Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 7 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/238366, houdende vaststelling van tijdelijke regels ter stimulering van het uitvoeren van fullscale demonstratieprojecten ter vergroting van de markt- en exportkansen voor de Nederlandse watertechnologiesector (Tijdelijke subsidieregeling stimulering fullscale demonstratieprojecten watertechnologie)

Tijdelijke subsidieregeling stimulering uitvoering van fullscale demonstratieprojecten ter vergroting van de markt- en exportkansen voor de Nederlandse Watertechnologiesector

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

BESLUIT:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: consortium dat een aanvraag doet op grond van deze regeling;

  • adviescommissie: onafhankelijke adviescommissie die zorgdraagt voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen;

  • AGVV: Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

  • consortium: consortium als bedoeld in artikel 12, tweede lid;

  • experimentele ontwikkeling: ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV;

  • focusgebieden: de vijf focusgebieden van UPPWATER, te weten Waterbehandeling 4.0, Alternatieve bronnen, Circulariteit, Digitalisering en Decentraal;

  • fullscale demonstratieproject: individueel project in Nederland dat past binnen de focusgebieden van UPPWATER, bestaande uit experimentele ontwikkeling waarbij individuele technieken zich bewijzen in een integrale oplossing en binnen de context van een normale bedrijfsvoering, in de fase voordat het een referentieproject wordt, dat wordt geleid door een consortium dat een aanvraag doet op grond van deze regeling;

  • launching customer: eerste afnemer die de nieuwe technologie afneemt voordat de werking van de technologie is bewezen en daarmee een risico loopt;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder ff, van het O&O&I-steunkader;

  • O&O&I-steunkader: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414);

  • opschaling: proces waarbij een innovatie die in een laboratorium of in een pilotomgeving succesvol is gebleken naar een grotere, realistischere schaal wordt overgezet en wordt toegepast in een praktijkomgeving;

  • pilotomgeving: gecontroleerde of gesimuleerde omgeving die representatief is voor het functioneren onder reële omstandigheden, waarin de innovatie getest kan worden;

  • praktijkomgeving: real time gebruiksomgeving in de reguliere bedrijfsvoering, waarin geen sprake meer is van een gecontroleerde of gesimuleerde omgeving;

  • Programma 3: programma ‘Fullscale demonstraties’ van UPPWATER dat wordt gecoördineerd door Waterschap Vechtstromen;

  • Programma 4: programma ‘Naar de markt’ van UPPWATER dat wordt gecoördineerd door Water Alliance;

  • programmaconsortium: consortium van UPPWATER;

  • prototype: vroeg proefontwerp van een watertechnologische innovatie waarmee de werking van de innovatie wordt getest;

  • referentieprojecten: succesvol gebleken fullscale demonstratieprojecten waarin individuele technieken centraal staan die aantoonbaar op het punt staan van een internationale marktdoorbraak en om die reden gebaat zijn bij een referentieproject in Nederland, en die als voorbeeldprojecten dienen met behulp waarvan potentiële afnemers geïnformeerd kunnen worden;

  • subsidieontvangers: de individuele partijen uit het consortium;

  • testen: verzameling activiteiten die uitgevoerd wordt om een of meer kenmerken van de watertechnologische innovatie vast te stellen volgens een gespecificeerde procedure;

  • substantiële vestiging: vestiging in Nederland van waaruit duurzaam kan worden deelgenomen aan het economische leven in Nederland;

  • toegepaste innovatieve watertechnologie: watertechnologische innovatie die zich heeft bewezen als prototype en wordt toegepast in een praktijkomgeving;

  • uitvoerperiode: periode waarin het fullscale demonstratieproject wordt uitgevoerd;

  • vaste inrichting: inrichting die structureel beschikt over personeel en technische middelen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van bepaalde diensten;

  • watertechnologie integrator: een partij die zelf ontwikkelde watertechnologie of nieuwe watertechnologieën van andere partijen, integreert om zo te komen tot een nieuw product;

  • watertechnologische innovatie: innovatie die gericht is op het verbeteren van de waterkwaliteit of van de waterbeschikbaarheid;

  • Werkpakket Versnellen en Maximaliseren: werkpakket 2 van UPPWATER dat wordt gecoördineerd door TKI Watertechnologie.

Artikel

2

Doel

Deze regeling heeft tot doel om de uitvoering van fullscale demonstratieprojecten van watertechnologische innovaties binnen de focusgebieden te stimuleren in een praktijkomgeving.

Artikel

3

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen in aanmerking de loonkosten, investeringskosten, materiaalkosten en advieskosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de AGVV, die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een of meer van de volgende activiteiten:

  • a.

    het bouwen van een fullscale demonstratie van een watertechnologische innovatie met als doel het worden van referentieproject;

  • b.

    het functioneel in bedrijf stellen en houden van de fullscale demonstratie van een watertechnologische innovatie;

  • c.

    de doorontwikkeling en optimalisering van de toegepaste innovatieve watertechnologie;

  • d.

    het monitoren van de effectiviteit van de toegepaste innovatieve watertechnologie.

Artikel

4

Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

Tot de kosten, bedoeld in artikel 3, behoren in ieder geval niet:

  • a.

    reiskosten;

  • b.

    winstopslagen binnen het consortium;

  • c.

    kosten en vergoedingen voor representatie;

  • d.

    kosten van personeelsactiviteiten;

  • e.

    kosten van overboekingen en annuleringen;

  • f.

    gratificaties en bonussen.

Artikel

5

Subsidieplafond en verdeling

Artikel

6

Adviescommissie

Artikel

7

Aanvraag

Artikel

8

Afwijzingsgronden

Onverminderd de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M, beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 500.000,–;

  • b.

    de financiering van het project niet aantoonbaar sluitend is;

  • c.

    er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de AGVV;

  • d.

    er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de AGVV;

  • e.

    de werkzaamheden aan de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor het project is ingediend en het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de AGVV daardoor ontbreekt;

  • f.

    de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de AGVV;

  • g.

    ten aanzien van de aanvrager reeds een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Artikel

9

Verlening

Artikel

10

Voorschot

Gedurende de looptijd van het project wordt per kalenderjaar aan de hand van de projectbegroting maximaal 80% van de te verstrekken subsidie die de subsidieontvangers dat jaar aan de activiteiten zullen besteden, bevoorschot.

Artikel

11

Voorwaarden

Artikel

12

Verplichtingen met betrekking tot het project

Artikel

13

Verplichtingen in het kader van UPPWATER

Artikel

14

Verplichtingen voor onderzoeksorganisaties

Artikel

15

Vaststelling

Artikel

16

Instandhoudingsverplichting

Na oplevering van het project en de vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 15, wordt de watertechnologische innovatie minimaal vijf jaar in stand gehouden, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, derde lid.

Artikel

17

Evaluatie

Artikel

18

Staatssteun

De subsidie voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 3, bestaande uit experimentele ontwikkeling door een onderneming, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de AGVV.

Artikel

19

Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 november 2034, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel

20

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling stimulering uitvoering van fullscale demonstratieprojecten ter vergroting van de markt- en exportkansen voor de Nederlandse Watertechnologiesector.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman

Bijlage

I

bedoeld in artikel 7, zesde lid, onder d, van deze regeling

Als onderdeel van het exploitatieplan wordt een onderbouwde inschatting opgenomen van de verwachte resultaten na de looptijd van het project en van de verwachte resultaten vijf jaren na afloop van het project. De resultaten worden ingeschat op basis van de volgende kentallen:

Voor de partij die de innovatie naar de markt wenst te brengen:

– Verwacht resultaat (kwalitatief): ...

– Verwachte omzetgroei in Nederland: ...

– Verwachte omzetgroei in buitenland: ...

– Verwachte groei werkgelegenheid: ...

– Verwachte vervolginvesteringen na afloop project: ...

Voor de betrokken launching customer(s) bij succesvolle implementatie van de innovatie:

– Verwachte bedrijfseconomische resultaten: ...

– Verwachte maatschappelijke resultaten (kwalitatief): ...

– Verwachte indirecte economische resultaten: ... Denk hierbij aan het voorkomen van stagnatie in de economische groei van regio’s en/of bedrijven.