Artikel
I
Vreemdelingenwet 2000
Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.
Wijzigt de Politiewet 2012.
Wijzigt de Uitvoeringswet EU-verordeningen grenzen en veiligheid.
Wijzigt de Wet arbeid vreemdelingen.
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.
Wijzigt de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Onze Minister van Asiel en Migratie zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, waarbij ten minste wordt gekeken naar artikel I, onderdelen U en AX, subonderdeel 5, betreffende nareizende gezinsleden van subsidiair beschermden en de bewaring van minderjarigen.
Op lopende aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 waarin reeds een voornemen is uitgebracht, blijft het recht van toepassing zoals dat gold op het moment waarop het voornemen is uitgebracht, voor zover dat betrekking heeft op de voornemen- en zienswijzeprocedure.
Op reeds verleende verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 blijft het recht gelden zoals dat gold op het moment van verlening van de verblijfsvergunning.
Voor besluiten tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 6a, 58, 59, 59a en 59b van de Vreemdelingenwet 2000 die zijn opgelegd voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen BR en BS van deze wet, evenals voor de verlenging van deze besluiten en de voortduring van deze vrijheidsontnemende maatregelen, blijven de artikelen 94 en 96 van de Vreemdelingenwet 2000 gelden zoals die artikelen luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen BR en BS, van deze wet.
In afwijking van het derde lid, blijven voor besluiten tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, eerste, tweede en zesde lid, en 59 van de Vreemdelingenwet 2000, evenals voor de verlenging van deze besluiten en de voortduring van deze vrijheidsontnemende maatregelen, de termijnen van toepassing van artikel 94, vierde en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, zoals deze artikelleden luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BR, subonderdelen 2 en 3, van deze wet.
Artikel I, onderdeel BT, van deze wet is van toepassing op besluiten tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 6a, 58, 59, 59a en 59b van de Vreemdelingenwet 2000 die zijn opgelegd na de datum van inwerkingtreding van dat artikelonderdeel.
Op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 ingediend voor 12 juni 2026, blijven de voorschriften gesteld bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 zoals die wet luidde op het moment van inwerkingtreding van artikel I, van toepassing, voor wat betreft voorschriften die betrekking hebben op:
rechtmatig verblijf tijdens de procedure,
afdoeningsgronden,
beslistermijnen,
rechtsgevolgen van de afwijzing,
beroepstermijnen,
schorsende werking van het beroep;
toetsingswijze in beroep; en
termijnen waarbinnen uitspraak wordt gedaan op beroep.
Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot intrekking van de internationale bescherming indien het onderzoek met het oog op de intrekking van de internationale bescherming is begonnen voor 12 juni 2026.
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de wet wordt op dat tijdstip van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet, waarbij de geldigheidsduur van de verblijfstitel als bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 verstrijkt op het moment dat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zou zijn verlopen.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Uitvoeringswet EU- verordeningen grenzen en veiligheid.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.