Wet van 29 oktober 2025 tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Dataverordening) (Uitvoeringswet dataverordening) [KetenID WGK014687]

Uitvoeringswet dataverordening

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter uitvoering van Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Dataverordening);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Begripsbepaling

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel

2

Geschillenbeslechtingsorgaan

Artikel

3

Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Artikel

4

Aanwijzing datacoördinator

De Autoriteit Consument en Markt is de datacoördinator, bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de dataverordening.

Artikel

5

Aanwijzing toezichthouders

Artikel

6

Samenwerking ACM en AP

Artikel

7

Samenwerking ACM en andere bevoegde autoriteiten

Artikel

8

Sanctionering

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking met ingang van 12 september 2025. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 11 september 2025, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

14

Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet dataverordening.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten