Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 7 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/238367, houdende vaststelling van tijdelijke regels ter stimulering van de opschaling van watertechnologische innovaties voor testen in een pilotomgeving (Tijdelijke Subsidieregeling stimulering opschaling watertechnologische innovaties voor testen in een pilotomgeving)

Tijdelijke Subsidieregeling stimulering opschaling watertechnologische innovaties voor testen in een pilotomgeving

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: consortium dat een aanvraag doet op grond van deze regeling;

  • adviescommissie: onafhankelijke adviescommissie die zorgdraagt voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen;

  • AGVV: Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

  • consortium: consortium als bedoeld in artikel 12, tweede lid;

  • experimentele ontwikkeling: ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV;

  • focusgebieden: de vijf focusgebieden van UPPWATER, te weten Waterbehandeling 4.0, Alternatieve bronnen, Circulariteit, Digitalisering en Decentraal;

  • KWR: KWR Watercycle Research Institute;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder ff, van het O&O&I-steunkader;

  • O&O&I-steunkader: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414);

  • opschaling: proces waarbij een innovatie die in een laboratorium succesvol is gebleken naar een realistischere schaal wordt overgezet en wordt toegepast in een pilotomgeving;

  • pilotomgeving: gecontroleerde of gesimuleerde omgeving die representatief is voor het functioneren onder reële omstandigheden, waarin de innovatie getest kan worden;

  • Programma 2: programma ‘Pilots en Testen’ van UPPWATER dat wordt gecoördineerd door KWR en STOWA;

  • Programma 4: programma ‘Naar de markt’ van UPPWATER dat wordt gecoördineerd door Water Alliance;

  • programmaconsortium: consortium van UPPWATER;

  • project: individueel project dat past binnen de focusgebieden van UPPWATER, bestaande uit experimentele ontwikkeling waarbij een prototype wordt getest in een pilotomgeving, dat wordt geleid door een consortium dat een aanvraag doet op grond van deze regeling;

  • prototype: vroeg proefontwerp van een watertechnologische innovatie waarmee de werking van de innovatie wordt getest;

  • STOWA: Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer;

  • subsidieontvangers: individuele partijen uit het consortium;

  • substantiële vestiging: vestiging in Nederland van waaruit duurzaam kan worden deelgenomen aan het economische leven in Nederland;

  • testen: verzameling activiteiten die uitgevoerd wordt om een of meer kenmerken van de watertechnologische innovatie vast te stellen volgens een gespecificeerde procedure;

  • uitvoerperiode: periode waarin het project wordt uitgevoerd;

  • vaste inrichting: inrichting die structureel beschikt over personeel en technische middelen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van bepaalde diensten;

  • watertechnologische innovaties: innovatie die gericht is op het verbeteren van de waterkwaliteit of de waterbeschikbaarheid;

  • Werkpakket Versnellen en Maximaliseren: werkpakket 2 van UPPWATER dat wordt gecoördineerd door TKI Watertechnologie.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel om de opschaling van watertechnologische innovaties die passen binnen de focusgebieden te stimuleren.

Artikel

3

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen in aanmerking de loonkosten, investeringskosten, materiaalkosten en advieskosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de AGVV, die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een of meer van de volgende activiteiten:

  • a.

    het testen en valideren van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een laboratorium;

  • b.

    het doorontwikkelen van een prototype van de innovatieve watertechnologie;

  • c.

    het bouwen van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een pilotomgeving;

  • d.

    het testen en demonstreren van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een pilotomgeving; en

  • e.

    het monitoren en valideren van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een pilotomgeving.

Artikel

4

Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

Tot de kosten, bedoeld in artikel 3, behoren in ieder geval niet:

  • a.

    reiskosten;

  • b.

    winstopslagen binnen het consortium;

  • c.

    kosten en vergoedingen voor representatie;

  • d.

    kosten van personeelsactiviteiten;

  • e.

    kosten van overboekingen en annuleringen;

  • f.

    gratificaties en bonussen.

Artikel

5

Subsidieplafond en verdeling

Artikel

6

Adviescommissie

Artikel

7

Aanvraag

Artikel

8

Afwijzingsgronden

Onverminderd de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M, beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 330.000,–;

  • b.

    de financiering van het project niet aantoonbaar sluitend is;

  • c.

    er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de AGVV;

  • d.

    er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de AGVV;

  • e.

    de werkzaamheden in het kader van de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor het project is ingediend en het stimulerend effect bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de AGVV, daardoor ontbreekt;

  • f.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de AGVV;

  • g.

    ten aanzien van de aanvrager reeds een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Artikel

9

Verlening

Artikel

10

Voorschot

Gedurende de looptijd van het project wordt per kalenderjaar aan de hand van de projectbegroting maximaal 80% van de te verstrekken subsidie die de subsidieontvangers dat jaar aan de activiteiten zullen besteden, bevoorschot.

Artikel

11

Voorwaarden

Artikel

12

Verplichtingen met betrekking tot het project

Artikel

13

Verplichtingen in het kader van UPPWATER

Artikel

14

Verplichtingen voor onderzoeksorganisaties

Artikel

15

Vaststelling

Artikel

16

Evaluatie

Artikel

17

Staatssteun

De subsidie voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, bestaande uit experimentele ontwikkeling door een onderneming, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de AGVV.

Artikel

18

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 november 2034, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel

19

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke Subsidieregeling stimulering opschaling watertechnologische innovaties voor testen in een pilotomgeving.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman

Bijlage

I

bedoeld in artikel 7, zesde lid, onder c, van deze regeling

Als onderdeel van het exploitatieplan wordt een onderbouwde inschatting opgenomen van de verwachte resultaten na de looptijd van het project en van de verwachte resultaten vijf jaren na afloop van het project. De resultaten worden ingeschat op basis van de volgende kentallen:

Voor de partij die de innovatie naar de markt wenst te brengen:

− Verwacht resultaat (kwalitatief): ...

− Verwachte omzetgroei in Nederland: ...

− Verwachte omzetgroei in buitenland: ...

− Verwachte groei werkgelegenheid: ...

− Verwachte vervolginvesteringen na afloop project: ...

Voor de betrokken eindgebruikers(s) bij succesvolle implementatie van de innovatie:

− Verwachte bedrijfseconomische resultaten: ...

− Verwachte maatschappelijke resultaten (kwalitatief): ...

− Verwachte indirecte economische resultaten: ... Denk hierbij aan het voorkomen van stagnatie in de economische groei van regio’s en/of bedrijven.