Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 9 november 2025, nr. WJZ/102130805, houdende regels ter uitvoering van de Energiewet en het Energiebesluit (Energieregeling)

Energieregeling

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • acute systeemstoring: ongewilde verandering in het functioneren van een onderdeel van een transmissie- of distributiesysteem die gevolgen heeft voor de uitvoering van de wettelijke taken en verplichtingen en waarvoor naar het oordeel van de transmissie- of distributiesysteembeheerder uiterlijk binnen een dag maatregelen moeten worden getroffen;

  • bedrijfsmiddelenregister: register van het stelsel van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van het transport van elektriciteit of gas, aangeduid naar locatie, aard en type;

  • besluit: Energiebesluit;

  • calorische bovenwaarde: de hoeveelheid energie, uitgedrukt in megajoule (MJ), afgerond op drie cijfers achter de komma, die vrijkomt bij de volledige verbranding van 1 m3(n) gas in lucht, wanneer de na de verbranding aanwezige componenten tot de uitgangscondities van temperatuur en druk worden teruggebracht, zijnde 298,15 K en een absolute druk van 101,325 kPa (1,01325 bar) en waarbij de bij de verbranding gevormde waterdamp wordt gecondenseerd;

  • daggemiddeld: waarde die gelijk is aan het voortschrijdende gemiddelde van alle meetwaarden in de voorgaande 24 uren;

  • dynamische referentieprijs: de gemiddelde marginale kostprijs per dag voor elektriciteitsproductie met toepassing van de goedkoopste elektriciteitsproductie-eenheid op basis van kolen en gas;

  • etiket: de weergave op of bij de rekening van een leverancier aan een eindafnemer van de opwekkingsgegevens van de geleverde elektriciteit, te weten:

    • a.

      het aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft geleverd aan zijn eindafnemers;

    • b.

      de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft geleverd aan zijn eindafnemers, en

    • c.

      verwijzingen naar beschikbare referentiebronnen, waar voor eenieder toegankelijke informatie beschikbaar is over de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft geleverd aan zijn eindafnemers;

  • G-gas: gas van een kwaliteit als bedoeld in bijlage 1, onderdelen B en D;

  • gedelegeerde verordening 2024/1366: Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie van 11 maart 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad door middel van de vaststelling van een netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen;

  • gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) in een etmaal, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5);

  • gemiddelde effectieve temperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) over een periode, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5);

  • H-gas: gas van een kwaliteit als bedoeld in bijlage 1, onderdelen A en C;

  • hogere koolwaterstoffen: koolwaterstoffen met meer dan één koolstofatoom per molecuul;

  • HTL-systeem: deel van het door de transmissiesysteembeheerder voor gas beheerde transmissiesysteem voor gas met een operationele absolute druk van circa 45 bar of hoger;

  • knelpunt: knelpunt dat een aanzienlijk risico vormt of kan vormen voor het waarborgen van de kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke taken of verplichtingen;

  • kritische prestatie-indicator: meetbare waarde die het mogelijk maakt de beheersing van kwaliteitsaspecten te monitoren, evalueren en eventueel te verbeteren;

  • kwaliteitsaspect: kwaliteitsaspect als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van het besluit;

  • kwaliteitsplan: kwaliteitsplan als bedoeld in artikel 3.32 van het besluit;

  • L-gas: gas van een kwaliteit als bedoeld in bijlage 1, onderdeel E, bestemd voor export;

  • LiDAR-systeem: een apparaat dat afstanden tot en snelheden van objecten bepaalt door middel van reflectie van door het apparaat uitgezonden lasersignalen en dat voldoet aan 3.51.9 Artikel 6

  • m3(n): hoeveelheid gas die bij een temperatuur van 273,15 K en een druk van 101,325 kPa een volume inneemt van één m3;

  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • NTA 8120: NTA 8120 assetmanagement – eisen aan een veiligheids-, kwaliteits- en capaciteitsmanagementsysteem voor het elektriciteits- en gasnetbeheer;

  • propaanequivalent: eenheid van het gehalte aan hogere koolwaterstoffen in gas, berekend als de som van de aandelen in mol% van de hogere koolwaterstoffen in gas, waarbij iedere hogere koolwaterstof een wegingsfactor krijgt van het aantal koolstofatomen in de betreffende hogere koolwaterstof minus één, gedeeld door twee;

  • relatieve dichtheid: de dichtheid van een gas gedeeld door de dichtheid van droge lucht van de standaardsamenstelling bij normale condities, te weten een temperatuur van 273,15 K en een druk van 101,325 kPa;

  • referentieproductaanbod: aanbod van een product waarvan de prijs door een leverancier wordt gehanteerd voor de berekening van de opzegvergoeding;

  • RTL-systeem: deel van het door de transmissiesysteembeheerder voor gas beheerde transmissiesysteem voor gas met een operationele absolute druk van 40,5 bar of lager;

  • seizoensopslag: gasopslagsysteem:

    • a.

      met een technische opslagcapaciteit van meer dan 5 TWh;

    • b.

      waarvan het gedurende een opslagjaar minstens 50 dagen duurt om dit, indien dit volledig leeg is, volledig te vullen;

    • c.

      dat wordt gebruikt om gas op te slaan ten behoeve van gasvraag in de winter.

  • schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • streefwaarde: doelstelling van een transmissie- of distributiesysteembeheerder die per kwaliteitsaspect weergeeft wanneer sprake is van een aanvaardbaar kwaliteitsniveau;

  • verordening 2016/1952: Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2008/92/EG;

  • verordening 2024/1789: Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking);

  • Wobbe-index: de calorische bovenwaarde gedeeld door de vierkantswortel van de relatieve dichtheid.

Artikel

1.2

aansluitingen

Als activiteiten als bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, van de wet, worden aangewezen:

  • a.

    openbaar vervoer per metro, tram of trolley;

  • b.

    mijnbouwkundige activiteiten;

  • c.

    beheer en exploitatie van telecommunicatie- en kabelnetwerken;

  • d.

    beheer en exploitatie van riolering, bemaling en waterzuivering;

  • e.

    transport en distributie van water;

  • f.

    beheer van openbare verlichting; of

  • g.

    beheer van verkeersregelinstallaties.

Hoofdstuk

2

Energiemarkten

Afdeling

2.1

Contractuele verhouding tussen eindafnemer en leverancier of actieve afnemer en marktdeelnemer die aggregeert

Paragraaf

2.1.1

Algemene bepalingen

Artikel

2.1

maximale hoogte waarborgsom

De hoogte van de waarborgsom, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het besluit, is redelijk en passend en bedraagt ten hoogste een derde deel van het totaalbedrag van de verwachte jaarafrekening.

Artikel

2.2

klachtenprocedure

Paragraaf

2.1.2

Factureren

Artikel

2.3

frequentie factuur

Artikel

2.4

nadere uitleg factuur

Een leverancier of een marktdeelnemer die aggregeert, verstrekt op verzoek van een eindafnemer nadere uitleg over de totstandkoming van de factuur.

Artikel

2.5

inhoud factuur

Artikel

2.6

inhoud factuur aggregatieovereenkomst

Artikel

2.7

meetgegevens factuur

Paragraaf

2.1.3

Informeren verbruikskostenoverzicht

Artikel

2.8

frequentie verbruikskostenoverzicht

Artikel

2.9

begrijpelijkheid verbruikskostenoverzicht

Artikel

2.10

inhoud verbruikskostenoverzicht

Artikel

2.11

verstrekking verbruiksgegevens verbruikskostenoverzicht

Een leverancier vermeldt op het verbruikskostenoverzicht van een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, de hoeveelheid elektriciteit of gas die is afgenomen volgens ieder verbruikskostenoverzicht in de afgelopen 36 maanden of in de periode van de leveringsovereenkomst.

Artikel

2.12

advies energiebesparing verbruikskostenoverzicht

Indien een leverancier op het verbruikskostenoverzicht aan de eindafnemer een advies verstrekt over de energiebesparende maatregelen die de desbetreffende eindafnemer kan nemen om zijn energieverbruik te verminderen, is het advies gebaseerd op de verbruiksgegevens van de desbetreffende eindafnemer, waar de leverancier toegang tot heeft ter voldoening van zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.11 en, indien nuttig, openbare gegevens.

Paragraaf

2.1.4

Informatie-uitwisseling factuur en verbruikskostenoverzicht

Artikel

2.13

verzending

Artikel

2.14

verstrekking verbruiksgegevens

Een leverancier stelt gegevens over het verbruik per dag, week, maand en jaar digitaal beschikbaar en vermeldt tevens het verbruik per periode waarin de prijs vaststaat aan een eindafnemer die beschikt over een meetinrichting waarvan de communicatiefunctionaliteit administratief is ingeschakeld, over een periode van ten minste de voorgaande vierentwintig maanden, of over de periode sinds de aanvang van de leveringsovereenkomst, indien dit korter is.

Paragraaf

2.1.5

Stroometikettering

Artikel

2.15

stroometikettering

Artikel

2.16

juistheid en volledigheid stroometikettering

Paragraaf

2.1.6

Overstappen

Artikel

2.17

termijn eindafrekening

De termijn voor het versturen van een eindafrekening als bedoeld in de artikelen 2.13 en 2.38 van de wet bedraagt zes weken.

Artikel

2.18

overstappen

Paragraaf

2.1.7

Hoogte opzegvergoeding

Artikel

2.19

hoogte opzegvergoeding

Artikel

2.20

hoogte opzegvergoeding aggregatieovereenkomst

Artikel

2.21

referentieproductaanbod

Artikel

2.22

actuele prijs referentieproductaanbod

Paragraaf

2.1.8

Voorwaarden opzegvergoeding

Artikel

2.23

transparantie opzegvergoeding

Artikel

2.24

uitzonderingstermijn

Een marktdeelnemer brengt geen opzegvergoeding als bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet in rekening indien de huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming is, de overeenkomst opzegt binnen de termijn, bedoeld in artikel 230o, eerste of tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, of, indien deze termijn niet van toepassing is, een bedenktermijn krachtens de leveringsovereenkomst.

Artikel

2.25

bijzondere omstandigheden

Een marktdeelnemer draagt er zorg voor dat een voorwaarde over de opzegvergoeding, bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.39 van de wet, voorziet in het mogelijk lager vaststellen van de opzegvergoeding indien er sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat het in rekening brengen van de vastgestelde opzegvergoeding onevenredige nadelige gevolgen zou hebben.

Artikel

2.26

welkomstcadeau of loyaliteitsbonus

Een marktdeelnemer kan uitsluitend een krachtens een bij het sluiten van een leveringsovereenkomst, leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel of aggregatieovereenkomst te verstrekken voordeel aan een huishoudelijk eindafnemer, micro-onderneming of actieve afnemer die tevens een huishoudelijk eindafnemer of micro-onderneming is terugvorderen indien:

  • a.

    in de overeenkomst is aangegeven dat het een bij het sluiten van de overeenkomst te verstrekken voordeel betreft en dat dit duidelijk is onderscheiden van andere vergoedingen;

  • b.

    het geldbedrag uiterlijk bij de tweede inning van het termijnbedrag voor de levering, de teruglevering of de geleverde flexibiliteit is verrekend of uitbetaald aan de eindafnemer of actieve afnemer;

  • c.

    is opgezegd door de eindafnemer of actieve afnemer binnen een termijn van zes maanden gerekend vanaf de start van de levering, de teruglevering of het verlenen van een vraagresponsdienst; en

  • d.

    niet meer dan het uitbetaalde geldbedrag wordt teruggevorderd.

Afdeling

2.2

Vergunning leveranciers

Paragraaf

2.2.1

Vergunningplicht

Paragraaf

2.2.2

Eisen vergunning: organisatorische, financiële en technische kwaliteiten en deskundigheid

Artikel

2.28

administratieve organisatie

Artikel

2.29

financiële positie

Artikel

2.30

inkoopstrategie

Een leverancier die krachtens artikel 2.17 van de wet vergunningplichtig is, beschikt over een gedegen inkoopstrategie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, indien hij zijn afgesloten leveringsovereenkomsten afdekt wat betreft de verwachte verplichtingen voor de levering van elektriciteit of gas in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat.

Artikel

2.31

onafhankelijke risicomanager

Paragraaf

2.2.3

Aanvraag vergunning

Artikel

2.32

aanvraag vergunning

Paragraaf

2.2.4

Verplichtingen vergunninghouder

Artikel

2.33

verstrekking gegevens na verlenen vergunning

Artikel

2.34

herstelplan

Afdeling

2.3

Leveranciersmodel

Artikel

2.35

tarievenregister elektriciteit en gas

Artikel

2.36

minimuminformatie aansluit- en transportovereenkomst kleine aansluiting

Een distributiesysteembeheerder stelt een aansluit- en transportovereenkomst met een aangeslotene met een kleine aansluiting op schrift en zorgt ervoor dat de overeenkomst in ieder geval de volgende gegevens bevat:

  • a.

    de naam, het postadres, het telefoonnummer en het e-mailadres van de distributiesysteembeheerder;

  • b.

    een omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus van de diensten;

  • c.

    een verwijzing naar de geldende tarieven, bedoeld in artikel 2.35;

  • d.

    de looptijd en de voorwaarden voor verlenging, wijziging en beëindiging van de overeenkomst;

  • e.

    de interne en externe klachtprocedure;

  • f.

    de naam van de aangeslotene;

  • g.

    indien de aangeslotene een natuurlijk persoon is, diens geboortedatum;

  • h.

    indien de aangeslotene een rechtspersoon is en is ingeschreven in het handelsregister, het nummer van inschrijving in het handelsregister;

  • i.

    de unieke identificatiecode van de aansluiting.

Artikel

2.37

informatie distributiesysteembeheerder ten behoeve van leveranciersmodel

Artikel

2.38

informeren aangeslotene over wijzigingen aansluit- en transportovereenkomst

De distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene met een kleine aansluiting over wijzigingen in de aansluit- en transportovereenkomst, de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn en de tarieven, bedoeld in artikel 2.35.

Artikel

2.39

specificatie van te factureren en te innen tarieven

Artikel

2.40

facilitering leverancier bij totstandkoming aansluit- en transportovereenkomst

Artikel

2.41

controleren gegevens aansluit- en transportovereenkomst door leverancier

Artikel

2.42

administratie ten behoeve van facturering namens en afdracht aan distributiesysteembeheerder

Afdeling

2.4

Voorkomen beëindiging levering en maatregelen leveringszekerheid

Artikel

2.43

beëindigen levering

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet, tenzij:

  • a.

    de eindafnemer hierom verzoekt;

  • b.

    er sprake is van fraude of misbruik;

  • c.

    er sprake is van een betalingsachterstand, mits de maatregelen, bedoeld in de artikelen 2.44 en 2.45, zijn toegepast en artikel 2.46 beëindiging van de leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel niet verbiedt.

Artikel

2.44

maatregelen bij betalingsachterstand

Een vergunninghouder neemt, indien een eindafnemer met een kleine aansluiting een factuur niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, de volgende maatregelen:

  • a.

    de vergunninghouder verstrekt de eindafnemer ten minste driemaal een schriftelijke betalingsherinnering van de factuur met een nakomingstermijn van ten minste veertien dagen met daarbij:

    • 1°.

      het aanbod om met de vergunninghouder in contact te treden om een betalingsregeling te treffen;

    • 2°.

      informatie over mogelijkheden voor schuldhulpverlening voor natuurlijk personen en de daartoe te benaderen instantie;

    • 3°.

      het aanbod om, indien de eindafnemer een natuurlijk persoon is, zijn contactgegevens, geboortedatum, klantnummer en informatie over de hoogte van de betalingsachterstand te verstrekken aan een instantie voor schuldhulpverlening;

    • 4°.

      vermelding van de uitzonderingssituaties waarin de levering niet zal worden beëindigd, bedoeld in artikel 2.46;

  • b.

    de vergunninghouder spant zich maximaal in om in persoonlijk contact te treden met de eindafnemer, zo nodig herhaaldelijk en via diverse communicatiekanalen, teneinde deze te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen of te beëindigen;

  • c.

    de vergunninghouder biedt de eindafnemer op diens verzoek of in het kader van het persoonlijk contact, bedoeld in onderdeel b, een redelijke en passende betalingsregeling aan die in ieder geval afspraken omvat over de betaling en de afwikkeling van de openstaande vorderingen.

Artikel

2.45

gegevensuitwisseling schuldhulpverlening

Artikel

2.46

geen beëindiging in uitzonderingssituaties

Een vergunninghouder beëindigt een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting niet wegens een betalingsachterstand indien:

  • a.

    een betalingsregeling met de eindafnemer is overeengekomen en wordt nagekomen;

  • b.

    een conform de klachtenprocedure van de vergunninghouder ingediende klacht van de eindafnemer over de facturen of betaling van facturen waar de betalingsachterstand op ziet in behandeling is bij de vergunninghouder of een geschil over een dergelijke klacht van de eindafnemer aanhangig is bij een buitengerechtelijke geschilinstantie waar de vergunninghouder bij is aangesloten;

  • c.

    de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer binnen een redelijke termijn, in ieder geval vier weken na een herinnering als bedoeld in artikel 2.44, onderdeel a, wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer en zo lang dit traject loopt, of:

  • d.

    de eindafnemer aan de vergunninghouder een verklaring verstrekt van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is, waaruit volgt dat beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer, en zo lang als deze situatie bestaat.

Artikel

2.47

hervatten levering

Een vergunninghouder biedt, indien hij een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel met een eindafnemer met een kleine aansluiting die een natuurlijk persoon is wegens betalingsachterstanden heeft beëindigd, aan de eindafnemer een leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel onder dezelfde of vergelijkbare voorwaarden aan indien de eindafnemer binnen een redelijke termijn een bewijs overlegt dat:

  • a.

    hij zich heeft gewend tot een instantie voor schuldhulpverlening en in afwachting is van een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • b.

    de vordering van de vergunninghouder wegens de betalingsachterstand van de eindafnemer wordt betrokken bij een traject van schuldhulpverlening aan de eindafnemer;

  • c.

    beëindiging van de levering van elektriciteit of gas zeer ernstige gezondheidsrisico’s tot gevolg heeft voor de eindafnemer of voor een huisgenoot van de eindafnemer met een verklaring van een arts, die geen behandelend arts van de betrokkene is.

Afdeling

2.5

Erkenning meetverantwoordelijke partij

Artikel

2.48

aanvraag erkenning meetverantwoordelijke partij

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.50, vierde lid, van de wet bevat ten minste:

Hoofdstuk

3

Beheer van elektriciteits- en gassystemen

Afdeling

3.1

Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder en transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee inzake beheer en ontwikkeling

Paragraaf

3.1.1

Investeringsplan

Artikel

3.1

aggregatieniveau in het investeringsplan

Artikel

3.2

terugblik op vorig investeringsplan

De aanduiding van en verklaring voor de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande investeringsplan, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel c, van het besluit, omvat op het voor die investeringen gehanteerde aggregatieniveau:

  • a.

    de afwijkingen van de planning in tijd en kostenraming per jaar;

  • b.

    nadelige gevolgen van de afwijkingen, bedoeld in onderdeel a, voor de uitvoering van de taken van de transmissie- of distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, en

  • c.

    de maatregelen om afwijkingen als bedoeld in onderdeel a in de toekomst te minimaliseren.

Artikel

3.3

inhoud scenario’s en totstandkoming

Artikel

3.4

knelpuntenanalyse

Artikel

3.5

voorgenomen investeringen en voorgenomen inkoop congestie- en systeembeheersdiensten ter voorkoming of overbrugging van investeringen

Artikel

3.6

investeringen gepland in de eerstkomende vijf jaren

De beschrijving en onderbouwing van de in het investeringsplan opgenomen uitbreidings- of vervangingsinvesteringen die voor de eerstkomende vijf jaren zijn gepland en in uitvoering zijn of worden gerealiseerd, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, omvat ten minste:

  • a.

    de duiding van een investering als vervangingsinvestering of uitbreidingsinvestering;

  • b.

    de wijze waarop de volgorde van de uitvoering van de investeringen is bepaald overeenkomstig artikel 3.25 van het besluit en artikel 3.8;

  • c.

    voor de investeringen van een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, de verwachte capaciteit die na de investering beschikbaar komt voor grensoverschrijdende handel door middel van interconnectoren;

  • d.

    per investering naar het aggregatieniveau van die investering een onderbouwde planning in tijd en, tenzij de investering nog moet worden aanbesteed, een kostenraming per jaar voor de voorbereiding en de realisatie.

Artikel

3.7

inkoop van congestie- of systeembeheersdiensten ter voorkoming van verzwaring eerstkomende vijf jaren

De beschrijving en onderbouwing van de in het investeringsplan opgenomen congestie- of systeembeheersdiensten die voor de eerstkomende vijf jaren worden ingekocht ter voorkoming of ter overbrugging van de periode tot gereedheid van uitbreidingsinvesteringen omvat ten minste per in te kopen congestie- of systeembeheersdienst:

  • a.

    het soort dienst dat moet worden ingekocht;

  • b.

    de hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh, die per relevant onderdeel van het transmissie- of distributiesysteem moet worden ingekocht;

  • c.

    een raming van de totale kosten van de inkoop;

  • d.

    de uitbreidingsinvestering die worden voorkomen of waarvoor de periode tot gereedheid wordt overbrugd, en een inschatting van de bijbehorende kosten.

Artikel

3.8

volgorde van uitvoering uitbreidingsinvesteringen

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder kent bij het bepalen van de volgorde van de uitvoering van noodzakelijke uitbreidingsinvesteringen en rekening houdend met het maatschappelijk belang van de investering conform artikel 3.25, eerste lid, van het besluit een hogere prioriteit toe aan achtereenvolgens:

Artikel

3.9

periode consultatie en termijn toets ACM

Paragraaf

3.1.2

Verplaatsen en verkabelen delen elektriciteitssysteem

Artikel

3.10

hoogte van de bijdrage

Artikel

3.11

kosten voor onderzoek, verplaatsing of vervanging

Afdeling

3.2

Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake aansluiten en transporteren

Artikel

3.12

procedure afsluiten kleine aansluiting bij beëindiging leveringsovereenkomst wegens betalingsachterstand

Artikel

3.13

procedure afsluiten buiten beëindiging leveringsovereenkomst of leveringsovereenkomst inzake peer-to-peer-handel wegens betalingsachterstand

Een transmissie- of distributiesysteembeheerder informeert een aangeslotene zo spoedig mogelijk na ontvangst van een melding op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.8 van de wet van een situatie als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van het besluit met betrekking tot diens aansluiting, met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 3.12, en vermeldt daarbij:

  • a.

    dat de aansluiting of een aan de aansluiting toegekend additionele allocatiepunt buiten werking wordt gesteld nadat de betreffende situatie, bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, van de wet intreedt;

  • b.

    hoe de aangeslotene het buiten werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt kan voorkomen;

  • c.

    de kosten voor het buiten werking stellen en voor het weer in werking stellen van de aansluiting of het aan de aansluiting toegekende additionele allocatiepunt.

Artikel

3.14

melding besluiten college van burgemeester en wethouders en register ACM

Artikel

3.15

details gebiedsindelingscode gas

Artikel

3.16

invoed- en afleverspecificaties gas

Afdeling

3.3

Taken transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake balanceren

Artikel

3.17

faciliteren van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit bij de administratieve afhandeling van de balancering

Artikel

3.18

faciliteren van de distributiesysteembeheerder voor gas bij de administratieve afhandeling van de balancering

Afdeling

3.4

Bescherming vitale processen transmissie- en distributiesysteembeheerder

[gereserveerd]

Afdeling

3.5

Bijzondere taken transmissiesysteembeheerder voor gas

Artikel

3.23

inhoud overzicht leveringszekerheid van gas

Afdeling

3.6

Verplichtingen transmissie- en distributiesysteembeheerder inzake kwaliteitsborging, calamiteiten en voorvallen

Artikel

3.24

kwaliteitsborgingssysteem

Artikel

3.25

voorwaardenscheppende, ondersteunende, controlerende en evaluerende processen

De voorwaardenscheppende, ondersteunende, controlerende en evaluerende processen, bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, onderdeel a, zijn ten minste:

  • a.

    het vaststellen en registreren van de benodigde gegevens voor het monitoren van de kwaliteitsniveaus;

  • b.

    het opstellen en toepassen van procedures voor het ontvangen en verwerken van meldingen van onderbrekingen en storingen;

  • c.

    het opstellen en toepassen van procedures voor het registreren van de gegevens die nodig zijn voor de kritische prestatie-indicatoren, waaronder:

    • 1°.

      de toedeling van verantwoordelijkheden binnen dat proces;

    • 2°.

      het waarborgen van de vakbekwaamheid van de bij de registratie betrokken personen;

    • 3°.

      het voorkomen van verlies of wijziging van de geregistreerde gegevens;

  • d.

    het bijhouden van een actueel en volledig bedrijfsmiddelenregister, alsmede het bijhouden van wijzigingen van het register, waarbij wijzigingen binnen twee maanden worden geregistreerd en de verwerkingstijd van deze wijzigingen wordt bijgehouden;

  • e.

    het bijhouden van wijzigingen in de toestand van de bedrijfsmiddelen ten opzichte van het vorige kwaliteitsplan;

  • f.

    het bijhouden van een register van actuele en toekomstige risico’s die een bedreiging vormen voor het realiseren van de nagestreefde kwaliteitsniveaus en het vaststellen van maatregelen om die risico’s te adresseren;

  • g.

    het opstellen en toepassen van maatregelen voor het veiligstellen en beëindigen van storingen en onderbrekingen;

  • h.

    het opstellen en toepassen van een plan voor het uit te voeren onderhoud en de daarvoor benodigde werkzaamheden.

Artikel

3.26

inhoud bedrijfsmiddelenregister

Artikel

3.27

inhoud van het kwaliteitsplan

Artikel

3.28

kritische prestatie-indicatoren elektriciteit

Artikel

3.29

kritische prestatie-indicatoren gas

Artikel

3.30

moment voorleggen ontwerpkwaliteitsplan

Een ontwerpkwaliteitsplan als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, van het besluit wordt voorgelegd uiterlijk op de eerste dag na 1 januari van een oneven kalenderjaar die niet een zaterdag of een zondag is.

Artikel

3.31

meldingen van voorvallen bij gassystemen

Bij een melding als bedoeld in artikel 3.36, tweede lid, van het besluit vermeldt de transmissie- of distributiesysteembeheerder:

  • a.

    de oorzaken van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan;

  • b.

    de ten gevolge van het voorval vrijgekomen gassen, alsmede hun eigenschappen en de hoeveelheden die zijn vrijgekomen;

  • c.

    de aard en de ernst van de gevolgen voor de mens of het milieu van het voorval;

  • d.

    de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;

  • e.

    de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om te voorkomen dat het voorval zich nogmaals kan voordoen.

Artikel

3.32

registratie en openbaarmaking van onderbrekingen en voorvallen

Artikel

3.33

calamiteitenplan

Afdeling

3.7

Procedures tarieven en methoden of voorwaarden transmissie- en distributiesysteembeheerders

Artikel

3.34

voorstel voor tarieven

Artikel

3.35

voorstel aan gezamenlijke transmissie- en distributiesysteembeheerders voor methoden of voorwaarden

Artikel

3.36

termijn zienswijzen op voorstel ACM voor methoden of voorwaarden

Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.120, derde lid, onderdeel b, van de wet een ontwerp voor wijziging van de methoden en voorwaarden opstelt, stelt zij de transmissie- of distributiesysteembeheerders voor elektriciteit of gas, indien relevant de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee, en de relevante representatieve organisaties van aangeslotenen, netgebruikers, marktdeelnemers en balanceringsverantwoordelijken in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken binnen twaalf weken na de dag waarop dat ontwerp aan hen is toegezonden.

Artikel

3.37

opschorting beslistermijn bij eis ACM tot wijziging voorstel voor methoden of voorwaarden

Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 3.121, derde lid, van de wet eist dat de aan haar voorgelegde methoden of voorwaarden worden gewijzigd, is artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, onverminderd de toepassing van beslistermijnen bij of krachtens verordening 2024/1789, verordening 2019/943 of andere bindende Europese rechtshandelingen.

Afdeling

3.8

Procedures tarieven en methoden of voorwaarden bijzondere systeembeheerders

Artikel

3.38

voorstel berekeningsmethode tarieven LNG-beheerder

Afdeling

3.9

Kredietwaardigheid en boekhoudverplichting systeembeheerders

Artikel

3.39

aantonen kredietwaardigheid kleinere distributiesysteembeheerders

Artikel

3.40

afzonderlijke boekhouding systeembeheerders

Afdeling

3.10

Overige taken en verplichtingen systeembeheerders

Artikel

3.41

actieve openbaarmaking gegevens door transmissiesysteembeheerder en distributiesysteembeheerder

Artikel

3.42

opstellen verslag over de geraamde flexibiliteitsbehoeften

De transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit stelt het verslag op over de geraamde flexibiliteitsbehoeften, bedoeld in artikel 19 sexies, eerste lid, van verordening 2019/943 en verzendt dit aan de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel

3.43

toegang gasopslagsystemen

Afdeling

3.11

Ontheffingen nieuwe systemen

Artikel

3.44

ontheffingen nieuwe systemen

Afdeling

3.12

Schadevergoeding transmissiesysteem voor elektriciteit op zee

Artikel

3.45

windsnelheid

Artikel

3.46

nadere regels windsnelheid

Artikel

3.47

productieprofiel

Het productieprofiel van een windpark, bedoeld in artikel 3.51, tweede en vierde lid, van het besluit, wordt bepaald door het geleverde vermogen van het windpark per windsnelheidsklasse van 0,5 meter per seconde tussen:

  • a.

    de windsnelheid waarboven een windturbine of windpark elektriciteit begint te genereren en

  • b.

    de windsnelheid waarboven een windturbine of windpark uitschakelt om schade door een te hoge snelheid van de rotor te voorkomen, per windrichtingssector van 30 graden.

Artikel

3.48

windrichting

Artikel

3.49

nadere regels windrichting

Voor het bepalen van de windrichting worden de op basis van artikel 3.48 gemeten windrichtingen horizontaal geïnterpoleerd naar de locatie van het centrum van het desbetreffende windpark. Daarbij worden de gemeten windrichtingen gewogen naar de afstanden tussen de meetstations en de locatie van het platform van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee waarop het desbetreffende windpark is aangesloten, volgens de onderstaande formule:

, waarin

ΦWPL = de windrichting voor de windparklocatie;

nws = het aantal gebruikte meetstations;

Φi = de windrichting gemeten op meetstation i;

Di = de afstand tussen meetstation i en het centrum van het windpark.

Artikel

3.50

LiDAR-systeem

Artikel

3.51

onvoldoende gegevens

Er is sprake van onvoldoende gegevens om de gemiste elektriciteitsproductie vast te stellen als bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit indien:

  • a.

    van minder dan twee meetstations meetgegevens van de windsnelheid of windrichting beschikbaar zijn gedurende de periode waarin het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet beschikbaar was, waarbij er per meetstation voor ten minste 95% van de tijd dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet beschikbaar was meetgegevens van de windsnelheid dan wel windrichting beschikbaar zijn;

  • b.

    voor minder dan 95% van de tijd dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet beschikbaar was meetgegevens van de windsnelheid of de windrichting door een LiDAR-systeem beschikbaar zijn.

Artikel

3.52

gemiste elektriciteitsproductie bij onvoldoende gegevens

Indien sprake is van onvoldoende gegevens als bedoeld in artikel 3.51, vierde lid, van het besluit wordt de gemiste elektriciteitsproductie bepaald volgens de onderstaande formule:

, waarin

Everlies = de gemiste elektriciteitsproductie [MWh];

Ejaar = de gemiddelde jaarlijkse elektriciteitsproductie, dit is het product van het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie voor een gegeven combinatie van locatie en installatie voor de opwekking van elektriciteit voor de productie van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50% en het geïnstalleerde vermogen van het windpark [MWh];

Hruai = het aantal uren in maand i dat het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee niet of verminderd beschikbaar was [uur];

Hrmaand i = het totale aantal uren in maand i [uur];

Eim = de elektriciteitsproductie in maand i, als percentage van de totale jaarlijkse elektriciteitsproductie [MWh], volgens de onderstaande tabel:

Januari

10,40%

Februari

8,83%

Maart

8,86%

April

7,48%

Mei

8,12%

Juni

6,63%

Juli

6,11%

Augustus

6,97%

September

6,76%

Oktober

9,81%

November

8,71%

December

11,33%

Artikel

3.53

bepaling hoeveelheid elektriciteit windparken op interconnector

De hoeveelheid elektriciteit die niet via het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee getransporteerd kan worden voor windparken die tevens zijn ontsloten door middel van een interconnector, wordt bepaald door de beschikbare transportcapaciteit op die interconnector in mindering te brengen op de hoeveelheid elektriciteit die niet via het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee kan worden getransporteerd, bedoeld in artikel 3.51, vierde lid van het besluit.

Hoofdstuk

4

Uitvoering, toezicht en handhaving

Afdeling

4.1

Uitvoering en toezicht

Artikel

4.1

aanwijzen minister als bevoegde instantie

Artikel

4.2

toezicht op de naleving en bestuurlijke boetes gedelegeerde verordening 2024/1366 (cyberbeveiliging)

De artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 26, 27, 28, tweede en derde lid, 29, zesde lid, 30, eerste en tweede lid, 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 32, eerste en tweede lid, 33, derde, vierde en vijfde lid, 38, eerste, derde, vierde en zesde tot en met negende lid, 39, eerste, tweede en derde lid, 40, vierde lid, 41, vijfde tot en met tiende en dertiende tot en met zestiende lid, 43, eerste tot en met vierde lid, 44, eerste lid, 45, eerste tot en met vierde lid, 46, 47, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid en 48, tiende lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366 zijn aangewezen voorschriften als bedoeld in de artikelen 5.17, eerste lid, onderdeel b, en 5.18, eerste lid, onderdeel c, en 5.21, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

Artikel

4.3

analyse leveringszekerheid en voorzieningszekerheid

Artikel

4.4

melding wijziging zeggenschap LNG en productie elektriciteit

Afdeling

4.2

Verstrekken gegevens markttoezicht levering

Artikel

4.5

verstrekken gegevens aan de ACM voor markttoezicht levering

Afdeling

4.3

Overige bepalingen

Artikel

4.6

retributies minister

Artikel

4.7

projectbesluit minister voor grootschalige elektrolyse

De minister stelt een projectbesluit vast, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onder k, van de wet, indien de aan te leggen productie-installatie voor waterstofgas met behulp van elektrolyse:

  • a.

    een aansluiting zal hebben met een capaciteit van minimaal 100 MW;

  • b.

    wordt beoogd buiten de voorkeursgebieden voor grootschalige elektrolysers, zijnde:

    • 1°.

      het Noordzeekanaalgebied, bestaande uit de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Haarlemmermeer, Velsen en Zaandam;

    • 2°.

      de gemeenten Rotterdam en Moerdijk;

    • 3°.

      de gemeenten Borsele, Terneuzen en Vlissingen;

    • 4°.

      de havengebieden van Delfzijl en Eemshaven zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.2

citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Energieregeling.

's-Gravenhage
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans

Bijlage

1

bedoeld in artikel 3.16, eerste lid

Onderdeel A. H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling

Wobbe-index

Standaardbandbreedte

49,9–55,7

MJ/m3(n)

Afwijkende bovengrens (Wobbe-index)

LNG-systeem bedoeld in figuur 3

57,2

MJ/m3(n)

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

Gascondensaat

≤ 5

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

0–40

°C

Rest Nederland

5–30

°C

Zuurstofgehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

HTL in LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 0,001

mol% daggemiddeld

HTL in rest van Nederland

≤ 0,0005

mol%

Koolstofdioxidegehalte

≤ 2,5

mol%

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2900

mg/m3(n)

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F/m3(n)

Waterstofgehalte

Maasvlaktesysteem, bedoeld in figuur 7

≤ 0,5

mol%

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte voor odorisatie

≤ 30

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte na odorisatie

≤ 41

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

0

mg THT/m3(n)

in RTL: reukloos / ruikbaar1 gas

0 / 10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar1 gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si /m3 (n)

1 De alarmerende werking van geodoriseerd gas dient te allen tijde adequaat te zijn.

Onderdeel B. G-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling

Wobbe-index

43,46–44,411, 2

MJ/m3(n)

Gehalte hogere koolwaterstoffen

≤ 5

mol% propaanequivalent

Gascondensaat

≤ 80

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Waterdauwpunt

in RTL en HTL

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

in distributiesysteem voor gas

≤ –10

°C (bij 8 bar(a))

Temperatuur

in RTL en HTL

5–30

°C

in distributiesysteem voor gas3

5–20

°C

Zuurstofgehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

in HTL

≤ 0,0005

mol%

Koolstofdioxidegehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤10,34

mol%

in HTL

≤ 3

mol%

Waterstofgehalte

in HTL

≤ 0,02

mol%

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F /m3(n)

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2.900

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte

voor odorisatie

Piekwaarde

≤ 20

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 5,5

mg S/m3(n)

na odorisatie

Piekwaarde

≤ 31

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 16,5

mg S/m3(n)

THT-gehalte5 (odorant)

In HTL Flevoland, bedoeld in Figuur 5, ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

in HTL: reukloos6 gas

0

in RTL: ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si/m3 (n)

1 De Wobbe-index van het in te voeden gas dient gedurende ten minste 50% van de tijd boven de ondergrens te liggen. Er mag maximaal 200 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding (een waarde onder de ondergrens) tussen de 0,2 en 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 12 uren mag voorkomen. Er mag maximaal 10 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding van meer dan 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 60 uren mag voorkomen. De waarden voor de Wobbe-index zijn uurgemiddelden. De waarden voor de Wobbe-index dienen altijd boven de absolute ondergrens van 42,96 MJ/m3 (n) en onder de absolute bovengrens van 44,91 MJ/m3 (n) te zijn onafhankelijk van de meetfrequentie. Deze absolute grenzen gelden voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2).

2 Overschrijdingen (een waarde boven de bovengrens) zijn toegestaan als zij binnen een verdeling rond de grenswaarde liggen met een standaarddeviatie van maximaal 0,1 MJ/m3(n).

3 Een andere invoedtemperatuur wordt geaccepteerd indien de invoeder aantoont dat de gebruikte materialen in de leidingen tegen de afwijkende temperatuur bestand is en het gas in de aansluitleiding van de invoeder zal opwarmen of afkoelen zodat het gas bij de afsluiter van het aansluitpunt met het distributiesysteem voor gas een temperatuur tussen de 5 en 20 °C heeft bereikt. Dit kan berekend worden met de methode uit het KIWA-rapport ‘Eisen aan Groen Gas invoedtemperatuur’ van 2 augustus 2012.

4 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2 bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van 10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en 10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

Waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

In RTL-leidingen die op grenspunten uitkomen mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten. Bij invoeding op aansluitingen waarvan het gas wordt gedistribueerd via gedeelten van het distributiesysteem voor gas waar grondwater in het gas terechtkomt, mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten.

5 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

6 Gas mag geen stoffen bevatten waardoor de ruikbaarheid van het odorant na odorisatie niet meer goed waarneembaar is of niet het juiste geurkenmerk waargenomen wordt.

Gas wordt in afwijking van deze bijlage op een distributiesysteem voor gas ingevoed indien dit zonder aanvullende inspanning van de distributiesysteembeheerder voor gas leidt tot aflevering van G-gas dat voldoet aan de voorgeschreven kwaliteit op een aansluiting als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D.

Onderdeel C. H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Wobbe-index

Standaardbandbreedte

47–55,7

MJ/m3(n)

Afwijkende ondergrens (Wobbe-index)

Gassysteem Delfzijl, bedoeld in figuur 1

48,6

MJ/m3(n)

Gassysteem Eemshaven, bedoeld in figuur 1

47,2

MJ/m3(n)

Gassysteem ZO Drenthe, bedoeld in figuur 2

49

MJ/m3(n)

Gassysteem IJmond, bedoeld in figuur 4

49,3

MJ/m3(n)

De provincie Limburg

49

MJ/m3(n)

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Groningen

48,3

MJ/m3(n)

Afwijkende bovengrens (Wobbe-index)

Gassysteem Westgas/Waalhaven, bedoeld in figuur 3

57,5

MJ/m3(n)

Gassysteem Maasmond, bedoeld in figuur 3

56

MJ/m3(n)

LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

57,2

MJ/m3(n)

Waterdauwpunt1

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ –8

°C (bij 25 bar(a))

Rest Nederland

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

Gascondensaat1

≤ 5

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

0–40

°C

Rest Nederland

0–35

°C

Zuurstofgehalte

Bij gasopslagsysteem

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Rest Nederland

≤ 0, 5

mol% daggemiddeld

Koolstofmonoxide

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 1,5

mol%

Rest Nederland

≤ 2.900

mg/m3(n)

Koolstofdioxidegehalte

Subsysteem Oude Pekela, bedoeld in figuur 6

≤ 3,2

mol%

Rest Nederland

≤ 2,5

mol%

Waterstofgehalte

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 40

mol%

Maasvlaktesysteem, bedoeld in figuur 7

≤ 0,5

mol%

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F/m3(n)

Pathogene microben1

≤ 500

aantal/m3(n)

Stofdeeltjes1 met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 10

mg S/m3(n)

Rest Nederland

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 10

mg S/m3(n)

Rest Nederland

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte vóór odorisatie

≤ 30

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte na odorisatie

≤ 41

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

0

mg THT/m3(n)

in RTL: reukloos / ruikbaar gas

0 / 10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si/m3(n)

1 Indien de systeembeheerder de aansluiting beheert.

Onderdeel D. G-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Wobbe-index1

43,46–44,41

MJ/m3 (n)

Gehalte hogere koolwaterstoffen

≤ 5

mol% propaanequivalent

Waterdauwpunt3

In RTL en HTL

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

In distributiesysteem voor gas

≤ –104

°C (bij 8 bar(a))

Gascondensaat3

≤ 80

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

0–35

°C

Zuurstofgehalte

Bij een gasopslagsysteem in Norg in de gemeente Noordenveld en bij een gasopslagsysteem in Grijpskerk in de gemeente Zuidhorn

≤ 0,0005

mol% daggemiddeld

Bij andere gasopslagsysteem

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Andere punten

≤ 0, 5

mol% daggemiddeld

Koolstofdioxidegehalte

RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 10,35

mol%

HTL in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland

≤ 8

mol%

HTL in de rest van Nederland

≤ 3

mol%

Waterstofgehalte

in HTL

≤ 0,02

mol%

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F /m3(n)

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2.900

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL3

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte

voor odorisatie

Piekwaarde

≤ 20

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 5,5

mg S/m3(n)

na odorisatie

Piekwaarde

≤ 31

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 16,5

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)6

In HTL Flevoland, bedoeld in figuur 5: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

in HTL: reukloos gas

≤ 2

mg/m3

in RTL: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si /m3(n)

Leveringsdruk bij 25-mbar-aansluitingen (RNB-net)

23,4–327

mbar (o)

1 De Wobbe-index mag afwijken op basis van de toegestane variaties in de invoeding als opgenomen in voetnoten 1 en 2 bij bijlage 1, onderdeel B.

3 Indien de systeembeheerder voor gas de aansluiting beheert.

4 Met uitzondering van netten met een druk lager dan of gelijk aan 200 mbar(o).

5 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) als het gas voor ten minste 99 mol% bestaat uit methaan, koolstofdioxide, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van

10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en

10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

6 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

7 Een leveringsdruk van 40 mbar (o) wordt toegestaan als de maximale incidentele druk (MIP) gemeten aan de uitgang van de gasmeterbeugel. De maximale werkdruk (MOP) is daarbij 32 mbar (o) van een 30 mbar (o) lage-druk-gasdistributienet.

Onderdeel E. Grenspunten L-gas en H-gas

Grenspunten L-gas: Uitvoer

Wobbe-index

België via grenspunt Hilvarenbeek

44,9–46,9

MJ/m3(n)

België overig

42,7–46,9

MJ/m3(n)

Duitsland via grenspunt Zevenaar en Winterswijk

43,6–46,8

MJ/m3(n)

Duitsland overig

42,7–46,8

MJ/m3(n)

Zuurstofgehalte

≤ 0,5

mol%

Koolstofdioxide

≤ 3

mol%

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte (exclusief odorant)

≤ 20

mg S/m3(n)

Odorant THT (indien geodoriseerd)

10–40

mg/m3(n)

Temperatuur

0–40

°C

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a)

Gascondensaat

≤ 80

mg/m3(n) bij –3°C bij elke druk

Grenspunten H-gas: Invoer en Uitvoer

Wobbe-index

Zie onder tabel grensstations

MJ/m3(n)

Zuurstofgehalte

in RTL

≤ 0,5

mol%

in HTL

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Koolstofdioxide

≤ 2,5

mol%

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte (exclusief odorant)

≤ 20

mg S/m3(n)

Aflevertemperatuur

5–40

°C

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a)

Gascondensaat

≤ 5

mg/m3(n) bij –3°C bij elke druk

Wobbe-index H-gas grensstations en naastgelegen gasopslagsystemen: Invoer en Uitvoer

België

’s Gravenvoeren

Uitvoer

49,3

55,7

België

Obbicht

Uitvoer

49,3

55,7

België

Zelzate

Invoer en Uitvoer

49,2

55,7

België

Zandvliet

Uitvoer

49,2

55,7

Duitsland

Oude Statenzijl

Invoer en Uitvoer

49

55,7

Duitsland

Vlieghuis

Uitvoer

49

55,7

Duitsland

Bocholtz

Uitvoer

49,3

55,7

Verenigd Koninkrijk

Julianadorp (BBL)

Invoer en Uitvoer

49,3

54,23

Figuur 1, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gassysteem Delfzijl

Figuur 2, bedoeld onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gassysteem ZO Drenthe

Figuur 3, bedoeld in onderdeel A – H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gassysteem Maasmond, LNG-systeem, of HTL in LNG-systeem, gassysteem Westgas/Waalhaven en Raffinaderijgas-systeem

Figuur 4, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Gassysteem IJmond

Figuur 5, bedoeld in onderdeel B – G-gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel D – G-gas bij aflevering op een aansluiting

HTL Flevoland

Figuur 6, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Subsysteem Oude Pekela

Figuur 7, bedoeld in onderdeel A – gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Waterstofgehalte en Maasvlaktesysteem

Bijlage

2

bedoeld in de artikelen 2.15, tweede lid, onderdeel b, en 2.16, tweede lid, onderdelen b en c

Etiket stroometikettering

Kolen

Overige vast fossiel

Ruwe olie

Petroleumproducten

Overig olie

Aardgas

Kolen afgeleid gas

Industriële restgassen

Procesgas

Overig gas fossiel

Hernieuwbare energiebronnen

Wind

Zonne-energie

Waterkracht

Biomassa

Bijlage

3

bedoeld in artikel 4.4, tweede lid

Meldingsformulier Energiewet

*Indien u de afgelopen 5 (vijf) jaar informatie heeft verstrekt op grond van de Energiewet artikel 6.3, kunt u volstaan met enkel de beantwoording van onderstaande vragen voor zover de gevraagde informatie is gewijzigd ten opzichte van de eerdere verstrekte informatie.

1

Begripsbepaling

In dit formulier wordt verstaan onder:

2

Beschrijving van de verwervingsactiviteit

2.1

Samenvatting

Geef een beknopte samenvatting van de verwervingsactiviteit, waarin u in ieder geval vermeldt:

  • a)

    de verwerver die voornemens is zeggenschap te verkrijgen of te vergroten in een onderneming als bedoeld in artikel 6.3 van de Wet (de doelonderneming);

  • b)

    de betreffende doelonderneming;

  • c)

    de sector waarin deze onderneming acteert: LNG of elektriciteitsproductie;

  • d)

    de aard van de transactie ingevolge welke zeggenschap (bv. fusie, overname, uitgifte of gemeenschappelijke onderneming) wordt verkregen; en

  • e)

    de vorm waarin zeggenschap wordt verkregen (bv. aandelen of stemovereenkomst).

3

Informatie over de verwerver, de groep, de doelonderneming en hun vertegenwoordigers

3.1

Informatie over de verwerver

Vermeld voor de partij die het voornemen heeft zeggenschap in een doelonderneming te verkrijgen of te vergroten (de verwerver):

  • 3.1.1

    Naam en adres van de verwerver;

  • 3.1.2

    De EU-lidstaten waar de verwerver (al dan niet via groepsmaatschappijen) actief is;

  • 3.1.3

    Naam, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en functie van een bevoegd contactpersoon;

  • 3.1.4

    Adres van de aanmeldende verwerver waar documenten en met name besluiten van de Minister van Economische Zaken, met vermelding van naam, telefoonnummer en e-mailadres van een persoon op dit adres die gemachtigd is de te betekenen stukken in ontvangst te nemen.

3.2

Informatie over de groep waar de verwerver deel van uitmaakt

  • 3.2.1

    Geef een overzicht van alle productie-installaties voor elektriciteit, ondernemingen die de productie-installatie beheren, LNG-installaties of LNG-bedrijven in Nederland waarin de verwerver en/of andere leden van de groep waar de verwerver deel van uitmaakt, reeds zeggenschap hebben.

  • 3.2.2

    Geef voor elk van de groepsleden aan op welke wijze en op welke grond zeggenschap wordt uitgeoefend in de betreffende productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf.

  • 3.2.3

    Geef de naam en geboortedatum van de uiteindelijk belanghebbende bij de verwerver in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: WWFT). Beschrijf de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de uiteindelijk belanghebbenden met betrekking tot de verwerver.

3.3

Benoeming van vertegenwoordiger

Wanneer een vertegenwoordiger namens de verwerver een melding ondertekent, moet deze de bevoegdheid tot vertegenwoordiging schriftelijk aantonen. Deze schriftelijke machtiging vermeldt de naam en functie van de persoon of personen die een dergelijke bevoegdheid verlenen en het bewijs van hun bevoegdheid om deze machtiging te verlenen.

Vermeld voor de vertegenwoordiger die bevoegd is om namens de verwerver te handelen (zie hierna vraag 5 – mee te zenden documenten), de volgende contactgegevens en vermeld ook wie hij vertegenwoordigt:

  • 3.3.1

    Naam van de vertegenwoordiger;

  • 3.3.2

    Adres van de vertegenwoordiger;

  • 3.3.3

    Naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres van de persoon met wie contact dient te worden opgenomen, en

  • 3.3.4

    Adres van de vertegenwoordiger (zo mogelijk in Nederland) waaraan alle correspondentie kan worden gezonden en waar alle stukken kunnen worden bezorgd.

3.4

Informatie over de doelonderneming waarin de zeggenschap wijzigt

Vermeld voor de doelonderneming waarin de verwerver de zeggenschap wijzigt of waarover de verwerver significantie invloed verkrijgt of vergroot:

  • 3.3.5

    Naam, adres, contactpersoon, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de doelonderneming;

  • 3.3.6

    Rechtsvorm van deze partij;

  • 3.3.7

    Statutaire (hoofd)zetel;

  • 3.3.8

    Registratie bij Kamer van Koophandel;

  • 3.3.9

    De EU-lidstaten waar deze partij actief is;

  • 3.3.10

    Geef voor een doelonderneming, aan of het gaat om:

    • a)

      Een LNG-systeem of een onderneming die eigenaar is van een LNG-systeem; of

    • b)

      Een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van in totaal meer dan 100 MW of een onderneming die een of meer productie-installaties met een nominaal elektrisch vermogen van in totaal meer dan 100 MW beheert.

  • 3.3.11

    Geef aan op welke productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf de wijziging betrekking heeft.

4

Informatie over de voorgenomen verwerving of wijziging van zeggenschap

4.1

Beschrijf de aard van de wijziging van zeggenschap

  • 4.1.1

    Beantwoord of de aard van de verwervingsactiviteit betrekking heeft op:

    • a)

      een investering in een doelonderneming die leidt tot wijziging van zeggenschap in die onderneming;

    • b)

      het fuseren van twee of meer voorheen van elkaar onafhankelijke ondernemingen tot een doelonderneming;

    • c)

      het tot stand brengen van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, indien deze onderneming een doelonderneming zal zijn;

    • d)

      de splitsing van een doelonderneming;

    • e)

      het verwerven van een deel van de vermogensbestanddelen van een doelonderneming, indien deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren als productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf;

    • f)

      andere rechtshandelingen dan die als bedoeld onder a tot en met e, die tot gevolg hebben dat een of meer personen, of een of meer ondernemingen, zeggenschap verwerven in een doelonderneming; en

    • g)

      de verkrijging van goederen, bedoeld in artikel 1 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek onder algemene titel als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van Boek 3 van dat Wetboek, met uitzondering van een fusie of splitsing, van een doelonderneming.

  • 4.1.2

    Indien de verwerver ter zake de voorgenomen transactie, dan wel het beheer van de doelonderneming in onderling overleg met een of meer derden handelt, welke derde(n) geen functionarissen of professioneel adviseurs van de verwerver zijn of van de groep waarvan de doelonderneming na de voorgenomen transactie deel van uitmaakt: omschrijf met welke personen in onderling overleg wordt gehandeld, waar dit uit bestaat en verstrek de documenten waarin de afspraken met betrekking tot het onderling overleg zijn vastgelegd en geef de naam, adres en contactgegevens van de personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld.

4.2

Informatie over de eigendomsstructuur en -verhoudingen van de meldingsplichtigen

  • 4.2.1

    Omschrijf de wervingsactiviteit en wijziging van zeggenschap. Ga hierbij in op:

    • a)

      de verwerver die voornemens is zeggenschap te verkrijgen over het betreffende LNG-systeem of productie-installatie, bedoeld in 3.4.6 van dit formulier;

    • b)

      het betreffende LNG-systeem of de productie-installatie, bedoeld in 3.4.6 van dit formulier;

    • c)

      de aard van de transactie ingevolge welke zeggenschap (bv. fusie, overname, uitgifte of gemeenschappelijke onderneming) wordt verkregen; en

    • d)

      de vorm waarin zeggenschap of significantie invloed wordt verkregen (bv. aandelen of stemovereenkomst).

  • 4.2.2

    Beschrijf de huidige en beoogde eigendoms- en zeggenschapsstructuur na de totstandbrenging van de wijziging van zeggenschap. Geef dit tevens weer in een organogram.

  • 4.2.3

    Vermeld de datum of de geplande datum van voltooiing van de wijziging van zeggenschap. Vermeld daarbij op welke data naar verwachting de belangrijke gebeurtenissen zullen plaatsvinden die gericht zijn op het tot stand brengen van de wijziging van zeggenschap.

5

Overige informatie die noodzakelijk is voor de beoordeling van risico’s voor de nationale veiligheid

5.1

Vragen over de verwerver en iedere partij die middels de verwerver de zeggenschap verkrijgt in de doelonderneming

Verstrek voor (i) de verwerver die het voornemen heeft om zeggenschap te verkrijgen in de doelonderneming, (ii) iedere partij die middels de voorgenomen transactie zeggenschap verkrijgt in de doelonderneming, en (iii) de feitelijk leidinggevenden van deze partijen, de volgende informatie:

  • 5.1.1

    Is de betreffende (rechts-)persoon onderworpen aan beperkende maatregelen krachtens:

    • 1.

      hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties,

    • 2.

      artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en/of

    • 3.

      de Sanctiewet 1977

  • 5.1.2

    Heeft de betreffende (rechts-)persoon ooit een strafbaar feit begaan dat voorkomt in bijlage 3 van de Regeling veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames?

  • 5.1.3

    In welke landen is de betreffende (rechts-)persoon gevestigd?

  • 5.1.4

    Is de betreffende (rechts-)persoon verplicht samen te werken met de overheid van een land waarin die (rechts-)persoon gevestigd is, welke samenwerking verder gaat dan de medewerking aan een regelgeving handhavende overheid die in een vrijemarkteconomie gebruikelijk is? Zo ja, geef een toelichting.

  • 5.1.5

    Heeft een staat, of een onderdeel daarvan, een direct of indirect eigendomsbelang en/of zeggenschap in de verwerver? Zo ja, vermeld dan de betreffende staat en beschrijf de aard en omvang van zijn belang en/of zeggenschap in de verwerver.

  • 5.1.6

    Heeft een niet-Nederlandse staat, of een onderdeel daarvan, op grond van de wet of anderszins in een situatie van normale bedrijfsvoering (dus niet in insolventie of bewind) instrumenten waarmee zij de besluitvorming van de verwerver kan beïnvloeden, welke instrumenten niet van fiscale aard zijn? Zo ja, gelieve deze te specificeren.

  • 5.1.7

    Is een van de uiteindelijk belanghebbenden van de verwerver een politiek prominente persoon, dan wel familielid of persoon bekend als naaste geassocieerde van een politiek prominente persoon, in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme?

  • 5.1.8

    Geef een overzicht van de acquisities van ondernemingen wereldwijd gedurende de afgelopen vijf jaar.

  • 5.1.9

    Is in de afgelopen vijf jaar met betrekking tot een van de ondernemingen in de groep van de verwerver of faillissement of uitstel van betaling aangevraagd? Zo ja, geef een korte toelichting.

  • 5.1.10

    Vermeld van de ondernemingen in de groep van de verwerver elke grootschalige schending van de privacyregels die zich in de afgelopen vijf jaar heeft voorgedaan.

  • 5.1.11

    Vermeld van de ondernemingen in de groep van de verwerver elke verstoring van de continuïteit van dienstverlening die zich in de afgelopen vijf jaar heeft voorgedaan.

  • 5.1.12

    Heeft de verwerver de afgelopen vijf jaar een boete of een waarschuwing van de daarvoor bevoegde autoriteiten gekregen ten aanzien van de exploitatie of het beheer van het bedrijfs- of continuïteitsproces in de betreffende productie-installatie voor elektriciteit, onderneming die de productie-installatie beheert, LNG-installatie of LNG-bedrijf?

  • 5.1.13

    Hoe is de financiële solvabiliteit of anderszins de financiële stabiliteit van de verwerver in relatie tot de noodzakelijke financiële slagkracht voor het verrichten van de noodzakelijke investeringen ten bate van continuïteit en weerbaarheid van de doelonderneming? Geef u daarbij aan ter zake de verwerver en de groep waarin deze in het afgelopen boekjaar verbonden is geweest, wat de betreffende geconsolideerde en enkelvoudige financiële ratio’s of verhoudingsgetallen zijn geweest? Verstrek in ieder geval de liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit ratio’s en gegevens omtrent gebudgetteerde, geplande of noodzakelijke investeringen en de herkomst van de middelen voor die investeringen.

5.2

Vragen over de voorgenomen wijziging van zeggenschap

  • 5.2.1

    Beschrijf de economische motieven voor de wijziging van zeggenschap.

  • 5.2.2

    In het geval de wijziging van zeggenschap wordt verkregen door middel van een openbaar bod: heeft dit bod de steun van de bestuurs- of toezichthoudende organen van de doelonderneming?

  • 5.2.3

    Vermeld de waarde van de transactie waarbij de zeggenschap wordt verkregen (de aankoopprijs of de waarde van alle betrokken activa, naargelang het geval).

  • 5.2.4

    Beschrijf de financiering van de transactie en de bron(nen) ervan.

  • 5.2.5

    Deze beschrijving moet tevens de namen van alle financiële instellingen omvatten die bij de transactie betrokken zijn, ook in hun eventuele rol als adviseurs of een financierder of financieringsagent voor de transactie.

  • 5.2.6

    Verstrek een overzicht van financieringsafspraken met financiële instellingen, inclusief de afspraken met betrekking tot zekerheidsrechten opgenomen in de betreffende zekerheidsdocumenten, voor zover deze zekerheidsrechten een wijziging van zeggenschap kunnen behelzen.

5.3

Bijzondere informatie

  • 5.3.1

    Zijn er nog andere feiten of omstandigheden die van belang kunnen zijn bij de beoordeling van de risico’s voor de nationale veiligheid? Zo ja, vermeld om welke feiten en omstandigheden het gaat.

  • 5.3.2

    Geef aan of de verwerver beschikt over een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 van de Wet financieel toezicht en/of artikel 5:32d Wet financieel toezicht? Zo ja, dan wordt u verzocht deze mee te zenden met de melding.

6

Mee te zenden documenten

Verstrek de volgende documenten bij de melding:

  • 6.1

    Een exemplaar van de definitieve of meest recente versie van alle stukken op grond waarvan de wijziging van zeggenschap tot stand komt, hetzij bij overeenkomst tussen de partijen bij de wijziging van zeggenschap, hetzij door verwerving van een belang dat zeggenschap verleent, tenzij de wijziging tot stand komt door middel van gestanddoening van een openbaar overnamebod.

  • 6.2

    In het geval van een openbaar overnamebod, een exemplaar van het biedingsbericht waarmee het bod wordt uitgebracht en een eventueel zogenaamd merger protocol; indien een van deze stukken op het tijdstip van de aanmelding niet beschikbaar is, moet het zo spoedig mogelijk worden overgelegd en uiterlijk op het tijdstip waarop het biedingsbericht aan de aandeelhouders beschikbaar wordt gesteld.

  • 6.3

    Een exemplaar van het meest recente jaarverslag en jaarrekening van de verwerver die het voornemen heeft om zeggenschap te verkrijgen of te vergroten in de doelonderneming en van iedere partij die middels de verwerver zeggenschap in de doelonderneming verkrijgt (voor zover niet in dezelfde groep als de verwerver verbonden), voor zover niet al ingevolge de melding van de concentratie bij de ACM verstrekt.

  • 6.4

    Een schriftelijk bewijsstuk, waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de aangewezen contactpersoon of -personen blijkt. Deze vraag heeft zowel betrekking op functionarissen van de betrokken partijen als op externe adviseurs, zoals advocaten.

  • 6.5

    In het geval er een verkrijging onder algemene titel bij een erfenis is waarbij een overgang van zeggenschap optreedt: een verklaring van erfrecht. Indien er geen verklaring beschikbaar is, geef aan de naam en contactgegevens van de notaris waar deze kan worden opgevraagd.

  • 6.6

    Eventueel: verklaring van geen bezwaar (zie hiervoor bij 5.3.2).

7

Ondertekening

Ondergetekende verklaart namens de verwerver dat dit formulier naar waarheid is ingevuld.

Plaats en datum:

Naam:

Handtekening: