Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
-
b.
secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
-
c.
plaatsvervangend secretaris-generaal: plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
-
d.
hoofden van dienst:
-
1°.
de directeur-generaal Economie en Digitalisering;
-
2°.
de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie;
-
3°.
de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
-
4°.
de directeur-generaal Klimaat en Energie;
-
5°.
de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken;
-
6°.
de directeur Europese en Internationale Zaken;
-
7°.
de directeur Financieel-Economische Zaken;
-
8°.
de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
-
9°.
de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering;
-
10°.
de directeur Communicatie;
-
11°.
de directeur Informatievoorziening;
-
12°.
de directeur Mens en Organisatie;
-
13°.
de programmadirecteur van de programmadirectie Klaar voor de toekomst;
-
14°.
de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad;
-
15°.
de directeur van het Centraal Planbureau;
-
16°.
de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
-
17°.
de inspecteur-generaal der mijnen;
-
18°.
de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
-
19°.
de inspecteur-generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur;
-
1°.
-
e.
P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
-
f.
CAO Rijk: laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.