Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten van de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Nederland, Curaçao en Sint Maarten,
Overwegende:
  • dat deze regeling in elk van de landen wordt vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk algemene maatregel van bestuur,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3 van de rijkswet, en de aspirant;

  • b.

    ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder a, van de rijkswet, met uitzondering van de aspirant;

  • c.

    ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie:de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder b, van de rijkswet;

  • d.

    aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot de basisopleiding;

  • e.

    betrouwbaarheidsonderzoek: een onderzoek ter bepaling of bedenkingen bestaan tegen vervulling van de functie door een bepaalde persoon;

  • f.

    bevoegd gezag: het bij landsverordening of bij wet aangewezen gezag, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de rijkswet;

  • g.

    competentiegerichte eindtermen: als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en ervaring waarover degene die het onderwijstraject op een bepaald kwalificatieniveau voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs;

  • h.

    geleider: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3 van de rijkswet, die toestemming heeft van de korpsbeheerder om dienst te doen met een politiespeurhond, politiesurveillancehond of een hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid;

  • i.

    geweldmiddel: het geweldmiddel, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtsinstructie voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • j.

    justitiële documentatie: bij of krachtens landsverordening of bij of krachtens wet omschreven gegevens omtrent natuurlijke personen of rechtspersonen inzake de toepassing van het strafrecht of de strafvordering;

  • k.

    Onze Minister: Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • l.

    Onze Ministers: Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk;

  • m.

    politiegegevens: de gegevens, bedoeld in artikel 1, onder a, van de onderlinge regeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland betreffende de verwerking van politiegegevens, bedoeld in de artikelen 39, tweede lid, en 57 van de rijkswet;

  • n.

    rijkswet: de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • o.

    toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden;

  • p.

    toets geweldsbeheersing: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van de kennis op het gebied van geweldbeheersing;

  • q.

    toets schietvaardigheid: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid;

  • r.

    toetser: de ambtenaar van politie die heeft voldaan aan de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd om de toets geweldbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden of de toets schietvaardigheid af te nemen;

  • s.

    verklaring omtrent het gedrag: een verklaring van een bij landsverordening of bij wet aangewezen instantie dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die betrokkene.

  • t.

    vertrouwensfunctie: een door Onze Minister aangewezen functie die de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden;

  • u.

    vrijwillige ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder c, van de rijkswet;

  • v.

    vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie.

Hoofdstuk

2

Aanstellingseisen

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Voor een aanstelling als ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar komt uitsluitend in aanmerking degene die:

  • a.

    de Nederlandse nationaliteit bezit;

  • b.

    ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft;

  • c.

    voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;

  • d.

    voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek.

Artikel

2.3

Voor de aanstelling als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die:

  • a.

    de Nederlandse nationaliteit bezit;

  • b.

    ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;

  • c.

    voldoet aan de gestelde eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;

  • d.

    voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig onderzoek;

  • e.

    voldoet aan de eisen betreffende het psychologisch onderzoek, indien daaraan naar het oordeel van het bevoegd gezag behoefte aan bestaat;

  • f.

    voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de te vervullen functie binnen het politiekorps.

Hoofdstuk

3

Opleidingsniveau

Artikel

3.1

Artikel

3.2

Artikel

3.3

Hoofdstuk

4

Geschiktheidsonderzoek

Artikel

4.1

Artikel

4.2

Niet tot aanstelling bij een politiekorps kan worden overgegaan indien:

  • a.

    de betrokkene die aan het taalvaardigheidsonderzoek is onderworpen de nader door Onze Ministers te bepalen minimumnorm niet heeft behaald;

  • b.

    de betrokkene niet het nader door Onze ministers te bepalen minimale vereiste niveau op een of meer van de stabiele persoonlijkheidseigenschappen heeft behaald;

  • c.

    de betrokkene voor het fysiek motorisch onderzoek niet voldoet aan de nader door Onze Ministers te bepalen minimale vereisten, of

  • d.

    de betrokkene niet voldoet aan de door het bevoegd gezag gestelde en voorafgaand aan het geschiktheidsonderzoek bekendgemaakte eisen met betrekking tot de onderdelen van de onderzoeken waar sprake is van een open normering.

Hoofdstuk

5

Geneeskundig onderzoek

Artikel

5.1

Artikel

5.2

Hoofdstuk

6

Betrouwbaarheidsonderzoek en veiligheidsonderzoek

Paragraaf

1

Betrouwbaarheidsonderzoek

Artikel

6.1

Artikel

6.2

Artikel

6.3

Paragraaf

2

Veiligheidsonderzoek

Artikel

6.4

Artikel

6.5

Artikel

6.6

Artikel

6.7

De artikelen 6.4, 6.5 en 6.6 zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die door middel van de gemeenschappelijke voorziening politie beschikbaar wordt gesteld aan een korps, met dien verstande dat onder ‘bevoegd gezag’ wordt gelezen ‘het bevoegd gezag van het politiekorps waaraan de ambtenaar beschikbaar wordt gesteld in overeenstemming met de directeur van de gemeenschappelijke voorziening politie.’

Hoofdstuk

7

Functie-eisen, vaardigheidsnormen e.a.

Paragraaf

1

Algemeen

Paragraaf

2

Geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden

Artikel

7.2

Artikel

7.3

De korpsbeheerder biedt de ambtenaar de gelegenheid tot het volgen van ten minste 32 uren training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en toetsing.

Artikel

7.4

De toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de toets schietvaardigheid worden afgenomen door een door de korpsbeheerder daartoe aangewezen toetser.

Artikel

7.5

Indien een ambtenaar, op de laatste dag van de in artikel 7.2 bedoelde perioden, één van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de korpsbeheerder.

Artikel

7.6

Paragraaf

3

Keuring en certificering politiehonden

Artikel

7.7

Artikel

7.8

Voor een keuring komen in aanmerking honden die:

  • a.

    door een gediplomeerd dierenarts gezond zijn verklaard;

  • b.

    ingeënt zijn tegen de in het keuringsreglement aangewezen ziekten.

Artikel

7.9

Artikel

7.10

Artikel

7.11

Artikel

7.12

Artikel

7.13

Artikel

7.14

Artikel

7.15

Artikel

7.16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten van de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Deze regeling wordt binnen 30 dagen na ondertekening geplaatst in de Staatscourant en de Curaçaosche Courant.

Willemstad
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, A.Th.B. Bijleveld-Schouten.
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken
van Curaçao,
Z.A.M. Jesus-Leito.
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken
van Sint Maarten
W. Marlin.