Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg

Gelet op artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdelen b, c en e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), juncto artikel 2 van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wet marktordening gezondheidszorg (Bub Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen en met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.
Gelet op artikel 52, aanhef en onderdeel e, van de Wmg, worden tarieven die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve vastgesteld door de NZa.

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Acute psychiatrische hulpverlening: hulpverlening die deel uitmaakt van de geneeskundige ggz en welke gericht is op personen in een crisissituatie waarvan het vermoeden bestaat dat zij een acute psychiatrische stoornis hebben. De zorg wordt geleverd conform de generieke module acute psychiatrie;

  • Beschikbaarheidbijdrage mvo ggz (bb mvo ggz): de beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen ggz

  • Consult: direct, ononderbroken en zorginhoudelijk contact tussen zorgaanbieder en (forensische) patiënt of naasten van de patiënt;

  • Directe kosten: kosten die direct toewijsbaar zijn aan prestaties;

  • Forensische zorg: zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg;

  • Fte: de fulltime-equivalent is de rekeneenheid om aan te duiden welk deel van een fulltime omvang het betreft;

  • Geneeskundige ggz: geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet;

  • Indirecte kosten: alle niet-directe kosten;

  • Instelling: een zorgaanbieder die als instelling is aangemerkt in bijlage C bij het Landelijk Kwaliteitsstatuut;

  • Kostprijs: de aan elke afzonderlijke prestatie toegerekende kosten;

  • Kostprijsmodel: model dat begrippen, definities, rekenregels, verdeelsleutels en praktische aanwijzingen bevat die een beschrijving vormen van de wijze waarop kostprijzen berekend worden;

  • Kostprijsonderzoek: het proces om te komen tot kostprijzen voor ggz-Zvw, ggz-fz, de ggz-Wlz-prestaties voor zover het gaat om verblijf met behandeling en vergoedingsbedragen in het kader van de bb mvo ggz;

  • Nhc: de normatieve huisvestingscomponent (nhc) is een productie gebonden normatieve vergoeding voor (vervangende) (nieuw)bouw en instandhouding.

  • Nic: de normatieve inventariscomponent (nic) is een productie gebonden normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris.

  • NZa: Nederlandse Zorgautoriteit, als genoemd in artikel 3 van de Wmg;

  • Prestatie: Een zorgproduct gedefinieerd door de NZa, zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel j van de Wmg;

  • Productie: de aantallen van alle prestaties in het kader van het zorgprestatiemodel, de verblijfsprestaties Wlz met behandeling en de vergoedingen in het kader van ggz-opleidingen, die voldoen aan alle eisen daaraan gesteld, geleverd in het uitvraagjaar; voor zover het ZPM of Wlz-prestaties betreft onafhankelijk óf en door wie die prestaties betaald worden een en ander zoals bekend op het moment van de uitvraag;

  • Setting: het onderscheid tussen vormen van zorg binnen het Zorgprestatiemodel op basis van benodigde infrastructuur en inzet van verschillende disciplines;

  • Tarief: prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of geheel van prestaties van een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 sub k van de Wmg.;

  • Verblijfsdag: dag en daaropvolgende nacht dat een patiënt gedurende een periode van klinische opname in een instelling verblijft. De eerste verblijfsdag is de dag dat de patiënt voor 20:00u is opgenomen;

  • vrijgevestigde: een zorgaanbieder die als vrijgevestigde is aangemerkt in bijlage C bij het Landelijk Kwaliteitsstatuut;

  • Wfz: Wet forensische zorg;

  • Wlz: Wet langdurige zorg;

  • Wlz-prestaties: de Wlz-zorgprestaties beschreven in bijlage 1;

  • Wmg: Wet marktordening gezondheidszorg;

  • Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning;

  • Zorg: zorg als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van de Wmg en forensische zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wfz;

  • Zorgaanbieder: Zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wmg;

  • Zorgkantoor: een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder;

  • ZPM: het Zorgprestatiemodel dat met ingang van 1 januari 2022 van kracht is voor de geneeskundige ggz en forensische zorg;

  • Zvw: Zorgverzekeringswet;

Artikel

2

Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven vast te stellen voor de prestaties in de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de forensische zorg (fz).

Artikel

3

Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op geestelijke gezondheidszorg, als omschreven bij of krachtens de Zvw, de forensische zorg als omschreven bij of krachtens de Wfz, op Wlz-ggz verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b) als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz).

Voor zover geen sprake is van zorg als omschreven in de vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen1Het betreft hier de handelingen bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de Wmg. of werkzaamheden2Het betreft hier de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel c, van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg. op het terrein van geestelijke gezondheidszorg, als omschreven bij of krachtens de Zvw, de forensische zorg als omschreven bij of krachtens de Wfz, verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b) als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz), uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG.

Artikel

4

Opbouw van tarieven

Artikel

5

Kostprijsonderzoek naar kostprijzen 2023

De NZa heeft een kostprijsonderzoek uitgevoerd naar de kostprijzen 2023 in de ggz en fz. De manier waarop de NZa dit kostprijs heeft uitgevoerd is vastgelegd in de beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz-en fz- instellingen en MVO ggz – BR/REG-24139 en de beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1- BR/ REG-24153 en in het verantwoordingsdocument behorende bij dat kostprijsonderzoek.

Artikel

6

Kostprijsberekening Setting 1

Artikel

7

Kostprijsberekening instellingen

Artikel

8

Toetsingskader ten aanzien van kostprijsberekening

Via een toetsingskader is de betrouwbaarheid en representativiteit beoordeeld van de kostprijzen. Dit toetsingskader is voor vrijgevestigden vastgelegd in Beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1 met kenmerk BR-REG-24153. Voor de instellingen is dit vastgelegd in beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz-en fz-instellingen en MVO ggz met kenmerk BR/REG-24139.

Er zijn prestaties die zowel voorkomen bij instellingen als bij vrijgevestigden daarvan worden de resultaten samengevoegd voor het toetsingskader wordt toegepast.

Artikel

9

Tariefopbouw

Artikel

10

Ontwikkelingen na bronjaar 2023

Significante en objectiveerbare ontwikkelingen na het bronjaar 2023 kunnen leiden tot aanpassingen in bovengenoemde uitgangspunten. In de periode 2024 tot en met 2025 was daarvan in de ggz geen sprake, in de Verantwoording tarieven ggz en fz 2026 b-release zijn de overwegingen hierover beschreven.

Voor de fz is er een kwaliteitskader afgesproken. Hieruit volgt dat DJI kwaliteitsgelden ontvangt in 2023, 2024 en 2025 en deze kwaliteitsgelden via de max-max-tarieven uitkeert aan de fz zorgaanbieders. Dit betreffen, voor de toevoeging in 2024 en 2025, objectiveerbare en significante meerkosten met een structureel karakter (ook naar 2026 en verder) die niet gemeten zijn in het peiljaar van het KPO 2023. Voor het deel van deze extra gelden 2024 en 2025 die louter zien op fz-prestaties zal de NZa die gelden toerekenen aan de betreffende fz- prestaties. In het geval er na 2023 nieuwe prestaties ontstaan, wordt in het onderhoudsoverleg besproken hoe daar tarieven voor worden bepaald.

Artikel

11

Wijzigingen in wet- en regelgeving

Zoals beschreven, zijn de werkelijke kosten in 2023 het uitgangspunt en voor de tarieven. Indien ten tijde van de uitvoering van het kostprijsonderzoek veranderingen in wet- en regelgeving en/of verplichte kwaliteitsstandaarden bekend zijn die leiden tot een objectief kwantitatief vast te stellen verandering in de verwachte kosten, verwerkt de NZa deze in de tarieven indien dit naar het oordeel van de NZa tevens significant is.

Artikel

12

Indexering

Kosten en tarieven worden geïndexeerd naar het prijspeil van het jaar waarin de tarieven zullen gelden. Dit vindt plaats op basis van prijsindexcijfers zoals die door VWS met behulp van een aanwijzing worden opgelegd. Het kostprijsonderzoek levert kostprijzen van 2023 op, die vervolgens worden geïndexeerd tot het prijsniveau 2026.

Omdat de definitieve prijsindexcijfers niet vóór het vaststellen van tarieven bekend zijn, worden voorlopige prijsindexcijfers gehanteerd. De definitieve prijsindexcijfers landen in de indexatie van tarieven voor het opvolgende jaar.

Tarief jaar t = Tarief jaar t-1 / (1+voorlopige index t-1) * (1+definitieve index t-1) * (1+voorlopige index jaar t)

Voor de verschillende prestaties wordt dit als volgt uitgewerkt:

  • a)

    ZPM-prestaties

    Voor de ZPM-prestaties geldt vervolgens dat indexering plaatsvindt op basis van een verhouding tussen het prijsindexcijfer personele kosten en het prijsindexcijfer materiële kosten. De volgende verhouding wordt toepast:

    • 90% index personele kosten en 10% materiele kosten voor Niet-basispakketzorg consult,

    • 67% index personele kosten en 33% materiele kosten voor Schriftelijke informatieverstrekking (met toestemming patiënt) aan derden,

    • 85% index personele kosten en 15% materiële kosten voor de tarieven van consulten, verblijfsdagen, overige prestaties en toeslagen op consulten en verblijfsdagen.

    • 75% index personele kosten en 25% materiële kosten voor tarieven van zzp-c prestaties.

    Als prestaties, of onderdelen van prestaties, zijn afgeleid van andere prestaties of andere sectoren, dan volgt de NZa in beginsel de indexatie van die sector.

  • b)

    Spravato: hier nemen we jaarlijks de meest recente apotheekinkoopprijs op.

Artikel

13

Intrekken oude beleidsregel(s)

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel worden de volgende Beleidsregels ingetrokken:

  • Beleidsregelkostprijsonderzoek ggz en fz, met kenmerk BR/REG-18163;

  • Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, met kenmerk BR/REG-25137;

  • Beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1, met kenmerk BR/REG-24153;

  • Beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz- en fz-instellingen en MVOggz, met kenmerk BR/REG-24139.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de volgende al wel gepubliceerde maar nog niet in werking getreden beleidsregel ingetrokken:

Artikel

14

Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, inwerkingtreding en bekendmaking en citeertitel

De volgende beleidsregels blijven van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold:

  • Beleidsregelkostprijsonderzoek ggz en fz, met kenmerk BR/REG-18163;

  • Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, met kenmerk BR/REG-25137;

  • Beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1, met kenmerk BR/REG-24153;

  • Beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz- en fz-instellingen en MVO ggz, met kenmerk BR/REG-24139.

Artikel

15

Inwerkingtreding en bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst.

De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Artikel

16

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg.