Wet van 1 oktober 2025, houdende invoering van regels met betrekking tot de integriteit en het loopbaanvervolg van bewindspersonen, alsmede een tweetal wijzigingen van de Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen)

Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is een wettelijke grondslag te creëren voor het vaststellen van een gedragscode voor bewindspersonen en regels te stellen die tot doel hebben duidelijkheid over het mogelijke loopbaanvervolg van bewindspersonen te bevorderen, alsmede een tweetal wijzigingen in de Wet adviescolleges rechtspositie politieke ambtsdragers door te voeren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:

  • adviescollege: adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers als bedoeld in artikel 1 van Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers;

  • dienstverband: aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan tegen betaling opgedragen taken worden verricht;

  • bewindspersoon: minister of staatssecretaris;

  • gewezen bewindspersoon: bewindspersoon aan wie door Ons ontslag is verleend;

  • Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • voormalig ministerie: het ministerie of de ministeries waarvoor de gewezen bewindspersoon binnen de periode van twee jaar voor zijn ontslag werkzaamheden heeft verricht.

Artikel

1a

De Minister-President stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, een gedragscode voor bewindspersonen vast.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Wijzigt de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers.

Artikel

6

Wijzigt de Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers.

Artikel

7

Wijzigt de Wet open overheid.

Artikel

8

Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

9

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

10

Deze wet wordt aangehaald als: Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten