Overwegende:
Bij brief van 17 juli 2025 is de Tweede Kamer bericht dat het Openbaar Ministerie (hierna: OM) uit voorzorg de interne systemen heeft losgekoppeld van het internet.1Kamerstukken II 2024|25, 26 643, nr. 1376 (Brief van de Minister van Justitie en Veiligheid, 17 juli 2025). Bij brief van 23 juli 2025 is medegedeeld dat het OM nog steeds offline is.2Kamerstukken II 2024|25, 26 643, nr. 1377 (Brief van de Minister van Justitie en Veiligheid, 23 juli 2025). Aanleiding hiervoor zijn de berichten van het Nationaal Cyber Security Centrum over kwetsbaarheden in Citrix-systemen (Citrix NetScaler ADC en Citrix NetScaler Getaway) en het signaal dat hiervan mogelijk misbruik is gemaakt. De systemen van het OM zijn losgekoppeld van het internet om misbruik van de systemen te kunnen onderkennen of uit te kunnen sluiten en er wordt gewerkt aan het zekerstellen van de systemen voordat ze weer online gaan. Daarnaast loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar dit informatiebeveiligingsincident.
Op dit moment worden alle inspanningen verricht om verschillende digitale systemen de komende tijd stapsgewijs veilig op te starten, met als doel om alle systemen zo snel mogelijk weer operationeel te laten zijn. Dit onderzoek is ingewikkeld en vergt tijd, waardoor het OM nog enkele weken (gedeeltelijk) offline blijft. De eerste stappen richting het operationaliseren van systemen zijn inmiddels wel gezet: enkele systemen zijn weer beschikbaar voor het raadplegen van strafdossiers. Het is op dit moment niet precies te zeggen wanneer de systemen van het OM weer volledig operationeel zijn. Het offline halen van de systemen brengt verstoringen in het werkproces van het OM met zich mee.
Een van de verstoringen betreft de geautomatiseerde verstrekking van strafvorderlijke gegevens aan de ambtenaren die werkzaam zijn ten behoeve van de justitiële documentatie. Op basis van
artikel 22a en
22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens voert de Minister continue screening uit ten einde relevante justitiële gegevens te verstrekken aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid of de colleges van burgemeesters en wethouders met het oog op toepassing van
artikel 82, zesde lid, van het Besluit personenvervoer 2000 of met het oog op het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen die de
artikelen 1.50,
1.56 en
1.56b van de Wet kinderopvang stellen aan de exploitatie van kinderopvangvoorzieningen. Wegens het offline halen van de systemen van het OM kunnen deze verstrekkingen op dit moment niet digitaal plaatsvinden. Het verstrekken van strafvorderlijke gegevens via de post draagt een enorme werklast met zich mee en is voor de korte termijn onuitvoerbaar.
De relevante persoonsgegevens die het OM in dit kader verwerkt, worden ook door de korpschef verwerkt als politiegegevens in de zin van de
Wet politiegegevens. De meest efficiënte oplossing is om die reden dat de korpschef tijdelijk voorziet in deze informatieverstrekking totdat het informatiebeveiligingsincident bij het OM volledig is verholpen, mits de verstrekking van politiegegevens zich beperken tot die noodzakelijke informatie die nodig zijn voor de goede uitvoering van de ambtshalve verstrekkingen zoals bedoeld in
artikel 22a en
22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en de verstrekkingen per direct worden stopgezet en de verstrekte informatie wordt vernietigd uiterlijk op het moment dat de verstrekkingen van strafvorderlijke gegevens als bedoeld in
artikel 39e, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens worden hervat.
Algemeen
Persoonsgegevens die verwerkt worden door de korpschef in het kader van de politietaak worden gereguleerd door de
Wet politiegegevens.
Het verstrekken van politiegegevens aan een derde is alleen toegestaan als daartoe bij of krachtens de
Wet politiegegevens een grondslag bestaat. Onderhavig besluit betreft de opdracht aan de korpschef om politiegegevens te verstrekken als bedoeld in
artikel 18, tweede lid van de Wpg. Daarvoor geldt de eis dat de verstrekking noodzakelijk moet zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang. Een dergelijke verstrekking moet noodzakelijk en proportioneel zijn voor het doel waarvoor de gegevens worden verstrekt. Daarnaast moeten de te verstrekken persoonsgegevens duidelijk omschreven zijn.
Proces
De politiegegevens worden door de korpschef verstrekt aan de Justitiële informatiedienst (hierna: Justid) die namens de Minister beheerder is van de Justitiële Documentatie Systeem (JDS). Justid zorgt voor een handmatige koppeling met het Personenregister Kinderopvang of taxibranche op basis van het BSN. Bij een koppeling worden de gegevens doorgestuurd naar Justis. Justis neemt op basis hiervan, conform het tijdelijke werkproces telefonisch contact op met het OM over het signaal. De verstrekkingen van de politie zijn van tijdelijke aard totdat het beveiligingsincident bij het OM is verholpen.
Justis voert de continue screening uit namens de Minister, zodat er ambtshalve verstrekkingen van justitiële gegevens gedaan kunnen worden aan de toezichthouders van de taxibranche en de kinderopvang als bedoeld in
artikel 22a en
22b van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens. De toezichthouders in deze zijn de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de colleges van burgemeester en wethouders.
Welke gegevens
Het gaat om politiegegevens die gericht zijn verwerkt ten behoeve van een onderzoek met het oog op de handhaving van de rechtsorde in een bepaald geval die overeenkomstig
artikel 9 van de Wet politiegegevens worden verwerkt. In het bijzonder gaat het om onderzoeken naar strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur aangevraagde verklaring omtrent het gedrag of strafbare feiten die van belang zijn voor de beoordeling van een met het oog op het werkzaam zijn in de kinderopvang aangevraagde verklaring omtrent het gedrag. Dit betreffen ernstige gewelds- en zedendelicten.
De politiegegevens worden pas verstrekt op het moment dat ten aanzien van dezelfde gedragingen strafvorderlijke gegevens worden verwerkt door het OM namens het College van Procureurs-Generaal. Dit betekent in de praktijk dat het opsporingsonderzoek is afgerond en het politiedossier wordt ingestuurd bij het OM voor de vervolging. Alleen in het geval dat het dossier is ingestuurd bij het OM worden de politiegegevens verstrekt. Dit is om te voorkomen dat er meer persoonsgegevens tot de beschikking van Justid komen dan dat mogelijk zou zijn geweest op basis van de verstrekkingen van strafvorderlijke gegevens overeenkomstig
artikel 39e, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Daarbij gaat het om dossiers die vanaf 15 juli 2025 zijn ingestuurd bij het OM, omdat pas vanaf 17 juli 2025 de geautomatiseerde koppeling van het OM naar het JDS offline is gehaald en in voorkomend geval het enkele dagen kan duren voordat een ingestuurd dossier geregistreerd wordt via het OM in het JDS.
Zwaarwegend algemeen belang
De gegevens worden verstrekt aan de Minister met het oog op het zwaarwegend algemeen belang om strafbare feiten en openbare wanordelijkheden te voorkomen en om de rechten en vrijheden van personen te beschermen. De screening van taxichauffeurs is een preventieve doorlichting van de taxibranche om de betrouwbaarheid van taxichauffeurs te toetsen ten einde de veiligheid, integriteit en het vertrouwen van het publiek in de taxibranche te borgen. Taxichauffeurs vervoeren ook kwetsbare groepen. Medewerkers bij kinderopvang werken met kinderen. De verstrekking van politiegegevens dient primair de bescherming van de kwetsbare groepen in de samenleving en voorkomt strafbare feiten en openbare wanordelijkheden.
Subsidiariteit en proportionaliteit
De verstrekking van politiegegevens maakt inbreuk op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte en het recht op persoonsgegevens. De verstrekking maakt echter geen grotere inbreuk dan wat er feitelijk nu al rechtmatig plaatsvindt via
artikel 39e, tweede lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het gaat in essentie namelijk over dezelfde categorieën van persoonsgegevens, maar de ene wordt verwerkt door het OM als strafvorderlijke gegevens en de andere door de politie als politiegegevens. Er is geen minder inbreuk makend alternatief voor handen.
Doelbinding
In
artikel 7 van de Wet politiegegevens is de geheimhouding van politiegegevens geregeld. Deze geheimhoudingsplicht geldt voor politieambtenaren en anderen aan wie politiegegevens zijn verstrekt, dus ook voor de Minister. De gegevens mogen alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt en het doel is om Justid (namens de Minister) in staat te stellen de continue screening deels te hervatten en voort te zetten, zodat Justis de ambtshalve verstrekkingen kan doen aan de toezichthouders in de taxibranche en kinderopvang.