Wet van 10 december 2025, houdende regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte)

Wet collectieve warmte

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het stellen van regels noodzakelijk is in het belang van een betrouwbare, betaalbare en broeikasgassen-vrije warmtevoorziening;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aandeel: aandeel als bedoeld in:

    • a.

      artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht, in geval van een beursgenoteerde onderneming;

    • b.

      artikel 82, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in geval van een naamloze vennootschap, niet zijnde een beursgenoteerde onderneming als bedoeld in onderdeel a;

    • c.

      artikel 175 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in geval van een besloten vennootschap, niet zijnde een beursgenoteerde onderneming als bedoeld in onderdeel a;

  • aangewezen warmtebedrijf: warmtebedrijf dat op grond van artikel 2.5, eerste lid, 2.7, eerste lid, 13.2, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 13.3. eerste lid, is aangewezen door het college;

  • aansluitingsverantwoordelijke: degene op wie de verantwoordelijkheid, bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, rust;

  • aanwijzing: aanwijzing als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, 2.7, eerste lid, 13.2, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 13.3. eerste lid;

  • aanwijzing van een warmtetransportbeheerder: aanwijzing als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid;

  • afleverset voor warmte: individuele of collectieve afleverset voor warmte met uitzondering van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen installatie;

  • Autoriteit Consument en Markt: Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  • betrouwbare levering van warmte: voorkomen van een onderbreking van de levering van warmte en zo snel mogelijk beëindigen van een onderbreking indien deze zich toch voordoet;

  • bindende gedragslijn: enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen als bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter bevordering van de naleving van wettelijk voorschriften en die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;

  • binneninstallatie: leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a en c tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken en zijn bestemd voor de toe- en afvoer van warmte ten behoeve van die onroerende zaak, met uitzondering van de afleverset voor warmte, apparatuur die gelet op de door het warmtebedrijf te specificeren kenmerken van de binneninstallatie daar geen deel van uitmaakt, de warmtemeter, of leidingen, installaties en hulpmiddelen die strekken tot levering van warmte naar een andere onroerende zaak. De binneninstallatie aan de zijde van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel is begrensd door:

    • a.

      de hoofdafsluiter waar de individuele afleverset voor warmte gekoppeld is aan het warmtenet of het inpandig leidingstelsel, of

    • b.

      een in een overeenkomst over de levering van warmte overeengekomen fysiek aanwijsbaar punt indien er geen hoofdafsluiter aanwezig is;

  • broeikasgas: broeikasgas als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

  • centrale leveringsaansluiting: één of meer leidingen bestemd voor het transport van warmte gelegen tussen het warmtenet en het inpandig leidingstelsel, waarbij de centrale leveringsaansluiting:

    • a.

      aan de zijde van het inpandig leidingstelsel is begrensd door:

      • 1°.

        de hoofdafsluiters waaraan de collectieve afleverset voor warmte of het inpandig leidingstelsel gekoppeld is, of

      • 2°.

        indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een in de overeenkomst over de levering van warmte overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt, en

    • b.

      aan de zijde van het warmtenet is begrensd door:

      • 1°.

        de aftakking van het warmtenet, waarna de leidingen en daaraan verbonden hulpmiddelen bestemd zijn voor het transport van warmte naar het inpandig leidingstelsel, of

      • 2°.

        indien er geen aftakking aanwezig is, een in de overeenkomst over de levering van warmte overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt;

  • collectieve afleverset voor warmte: afleverset voor warmte waarmee ten behoeve van de levering van warmte energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet en een inpandig leidingstelsel;

  • collectief warmtesysteem: systeem waarbij een of meer warmtebronnen door middel van een warmtenet ontsloten worden voor de levering van warmte;

  • collectieve warmtevoorziening: collectief warmtesysteem of geheel van collectieve warmtesystemen;

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • doorlevering van warmte: levering van warmte door:

    • a.

      een verhuurder die een overeenkomst over de levering van warmte heeft gesloten met een warmtebedrijf waarbij de van het warmtebedrijf afgenomen warmte door de verhuurder wordt geleverd aan zijn huurder, of

    • b.

      een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm die een overeenkomst over de levering van warmte heeft gesloten met een warmtebedrijf waarbij de van het warmtebedrijf afgenomen warmte door de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm wordt geleverd aan haar leden;

  • duurzaamheid: vermindering van de uitstoot van broeikasgassen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 2.21, eerste lid;

  • duurzame warmtebron: hernieuwbare bron, warmtebron waar restwarmte vrijkomt of collectieve warmtepomp;

  • economische eigendom: samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot een onroerende zaak dat een belang bij die zaak vertegenwoordigt, met uitzondering van het recht op levering. Het belang omvat ten minste enig risico van waardeverandering en komt toe aan een ander dan de juridische eigenaar;

  • ernstige storing:

    • a.

      storing die langer duurt dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen duur;

    • b.

      meerdere opeenvolgende storingen samengenomen die langer duren dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen duur en tijdsperiode;

  • gebouw: gebouw als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1, onderdeel A, van de Omgevingswet;

  • gebouweigenaar:

    • a.

      eigenaar van een gebouw;

    • b.

      de eigenaren verenigd in een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm in het geval van gedeeld eigendom van een gebouw;

  • grootverbruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die warmte afneemt van een collectieve warmtevoorziening of een klein collectief warmtesysteem en een individuele leveringsaansluiting heeft van meer dan 100 kilowatt of een centrale leveringsaansluiting heeft met uitzondering van de levering van warmte voor industriële processen of productieprocessen of de levering van warmte die niet hoofdzakelijk geleverd wordt ten behoeve van ruimteverwarming en warm tapwater;

  • hernieuwbare bron: hernieuwbare niet-fossiele bron, niet zijnde houtige biomassa, met uitzondering van het gebruik van houtige biomassa als de primaire warmtebron wegvalt of als de warmtebron onvoldoende warmte levert om te voldoen aan de tijdelijke hoge vraag om warmte, waarmee hernieuwbare energie als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn 2018/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) kan worden opgewekt;

  • individuele leveringsaansluiting: één of meer leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen bestemd voor het transport van warmte tussen een binneninstallatie en een warmtenet of een inpandig leidingstelsel, waarbij de individuele leveringsaansluiting:

    • a.

      aan de zijde van de binneninstallatie is begrensd door:

      • 1°.

        de hoofdafsluiters waaraan de individuele afleverset voor warmte of de binneninstallatie gekoppeld is, of

      • 2°.

        indien er geen hoofdafsluiters aanwezig zijn, een in de overeenkomst over de levering van warmte overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt, en

    • b.

      aan de zijde van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel is begrensd door:

      • 1°.

        de aftakking van het warmtenet of het inpandig leidingstelsel, waarna de leidingen en daaraan verbonden hulpmiddelen bestemd zijn voor de levering van warmte, of

      • 2°.

        indien er geen aftakking aanwezig is, een in de overeenkomst over de levering van warmte overeen te komen fysiek aanwijsbaar punt;

  • individuele afleverset voor warmte: afleverset voor warmte waarmee ten behoeve van levering van warmte energieoverdracht plaatsvindt tussen een warmtenet of een inpandig leidingstelsel en een binneninstallatie;

  • inpandig leidingstelsel: één of meer van een gebouw deel uitmakende leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen ten behoeve van transport van warmte tussen een centrale leveringsaansluiting van een gebouw en de individuele leveringsaansluiting van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • klein collectief warmtesysteem: collectief warmtesysteem waarmee warmte wordt geleverd aan maximaal 1500:

    • a.

      verbruikers;

    • b.

      huurders met elk een individuele leveringsaansluiting van maximaal 100 kilowatt die warmte geleverd krijgen van hun verhuurder waarbij sprake is van de doorlevering van warmte;

    • c.

      leden van een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm met elk een individuele leveringsaansluiting van maximaal 100 kilowatt die warmte geleverd krijgen van hun vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm waarbij sprake is van doorlevering van warmte;

  • kleinverbruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon die warmte afneemt van een collectieve warmtevoorziening of klein collectief warmtesysteem en een individuele leveringsaansluiting heeft van maximaal 100 kilowatt met uitzondering van een persoon die warmte afneemt van:

    • a.

      zijn verhuurder;

    • b.

      de vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm waarbij deze persoon is aangesloten;

  • kooldioxide-equivalent: hoeveelheid kooldioxide of hoeveelheid van een ander broeikasgas met een gelijkwaardig aardopwarmingsvermogen als kooldioxide;

  • koude: thermische energie die ten behoeve van ruimtekoeling wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof;

  • leveringsaansluiting: individuele of centrale leveringsaansluiting;

  • leveringszekerheid: leveringszekerheid als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid;

  • leveringsovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 2.31, eerste lid;

  • omgevingsplan: omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;

  • Onze Minister: Onze Minister van Klimaat en Groene Groei;

  • producent: natuurlijk persoon, rechtspersoon of personenvennootschap die zich bezighoudt met de productie van warmte, met uitzondering van een producent van restwarmte;

  • producent van restwarmte: onderneming die in zijn bedrijfsvoering restwarmte genereert;

  • representatieve organisatie: rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van producenten, producenten van restwarmte, warmtebedrijven of verbruikers in de warmtesector;

  • restwarmte: thermische energie die als onvermijdelijk bijproduct in industriële of bedrijfsmatige processen overblijft en die zonder verbinding met een warmtenet ongebruikt terecht zou komen in lucht of water;

  • storing: onderbreking van de levering van warmte of levering van warmte onder de minimumtemperatuur van de te leveren warmte, bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, met uitzondering van een onderbreking door werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.19, tweede lid;

  • tariefvoorstel: onderbouwd voorstel van tarieven van goederen of diensten die worden aangeboden ten behoeve van het transport en de levering van warmte door een aangewezen warmtebedrijf;

  • transporttariefvoorstel: onderbouwd voorstel van tarieven en voorwaarden van de goederen of diensten die worden aangeboden ten behoeve van het transport van warmte door een warmtetransportbeheerder;

  • verbruiker: kleinverbruiker en grootverbruiker;

  • verbruiksonafhankelijke warmtekostenverdeelsystematiek: warmtekostenverdeelsystematiek ten behoeve van het vaststellen van het aandeel in de totaal gemeten warmte die niet is gebaseerd op het verbruik van de afzonderlijke verbruiker;

  • verhuurder: eigenaar van een voor verhuur bestemde verblijfsruimte in Nederland;

  • warmte: thermische energie die ten behoeve van ruimteverwarming of verwarming van tapwater wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof;

  • warmtebedrijf: onderneming of warmtegemeenschap die zich bezig houdt of voornemens is zich bezig te houden met het transport en de levering van warmte en de productie of inkoop van warmte ten behoeve daarvan, met uitzondering van:

    • a.

      een verhuurder die warmte levert of doorlevert aan zijn huurders;

    • b.

      een vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm die warmte levert of doorlevert aan zijn leden;

  • warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang: warmtebedrijf als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdelen a of b;

  • warmtebron: installatie waar thermische energie vrijkomt of thermische energie vrijgemaakt wordt;

  • warmtegemeenschap: rechtspersoon of personenvennootschap die:

    • a.

      ten behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders actief is als warmtebedrijf;

    • b.

      als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is;

    • c.

      niet is gericht op het maken van winst, en

    • d.

      gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebron;

  • warmte joint-venture: rechtspersoon of personenvennootschap van twee of meer partijen die gezamenlijk deze rechtspersoon of personenvennootschap hebben opgericht om als warmtebedrijf actief te zijn;

  • warmtekavel: aaneengesloten gebied binnen een of meerdere gemeenten waarvoor op grond van artikel 2.5, eerste lid, of 2.7, eerste lid, een warmtebedrijf is of kan worden aangewezen;

  • warmtekostenverdeler: meetsysteem dat het warmteverbruik van elke radiator meet ten behoeve van het vaststellen van het aandeel in de totaal gemeten warmte;

  • warmteleveringsbedrijf: onderneming die zich bezig houdt of voornemens is zich bezig te houden met de levering van warmte en de productie of inkoop van warmte ten behoeve daarvan;

  • warmtemeter: warmtemeter als bedoeld in bijlage III van richtlijn 2014/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van meetinstrumenten (herschikking) (PbEU 2014, L 96) die het warmteverbruik weergeeft;

  • warmtenet: geheel van tot elkaar behorende met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen ten behoeve van het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een verbruiker of het transport van warmte of eventueel koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van een collectief warmtesysteem, van en naar een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte, met uitzondering van:

    • a.

      de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel;

    • b.

      een binneninstallatie;

    • c.

      de leidingen, installaties en hulpmiddelen die zijn gelegen in een gebouw of werk van een producent of een producent van restwarmte of op het perceel waarop de productie-installatie is gelegen, tenzij op het perceel, in het gebouw of werk tevens warmte wordt geleverd op een leveringsaansluiting;

    • d.

      een warmtetransportnet;

  • warmtenetbedrijf: onderneming die zich bezig houdt of voornemens is zich bezig te houden met het beheer, aanleg of onderhoud van een warmtenet en het transport van warmte over een warmtenet of een onderdeel daarvan;

  • warmtetransportaansluiting: deel van een warmtetransportnet dat bestaat uit één of meer leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen, tussen een warmtetransportnet en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • warmtetransportnet: geheel van tot elkaar behorende en met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen ten behoeve van het voor de regionale warmtevoorziening van belang zijnde transport van warmte van de warmtetransportaansluitingen van warmtebronnen naar:

    • a.

      de warmtetransportaansluitingen van afnemers van warmte van een warmtetransportnet;

    • b.

      de warmtetransportaansluitingen van collectieve warmtevoorzieningen;

  • warmtetransportbeheerder: warmtetransportonderneming die op grond van artikel 5.1, eerste lid, of artikel 13.14, eerste lid, is aangewezen;

  • warmtetransportonderneming: onderneming die zich bezig houdt of voornemens is zich bezig te houden met het beheer, aanleg of onderhoud van een warmtetransportnet en het transport van warmte over een warmtetransportnet;

  • zeggenschap: zeggenschap als bedoeld in artikel 26 van de Mededingingswet;

  • zelfstandige last: last tot het verrichten van bepaalde handelingen als bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

1.2

verbod op transport of levering van warmte

Hoofdstuk

2

Collectieve warmtevoorzieningen

§

2.1

Warmtekavel

Artikel

2.1

vaststelling warmtekavel

§

2.2

Aanwijzing van een warmtebedrijf

§

2.2.1

Aanwijzing van een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap

Artikel

2.2

aanvraag

Artikel

2.3

voorwaarden aan een warmtebedrijf publiek meerderheidsbelang en warmtegemeenschap

Artikel

2.4

inventarisatie voornemen warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap

Artikel

2.5

aanwijzingsprocedure warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap

§

2.2.2

Aanwijzing van een ander warmtebedrijf dan een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschap tijdens de ingroeiperiode

Artikel

2.6

mededeling start aanwijzingsprocedure tijdens de ingroeiperiode

Artikel

2.7

aanwijzingsprocedure warmtebedrijf tijdens de ingroeiperiode

§

2.3

Wijziging, intrekking en overdragen van een aanwijzing

Artikel

2.8

wijziging aanwijzing

Artikel

2.9

intrekken aanwijzing

Artikel

2.10

overdragen aanwijzing

Artikel

2.11

overdracht doorslaggevende zeggenschap

Artikel

2.12

toezending aan de Autoriteit Consument en Markt

§

2.4

Taken van een aangewezen warmtebedrijf

Artikel

2.13

taken

§

2.5

Verplichtingen aangewezen warmtebedrijf

§

2.5.1

Niet uit kunnen voeren van een taak

Artikel

2.14

meldplicht bij niet nakomen taak

Artikel

2.15

financiële monitoring

§

2.5.2

Uitgewerkt kavelplan en investeringsplan

Artikel

2.16

uitgewerkt kavelplan

Artikel

2.17

investeringsplan

§

2.5.3

Leveringszekerheid

Artikel

2.18

leveringszekerheidsrapportage

§

2.5.4

Onderbreking van de levering van warmte aan verbruikers

Artikel

2.19

onderbreking van de levering van warmte

Artikel

2.20

storingscompensatie

§

2.5.5

De uitstoot van broeikasgassen

Artikel

2.21

normen uitstoot broeikasgassen

Artikel

2.22

ontheffing normen uitstoot broeikasgassen

Artikel

2.23

informatie over de uitstoot van broeikasgassen op de factuur

Artikel

2.24

openbare informatie over de uitstoot van broeikasgassen

§

2.5.6

Aansluiten op of afsluiten van een collectieve warmtevoorziening

Artikel

2.25

informatie bij aanbod aansluitovereenkomst op collectieve warmtevoorziening

Artikel

2.26

aanbod aansluitovereenkomst bij aanleg of uitbreiding collectieve warmtevoorziening in geval van verplicht beëindigen van gebruik fossiele brandstoffen

Artikel

2.27

nieuw aanbod aansluitovereenkomst bij niet aanvaarden in geval van situatie artikel 2.26

Artikel

2.28

algemene aansluitverplichting van drie jaar in geval van situatie artikel 2.26

Artikel

2.29

oprichten nieuw gebouw in geval van situatie artikel 2.26

Artikel

2.30

kosten van afsluiten kleinverbruikers en grootverbruikers

§

2.5.7

De levering van warmte aan verbruikers

Artikel

2.31

leveringsovereenkomst

Artikel

2.32

wijzigen en opzeggen van een leveringsovereenkomst

Artikel

2.33

vernietigbaarheid leveringsovereenkomst

Een leveringsovereenkomst met een kleinverbruiker die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.31 en 2.32 is vernietigbaar.

Artikel

2.34

gevolgen van een opzegging van een leveringsovereenkomst

Artikel

2.35

opzeggen leveringsovereenkomst in geval van situatie artikel 2.26

Artikel

2.36

opzegvergoeding

Artikel

2.37

factuur

Artikel

2.38

betalingswijzen

Artikel

2.39

klachtenprocedure

Artikel

2.40

voorkomen beëindiging levering

§

2.5.8

Meten van het verbruik van warmte

Artikel

2.41

kosten gebaseerd op het gemeten verbruik

Artikel

2.42

warmtemeter, warmtekostenverdeler en verbruiksonafhankelijke warmtekostenverdeelsystematiek

Artikel

2.43

eisen aan een warmtemeter, warmtekostenverdeler en verbruiksonafhankelijke warmtekostenverdeelsystematiek

§

2.5.9

Toegang van warmtebronnen

Artikel

2.44

toegang van warmtebronnen

§

2.5.10

Overige verplichtingen

Artikel

2.45

eigendom warmtenet

Artikel

2.46

levering na overdracht van een aanwijzing

Indien een aanwijzing na instemming van het college op grond van artikel 2.10, eerste lid, wordt overgedragen aan een ander warmtebedrijf neemt dit warmtebedrijf alle leveringsovereenkomsten over die het aangewezen warmtebedrijf dat de aanwijzing overdraagt met verbruikers heeft gesloten. In afwijking van het eerste lid van artikel 159 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is medewerking van de verbruiker niet vereist.

Artikel

2.47

publicatie jaarrekening en bestuursverslag

§

2.6

Verplichtingen gebouweigenaar

Artikel

2.48

verplichting gebouweigenaar

Voor zover een warmtenet is gelegen in een gebouw verleent een gebouweigenaar medewerking aan het verzoek van een aangewezen warmtebedrijf:

  • a.

    om toegang te krijgen tot het gebouw voor het uitvoeren van onderhoud aan het warmtenet en de in het gebouw aanwezige afleversets voor warmte;

  • b.

    om een verbruiker af te sluiten van het warmtenet door:

    • 1°.

      zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van het warmtenet, of

    • 2°.

      het aangewezen warmtebedrijf toestemming te geven zorg te dragen voor de afsluiting van de verbruiker van de warmtenet.

§

2.7

Overige bepalingen

Artikel

2.49

exclusieve taak aangewezen warmtebedrijven warmtemeters en afleversets

Het is ieder ander dan het aangewezen warmtebedrijf verboden de taken, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onderdelen m en o, voor zover het betreft het ter beschikking stellen van een warmtemeter door middel van verhuur, uit te voeren, tenzij het werkzaamheden betreft verricht door een derde als bedoeld in artikel 2.13, vijfde lid.

Artikel

2.50

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking:

  • a.

    als bedoeld in de artikelen 2.5, elfde lid, 2.7, elfde lid, 2.8, elfde lid, en 2.16, negende lid;

  • b.

    als bedoeld in de artikelen 2.5, vierde lid, 2.7, vierde lid, 2.8, vierde lid, 2.10, vijfde lid, 2.11, vijfde lid, 2.14, vijfde lid, 2.15, vijfde lid, 2.18, vierde lid, en 2.22, derde lid.

Hoofdstuk

3

Kleine collectieve warmtesystemen

§

3.1

Vrijstelling

Artikel

3.1

meldplicht en vrijstelling

§

3.2

Ontheffing

Artikel

3.2

ontheffing

§

3.3

Wijziging, intrekking en overdragen van een vrijstelling en ontheffing

Artikel

3.3

wijziging vrijstelling en ontheffing

Artikel

3.4

intrekken vrijstelling en ontheffing

Artikel

3.5

overdragen vrijstelling en ontheffing

Artikel

3.6

toezending aan de Autoriteit Consument en Markt

Het college zendt aan de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de ontheffing, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, de wijziging van de ontheffing, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, de intrekking van de ontheffing, bedoeld in artikel 3.4, tweede en derde lid, het plan, bedoeld in artikel 3.4, vijfde lid, en de instemming met de overdracht van een ontheffing, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid.

§

3.4

Taken van een warmtebedrijf

Artikel

3.7

taken

§

3.5

Verplichtingen warmtebedrijf

Artikel

3.8

artikelen hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing

De artikelen 2.14, 2.19 tot en met 2.21, 2.23 tot en met 2.43, 2.46 tot en met 2.50 zijn van overeenkomstige toepassing indien voor een warmtebedrijf een vrijstelling geldt op grond van artikel 3.1, vierde lid, of aan een warmtebedrijf een ontheffing als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, is verleend met dien verstande dat telkens:

  • a.

    voor «artikel 2.9» wordt gelezen «artikel 3.4»;

  • b.

    voor «artikel 2.10» wordt gelezen «artikel 3.5»;

  • c.

    voor «artikel 2.13» wordt gelezen «artikel 3.7».

Artikel

3.9

financiële monitoring

Artikel

3.10

plan leveringszekerheid en duurzaamheid

Artikel

3.11

ontheffing normen uitstoot broeikasgassen

Artikel

3.12

eigendom warmtenet van een klein collectief warmtesysteem

§

3.6

Overige bepalingen

Artikel

3.13

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking:

  • a.

    als bedoeld in de artikelen 3.2, negende lid, en 3.5, achtste lid;

  • b.

    als bedoeld in de artikelen 3.1, derde lid, 3.2, vierde lid, 3.5, vierde lid, 3.9, zesde lid, 3.10, vierde lid, en 3.11, tweede lid.

Hoofdstuk

4

Verhuurders en verenigingen van eigenaars

§

4.1

Meldplicht, vrijstelling en ontheffing

Artikel

4.1

meldplicht

Artikel

4.2

ontheffing

§

4.2

Wijziging, intrekking en overdragen van een vrijstelling en ontheffing

Artikel

4.3

melden significante wijziging en wijziging vrijstelling en ontheffing

Artikel

4.4

intrekken vrijstelling en ontheffing

Artikel

4.5

overdragen vrijstelling of ontheffing

§

4.3

Verplichtingen

Artikel

4.6

artikelen hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing

De artikelen 2.37 en 2.41 tot en met 2.43 zijn van overeenkomstige toepassing op de levering en het transport van warmte, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid.

§

4.4

Overige bepalingen

Artikel

4.7

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking als bedoeld in artikel 4.2, vierde lid.

Hoofdstuk

5

Warmtetransportnetten

§

5.1

Aanwijzing van een warmtetransportbeheerder

Artikel

5.1

aanwijzing warmtetransportbeheerder

Artikel

5.2

wijziging aanwijzing van een warmtetransportbeheerder

Artikel

5.3

intrekking aanwijzing van een warmtetransportbeheerder

Artikel

5.4

overdragen aanwijzing van een warmtetransportbeheerder

Artikel

5.5

toezending aan de Autoriteit Consument en Markt

Onze Minister zendt aan de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder, de wijziging van de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, de intrekking van de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder, bedoeld in artikel 5.3, tweede en derde lid, en de instemming met de overdracht van de aanwijzing van een warmtetransportbeheerder, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid.

§

5.2

Taken van een warmtetransportbeheerder

Artikel

5.6

taken

§

5.3

Verplichtingen warmtetransportbeheerder

§

5.3.1

Niet uit kunnen voeren van een taak

Artikel

5.7

meldplicht bij niet nakomen taken

Artikel

5.8

financiële monitoring

§

5.3.2

Warmtetransportinvesteringsplan

Artikel

5.9

warmtetransportinvesteringsplan

Artikel

5.10

exploitatieplan

§

5.3.3

Waarborgen onafhankelijkheid warmtetransportbeheerder

Artikel

5.11

waarborgen voor onafhankelijkheid

Het is een warmtetransportbeheerder verboden in het gebied waarvoor deze op grond van artikel 5.1, eerste lid, is aangewezen warmte te produceren, te leveren of daarin te handelen.

Artikel

5.12

toegestane activiteiten

§

5.3.4

Informatieverplichtingen

Artikel

5.13

verstrekken informatie

§

5.3.5

Overige verplichtingen

Artikel

5.14

aandelen warmtetransportbeheerder in handen van een openbaar lichaam

Artikel

5.15

eigendom warmtetransportnet

§

5.4

Verplichtingen derden

Artikel

5.16

warmtetransportprogramma

Artikel

5.17

verbod overdragen warmtetransportcapaciteit

§

5.5

Overige bepalingen

Artikel

5.18

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking als bedoeld in de artikelen 5.1, derde en zevende lid, 5.4, derde lid, 5.7, vijfde lid, 5.8, vijfde lid, en 5.10, vijfde lid.

Hoofdstuk

6

Warmteproductie

§

6.1

Restwarmte

Artikel

6.1

informatieverplichting producent van restwarmte

Artikel

6.2

ter beschikking stellen restwarmte

§

6.2

Garanties van oorsprong

Artikel

6.3

begripsbepalingen

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • energie uit hernieuwbare bronnen: energie die is opgewekt uit hernieuwbare bronnen en energie die is opgewekt met gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen;

  • garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen: gegevens op een rekening voor garanties van oorsprong die betrekking hebben op thermische energie uit hernieuwbare bronnen en waarmee wordt aangetoond dat een producent van thermische energie met zijn installatie een hoeveelheid thermische energie uit hernieuwbare bronnen heeft geproduceerd;

  • handelaar: onderneming die zich bezighoudt met het verhandelen van garanties van oorsprong;

  • hernieuwbare bronnen: hernieuwbare niet-fossiele bronnen, niet zijnde houtige biomassa, met uitzondering van het gebruik van houtige biomassa als de primaire warmtebron wegvalt of als de warmtebron onvoldoende warmte levert om te voldoen aan de tijdelijke hoge vraag om warmte, waarmee hernieuwbare energie als bedoeld in artikel 2, eerste onderdeel, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) kan worden opgewekt;

  • meetbedrijf: onderneming die zich bezig houdt met het collecteren, valideren en vaststellen van meetgegevens betreffende thermische energie uit hernieuwbare bronnen;

  • net voor thermische energie: geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van thermische energie uit hernieuwbare bronnen, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent van thermische energie en strekken tot toe- of afvoer van thermische energie uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent van thermische energie;

  • producent van thermische energie: onderneming die zich bezighoudt met de productie van thermische energie uit hernieuwbare bronnen;

  • rekening voor garanties van oorsprong: staat waarop een tegoed van garanties van oorsprong kan worden geboekt in het elektronische systeem voor het uitgeven, overdragen en innemen van garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen;

  • thermische energie uit hernieuwbare bronnen: thermische energie die ten behoeve van verwarming of verkoeling van ruimten of processen wordt geleverd door middel van het transport van water of een andere vloeistof en die:

    • a.

      is opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare bronnen of energie uit hernieuwbare bronnen;

    • b.

      is opgewekt met gebruik van hernieuwbare bronnen of energie uit hernieuwbare bronnen in een hybride productie-installatie die ook gebruik maakt van energie uit fossiele bronnen;

  • verbruiker van thermische energie: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie uitsluitend voor eigen verbruik thermische energie uit hernieuwbare bronnen wordt geleverd;

  • warmteleveringsbedrijf van thermische energie: onderneming die zich bezighoudt met de levering van thermische energie uit hernieuwbare bronnen.

Artikel

6.4

taken Minister

Artikel

6.5

vaststelling hernieuwbare bron

Artikel

6.6

aantonen productie uit hernieuwbare bronnen

Een garantie van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen toont bij uitsluiting aan dat een producent van thermische energie de daarop aangegeven hoeveelheid thermische energie heeft geproduceerd uit hernieuwbare bronnen of met energie uit hernieuwbare bronnen.

Artikel

6.7

afboeken garanties van oorsprong

Een warmteleveringsbedrijf van thermische energie zorgt ervoor dat als bewijs van levering van thermische energie uit hernieuwbare bronnen aan een in Nederland gevestigde verbruiker van thermische energie, binnen één maand na de levering een corresponderende hoeveelheid garanties van oorsprong voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen van een Nederlandse rekening voor garanties van oorsprong wordt afgeboekt.

Artikel

6.8

garanties van oorsprong binnen Europese Unie

Artikel

6.9

delegatiegrondslag garanties van oorsprong

Artikel

6.10

erkenning meetbedrijf

Artikel

6.11

wijziging en intrekken erkenning

Artikel

6.12

rapportageverplichting

Artikel

6.13

overdragen erkenning

§

6.3

Wijziging in zeggenschap

Artikel

6.14

wijziging in zeggenschap

§

6.4

Overige bepalingen

Artikel

6.15

prijzen en voorwaarden productie van warmte

Artikel

6.16

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking:

  • a.

    als bedoeld in artikel 6.10, vierde lid;

  • b.

    als bedoeld in artikel 6.14, derde lid.

Hoofdstuk

7

Tariefregulering

§

7.1

Tariefregulering levering van warmte door een aangewezen warmtebedrijf

§

7.1.1

Door het aangewezen warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven

Artikel

7.1

door een aangewezen warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven

§

7.1.2

Vaststelling maximale tarieven voor kleinverbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 1)

Artikel

7.2

vaststelling maximale tarieven fase 1

§

7.1.3

Vaststelling maximale tarieven en tariefformules voor kleinverbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 2)

Artikel

7.3

vaststelling berekeningsmethode maximale tarieven en tariefformules in methodebesluit

Artikel

7.4

tariefbesluit

Artikel

7.5

tariefformulebesluit

Artikel

7.6

vaststelling tarieflimieten

§

7.1.4

Vaststelling maximale tarieven voor verbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 3)

Artikel

7.7

methodebesluit beoogde of toegestane inkomsten

Artikel

7.8

vaststelling maximale tarieven door Autoriteit Consument en Markt op basis van tariefvoorstel

Artikel

7.9

vaststelling tarieflimieten

§

7.1.5

Overige bepalingen

Artikel

7.10

regulatorische accountingregels

Artikel

7.11

vaststelling gestandaardiseerde activawaarde

Artikel

7.12

afzonderlijke boekhouding

Artikel

7.13

transparantie

Artikel

7.14

inwerkingtreding tarieven en tariefformules

De tarieven en tariefformules, bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, gelden vanaf een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen tijdstip tot 1 januari van het jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven en de tariefformules. Indien op 1 januari de tarieven of tariefformules voor dat jaar nog niet zijn vastgesteld, gelden de laatst vastgestelde tarieven of tariefformules tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven of tariefformules voor het volgende jaar. Daarbij verdisconteert de Autoriteit Consument en Markt de te late vaststelling van de tarieven of tariefformules in de tarieven voor het eerstvolgende jaar.

Artikel

7.15

rendementsmonitor en rendementstoets

Artikel

7.16

correctie van de tarieven door de Autoriteit Consument en Markt

De Autoriteit Consument en Markt kan de tarieven die gelden in een bepaald jaar corrigeren, indien de tarieven die gelden in dat jaar of de jaren voorafgaand aan dat jaar:

  • a.

    bij rechterlijke uitspraak of met toepassing van de artikel 6:19 of 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht zijn gewijzigd;

  • b.

    zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de Autoriteit Consument en Markt, indien zij de beschikking had over juiste of volledige gegevens, tarieven zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijke mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven;

  • c.

    zijn berekend met gebruikmaking van geschatte gegevens en de feitelijke gegevens daarvan afwijken.

Artikel

7.17

Vereveningsfonds

Artikel

7.18

vereveningstoeslag

Artikel

7.19

vereveningsbijdrage

Artikel

7.20

bijdrage ten behoeve van de financiële aantrekkelijkheid

7.1.6

Tariefregulering levering van warmte door een aangewezen warmtebedrijf aan grootverbruikers

Artikel

7.21

vaststelling tarieven voor grootverbruikers

§

7.2

Tariefregulering levering van warmte door middel van een klein collectief warmtesysteem

§

7.2.1

Door een warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven

Artikel

7.22

door een warmtebedrijf in rekening te brengen maximale tarieven

§

7.2.2

Vaststelling maximale tarieven voor kleinverbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 1)

Artikel

7.23

vaststelling maximale tarieven fase 1

§

7.2.3

Vaststelling maximale tarieven en tariefformules voor kleinverbruikers door de Autoriteit Consument en Markt (fase 2)

Artikel

7.24

vaststelling berekeningsmethode maximale tarieven en tariefformules in methodebesluit

Artikel

7.25

tariefbesluit

Artikel

7.26

tariefformulebesluit

Artikel

7.27

vaststelling tarieflimieten

§

7.2.4

Tariefregulering levering van warmte door een warmtebedrijf aan grootverbruikers

Artikel

7.28

vaststelling tarieven voor grootverbruikers bij kleine collectieve warmtesystemen

§

7.2.5

Overige bepalingen

Artikel

7.29

rendementsmonitor en rendementstoets

Artikel

7.30

Vereveningsfonds

Artikel

7.31

vereveningstoeslag

Artikel

7.32

vereveningsbijdrage

Artikel

7.33

bijdrage ten behoeve van de financiële aantrekkelijkheid

§

7.3

Tariefregulering levering van warmte aan ten hoogste 10 kleinverbruikers

Artikel

7.34

vaststelling tarieven door warmtebedrijf

§

7.4

Tariefregulering verhuurders en vereniging van eigenaars die warmte doorleveren aan hun huurders en leden

Artikel

7.35

doorlevering van warmte

De artikelen 7.1, 7.2, 7.6, 7.17 tot en met 7.19, 7.22, 7.23, 7.27 en 7.30 tot en met 7.32 zijn van overeenkomstige toepassing op het transport en de levering van warmte aan grootverbruikers die zorgdragen voor de doorlevering van warmte.

§

7.5

Tariefregulering warmtetransportbeheerder

§

7.5.1

In rekening te brengen maximale tarieven

Artikel

7.36

maximale tarieven warmtetransportbeheerder

§

7.5.2

Procedure tot vaststelling van de maximale tarieven door de Autoriteit Consument en Markt

Artikel

7.37

methodebesluit en vaststelling toegestane warmtetransportinkomsten

Artikel

7.38

procedure transporttariefvoorstel en vaststelling maximale tarieven door de Autoriteit Consument en Markt

Artikel

7.39

transporttarieven op basis van werkelijke kosten

§

7.5.3

Overige bepalingen

Artikel

7.40

opvragen informatie door de Autoriteit Consument en Markt

Artikel

7.41

overige verplichtingen warmtetransportbeheerder

Hoofdstuk

8

Besluit vereniging van eigenaars tot aansluiting op warmte

Artikel

8.1

besluit vereniging van eigenaars tot aanvaarding aanbod warmtebedrijf in geval van artikel 2.26

Artikel

8.2

bezwaar leden vereniging van eigenaars tegen aansluiting op een collectieve warmtevoorziening

Artikel

8.3

kostenverdeling vereniging van eigenaars bij aansluiting op een collectieve warmtevoorziening

Artikel

8.4

verplichtingen leden vereniging van eigenaars bij aansluiting op een collectieve warmtevoorziening

Artikel

8.5

besluit vereniging van eigenaars tot aansluiting op een klein collectief warmtesysteem

Artikel

8.6

besluit vereniging van eigenaars tot aansluiting op een collectieve warmtevoorziening of een klein collectief warmtesysteem in geval van levering van warmte aan ten hoogste 10 natuurlijke personen of rechtspersonen en in geval van doorlevering van warmte

Artikel

8.7

besluit vereniging van eigenaars om aan zijn eigen leden warmte te leveren

Hoofdstuk

9

Informatieverstrekking en verwerking persoonsgegevens

Artikel

9.1

informatieverstrekking

Artikel

9.2

verwerking van persoonsgegevens

Hoofdstuk

10

Toezicht en handhaving

§

10.1

Toezicht

Artikel

10.1

toezicht college en Autoriteit Consument en Markt

§

10.2

Handhaving

Artikel

10.2

bindende gedragslijn

Artikel

10.3

last onder dwangsom

Artikel

10.4

bestuurlijke boete

§

10.3

Interventiebevoegdheden Autoriteit Consument en Markt

Artikel

10.5

opdragen maatregelen aan een derde

Artikel

10.6

stille bewindvoerder

Artikel

10.7

vervanging van het bestuur

§

10.4

Overige bepalingen

Artikel

10.8

metingen door de Autoriteit Consument en Markt

Artikel

10.9

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking als bedoeld in de artikelen 10.5, vierde lid, 10.6, vierde lid, en 10.7, derde lid.

Hoofdstuk

11

Geschilbeslechting

Artikel

11

geschilbeslechting

Hoofdstuk

12

Overige bepalingen

Artikel

12.1

verbod stellen regels

Gedeputeerde staten, provinciale staten, het college en de gemeenteraad zijn niet bevoegd regels te stellen ten aanzien van het leveren, transporteren, produceren en inkopen van warmte, het beschikbaar stellen van restwarmte en de tarieven die daarvoor in rekening kunnen worden gebracht in het belang van een betrouwbare, betaalbare en broeikasgassen-vrije warmtevoorziening.

Artikel

12.2

vergoeding kosten verlening beschikkingen

Artikel

12.3

representatieve organisatie belanghebbende

Een representatieve organisatie wordt geacht belanghebbende te zijn bij besluiten, niet zijnde beschikkingen, genomen op grond hoofdstuk 7 van deze wet.

Artikel

12.4

inbreukprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Artikel

12.5

rechtsbescherming

Voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep en de behandeling van en de uitspraak op bezwaar en beroep wordt:

  • a.

    het besluit tot vaststelling van de warmtekavel en een aanwijzing als één besluit aangemerkt;

  • b.

    het besluit tot wijziging van een warmtekavel en wijziging van een aanwijzing op grond van artikel 2.8, eerste, vijfde en zesde lid, als één besluit aangemerkt.

Artikel

12.6

bevorderen ontwikkeling warmtegemeenschappen

Artikel

12.7

deelneming

Artikel

12.8

relatieve betaalbaarheid collectieve warmte

Artikel

12.9

parlementaire betrokkenheid

Artikel

12.10

lex silencio positivo

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op besluiten genomen bij of krachtens hoofdstukken 2, 3, 4, 5, 6 en 12.

Hoofdstuk

13

Slot- en overgangsbepalingen

§

13.1

Evaluatie

Artikel

13.1

evaluatie

Onze Minister zendt binnen zeven jaar na de inwerkingtreding van dit artikel aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid, de uitvoerbaarheid en de effecten van deze wet in de praktijk. Hierbij wordt ten minste aandacht besteed aan de mate waarin de publieke belangen van betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid voldoende zijn gewaarborgd, en aan de mate waarin deze wet heeft bijgedragen aan de groei van het aantal collectieve warmtevoorzieningen, kleine collectieve warmtesystemen en leveringsaansluitingen in de gebouwde omgeving.

§

13.2

Overgangsrecht

§

13.2.1

Bestaande collectieve warmtevoorzieningen

Artikel

13.2

aanwijzing bestaande warmtebedrijven voor een warmtekavel

Artikel

13.3

verplichting samenvoegen van gebieden bij één collectief warmtesysteem

Artikel

13.4

voorschriften en beperkingen aanwijzing

Artikel

13.5

tijdelijke aanwijzing van een niet integraal warmtebedrijf

Artikel

13.6

toezending aan de Autoriteit Consument en Markt

Het college zendt aan de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de aanwijzing, bedoeld in artikel 13.2, eerste tot en met vijfde lid, 13.3, eerste lid, en 13.5, vierde lid, onderdeel a.

Artikel

13.7

taken

Op een op grond van artikel 13.2 of 13.3 aangewezen warmtebedrijf rusten vanaf het tijdstip waarop het college op grond van artikel 13.8, tweede lid, heeft ingestemd met het uitgewerkt kavelplan, de taken, bedoeld in artikel 2.13.

Artikel

13.8

uitgewerkt kavelplan

Artikel

13.9

derdentoegang tot een bestaande collectieve warmtevoorziening

Artikel

13.10

economische en juridische eigendom van een bestaand warmtenet

Artikel

13.11

overgangsrecht overeenkomsten uitbesteden taken artikel 2.13

§

13.2.2

Bestaande kleine collectieve warmtesystemen

Artikel

13.12

ontheffing bestaande klein collectief warmtesysteem

§

13.2.3

Bestaande verhuurders en verenigingen van eigenaars

Artikel

13.13

ontheffing bestaande verhuurders en verenigingen van eigenaars

§

13.2.4

Bestaande warmtetransportnetten

Artikel

13.14

aanwijzing warmtetransportbeheerder

§

13.2.5

Bestaande warmteproductie

Artikel

13.15

restwarmte

Artikel 6.2 is niet van toepassing op het ter beschikking stellen van restwarmte die deze warmte ongebruikt terecht laat komen in lucht en water op basis van een overeenkomst tussen een producent van restwarmte en een warmtebedrijf die geldt op het moment van inwerkingtreding van dit artikel, met uitzondering van een wijziging van deze overeenkomst.

Artikel

13.16

garanties van oorsprong

Artikel

13.17

erkenning meetverantwoordelijk partij

Een onderneming die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel activiteiten verricht als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid, vraagt binnen twee jaar na dit tijdstip een erkenning als bedoeld in artikel 6.10, derde lid, aan bij de Autoriteit Consument en Markt.

Artikel

13.18

hernieuwbare bron

Ten aanzien van een warmtebedrijf dat op grond van artikel 13.2 of 13.3 is aangewezen of dat op grond van artikel 13.12, eerste lid, een ontheffing heeft verkregen, geldt in afwijking van de definitie van hernieuwbare bron in artikel 1.1, en de definitie van hernieuwbare bronnen in artikel 6.3, niet de eis dat houtige biomassa niet is toegestaan als hernieuwbare bron.

§

13.3

Overige bepalingen

Artikel

13.19

verbod handelen in strijd met voorschriften en beperkingen

Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift of beperking:

  • a.

    als bedoeld in de artikelen 13.4, eerste lid, 13.8, vierde lid, en 13.12, derde lid;

  • b.

    als bedoeld in de artikelen 13.9, vierde lid, en 13.14, tweede lid.

Artikel

13.20

kenmerken binneninstallatie en warmtebehoefte in een leveringsovereenkomst

Artikel

13.21

overgangsrecht aanhangige procedures op grond van de Warmtewet

Artikel

13.22

overgangsrecht vergunningen Warmtewet

Verleende vergunningen op grond van artikel 9, eerste lid, van de Warmtewet vervallen uiterlijk binnen een jaar na inwerkingtreding van artikel 13.2, 13.3 en 13.12 van deze wet, of zo eerder, indien het college:

  • a.

    op grond van artikel 13.2, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 13.3, eerste lid, een warmtebedrijf een aanwijzing heeft verleend, of

  • b.

    op grond van artikel 13.12, eerste lid, een warmtebedrijf een ontheffing heeft verleend.

Artikel

13.23

Warmtewet tijdelijk van toepassing op bestaande warmtebedrijven en nieuw aangewezen warmtebedrijven die warmte leveren aan meer dan 1500 verbruikers

Artikel

13.24

Warmtewet tijdelijk van toepassing op bestaande en nieuwe warmtebedrijven die warmte leveren met een klein collectief warmtesysteem

Artikel

13.25

Warmtewet tijdelijk van toepassing op bestaande verhuurders en verenigingen van eigenaars

Tot het tijdstip waarop een verhuurder, vereniging van eigenaars of een daarmee vergelijkbare rechtsvorm een melding heeft gedaan op grond van artikel 13.13, eerste lid, en tot ten hoogste een half jaar na inwerkingtreding van dit artikel:

  • a.

    zijn de artikelen 1.1, 2.37 en 2.41 tot en met 2.43 van deze wet van overeenkomstige toepassing op de levering van warmte door een leverancier als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Warmtewet, voor zover het de levering en transport van warmte, bedoeld in artikel 13.13, eerste lid, betreft;

  • b.

    zijn op het toezicht op en de naleving van het bij of krachtens de artikelen, bedoeld in onderdeel a, bepaalde, de artikelen 10.1, eerste lid, 10.2, eerste lid, 10.3, eerste lid, en 10.4, eerste en zevende lid, van deze wet van overeenkomstige toepassing;

  • c.

    is artikel 1.2, eerste lid, niet van toepassing op de levering of het transport van warmte door een leverancier als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Warmtewet, voor zover het de levering of transport van warmte, bedoeld in artikel 13.13, eerste lid, betreft.

§

13.4

Wijziging andere wetten

Artikel

13.27

Wijziging Omgevingswet

Wijzigt de Omgevingswet.

Artikel

13.30

Wijziging Energiewet

Wijzigt de Energiewet.

§

13.5

Slotbepalingen

Artikel

13.31

intrekken Warmtewet

De Warmtewet wordt ingetrokken.

Artikel

13.32

inwerkingtreding

  • 1.

    De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

  • 2.

    Wijzigt deze wet.

  • 3.

    Wijzigt deze wet.

  • 4.

    Wijzigt deze wet.

  • 5.

    Wijzigt deze wet.

  • 6.

    Wijzigt deze wet.

  • 7.

    Wijzigt deze wet.

  • 8.

    Wijzigt deze wet.

  • 9.

    Wijzigt deze wet.

Artikel

13.33

citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet collectieve warmte.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Amsterdam
Willem-Alexander
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.Th.M. Hermans
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten