Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 29 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/97126, houdende tijdelijke regels voor verstrekking van specifieke uitkeringen voor bovenplanse infrastructurele voorzieningen om woningbouw te realiseren (Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit) [KetenID WGK 028435]

Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

BESLUIT:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afsprakenlijst: lijst van afspraken, gemaakt in een bestuurlijk overleg dat heeft plaatsgevonden in januari 2026 of daarna over het aantal te realiseren woningen en de financiering van bovenplanse infrastructurele voorzieningen, welke lijst door de minister is aangeboden aan de Tweede Kamer;

  • bestuurlijk overleg: Bestuurlijk Overleg MIRT of Bestuurlijk Overleg Leefomgeving;

  • bestuurlijk overleg MIRT: Bestuurlijk Overleg MIRT Noord-Nederland, Bestuurlijk Overleg MIRT Oost-Nederland, Bestuurlijk Overleg MIRT Zuid-Nederland, Bestuurlijk Overleg MIRT Zuidwest-Nederland, Bestuurlijk Overleg MIRT Noordwest-Nederland of Bestuurlijk Overleg goederenvervoercorridors;

  • bestuurlijk overleg Leefomgeving: Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Noord-Nederland, Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Oost-Nederland, Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Zuid-Nederland, Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Zuidwest-Nederland of Bestuurlijk Overleg Leefomgeving Noordwest-Nederland;

  • bovenplanse infrastructurele voorziening: voorziening voor infrastructuur als bedoeld in artikel 1 van de Wet Mobiliteitsfonds die nodig is voor de ontsluiting en bereikbaarheid van een woningbouwlocatie en tegelijkertijd wordt gebruikt voor de ontsluiting en bereikbaarheid van bestaande wijken of locaties;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport;

  • mobiliteitshub: infrastructurele voorziening die fungeert als begin-, eind- of overstappunt van een reis en waar verschillende vervoersmodaliteiten en hun infrastructuur samenkomen;

  • ontvanger: gemeente of openbaar lichaam waaraan een specifieke uitkering als bedoeld in deze regeling is verleend;

  • openbaar lichaam: openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • penvoerder: penvoerder als bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van het Kaderbesluit subsidies I en M;

  • woning: elke door nieuwbouw of transformatie aan de woningvoorraad toe te voegen zelfstandige of niet zelfstandige woning, niet zijnde een tijdelijk bouwwerk.

Artikel

2

Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel om gemeenten en openbare lichamen te ondersteunen ten behoeve van het realiseren van bovenplanse infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor de bereikbaarheid van de in de bestuurlijke overleggen afgesproken woningbouwlocaties.

Artikel

3

Bovenplanse infrastructurele voorzieningen waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt

Artikel

4

Uitkeringsplafond en wijze van verdelen

Artikel

5

Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering

Artikel

6

Hoogte specifieke uitkering

Artikel

7

Aanvraag tot verlening specifieke uitkering

Artikel

8

Aanvraag tot verlening specifieke uitkering door samenwerkingsverband

Artikel

9

Afwijzingsgronden

De minister kan afwijzend beslissen op een aanvraag indien:

  • a.

    de aanvraag niet of niet geheel voldoet aan de voorwaarden in deze regeling;

  • b.

    het totaal aantal op de woningbouwlocatie of per groep van woningbouwlocaties te realiseren woningen lager is dan het bij die woningbouwlocatie in de afsprakenlijst van een bestuurlijk overleg genoemde aantal of het aantal, bedoeld in artikel 8, derde en vierde lid;

  • c.

    indien naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat dat de aanvrager de realisatie van de desbetreffende bovenplanse infrastructurele voorzieningen kan financieren; of

  • d.

    indien naar het oordeel van de minister op het moment van indienen van de aanvraag niet aannemelijk is dat zal worden voldaan aan een van de verplichtingen, bedoeld in artikel 13, derde, vierde of vijfde lid.

Artikel

10

Verlening specifieke uitkering

Artikel

11

Indexering

De bedragen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel c, worden jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de Minister van Financiën aan de minister uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen, voor zover die bedragen op die datum nog niet als voorschot zijn uitgekeerd.

Artikel

12

Voorschotverlening en wijze van uitkeren

Artikel

13

Verplichtingen ontvanger

Artikel

14

Wijziging specifieke uitkering op aanvraag

Artikel

15

Wijziging specifieke uitkering in geval van een financieel tekort

Artikel

16

Verantwoording

Artikel

17

Vaststelling specifieke uitkering

Artikel

18

Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang, bedoeld in artikel 2, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

19

Evaluatie

In afwijking van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht publiceert de minister uiterlijk 30 september 2034 en uiterlijk 30 september 2039 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel

20

Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel

21

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans