Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds

Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap,

de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

het Koninkrijk Marokko,

hierna „Marokko” te noemen, anderzijds,

Gelet op de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar Lid-Staten en het Koninkrijk Marokko, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;

Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Marokko deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;

Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Marokko en de gezamenlijke verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien op het gebied van de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van het gehele Euro-mediterrane gebied;

Gelet op de belangrijke vorderingen van Marokko en het Marokkaanse volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Marokkaanse economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;

Zich bewust van het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;

Verlangende de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst, teneinde het niveau van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en dat van Marokko dichter bij elkaar te brengen;

Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die berust op wederkerigheid van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;

Verlangende een politiek overleg over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te verdiepen;

Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap Marokko aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;

Gelet op de keuze van zowel de Gemeenschap als Marokko voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), zoals deze in de Uruguay-Ronde tot stand is gebracht;

Verlangende een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;

Overtuigd dat deze Overeenkomst een geschikt kader vormt voor de ontplooiing van een partnerschap dat is gebaseerd op particulier initiatief, de historische keuze van zowel de Gemeenschap als het Koninkrijk Marokko, en een gunstig klimaat schept voor de ontwikkeling van hun economische en commerciële betrekkingen en voor investeringen, een onontbeerlijke factor voor de ondersteuning van economische herstructurering en technologische modernisering,

Zijn als volgt overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen en de Protocollen 1 en 3 bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 2000, L 70, PbEU 2003, L 345 en PbEU 2005, L 242.]:

Artikel

1

Artikel

2

De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals neergelegd in de universele verklaring van de rechten van de mens, vormt de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Marokko en is een wezenlijk onderdeel van deze Overeenkomst.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

3

Artikel

4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.

Artikel

5

De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name:

  • a.

    op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;

  • b.

    op het niveau van hoge functionarissen die Marokko vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;

  • c.

    met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;

  • d.

    zo nodig met gebruikmaking van alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

6

De Gemeenschap en Marokko brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” te noemen.

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUKTEN

Artikel

7

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Europese Unie en Marokko, met uitzondering van de producten die zijn genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

Artikel

8

Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko.

Artikel

9

Produkten van oorsprong uit Marokko worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking.

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel

14

HOOFDSTUK

II

LANDBOUWPRODUCTEN, VERWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN, VIS EN VISSERIJPRODUCTEN

Artikel

15

Met „landbouwproducten”, „verwerkte landbouwproducten” en „vis en visserijproducten” worden de producten bedoeld die zijn genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

Artikel

16

De Gemeenschap en Marokko stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderling handelsverkeer in landbouw- en visserijprodukten.

Artikel

17

Artikel

18

HOOFDSTUK

III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Voor produkten van oorsprong uit Marokko geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.

De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

25

Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:

  • ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen, of

  • de enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,

kan de Gemeenschap of Marokko naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 27.

Artikel

26

Wanneer de naleving van artikel 19, lid 3:

  • i.

    ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of

  • ii.

    ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

    en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel

27

Artikel

28

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, en de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

29

Het begrip „produkten van oorsprong” voor de toepassing van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.

Artikel

30

In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

TITEL

III

RECHT VAN VESTIGING EN DIENSTEN

Artikel

31

Artikel

32

TITEL

IV

BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

I

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

33

Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 35 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, tot alle betaalverrichtingen die verband houden met lopende transacties.

Artikel

34

Artikel

35

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Marokko ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de GATT en met de artikelen VIII en XIV van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, brengen deze onverwijld ter kennis van de andere partij, en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN INZAKE DE MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

Artikel

36

In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van deze Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c), en het ermee verband houdende gedeelte van lid 2.

Artikel

37

De Lid-Staten en Marokko passen, onverminderd de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Marokko geen discriminatie meer bestaan wat de voorwaarden van de herziening en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

38

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko verstoren of strijdig zijn met de belangen van de partijen worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

TITEL

V

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

42

Doelstellingen

Artikel

43

Toepassingssfeer

Artikel

44

Middelen en modaliteiten

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a.

    een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

  • b.

    uitwisseling van informatie en bevordering van de communicatie;

  • c.

    activiteiten op het gebied van raadgeving, expertise, opleiding;

  • d.

    gezamenlijke activiteiten;

  • e.

    technische en administratieve bijstand, en bijstand op het gebied van de regelgeving.

Artikel

45

Regionale samenwerking

Met het oog op een goede werking van deze Overeenkomst bevorderen de partijen alle activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere derde landen betrokken zijn, met name op de volgende terreinen:

  • a.

    de intra-regionale handel op Maghreb-niveau;

  • b.

    milieu;

  • c.

    ontwikkeling van de economische infrastructuren;

  • d.

    wetenschappelijk en technologisch onderzoek;

  • e.

    cultuur;

  • f.

    douanezaken;

  • g.

    regionale instellingen en de uitvoering van gemeenschappelijke of geharmoniseerde programma's en beleid.

Artikel

46

Onderwijs en opleiding

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het omschrijven van de middelen om de situatie in de sector onderwijs en opleiding, waaronder beroepsopleidingen, aanzienlijk te verbeteren;

  • b.

    het bevorderen van met name de toegang van vrouwen tot het onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen;

  • c.

    het bevorderen van duurzame banden tussen gespecialiseerde instellingen van de partijen met het oog op het uitwisselen van ervaring en middelen.

Artikel

47

Wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de twee partijen, met name door middel van:

    • de toegang van Marokko tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma's;

    • de deelname van Marokko aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

    • bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;

  • b.

    het versterken van de onderzoekscapaciteit van Marokko;

  • c.

    het stimuleren van technologische innovatie, de uitwisseling van nieuwe technologieën en know-how;

  • d.

    het bevorderen van activiteiten die gericht zijn op het creëren van synergie met regionaal effect.

Artikel

48

Milieu

De samenwerking is gericht op het voorkomen van de achteruitgang van het milieu en de verbetering van de kwaliteit ervan, de bescherming van de volksgezondheid en een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen met het oog op een duurzame ontwikkeling.

De partijen komen overeen met name op de volgende terreinen samen te werken:

  • a.

    de kwaliteit van bodem en water;

  • b.

    de gevolgen van ontwikkeling, met name industriële ontwikkeling (veiligheid van installaties, met name afvalstoffen);

  • c.

    controle op en preventie van verontreiniging van de zee.

Artikel

49

Industriële samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Marokko tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

  • b.

    het steunen van de inspanningen van de Marokkaanse openbare en particuliere sectoren om de industrie te moderniseren en te herstructureren, met inbegrip van de agro-levensmiddelenindustrie;

  • c.

    het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde produktie te stimuleren en te diversifiëren;

  • d.

    het optimaal gebruiken van de Marokkaanse menselijke en industriële hulpbronnen door een betere toepassing van beleid op het gebied van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;

  • e.

    het vergemakkelijken van de kredietverstrekking voor de financiering van investeringen.

Artikel

50

Bevordering en bescherming van investeringen

De samenwerking is gericht op het scheppen van gunstige omstandigheden voor investeringsstromen, en wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a.

    het instellen van geharmoniseerde en vereenvoudigde procedures, regelingen voor gezamenlijke investeringen (met name in het midden- en kleinbedrijf), en de identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;

  • b.

    waar nodig het instellen van een juridisch kader ter bevordering van investeringen, door de sluiting tussen Marokko en de Lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belasting.

Artikel

51

Samenwerking op het gebied van de normalisatie en de conformiteitsbeoordeling

De partijen werken samen aan:

  • a.

    het bevorderen van het gebruik van communautaire voorschriften op het gebied van de normalisatie, de metrologie, kwaliteitszorg en -borging, en de conformiteitsbeoordeling;

  • b.

    het op niveau brengen van de Marokkaanse laboratoria om op termijn overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling te sluiten;

  • c.

    het ontwikkelen van de Marokkaanse structuren op het gebied van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteit.

Artikel

52

Harmonisatie van de wetgevingen

De samenwerking is erop gericht Marokko te helpen bij het aanpassen van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen.

Artikel

53

Financiële diensten

De samenwerking is gericht op de harmonisatie van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere met het oog op:

  • a.

    de versterking en herstructurering van de financiële sectoren in Marokko;

  • b.

    de verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, het toezicht, de reglementering van financiële diensten en de financiële controle in Marokko.

Artikel

54

Landbouw en visserij

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    modernisering en herstructurering van de landbouw- en visserijsectoren, ook door middel van de modernisering van infrastructuren en uitrusting en de ontwikkeling van technieken voor verpakking en opslag, en de verbetering van particuliere distributie en afzetmogelijkheden;

  • b.

    diversificatie van de produktie en de externe afzetmarkten;

  • c.

    samenwerking op sanitair en fytosanitair gebied en op het gebied van teeltmethoden.

Artikel

55

Vervoer

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur van gemeenschappelijk belang in samenhang met de belangrijkste transeuropese verbindingen;

  • b.

    de definitie en toepassing van normen voor het functioneren die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

  • c.

    de vernieuwing van de technische installaties volgens communautaire normen, vooral wat betreft het multimodale vervoer, de containerisering, en de overslag;

  • d.

    de geleidelijke verbetering van de omstandigheden voor het transitovervoer over de weg en over zee en multimodaal transitovervoer, en van het beheer van havens en vliegvelden, het zee- en luchtverkeer en de spoorwegen.

Artikel

56

Telecommunicatie en informatietechnologie

De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op:

  • a.

    het algemene kader van de telecommunicatie;

  • b.

    normalisatie, conformiteitsproeven en certificatie op het gebied van de informatietechnologie en telecommunicatie;

  • c.

    verbreiding van nieuwe informatietechnologieën, met name op het gebied van netwerken en hun onderlinge verbindingen (digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) en elektronische gegevensuitwisseling (EDI));

  • d.

    stimulering van onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor communicatie en informatietechnologieën, gericht op het ontwikkelen van de markt voor uitrusting, diensten en toepassingen in verband met informatietechnologieën en communicatie, diensten en installaties.

Artikel

57

Energie

De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op:

  • a.

    duurzame energie;

  • b.

    bevordering van energiebesparing;

  • c.

    toegepast onderzoek naar de netwerken van databanken op economisch en sociaal gebied van de twee partijen;

  • d.

    ondersteuning van de inspanningen voor modernisering en de ontwikkeling van energienetwerken en hun verbindingen met de netwerken van de Gemeenschap.

Artikel

58

Toerisme

De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van het toerisme, met name op de volgende gebieden:

  • a.

    hotelmanagement en de kwaliteit van de dienstverlening in de verschillende met het hotelwezen verband houdende beroepen;

  • b.

    ontwikkeling van de marketing;

  • c.

    de ontwikkeling van het toerisme onder jongeren.

Artikel

59

Samenwerking op douanegebied

Artikel

60

Statistische samenwerking

De samenwerking is gericht op het beter op elkaar afstemmen van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van statistische gegevens betreffende alle door deze Overeenkomst bestreken terreinen zodra deze zich lenen voor het opstellen van statistieken.

Artikel

61

Witwassen van geld

Artikel

62

Drugsbestrijding

Artikel

63

De twee partijen bepalen samen de nodige modaliteiten voor de verwezenlijking van de samenwerking op de terreinen van deze titel.

TITEL

VI

SOCIALE EN CULTURELE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

I

BEPALINGEN INZAKE WERKNEMERS

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op onderdanen van een van de partijen die illegaal op het grondgebied van het gastland verblijven of werken.

Artikel

67

Artikel

68

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 67 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de bilaterale overeenkomsten tussen Marokko en de Lid-Staten, voor zover deze voor de Marokkaanse onderdanen of de onderdanen van de Lid-Staten een gunstiger regeling inhouden.

HOOFDSTUK

II

DIALOOG OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

69

Artikel

70

De dialoog op sociaal gebied wordt gehouden op dezelfde niveaus en volgens dezelfde modaliteiten als die van titel I, die tevens als kader ervoor kan dienen.

HOOFDSTUK

III

SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

71

Artikel

72

De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden verwezenlijkt in samenwerking met de Lid-Staten en de bevoegde internationale organisaties.

Artikel

73

De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst een werkgroep op. Deze is belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van hoofdstukken 1 tot en met 3.

HOOFDSTUK

IV

Culturele samenwerking

Artikel

74

TITEL

VII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

75

Teneinde zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst wordt een financiële samenwerking ten gunste van Marokko ingesteld volgens de passende modaliteiten en met de passende financiële middelen.

Deze modaliteiten worden met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten.

Naast de in titel V en titel VI van deze Overeenkomst genoemde terreinen heeft deze samenwerking vooral betrekking op:

  • het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;

  • het op peil brengen van de economische infrastructuur;

  • het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;

  • het rekening houden met de gevolgen voor de Marokkaanse economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name vanuit het oogpunt van het op peil brengen en de omschakeling van de industrie;

  • het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.

Artikel

76

In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de middelen die geschikt zijn ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Marokko die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het scheppen van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.

Artikel

77

Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Marokko in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL

VIII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

78

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter overeenkomstig zijn reglement van orde.

Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

79

Artikel

80

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, in de in deze Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.

Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de twee partijen.

Artikel

81

Artikel

82

Artikel

83

Het Associatiecomité heeft een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze Overeenkomst, en op de terreinen waarop de Raad het comité bevoegdheden heeft toegekend.

Besluiten worden in overleg tussen de partijen genomen en zijn bindend voor de partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.

Artikel

84

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van deze Overeenkomst nodig zijn.

Artikel

85

De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de parlementaire instellingen van het Koninkrijk Marokko, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de overeenkomstige instelling in het Koninkrijk Marokko.

Artikel

86

Artikel

87

Niets in deze Overeenkomst zal een overeenkomstsluitende partij beletten maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel

88

Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

  • de regelingen die het Koninkrijk Marokko ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;

  • de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van het Koninkrijk Marokko toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Marokkaanse onderdanen of vennootschappen.

Artikel

89

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst heeft tot gevolg:

  • de uitbreiding van de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is;

  • het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking;

  • er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel

90

Artikel

92

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt met de term „partijen" bedoeld de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Marokko, anderzijds.

Artikel

93

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel

94

Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko, anderzijds.

Artikel

95

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse, en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

96

GEDAAN te Brussel, de zesentwintigste februari negentienhonderdzesennegentig.

Protocol

Nr. 1

betreffende de regeling die bij de invoer in de Europese Unie van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit het Koninkrijk Marokko van toepassing is

Voor de invoer in de Europese Unie van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Marokko gelden de hieronder vastgestelde voorwaarden.

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

TITEL

II

SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel

2

Tariefbepalingen

Artikel

3

Tomaten

Artikel

4

Samenwerking

Artikel

5

Verwerkte landbouwproducten

Artikel

6

Rendez-vousclausule

De partijen komen uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen om na te gaan of het mogelijk is om de preferentiële concessies wederzijds te verbeteren, zulks rekening houdend met het landbouwbeleid en met de gevoeligheid en de specifieke kenmerken van elk betrokken product.

Artikel

7

Vrijwaringsmaatregel

Onverminderd de artikelen 25, 26 en 27 van de overeenkomst openen de partijen, indien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten tot gevolg heeft dat een verhoogde invoer van producten van oorsprong uit Marokko waarop de krachtens dit protocol verleende concessies van toepassing zijn, ernstige problemen veroorzaakt op de markt en/of de productiesector ernstig schaadt, onverwijld overleg om een passende oplossing voor de problemen te vinden. In afwachting van deze oplossing mag de importerende partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

De vrijwaringsmaatregel uit hoofde van de vorige alinea mag voor ten hoogste één jaar worden toegepast en mag slechts eenmaal worden verlengd nadat het associatiecomité een daartoe strekkend besluit heeft genomen.

Artikel

8

Sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften, normen

Om de belemmeringen voor de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten weg te nemen, passen de partijen in het kader van hun bilaterale handel de hierna volgende sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften en normen toe:

  • 1.

    De rechten en plichten van de partijen op het gebied van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen vloeien voort uit de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen (de SPS-overeenkomst).

  • 2.

    Bij de toepassing van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen wordt rekening gehouden met de normen, procedures en aanbevelingen van de internationale normalisatieorganisaties (de Commissie van de Codex Alimentarius, de Wereldorganisatie voor diergezondheid, het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten, het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten en de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee).

  • 3.

    Ten aanzien van de rechten en plichten van de partijen op het gebied van de technische voorschriften, de normen en de conformiteitsbeoordeling gelden de bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (TBT-overeenkomst).

  • 4.

    De partijen stellen elkaar in kennis van de namen en contactgegevens van de contactpunten om de behandeling en oplossing van problemen in verband met de toepassing van de leden 1, 2 en 3 te vergemakkelijken.

Artikel

9

Geografische aanduidingen

De partijen hebben overeenkomstig de Euro-mediterrane routekaart voor de landbouw 2005 besprekingen gevoerd over de afzetbevordering, de valorisatie van kwaliteitsproducten en de bescherming van kwaliteitsmerken.

Deze besprekingen hebben ertoe geleid dat de partijen, gezien hun gemeenschappelijke belang om een akkoord te sluiten over de bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten, zijn overeengekomen om binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol onderhandelingen daarover te starten.

Artikel

10

Wijnen met oorsprongsbenaming

Wijn met een geografische aanduiding van oorsprong uit Marokko met de vermelding „gecontroleerde oorsprongsbenaming” overeenkomstig het Marokkaanse recht moet vergezeld gaan van een document V I 1 of V I 2 zoals voorgeschreven in Verordening (EG) nr. 555/20083)PB L 170 van 30.6.2008, blz. 1. , en met name artikel 50, lid 2, betreffende het bij invoer van wijn, druivensap en druivenmost voorgeschreven attest en analyseverslag.

Protocol

nr. 2

betreffende de regeling die bij de invoer in het Koninkrijk Marokko van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie van toepassing is

Voor de invoer in het Koninkrijk Marokko van landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie gelden de hieronder vastgestelde voorwaarden.

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

TITEL

II

SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel

2

Tariefbepalingen

Artikel

3

Granen

Artikel

4

Samenwerking

Artikel

5

Rendez-vousclausule

De partijen komen uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van onderhavig protocol bijeen om na te gaan of het mogelijk is om de preferentiële concessies wederzijds te verbeteren, zulks rekening houdend met het landbouwbeleid en met de gevoeligheid en de specifieke kenmerken van elk betrokken product.

Artikel

6

Vrijwaringsmaatregel

Onverminderd de artikelen 25, 26 en 27 van de overeenkomst openen de partijen, indien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten tot gevolg heeft dat een verhoogde invoer van producten van oorsprong uit de Europese Unie waarop de krachtens dit protocol verleende concessies van toepassing zijn, ernstige problemen veroorzaakt op de markt en/of de productiesector ernstig schaadt, onverwijld overleg om een passende oplossing voor de problemen te vinden. In afwachting van deze oplossing mag de importerende partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

De vrijwaringsmaatregel uit hoofde van de vorige alinea mag voor ten hoogste één jaar worden toegepast en mag slechts eenmaal worden verlengd nadat het associatiecomité een daartoe strekkend besluit heeft genomen.

Artikel

7

Sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften, normen

Om de belemmeringen voor de handel in landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten weg te nemen, passen de partijen in het kader van hun bilaterale handel de hierna volgende sanitaire en fytosanitaire bepalingen, technische voorschriften en normen toe:

  • 1.

    De rechten en plichten van de partijen op het gebied van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen vloeien voort uit de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen (de SPS-overeenkomst).

  • 2.

    Bij de toepassing van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen wordt rekening gehouden met de normen, procedures en aanbevelingen van de internationale normalisatieorganisaties (de Commissie van de Codex Alimentarius, de Wereldorganisatie voor diergezondheid, het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten, het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten en de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee).

  • 3.

    Ten aanzien van de rechten en plichten van de partijen op het gebied van de technische voorschriften, de normen en de conformiteitsbeoordeling gelden de bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (TBT-overeenkomst).

  • 4.

    De partijen stellen elkaar in kennis van de namen en contactgegevens van de contactpunten om de behandeling en oplossing van problemen in verband met de toepassing van de leden 1, 2 en 3 te vergemakkelijken.

Artikel

8

Geografische aanduidingen

De partijen hebben overeenkomstig de Euro-mediterrane routekaart voor de landbouw 2005 besprekingen gevoerd over de afzetbevordering, de valorisatie van kwaliteitsproducten en de bescherming van kwaliteitsmerken.

Deze besprekingen hebben ertoe geleid dat de partijen, gezien hun gemeenschappelijke belang om een akkoord te sluiten over de bescherming van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten, zijn overeengekomen om binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het onderhavige protocol onderhandelingen daarover te starten.

Protocol

nr. 4

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Marokko in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Marokko is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Marokko voor deze materialen is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: omvatten ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP ,,PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Gemeenschap

Artikel

4

Cumulatie in Marokko

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Marokko onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Marokko. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Gescheiden boekhouding

Artikel

22

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED

Artikel

23

Toegelaten exporteurs

Artikel

24

Geldigheid van bewijzen van oorsprong

Artikel

25

Overlegging van bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

27

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

27 bis

Leveranciersverklaring

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, artikel 22, lid 5, en artikel 27 bis, lid 6, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Marokko of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, en dat de in de leveranciersverklaring verstrekte informatie juist is, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Marokko afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Marokko afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Marokko blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Marokko zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol;

  • e.

    passende bewijsstukken betreffende be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Marokko in toepassing van artikel 12 waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan;

  • f.

    leveranciersverklaring waaruit de in de Gemeenschap, Algerije, Marokko of Tunesië verrichte be- of verwerking van de gebruikte materialen blijkt, opgesteld in een van deze landen.

Artikel

29

Bewaring van de bewijzen van oorsprong, leveranciersverklaring en andere bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

Artikel

31

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

32

Wederzijdse bijstand

Artikel

33

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

33 bis

Controle van de leveranciersverklaring

Artikel

34

Regeling van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 en 33 bis bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden door de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

35

Sancties

Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.

Artikel

36

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

37

Toepassing van het protocol

Artikel

38

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

39

Wijzigingen op het protocol

De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

40

Overgangsbepalingen voor goederen in doorvoer of in opslag

Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Marokko tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na genoemde datum een EUR.1- of EUR-MED-certificaat bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend dat achteraf door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.

Protocol

nr. 5

betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van de verbods-, beperkings- en controlemaatregelen die deze partijen hebben vastgesteld;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken in te dienen;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen om verzoeken om administratieve bijstand in douanezaken te ontvangen;

  • d.

    „persoonsgebonden gegevens”: alle inlichtingen over een bepaalde of te bepalen natuurlijke persoon.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar bijstand, in overeenstemming met hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie verkrijgen over:

  • transacties die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor andere overeenkomstsluitende partijen;

  • nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

  • goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van overtredingen van de douanewetgeving;

  • natuurlijke of fysieke personen waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat zij in strijd met de douanewetgeving handelen of hebben gehandeld;

  • vervoermiddelen waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat zij bij overtredingen van de douanewetgeving worden of werden gebruikt of gebruikt zouden kunnen worden.

Artikel

5

Toezending van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wetgeving, de nodige maatregelen voor:

  • de toezending van documenten,

  • de kennisgeving van besluiten,

    waarop het bepaalde in dit Protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dergelijk geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Gebruik van informatie

Artikel

12

Deskundigen en getuigen

Artikel

13

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit Protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

14

Tenuitvoerlegging

Artikel

15

Complementariteit

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van het Koninkrijk „Marokko”, hierna „Marokko” te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op 26/02/1996, voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en haar Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, hierna de „Euro-mediterrane overeenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

de Euro-mediterrane overeenkomst, de bijlagen daarbij en de volgende protocollen:

Protocol nr. 1 betreffende de regeling die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwprodukten uit Marokko van toepassing is,

Protocol nr. 2 betreffende de regeling die van toepassing is op de invoer in de Gemeenschap van visserijprodukten van oorsprong uit Marokko,

Protocol nr. 3 betreffende de regeling die van toepassing is op de invoer in Marokko van landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap,

Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5 betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Marokko hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 12 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 33 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 43 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 49 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 50 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 51 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 65 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 34, 35, 76 en 77 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 90 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 96 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende textielprodukten

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de wedertoelating

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Marokko hebben eveneens kennis genomen van de overeenkomsten in de vorm van een briefwisseling die bij deze Slotakte zijn gevoegd:

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling in verband met artikel 12, lid 1, betreffende de afschaffing van de referentieprijzen die Marokko toepast bij de invoer van bepaalde textielprodukten en kledingartikelen.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling in verband met artikel 1 van Protocol nr. 1 betreffende de invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van onderverdeling 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief.

De gevolmachtigden van Marokko hebben kennis genomen van de volgende verklaring van de Europese Gemeenschap, die aan deze Slotakte is gehecht:

Verklaring betreffende artikel 29 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaringen van Marokko, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

  • 1.

    Verklaring betreffende de samenwerking op het gebied van kernenergie

  • 2.

    Verklaring betreffende investeringen

  • 3.

    Verklaring betreffende de bescherming van de Marokkaanse belangen.

GEDAAN te Brussel, de zesentwintigste februari negentienhonderdzesennegentig.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van de Overeenkomst

  • 1.

    De partijen komen overeen dat een politieke dialoog op ministerieel niveau ten minste een maal per jaar dient plaats te vinden.

  • 2.

    De partijen zijn van mening dat een politieke dialoog tussen het Europees Parlement en de Marokkaanse parlementaire instellingen moet worden ingesteld.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10 van de Overeenkomst

De twee partijen komen overeen dat Marokko in overleg een landbouwelement kan onderscheiden in de rechten bij invoer die op de in lijst 2 van bijlage 2 van de overeenkomst genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Dit principe is tevens van toepassing op de produkten van lijst 3 van bijlage 2 van de overeenkomst alvorens een begin wordt gemaakt met de afbraak van het industrie-element.

In het geval dat Marokko de op 1.1.1995 geldende rechten zou verhogen, als gevolg van het landbouwelement, voor de hierboven genoemde produkten kent zij de Gemeenschap een reductie van 25 % op de verhoging van de rechten toe.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 12 van de Overeenkomst

  • 1.

    De partijen komen overeen dat, met betrekking tot de textielprodukten en kledingartikelen, het tijdschema voor de afschaffing van de in artikel 12, lid 1, bedoelde referentieprijzen en tariefverlaging via een briefwisseling wordt overeengekomen vóór de ondertekening van de overeenkomst.

  • 2.

    Overeengekomen is dat voor de produkten waarop de in artikel 12, lid 2, bedoelde tariefafbraak van toepassing is, in Marokko technische controles worden ingesteld met technische bijstand van de Gemeenschap. Marokko verbindt zich ertoe deze technische controles in te voeren vóór 31 december 1999.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 33 van de Overeenkomst

Overeengekomen is dat de convertibiliteit van de lopende betalingen wordt geïnterpreteerd in overeenstemming met artikel VIII van de overeenkomst inzake het Internationaal Monetair Fonds.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen dat in het kader van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, fabrieks- en handelsmerken, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, industriële tekeningen en modellen, octrooien, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming van niet-openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom in de Akte van Stockholm (Unie van Parijs).

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42 van de Overeenkomst

De overeenkomstsluitende partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de gedecentraliseerde samenwerkingsprogramma's als een aanvullend middel ter bevordering van de uitwisseling van ervaring en de overdracht van kennis in het Middellandse-Zeegebied en tussen de Europese Gemeenschap en haar partners.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 43 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen dat in het kader van de economische samenwerking wordt voorzien in technische bijstand op het gebied van de vrijwaringsclausules en de anti-dumpingcontrole.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 49 van de Overeenkomst

De overeenkomstsluitende partijen onderkennen de noodzaak van modernisering van de Marokkaanse produktiesector om deze beter aan te passen aan de realiteit van de internationale en Europese economie.

De Gemeenschap zal Marokko steunen bij de uitvoering van een steunprogramma voor de industriesectoren die zullen worden geherstructureerd en op peil gebracht om het hoofd te bieden aan eventuele problemen na de liberalisering van het handelsverkeer en met name de afschaffing van tarieven.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 50 van de Overeenkomst

De overeenkomstsluitende partijen hechten belang aan een toename van de stroom van directe investeringen in Marokko.

Zij komen overeen dat Marokko grotere toegang krijgt tot de communautaire instrumenten ter bevordering van investeringen in overeenstemming met de desbetreffende communautaire bepalingen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 51 van de Overeenkomst

De partijen komen overeen zo spoedig mogelijk uitvoering te geven aan de in artikel 51 bedoelde samenwerkingsactiviteiten en deze prioriteit te geven.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

  • 1.

    Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten onderzoeken de partijen de kwestie van toegang tot de arbeidsmarkt van een Lid-Staat van de uit hoofde van gezinshereniging wettig verblijvende echtgenoot en kinderen van een Marokkaanse werknemer die wettig op het grondgebied van een Lid-Staat is tewerkgesteld, met uitzondering van seizoenwerknemers, gedetacheerden en stagiaires, gedurende de periode van het toegestane tewerkstellingsbedrijf van de werknemer.

  • 2.

    Wat betreft het ontbreken van discriminatie op het gebied van ontslag kan geen beroep op artikel 64, lid 1, van de overeenkomst worden gedaan voor de verlenging van een verblijfsvergunning. De toekenning, verlenging en weigering van een verblijfsvergunning valt uitsluitend onder de wetgeving van elke Lid-Staat en onder de tussen Marokko en die Lid-Staat van kracht zijnde overeenkomsten en bilaterale verdragen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 65 van de Overeenkomst

Overeengekomen is dat de term „gezinsleden” wordt gedefinieerd volgens de nationale wetgeving van het betrokken gastland.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 34, 35, 76 en 77 van de Overeenkomst

Indien zich voor Marokko tijdens de geleidelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst ernstige problemen in verband met de betalingsbalans voordoen, kunnen Marokko en de Gemeenschap overleg voeren over de meest geschikte middelen en modaliteiten om Marokko te helpen aan deze problemen het hoofd te bieden.

Deze besprekingen vinden plaats in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 90 van de Overeenkomst

  • 1.

    De partijen komen overeen dat wat betreft de interpretatie en de praktische toepassing van deze overeenkomst onder de in artikel 90 bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan gevallen van ernstige schending van de overeenkomst door een van beide partijen. Een ernstige schending van de overeenkomst bestaat uit:

    • de verwerping van de overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationaal recht;

    • de schending van de in artikel 2 bedoelde essentiële onderdelen van de overeenkomst.

  • 2.

    De partijen komen overeen dat de in artikel 90 bedoelde „passende maatregelen” bestaan uit maatregelen die zijn genomen overeenkomstig het internationaal recht. Indien een van de partijen in een bijzonder dringend geval een maatregel neemt uit hoofde van artikel 90 kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 96 van de Overeenkomst

Met de voordelen voor Marokko van de door Frankrijk toegekende regelingen uit hoofde van het protocol betreffende de goederen van oorsprong en van herkomst uit bepaalde landen onderworpen aan een bijzondere regeling bij invoer in een van de Lid-Staten, die is gehecht aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, is in deze overeenkomst rekening gehouden. Deze bijzondere regeling moet dan ook als opgeheven worden beschouwd met ingang van de inwerkingtreding van genoemde overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende textielprodukten

Overeengekomen is dat de regeling voor textielprodukten in een afzonderlijk, voor 31 december 1995 te sluiten protocol wordt vastgelegd, waarin de in 1995 van toepassing zijnde bepalingen zijn opgenomen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de wedertoelating

De partijen komen overeen bilateraal de passende bepalingen en maatregelen vast te stellen voor de wedertoelating van hun ingezetenen die hun land hebben verlaten. Hiertoe worden voor de Lid-Staten van de Europese Unie als ingezetenen beschouwd de onderdanen van de Lid-Staten zoals gedefinieerd voor communautaire doeleinden.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko in verband met artikel 12, lid 1, betreffende de afschaffing van de referentieprijzen die Marokko toepast bij de invoer van bepaalde textielprodukten en kledingartikelen

Nr. I

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Krachtens artikel 12, lid 1, van de Euro-mediterrane Associatieovereenkomst en de desbetreffende gemeenschappelijke verklaring komen de partijen, onverminderd de andere bepalingen van artikel 12, lid 1, het volgende overeen:

1

De referentieprijzen voor textielprodukten en kledingartikelen van oorsprong uit de Gemeenschap die onder de hoofdstukken 51 tot en met 63 zijn ingedeeld en in bijlage 5 bij de Overeenkomst zijn vermeld, worden op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst verlaagd tot 75 % van de erga omnes toegepaste referentieprijzen.

Het aan het begin van het tweede en derde jaar toe te passen verlagingspercentage wordt door de Associatieraad vastgesteld. Dit verlagingspercentage mag niet lager zijn dan het in het eerste jaar toegepaste percentage, dat 25% bedraagt.

Bij het vaststellen van het verlagingspercentage houdt de Associatieraad rekening met het stadium van ontwikkeling van de controle- en verificatiemechanismen die Marokko met technische bijstand van de Gemeenschap tot stand zal brengen voor de sectoren bedoeld in de gemeenschappelijke verklaring bij artikel 43 van de Overeenkomst.

2

De door Marokko erga omnes toegepaste referentieprijzen worden voor de produkten van oorsprong uit de Gemeenschap afgeschaft volgens het hiernavolgende tijdschema:

  • vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de referentieprijzen afgeschaft voor een vierde van de produkten waarop zij van toepassing zijn;

  • één jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de referentieprijzen afgeschaft voor de helft van de produkten waarop zij van toepassing zijn;

  • twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de referentieprijzen afgeschaft voor drie vierde van de produkten waarop zij van toepassing zijn;

  • drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle referentieprijzen afgeschaft.

Deze afschaffing geldt voor de lijst van produkten waarvoor Marokko op de datum waarop de afschaffing dient plaats te vinden een erga omnes referentieprijs handhaaft.

Ik moge U verzoeken mij te willen mededelen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Raad van de Europese Unie

Nr. II

B. Brief van het Koninkrijk Marokko

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden die als volgt luidt:

„Krachtens artikel 12, lid 1, van de Euro-mediterrane Associatieovereenkomst en de desbetreffende gemeenschappelijke verklaring komen de partijen, onverminderd de andere bepalingen van artikel 12, lid 1, het volgende overeen:

1

De referentieprijzen voor textielprodukten en kledingartikelen van oorsprong uit de Gemeenschap die onder de hoofdstukken 51 tot en met 63 zijn ingedeeld en in bijlage 5 bij de Overeenkomst zijn vermeld, worden op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst verlaagd tot 75 % van de erga omnes toegepaste referentieprijzen.

Het aan het begin van het tweede en derde jaar toe te passen verlagingspercentage wordt door de Associatieraad vastgesteld. Dit verlagingspercentage mag niet lager zijn dan het in het eerste jaar toegepaste percentage, dat 25% bedraagt.

Bij het vaststellen van het verlagingspercentage houdt de Associatieraad rekening met het stadium van ontwikkeling van de controle- en verificatiemechanismen die Marokko met technische bijstand van de Gemeenschap tot stand zal brengen voor de sectoren bedoeld in de gemeenschappelijke verklaring bij artikel 43 van de Overeenkomst.

2

De door Marokko erga omnes toegepaste referentieprijzen worden voor de produkten van oorsprong uit de Gemeenschap afgeschaft volgens het hiernavolgende tijdschema:

  • vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de referentieprijzen afgeschaft voor een vierde van de produkten waarop zij van toepassing zijn;

  • één jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de referentieprijzen afgeschaft voor de helft van de produkten waarop zij van toepassing zijn;

  • twee jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de referentieprijzen afgeschaft voor drie vierde van de produkten waarop zij van toepassing zijn;

  • drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden alle referentieprijzen afgeschaft.

Deze afschaffing geldt voor de lijst van produkten waarvoor Marokko op de datum waarop de afschaffing dient plaats te vinden een erga omnes referentieprijs handhaaft.

Ik moge U verzoeken mij te willen mededelen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.".

Ik heb de eer U mede te delen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Regering van het Koninkrijk Marokko

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap („de Gemeenschap") en het Koninkrijk Marokko in verband met artikel 1 van Protocol nr. 1 betreffende de invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van onderverdeling 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief

Vervallen

Verklaringen

Verklaring van de Europese Gemeenschap

Verklaring betreffende artikel 29 van de Overeenkomst

  • 1.

    Indien Marokko met andere mediterrane landen overeenkomsten sluit met het oog op de instelling van vrijhandel is de Gemeenschap bereid de cumulatie van oorsprong in de handel met die landen te overwegen.

  • 2.

    De Gemeenschap brengt de conclusies van de Europese Raad van Cannes in herinnering, waarin het belang wordt benadrukt van een gefaseerde instelling van de cumulatie van oorsprong tussen alle partijen, op voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die welke de Gemeenschap overweegt in te voeren met betrekking tot de LMOE, ter verwezenlijking van de doelstelling van de instelling van een Euro-mediterrane vrijhandelszone.

In dit vooruitzicht besluit de Gemeenschap dat de harmonisering van de bepalingen betreffende de oorsprongregels met die van de andere overeenkomsten met de mediterrane landen, waarin de LMOE-regels zijn opgenomen, aan Marokko wordt voorgesteld zodra die regels van toepassing worden voor een mediterraan land.

Verklaringen van Marokko

1. Verklaring betreffende de samenwerking op het gebied van kernenergie.

Marokko, dat het Non-proliferatieverdrag heeft ondertekend, wenst in de toekomst een samenwerking op het gebied van kernenergie met de Gemeenschap te ontwikkelen.

2. Verklaring betreffende investeringen.

Marokko wenst dat, in het kader van de samenwerking op investeringsgebied, de mogelijkheid van de oprichting van een garantiefonds voor Europese investeringen wordt bestudeerd.

3. Verklaring betreffende de behartiging van de Marokkaanse belangen.

Marokko verzoekt dat met de Marokkaanse belangen rekening wordt gehouden wanneer concessies en voordelen worden toegekend aan andere mediterrane derde landen in het kader van toekomstige overeenkomsten tussen die landen en de Europese Gemeenschap.

Protocol

Ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en is gepubliceerd in PbEU L 90 van 28 maart 2012, blz. 2-5.