Artikel
1
1
Voor 23 februari 2026 door de Minister van Klimaat en Groene Groei verleende mandaten, volmachten en machtigingen aan de secretaris-generaal en de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei worden met ingang van 23 februari 2026 aangemerkt als mandaten, volmachten en machtigingen verleend door de Minister van Klimaat en Groene Groei dan wel de Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bepalingen omtrent (onder)mandaatverleningen in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025 zijn van overeenkomstige toepassing.
2
De verdeling van de bevoegdheden tussen de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, bedoeld in het eerste lid, volgt de systematiek van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025, met dien verstande dat de bevoegdheden verbonden aan de eigenaarsrol en de hoedanigheid van aandeelhouder toekomen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal.