Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds

Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds

Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap,

de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de Republiek Tunesië,

hierna „Tunesië” te noemen, anderzijds;

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Tunesië en hun gemeenschappelijke waarden;

Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Tunesië deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;

Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Tunesië;

Gelet op de belangrijke vorderingen van Tunesië en het Tunesische volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Tunesische economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;

Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op samenwerking en dialoog, voor de duurzame stabiliteit en de veiligheid van de Euro-mediterrane regio;

Zich bewust van het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;

Rekening houdend met het verschil in niveau van economische en sociale ontwikkeling tussen de Gemeenschap en Tunesië en verlangende de doelstellingen van deze associatie te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen;

Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap Tunesië aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;

Gelet op de keuze van zowel de Gemeenschap als Tunesië voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT);

Verlangende een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;

Overtuigd dat deze overeenkomst een gunstig klimaat zal scheppen voor de ontwikkeling van hun economische betrekkingen, met name wat betreft handel en investeringen, die van doorslaggevend belang zijn voor de economische herstructurering en de technologische modernisering,

Zijn als volgt overeengekomen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen en de Protocollen 2 en 3 bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 1998, L 97 en PbEG 2000, L 336.]:

Artikel

1

Artikel

2

De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gebaseerd op de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten die de grondslag van hun binnen- en buitenlands beleid vormen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

3

Artikel

4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.

Artikel

5

De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name:

  • a.

    op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;

  • b.

    op het niveau van hoge functionarissen die Tunesië vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;

  • c.

    met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;

  • d.

    zo nodig met gebruikmaking van alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

6

De Gemeenschap en Tunesië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” te noemen, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand.

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUKTEN

Artikel

8

Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië.

Artikel

9

Produkten van oorsprong uit Tunesië worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 19, onder b, zijn niet van toepassing op de produkten vermeld in bijlage 6. De op deze produkten toegepaste regeling wordt vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst door de Associatieraad herzien.

Artikel

13

De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel

14

HOOFDSTUK

II

LANDBOUWPRODUKTEN EN VISSERIJPRODUKTEN

Artikel

16

De Gemeenschap en Tunesië stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderling handelsverkeer in landbouw- en visserijprodukten.

Artikel

17

Artikel

18

HOOFDSTUK

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

19

Onverminderd de bepalingen van de GATT:

  • a.

    worden in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld;

  • b.

    worden in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft;

  • c.

    stellen de Gemeenschap en Tunesië onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in.

Artikel

20

Artikel

21

Voor produkten van oorsprong uit Tunesië geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.

De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel

25

Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:

  • ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen, of

  • de enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,

kan de Gemeenschap of Tunesië naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 27.

Artikel

26

Wanneer de naleving van artikel 19, onder c:

  • i.

    ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of

  • ii.

    ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel

27

Artikel

28

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, en de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

29

Het begrip „produkten van oorsprong” voor de toepassing van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.

Artikel

30

In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

TITEL

III

RECHT VAN VESTIGING EN DIENSTEN

Artikel

31

Artikel

32

TITEL

IV

BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

I

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

33

Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 35 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, tot alle betaalverrichtingen die verband houden met lopende transacties.

Artikel

34

Artikel

35

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Tunesië ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Tunesië, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel en met de artikelen VIII en XIV van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of Tunesië, al naar gelang van het geval, brengen deze onverwijld ter kennis van de andere partij, en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN INZAKE DE MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

Artikel

36

Artikel

37

De Lid-Staten en Tunesië passen, onverminderd de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies, van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Tunesië geen discriminatie meer bestaan wat de voorwaarden van de herziening en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

38

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië verstoren of strijdig zijn met de belangen van de partijen worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

TITEL

V

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

42

Doelstellingen

Artikel

43

Toepassingssfeer

Artikel

44

Middelen en modaliteiten

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a.

    een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

  • b.

    uitwisseling van informatie en bevordering van de communicatie;

  • c.

    activiteiten op het gebied van raadgeving, expertise, opleiding;

  • d.

    gezamenlijke activiteiten;

  • e.

    technische en administratieve bijstand, en bijstand op het gebied van de regelgeving.

Artikel

45

Regionale samenwerking

Met het oog op een goede werking van deze overeenkomst bevorderen de partijen alle activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere derde landen betrokken zijn, met name op de volgende terreinen:

  • a.

    de intra-regionale handel op Maghreb-niveau;

  • b.

    milieu;

  • c.

    ontwikkeling van de economische infrastructuren;

  • d.

    wetenschappelijk en technologisch onderzoek;

  • e.

    cultuur;

  • f.

    douanezaken;

  • g.

    regionale instellingen en de uitvoering van gemeenschappelijke of geharmoniseerde programma's en beleid.

Artikel

46

Onderwijs en opleiding

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het omschrijven van de middelen om de situatie in de sector onderwijs en opleiding, waaronder beroepsopleidingen, aanzienlijk te verbeteren;

  • b.

    het bevorderen van met name de toegang van de vrouwen tot het onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen;

  • c.

    het bevorderen van duurzame banden tussen gespecialiseerde instellingen van de partijen met het oog op het uitwisselen van ervaring en middelen.

Artikel

47

Wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de twee partijen, met name door middel van:

    • de toegang van Tunesië tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma's;

    • de deelname van Tunesië aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

    • bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;

  • b.

    het versterken van de onderzoekscapaciteit van Tunesië;

  • c.

    het stimuleren van technologische innovatie, de uitwisseling van nieuwe technologieën en know-how;

  • d.

    het bevorderen van activiteiten die gericht zijn op het creëren van synergie met regionaal effect.

Artikel

48

Milieu

De samenwerking is gericht op het voorkomen van de achteruitgang van het milieu en de verbetering van de kwaliteit ervan, de bescherming van de volksgezondheid en een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen met het oog op een duurzame ontwikkeling.

De partijen komen overeen met name op de volgende terreinen samen te werken:

  • a.

    de kwaliteit van bodem en water;

  • b.

    de gevolgen van ontwikkeling, met name industriële ontwikkeling (veiligheid van installaties, met name afvalstoffen);

  • c.

    controle op en preventie van verontreiniging van de zee.

Artikel

49

Industriële samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Tunesië tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

  • b.

    het steunen van de inspanningen van de Tunesische openbare en particuliere sectoren om de industrie te moderniseren en te herstructureren, met inbegrip van de agro-levensmiddelenindustrie;

  • c.

    het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief ten einde de voor lokale en exportmarkten bestemde produktie te stimuleren en te diversifiëren;

  • d.

    het optimaal gebruiken van de Tunesische menselijke en industriële hulpbronnen door een betere toepassing van beleid op het gebied van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;

  • e.

    het vergemakkelijken van de kredietverstrekking voor de financiering van investeringen.

Artikel

50

Bevordering en bescherming van investeringen

De samenwerking is gericht op het scheppen van gunstige omstandigheden voor investeringsstromen, en wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a.

    het instellen van geharmoniseerde en vereenvoudigde procedures, regelingen voor gezamenlijke investeringen (met name in het midden- en kleinbedrijf), en de identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;

  • b.

    waar nodig het instellen van een juridisch kader ter bevordering van investeringen, met name door de sluiting tussen Tunesië en de Lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belasting.

Artikel

51

Samenwerking op het gebied van de normalisatie en de conformiteitsbeoordeling

De partijen werken samen aan:

  • a.

    het bevorderen van het gebruik van communautaire voorschriften op het gebied van de normalisatie, de metrologie, kwaliteitszorg en -borging, en de conformiteitsbeoordeling;

  • b.

    het op niveau brengen van de Tunesische laboratoria om op termijn overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling te sluiten;

  • c.

    het ontwikkelen van de Tunesische structuren op het gebied van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteit.

Artikel

52

Harmonisatie van de wetgevingen

De samenwerking is erop gericht Tunesië te helpen bij het aanpassen van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap op de door deze overeenkomst bestreken terreinen.

Artikel

53

Financiële diensten

De samenwerking is gericht op de harmonisatie van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere met het oog op:

  • a.

    de versterking en herstructurering van de financiële sectoren in Tunesië;

  • b.

    de verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, het toezicht, de reglementering van financiële diensten en de financiële controle in Tunesië.

Artikel

54

Landbouw en visserij

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    modernisering en herstructurering van de landbouw- en visserijsectoren, ook door middel van de modernisering van infrastructuren en uitrusting en de ontwikkeling van technieken voor verpakking en opslag, en de verbetering van particuliere distributie en afzetmogelijkheden;

  • b.

    diversificatie van de produktie en de externe afzetmarkten;

  • c.

    samenwerking op sanitair en fytosanitair gebied en op het gebied van teeltmethoden.

Artikel

55

Vervoer

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur van gemeenschappelijk belang in samenhang met de belangrijkste transeuropese verbindingen;

  • b.

    de definitie en toepassing van normen voor het functioneren die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

  • c.

    de vernieuwing van de technische installaties volgens communautaire normen, vooral wat betreft het multimodale vervoer, de containerisering, en de overslag;

  • d.

    de geleidelijke verbetering van de omstandigheden voor het transitovervoer over de weg en het beheer van vliegvelden, luchtverkeer en spoorwegen.

Artikel

56

Telecommunicatie en informatietechnologie

De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op:

  • a.

    het algemene kader van de telecommunicatie;

  • b.

    normalisatie, conformiteitsproeven en certificatie op het gebied van de informatietechnologie en telecommunicatie;

  • c.

    verbreiding van nieuwe informatietechnologieën, met name op het gebied van netwerken en hun onderlinge verbindingen (digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) en elektronische gegevensuitwisseling (EDI));

  • d.

    stimulering van onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor communicatie en informatietechnologieën, gericht op het ontwikkelen van de markt voor uitrusting, diensten en toepassingen in verband met informatietechnologieën en communicatie, diensten en installaties.

Artikel

57

Energie

De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op:

  • a.

    duurzame energie;

  • b.

    bevordering van energiebesparing;

  • c.

    toegepast onderzoek naar de netwerken van databanken op economisch en sociaal gebied van de twee partijen;

  • d.

    ondersteuning van de inspanningen voor modernisering en de ontwikkeling van energienetwerken en hun verbindingen met de netwerken van de Gemeenschap.

Artikel

58

Toerisme

De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van het toerisme, met name op de volgende gebieden:

  • a.

    hotelmanagement en de kwaliteit van de dienstverlening in de verschillende met het hotelwezen verband houdende beroepen;

  • b.

    ontwikkeling van de marketing;

  • c.

    de ontwikkeling van het toerisme onder jongeren.

Artikel

59

Samenwerking op douanegebied

Artikel

60

Statistische samenwerking

De samenwerking is gericht op het beter op elkaar afstemmen van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van statistische gegevens betreffende alle door deze overeenkomst bestreken terreinen zodra deze zich lenen voor het opstellen van statistieken.

Artikel

61

Witwassen van geld

Artikel

62

Drugsbestrijding

Artikel

63

De twee partijen bepalen samen de nodige modaliteiten voor de verwezenlijking van de samenwerking op de terreinen van deze titel.

TITEL

VI

SOCIALE EN CULTURELE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

I

BEPALINGEN INZAKE WERKNEMERS

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op onderdanen van een van de partijen die illegaal op het grondgebied van het gastland verblijven of werken.

Artikel

67

Artikel

68

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 67 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de bilaterale overeenkomsten tussen Tunesië en de Lid-Staten, voor zover deze voor de Tunesische onderdanen of de onderdanen van de Lid-Staten een gunstiger regeling inhouden.

HOOFDSTUK

II

DIALOOG OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

69

Artikel

70

De dialoog op sociaal gebied wordt gehouden op dezelfde niveaus en volgens dezelfde modaliteiten als die van titel I van deze overeenkomst, die tevens als kader ervoor kan dienen.

HOOFDSTUK

III

SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

71

Artikel

72

De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden verwezenlijkt in samenwerking met de Lid-Staten en de bevoegde internationale organisaties.

Artikel

73

De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze is belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van hoofdstukken 1 tot en met 3.

HOOFDSTUK

IV

Culturele samenwerking

Artikel

74

TITEL

VII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

75

Teneinde zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt een financiële samenwerking ten gunste van Tunesië ingesteld volgens de passende modaliteiten en met de passende financiële middelen.

Deze modaliteiten worden in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten met ingang van de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Naast de in titel V en titel VI van deze overeenkomst genoemde terreinen heeft deze samenwerking vooral betrekking op:

  • het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;

  • het op peil brengen van de economische infrastructuur;

  • het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;

  • het rekening houden met de gevolgen voor de Tunesische economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name vanuit het oogpunt van het op peil brengen en de omschakeling van de industrie;

  • het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.

Artikel

76

In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Tunesische autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de geschikte middelen ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Tunesië die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het scheppen van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.

Artikel

77

Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Tunesië in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL

VIII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

78

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter overeenkomstig zijn reglement van orde.

Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

79

Artikel

80

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst, in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.

Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen partijen.

Artikel

81

Artikel

82

Artikel

83

Het Associatiecomité heeft een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze overeenkomst, en op de terreinen waarop de Raad het comité bevoegdheden heeft toegekend.

Besluiten worden in overleg tussen de partijen genomen en zijn bindend voor de partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.

Artikel

84

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn.

Artikel

85

De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de kamer van afgevaardigden van de Republiek Tunesië, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de Economische en Sociale Raad van de Republiek Tunesië.

Artikel

86

Artikel

87

Niets in de Overeenkomst zal een overeenkomstsluitende partij beletten maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel

88

Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

  • de regelingen die de Republiek Tunesië ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;

  • de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Republiek Tunesië toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Tunesische onderdanen of vennootschappen.

Artikel

89

Geen enkele bepaling van de overeenkomst heeft tot gevolg:

  • de uitbreiding van de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is;

  • het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking;

  • er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel

90

Artikel

91

De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen 1 tot en met 7 en de verklaringen vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel

92

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt met de term „partijen” bedoeld de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Tunesië, anderzijds.

Artikel

93

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Deze overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel

94

Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van de Republiek Tunesië, anderzijds.

Artikel

95

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse, en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

96

GEDAAN te Brussel, de zeventiende juli negentienhonderd vijfennegentig.

Protocol

nr. 1

betreffende de regeling die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwprodukten uit Tunesië van toepassing is

Artikel

1

Artikel

2

Voor wijn van verse druiven met benaming van oorsprong van post 2204 van de gecombineerde nomenclatuur van oorsprong uit Tunesië is het bepaalde in artikel 1 van toepassing op wijn die wordt aangeboden in verpakkingen van twee liter of minder met een effectief alcohol-volumegehalte van 15% of minder.

Volgens de Tunesische wetgeving dragen deze wijnen de hiernavolgende benamingen: Coteaux de Tebourba, Coteaux d'Utique, Sidi Salem, Kelibia, Thibar, Mornag, Grand cru Mornag.

Wijnen uit Tunesië die een gecontroleerde oorsprongsbenaming dragen, moeten vergezeld zijn van een oorsprongscertificaat overeenkomstig het in de preferentiële overeenkomst opgenomen model of van een document V I 1 of V I 2 waarin de vermeldingen als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3590/85 betreffende het bij invoer van wijn, druivensap en druivenmost voorgeschreven attest en analyseverslag zijn aangebracht.

Artikel

3

Protocol

nr. 4

betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Tunesië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Tunesië is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Tunesië voor deze materialen is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur.

  • m.

    „gebieden” omvatten: ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG’’

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Gemeenschap

Artikel

4

Cumulatie in Tunesië

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Tunesië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Jordanië. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Gescheiden boekhouding

Artikel

22

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED

Artikel

23

Toegelaten exporteurs

Artikel

24

Geldigheid van bewijzen van oorsprong

Artikel

25

Overlegging van bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

27

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

27 bis

Leveranciersverklaring

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, artikel 22, lid 5 en artikel 27 bis, lid 6, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Tunesië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, en dat de in de leveranciersverklaring verstrekte informatie juist is, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Tunesië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Tunesië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Tunesië blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Tunesië zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol;

  • e.

    passende bewijsstukken betreffende be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Tunesië in toepassing van artikel 12 waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan;

  • f.

    leveranciersverklaring waaruit de in de Gemeenschap, Tunesië, Marokko of Algerije verrichte be- of verwerking van de gebruikte materialen blijkt, opgesteld in een van deze landen.

Artikel

29

Bewaring van de bewijzen van oorsprong, leveranciersverklaring en de andere bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

Artikel

31

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

32

Wederzijdse bijstand

Artikel

33

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

33 bis

Controle van de leveranciersverklaring

Artikel

34

Regeling van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 en 33 bis bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden door de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

35

Sancties

Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.

Artikel

36

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

37

Toepassing van het protocol

Artikel

38

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

39

Wijzigingen op het protocol

De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

40

Overgangsbepalingen voor goederen in doorvoer of in opslag

Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Tunesië tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na genoemde datum een EUR.1- of EUR-MED-certificaat bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend dat achteraf door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.

Protocol

nr. 5

betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van de verbods-, beperkings- en controlemaatregelen die deze partijen hebben vastgesteld;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken in te dienen;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken te ontvangen;

  • d.

    „persoonsgebonden gegevens”: alle inlichtingen over een bepaalde of te bepalen natuurlijke persoon.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar bijstand, in overeenstemming met hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie verkrijgen over:

  • transacties die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor andere overeenkomstsluitende partijen;

  • nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

  • goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van overtredingen van de douanewetgeving;

  • natuurlijke of fysieke personen waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat zij in strijd met de douanewetgeving handelen of hebben gehandeld;

  • vervoermiddelen waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat zij bij overtredingen van de douanewetgeving worden of werden gebruikt of gebruikt zouden kunnen worden.

Artikel

5

Toezending van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wetgeving, de nodige maatregelen voor:

  • de toezending van documenten,

  • de kennisgeving van besluiten,

waarop het bepaalde in dit Protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dergelijk geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Gebruik van informatie

Artikel

12

Deskundigen en getuigen

Artikel

13

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit Protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

14

Tenuitvoerlegging

Artikel

15

Complementariteit

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Tunesië,

hierna „Tunesië” te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op zeventien juli negentienhonderd vijfennegentig, voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, hierna de „Euro-mediterrane overeenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

de Euro-mediterrane overeenkomst en de volgende protocollen:

Protocol nr. 1 betreffende de regeling die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwprodukten uit Tunesië van toepassing is,

Protocol nr. 2 betreffende de regeling die van toepassing is op de invoer in de Gemeenschap van visserijprodukten van oorsprong uit Tunesië,

Protocol nr. 3 betreffende de regeling die van toepassing is op de invoer in Tunesië van landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap,

Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5 betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Tunesië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 49 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 50 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64, lid 1, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 65 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 34, 35, 76 en 77 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende textielprodukten.

De gevolmachtigden van Tunesië hebben kennis genomen van de volgende verklaring van de Europese Gemeenschap, die aan deze Slotakte is gehecht:

Verklaring betreffende artikel 29 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaringen van Tunesië, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Verklaring betreffende de bescherming van de Tunesische belangen.

Verklaring betreffende artikel 69 van de Overeenkomst.

GEDAAN te Brussel, de zeventiende juli negentienhonderd vijfennegentig.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen dat een politieke dialoog op ministerieel niveau ten minste een maal per jaar dient plaats te vinden.

De partijen zijn van mening dat een politieke dialoog tussen het Europees Parlement en de Tunesische kamer van afgevaardigden moet worden ingesteld.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10 van de Overeenkomst

Partijen komen overeen dat Tunesië in overleg een landbouwelement kan onderscheiden in de rechten bij invoer die op de in lijst 2 van bijlage 2 van de overeenkomst genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Dit principe is tevens van toepassing op de produkten van lijst 3 van bijlage 2 van de overeenkomst alvorens een begin wordt gemaakt met de afbraak van het industrie-element.

In het geval dat Tunesië de op 1.1.1995 geldende rechten zou verhogen, als gevolg van het landbouwelement, voor de hierboven genoemde produkten kent zij de Gemeenschap een reductie van 25 % op de verhoging van de rechten toe.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen dat in het kader van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, fabrieks- en handelsmerken, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, industriële tekeningen en modellen, octrooien, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming van niet-openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom in de Akte van Stockholm (Unie van Parijs).

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42 van de Overeenkomst

Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de gedecentraliseerde samenwerkingsprogramma's als een aanvullend middel ter bevordering van de uitwisseling van ervaring en de overdracht van kennis in het Middellandse-Zeegebied en tussen de Europese Gemeenschap en haar partners.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 49 van de Overeenkomst

Partijen onderkennen de noodzaak van modernisering van de Tunesische produktiesector om deze beter aan te passen aan de realiteit van de internationale en Europese economie.

De Gemeenschap zal Tunesië steunen bij de uitvoering van een steunprogramma voor de industriesectoren die zullen worden geherstructureerd en op peil gebracht om het hoofd te bieden aan eventuele problemen na de liberalisering van het handelsverkeer en met name de afschaffing van tarieven.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 50 van de Overeenkomst

De overeenkomstsluitende partijen hechten belang aan een toename van de stroom van directe investeringen in Tunesië.

Zij komen overeen dat Tunesië grotere toegang krijgt tot de communautaire instrumenten ter bevordering van investeringen in overeenstemming met de desbetreffende communautaire bepalingen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten onderzoeken de partijen de kwestie van toegang tot de arbeidsmarkt van een Lid-Staat van de uit hoofde van gezinshereniging wettig verblijvende echtgenoot en kinderen van een Tunesische werknemer die wettig op het grondgebied van een Lid–Staat is tewerkgesteld, met uitzondering van seizoenwerknemers, gedetacheerden en stagiaires, gedurende de periode van het toegestane tewerkstellingsverblijf van de werknemer.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

Wat betreft het ontbreken van discriminatie op het gebied van ontslag kan geen beroep op artikel 64, lid 1, worden gedaan voor de verlenging van een verblijfsvergunning. De toekenning, verlenging en weigering van een verblijfsvergunning valt uitsluitend onder de wetgeving van elke Lid-Staat en onder de tussen Tunesië en die Lid–Staat van kracht zijnde overeenkomsten en bilaterale verdragen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 65 van de Overeenkomst

Overeengekomen is dat de term „gezinsleden” wordt gedefinieerd volgens de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 34, 35, 76 en 77 van de Overeenkomst

Indien zich voor Tunesië tijdens de geleidelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst ernstige problemen in verband met de betalingsbalans voordoen, kunnen Tunesië en de Gemeenschap overleg voeren over de meest geschikte middelen en modaliteiten om Tunesië te helpen aan deze problemen het hoofd te bieden.

Deze besprekingen vinden plaats in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende textielprodukten

Overeengekomen is dat de regeling voor textielprodukten in een afzonderlijk, voor 31 december 1995 te sluiten protocol wordt vastgelegd, waarin de in 1995 van toepassing zijnde bepalingen zijn opgenomen.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP

Verklaring betreffende artikel 29 van de Overeenkomst

Indien Tunesië met andere mediterrane landen overeenkomsten sluit met het oog op de instelling van vrijhandel is de Gemeenschap bereid de cumulatie van oorsprong in de handel met die landen te overwegen.

VERKLARINGEN VAN TUNESIË

Verklaring betreffende de bescherming van de Tunesische belangen

Tunesië verzoekt dat met de Tunesische belangen rekening wordt gehouden wanneer concessies en voordelen worden toegekend aan andere mediterrane derde landen in het kader van toekomstige overeenkomsten tussen die landen en de Gemeenschap.

Verklaring betreffende artikel 69 van de Overeenkomst

  • -

    Beschouwende de gezinshereniging als een fundamenteel recht van in het buitenland verblijvende Tunesische werknemers,

  • -

    Rekening houdende met het belang van dit recht als doorslaggevende factor voor het evenwicht in het gezin en als basisvoorwaarde voor het onderwijs en integratie in maatschappij en beroep,

  • -

    Onverminderd de tussen Tunesië en bepaalde Lid-Staten van de Europese Unie gesloten bilaterale verdragen,

wenst Tunesië dat de kwestie van de gezinshereniging diepgaand besproken wordt met de Gemeenschap met het oog op een versoepeling en verbetering van de voorwaarden voor gezinshereniging.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra

  • 1.

    Producten van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem van oorsprong uit het Vorstendom Andorra worden door Tunesië behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van de bovenvermelde producten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Tunesië behandeld als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de oorsprong van de vorengenoemde producten.

Protocol

Ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en is gepubliceerd in PbEU 2015, L 96, blz. 3-6.