Artikel
I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
In afwijking van artikel 2.17, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt voor de persoonsgebonden aftrek die voortvloeit uit een herrekening van het verzamelinkomen over het kalenderjaar 2023 of 2024 door toepassing van afdeling 5.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, aangesloten bij de door de fiscale partners in de aangifte gekozen verdeling van uitgaven voor specifieke zorgkosten als bedoeld in afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of aftrekbare giften als bedoeld in afdeling 6.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Indien de belastingplichtige tezamen met zijn partner op een andere wijze het extra bedrag aan persoonsgebonden aftrek wil verdelen, kunnen zij hiervoor een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de inspecteur waarin zij hun gezamenlijke keuze kenbaar maken.
Wet rechtsherstel box 3.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat:
de artikelen I en III terugwerken tot en met 1 januari 2023;
artikel IV terugwerkt tot en met 1 januari 2017.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegenbewijsregeling box 3.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.