Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 21 augustus 2025, nr. IENW/BSK-2025/217504, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten [KetenID WGK027847]

Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten

Hoofdstuk

1

Inhoudelijke bepalingen

Artikel

1.1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  • verklaring de-minimissteun: verklaring dat subsidieverstrekking niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond;

  • verordening 2018/858: verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151).

Artikel

1.2

Doel van de subsidie

De verstrekking van subsidies op grond van deze regeling heeft als doel het aantal in Nederland gereden vrachtwagenkilometers in de logistieke keten structureel te verminderen.

Artikel

1.3

Subsidiabele activiteiten

De Minister kan, gelet op het doel bedoeld in artikel 1.2, subsidie verstrekken voor het uitvoeren van projecten bestaande uit de uitvoering van een plan om middels samenwerking in de logistieke keten kilometerreductie te bewerkstelligen.

Artikel

1.4

Aanvrager

Artikel

1.5

Subsidiabele kosten

Artikel

1.6

Niet-subsidiabele kosten

Voor subsidie komen niet in aanmerking de kosten van:

  • a.

    investeringen in aanschaf, huur, onderhoud of vervanging van onroerende zaken;

  • b.

    investeringen in de aanschaf, huur, onderhoud of vervanging van vervoermiddelen, te weten transportmiddelen, voertuigen of vaartuigen waarmee goederen kunnen worden getransporteerd.

Artikel

1.7

Hoogte subsidie

Artikel

1.8

Subsidieplafond

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2025 € 3.600.000.

Artikel

1.9

Wijze van verdelen

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel

1.10

Aanvraag

Artikel

1.11

Afwijzingsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit beslist de Minister afwijzend op een aanvraag om subsidie indien:

  • a.

    de te verstrekken subsidie lager is dan € 25.000;

  • b.

    uit het projectplan blijkt dat het aantal in Nederland te reduceren vrachtwagenkilometers structureel minder dan 15.000 per jaar bedraagt;

  • c.

    uit het projectplan blijkt dat de kilometerreductie geheel of gedeeltelijk plaatsvindt door vervoer te laten plaatsvinden door een andere modaliteit dan wegvervoer;

  • d.

    uit het projectplan niet blijkt dat het gebruik van deze regeling toegevoegde waarde heeft voor een bestaand samenwerkingsverband, of

  • e.

    een deelnemer aan het samenwerkingsverband reeds eerder een subsidie op grond van deze regeling heeft ontvangen.

Artikel

1.12

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

1.13

Voorschot

De Minister verstrekt gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 90%.

Artikel

1.14

Subsidievaststelling

Artikel

1.15

Staatssteun

De subsidie wordt verleend in overeenstemming met de de-minimisverordening.

Hoofstuk

2

Slotbepalingen

Artikel

2.1

Evaluatie

De Minister publiceert voor 1 oktober 2030 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel

2.2

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2025 en vervalt met ingang van 1 oktober 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor laatstbedoelde datum zijn aangevraagd.

Artikel

2.3

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman