89 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 607.773,89 uitbetaald.
4.
De uitkering voor de gemeente Delft bedraagt € 1.101.758,29 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 363.315,33 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 369.221,48 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 369.221,48 uitbetaald.
5.
De uitkering voor de gemeente Dordrecht bedraagt € 1.031.459,90 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 339.831,40 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 345.814,25 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 345.814,25 uitbetaald.
6.
De uitkering voor de gemeente Den Haag bedraagt € 3.622.458,49 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.191.480,75 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.215.488,87 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.215.488,87 uitbetaald.
7.
De uitkering voor de gemeente Eindhoven bedraagt € 1.162.454,61 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 383.649,71 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 389.402,45 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 389.402,45 uitbetaald.
8.
De uitkering voor de gemeente Groningen bedraagt € 2.832.468,03 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 932.036,90 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 950.215,57 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 950.215,57 uitbetaald.
9.
De uitkering voor de gemeente Heerlen bedraagt € 1.938.686,93 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 638.814,33 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 649.936,30 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 649.936,30 uitbetaald.
10.
De uitkering voor de gemeente Leeuwarden bedraagt € 1.695.306,05 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 557.840,78 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 568.732,64 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 568.732,64 uitbetaald.
11.
De uitkering voor de gemeente Lelystad bedraagt € 894.139,76 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 295.208,57 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 299.465,60 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 299.465,60 uitbetaald.
12.
De uitkering voor de gemeente Nieuwegein bedraagt € 682.393,52 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 225.342,38 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 228.525,57 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 228.525,57 uitbetaald.
13.
De uitkering voor de gemeente Roosendaal bedraagt € 1.116.897,85 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 368.464,12 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 374.216,87 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 374.216,87 uitbetaald.
14.
De uitkering voor de gemeente Rotterdam bedraagt € 8.625.505,93 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 2.839.859,57 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 2.892.823,18 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 2.892.823,18 uitbetaald.
15.
De uitkering voor de gemeente Schiedam bedraagt € 812.661,10 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 267.946,74 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 272.357,18 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 272.357,18 uitbetaald.
16.
De uitkering voor de gemeente Tilburg bedraagt € 1.870.991,50 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 616.121,35 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 627.435,08 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 627.435,08 uitbetaald.
17.
De uitkering voor de gemeente Utrecht bedraagt € 1.602.168,94 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 527.204,16 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 537.482,39 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 537.482,39 uitbetaald.
18.
De uitkering voor de gemeente Vlaardingen bedraagt € 401.699,16 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 132.442,36 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 134.628,40 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 134.628,40 uitbetaald.
19.
De uitkering voor de gemeente Zaanstad bedraagt € 1.331.148,65 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 439.241,86 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 445.953,40 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 445.953,40 uitbetaald.
Specifieke uitkering per gemeente als bedoeld in artikel 6 (school en omgeving)
De gemeenten waaraan een uitkering wordt verstrekt, de maximale hoogte van de uitkering inclusief btw en de jaren waarin de betaalmomenten plaatsvinden, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn als volgt:
1.
De uitkering voor de gemeente Amsterdam bedraagt € 31.147.618,00 en wordt op drie momenten uitbetaald ten behoeve van de volgende stedelijke focusgebieden:
a.
In 2026 wordt er € 2.981.154,00 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 7.401.385,00 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
b.
In 2027 wordt er € 2.981.154,00 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 7.401.385,00 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
c.
In 2028 wordt er € 2.981.154,00 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 7.401.385,00 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West.
2.
De uitkering voor de gemeente Arnhem bedraagt € 26.082.326 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 8.694.109,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 8.694.109,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 8.694.109,00 uitbetaald.
3.
De uitkering voor de gemeente Breda bedraagt € 1.245.420,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 415.140,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 415.140,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 415.140,00 uitbetaald.
4.
De uitkering voor de gemeente Delft bedraagt € 1.809.562,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 603.187,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 603.187,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 603.187,00 uitbetaald.
5.
De uitkering voor de gemeente Dordrecht bedraagt € 1.507.968,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 502.656,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 502.656,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 502.656,00 uitbetaald.
6.
De uitkering voor de gemeente Groningen bedraagt € 7.917.311,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.787.780,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 3.064.765,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 3.064.765,00 uitbetaald.
7.
De uitkering voor de gemeente Heerlen bedraagt € 22.861.318,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 5.405.961,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 8.727.679,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 8.727.679,00 uitbetaald.
8.
De uitkering voor de gemeente Leeuwarden bedraagt € 8.985.350,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 2.028.950,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 3.478.200,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 3.478.200,00 uitbetaald.
9.
De uitkering voor de gemeente Rotterdam bedraagt € 58.325.936,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 13.170.373,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 22.577.782,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 22.577.782,00 uitbetaald.
10.
De uitkering voor de gemeente Vlaardingen bedraagt € 2.011.522,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 670.507,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 670.507,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 670.507,00 uitbetaald.
11.
De uitkering voor de gemeente Zaanstad bedraagt € 37.071.815,00 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 8.371.055,00 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 14.350.380,00 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 14.350.380,00 uitbetaald.
Specifieke uitkering per gemeente als bedoeld in artikel 7 (ontwikkeling van het jonge kind)
De gemeenten waaraan een uitkering wordt verstrekt, de maximale hoogte van de uitkering inclusief btw en de jaren waarin de betaalmomenten plaatsvinden, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, zijn als volgt:
1.
De uitkering voor de gemeente Amsterdam bedraagt € 12.968.981,25 en wordt op drie momenten uitbetaald ten behoeve van de volgende stedelijke focusgebieden:
a.
In 2026 wordt er € 1.628.815,90 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 2.694.177,85 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
b.
In 2027 wordt er € 1.628.815,90 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 2.694.177,85 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West;
c.
In 2028 wordt er € 1.628.815,90 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Zuidoost en wordt er € 2.694.177,85 uitbetaald ten behoeve van Amsterdam Nieuw-West.
2.
De uitkering voor de gemeente Arnhem bedraagt € 3.831.971,70 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.277.323,90 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.277.323,90 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.277.323,90 uitbetaald.
3.
De uitkering voor de gemeente Breda bedraagt € 3.164.759,10 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.054.919,70 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.054.919,70 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.054.919,70 uitbetaald.
4.
De uitkering voor de gemeente Delft bedraagt € 3.017.998,95 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.005.999,65 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.005.999,65 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.005.999,65 uitbetaald.
5.
De uitkering voor de gemeente Dordrecht bedraagt € 3.008.242,65 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.002.747,55 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.002.747,55 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.002.747,55 uitbetaald.
6.
De uitkering voor de gemeente Den Haag bedraagt € 5.103.195,15 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.701.065,05 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.701.065,05 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.701.065,05 uitbetaald.
7.
De uitkering voor de gemeente Eindhoven bedraagt € 3.037.934,85 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.012.644,95 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.012.644,95 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.012.644,95 uitbetaald.
8.
De uitkering voor de gemeente Groningen bedraagt € 3.250.018,35 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.083.339,45 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.083.339,45 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.083.339,45 uitbetaald.
9.
De uitkering voor de gemeente Heerlen bedraagt € 3.588.925,10 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.196.308,70 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.196.308,70 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.196.308,70 uitbetaald.
10.
De uitkering voor de gemeente Leeuwarden bedraagt € 3.079.502,40 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.026.500,80 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.026.500,80 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.026.500,80 uitbetaald.
11.
De uitkering voor de gemeente Lelystad bedraagt € 3.222.021,90 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.074.007,30 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.074.007,30 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.074.007,30 uitbetaald.
12.
De uitkering voor de gemeente Nieuwegein bedraagt € 2.710.055,85 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 903.351,95 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 903.351,95 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 903.351,95 uitbetaald.
13.
De uitkering voor de gemeente Roosendaal bedraagt € 2.538.267,45 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 846.089,15 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 846.089,15 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 846.089,15 uitbetaald.
14.
De uitkering voor de gemeente Rotterdam bedraagt € 10.165.184,85 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 3.388.394,95 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 3.388.394,95 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 3.388.394,95 uitbetaald.
15.
De uitkering voor de gemeente Schiedam bedraagt € 2.902.200,90 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 967.400,30 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 967.400,30 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 967.400,30 uitbetaald.
16.
De uitkering voor de gemeente Tilburg bedraagt € 3.624.980,55 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.208.326,85 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.208.326,85 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.208.326,85 uitbetaald.
17.
De uitkering voor de gemeente Utrecht bedraagt € 3.385.749,75 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 1.128.583,25 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 1.128.583,25 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 1.128.583,25 uitbetaald.
18.
De uitkering voor de gemeente Vlaardingen bedraagt € 2.496.276,60 en wordt op drie momenten uitbetaald:
a.
In 2026 wordt er € 832.092,20 uitbetaald;
b.
In 2027 wordt er € 832.092,20 uitbetaald;
c.
In 2028 wordt er € 832.092,20 uitbetaald.
19.
De uitkering voor de gemeente Zaanstad bedraagt € 3.953.708,70 en wordt op drie momenten uitbetaald: