Tijdelijke Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 23 april 2026, nr. IENW/BSK-2026/68755, houdende regels voor het verstrekken van een specifieke uitkering ter stimulering van de realisatie van Clean Energy Hubs (Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030) [KetenID WGK028222]
Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030
Clean Energy Hub: een openbaar toegankelijke tank-, laad- of bunkerfaciliteit voor de weg of binnenvaart die minimaal één hernieuwbare brandstof en minimaal één zero-emissie energiedrager aanbiedt;
compensabele btw: verschuldigde omzetbelasting die op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds in aanmerking komt voor compensatie;
goederenvervoer corridorprovincie: Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland;
learning community: samenwerkingsverband waarin het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de goederenvervoer corridorprovincies en de niet-goederenvervoer corridorprovincies samenwerken aan de uitrol van Clean Energy Hubs;
niet-goederenvervoer corridorprovincie: Utrecht, Flevoland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland;
minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
verrekenbare btw: verschuldigde omzetbelasting die op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 in aanmerking komt voor verrekening;
Deze regeling heeft tot doel provincies te stimuleren de realisatie van Clean Energy Hubs te versnellen, en daarmee bij te dragen aan de verduurzaming van zwaar wegtransport en de binnenvaart.
Artikel
4
Activiteiten
1
De minister kan op aanvraag van een goederenvervoer corridorprovincie of een niet-goederenvervoer corridorprovincie een uitkering verstrekken voor het uitvoeren van een subsidieregeling voor:
a.
de realisatie van openbaar toegankelijke Clean Energy Hubs; en
b.
de uitvoering van haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van de realisatie van Clean Energy Hubs.
2
De minister kan op aanvraag van de provincie Gelderland een uitkering verstrekken voor:
a.
de organisatie van de learning community;
b.
het coördineren van de uitrol van Clean Energy Hubs in een vooroverleg.
Artikel
5
Kosten die in aanmerking komen voor een uitkering
1
Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, komen voor een uitkering in aanmerking de uitgaven op grond van de subsidieregeling en de uitvoeringskosten van de subsidieregeling, waarbij geldt dat een ontvanger maximaal 5 procent van het toegekende bedrag kan benutten voor de uitvoeringskosten van de subsidieregeling.
2
Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, tweede lid, komen voor een uitkering in aanmerking de uitgaven die direct verbonden zijn met de uitvoering van die activiteiten en de uitgaven ten behoeve van de inzet van een projectleider en een business developer voor de looptijd van de regeling;
3
Kosten die niet in aanmerking komen voor uitkering zijn verrekenbare btw en compensabele btw.
Artikel
6
Uitkeringsplafond, hoogte en wijze van verdeling
1
Het uitkeringsplafond bedraagt € 20.790.000, inclusief compensabele btw.
2
De minister verdeelt het bedrag tussen de goederenvervoer corridorprovincies en de niet-goederenvervoer corridorprovincies, waarbij maximaal € 2.000.000 per goederenvervoer corridorprovincie beschikbaar is en maximaal € 1.361.050 per niet-goederenvervoer corridorprovincie voor de gehele looptijd van deze regeling.
3
Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, genoemde activiteiten is sprake van een cofinanciering door de provincies van 50%.
4
In aanvulling op het tweede lid bedraagt de uitkering voor de goederenvervoer corridorprovincie Gelderland naast het maximale bedrag, genoemd in het tweede lid, een bedrag van € 623.700 voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, tweede lid, en de kosten, genoemd in artikel 5, tweede lid.
Artikel
7
Aanvraag
1
De minister kan op aanvraag een uitkering verstrekken.
2
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 mei 2026, 9:00 uur, tot en met 31 december 2026, 12:00 uur.
3
Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a.
de gegevens van de aanvrager;
b.
het bedrag van de aangevraagde uitkering;
c.
het bankrekeningnummer waarop het bedrag kan worden overgemaakt, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;
d.
de onderbouwing van de cofinanciering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
e.
een opgave van de bedragen aan verrekenbare btw en compensabele btw die samenhangen met de besteding van de uitkering;
f.
de tijdplanning van de activiteit;
g.
een provinciale subsidieregeling, of concept daarvan dat aansluit bij de doelstelling van deze specifieke uitkering conform artikel 3 en de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
Artikel
8
Verlening
1
Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:
a.
de activiteiten waarvoor de uitkering wordt verleend;
b.
het bedrag van de uitkering;
c.
de periode waarvoor de uitkering wordt verleend; en
d.
het bedrag dat betrekking heeft op de compensabele btw-component en dat is toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.
2
Het bedrag van de uitkering wordt niet geïndexeerd.
Artikel
9
Verplichtingen ontvanger
1
Ontvangers met hoofdvaarwegen, te weten alle provincies met uitzondering van Drenthe, dienen ten minste 50% van het uitkeringsplafond in te zetten voor de realisatie van openbaar toegankelijke Clean Energy Hubs ten behoeve van verduurzaming van de binnenvaart.
2
Indien de uitkering op 1 juni 2028 nog niet volledig is benut, kan een ontvanger dit gedeelte van de uitkering, in afwijking van het eerste lid, alsnog ook inzetten voor de realisatie van openbaar toegankelijke Clean Energy Hubs ten behoeve van de verduurzaming van zwaar wegtransport.
Artikel
10
Bevoorschotting en betaling
Gelijktijdig met de beschikking tot verlening van de uitkering verleent de minister een voorschot van 100% van de uitkering.
De verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval het bedrag aan subsidies dat de ontvanger heeft verleend.
Artikel
12
Vaststelling
1
De minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 11, heeft plaatsgevonden.
2
De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien:
a.
de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b.
de uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c.
niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 11.
3
De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel
13
Inwerkingtreding en horizonbepaling
1
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2026.
2
Deze regeling vervalt op 1 mei 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.
Artikel
14
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G.Karremans