Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds

Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „lidstaten” genoemd, en

de Europese Gemeenschap,

de Europese Gemeenschap voor kolen en staal,

hierna „de Gemeenschap” genoemd,

enerzijds, en

het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië,

hierna „Jordanië” genoemd,

anderzijds,

Gelet op het belang van de historische banden tussen de Gemeenschap, haar lidstaten en Jordanië en hun gemeenschappelijke waarden,

Overwegende dat de Gemeenschap, haar lidstaten en Jordanië deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen,

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest,

Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren in Europa en het Midden-Oosten,

Zich bewust van de noodzaak gezamenlijk te streven naar versterking van de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling in de regio door middel van bevordering van regionale samenwerking,

Verlangende een regelmatige politiek dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te verdiepen,

Overtuigd van de noodzaak van versterking van het proces van sociale en economische modernisering dat Jordanië onderneemt om zijn economie volledig te integreren in de wereldeconomie en te participeren in de gemeenschap van democratische landen,

Gezien het verschil in economische en sociale ontwikkeling tussen Jordanië en de Gemeenschap,

Verlangende tot samenwerking te komen, steunende op een regelmatige dialoog, op economisch, wetenschappelijk, technologisch, cultureel, audiovisueel en sociaal gebied, met het oog op beter wederzijds begrip,

Gezien de gehechtheid van de Gemeenschap en Jordanië aan vrije handel, met name aan de naleving van de rechten en plichten die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT),

Ervan overtuigd dat de Associatieovereenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen en met name voor de ontwikkeling van handel, investeringen en economische en technologische samenwerking,

Zijn als volgt overeengekomen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 2002, L 129 en PbEU 2005, L 283.]:

Artikel

1

Artikel

2

De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze Overeenkomst zijn gegrondvest op eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die ten grondslag ligt aan het binnen- en buitenlandse beleid van de Partijen en die een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst vormt.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

3

Artikel

4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en beoogt de weg te openen voor nieuwe samenwerkingsvormen, gericht op gemeenschappelijke doelstellingen, met name vrede, veiligheid, mensenrechten, democratie en regionale ontwikkeling.

Artikel

5

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

BASISPRINCIPES

Artikel

6

De Gemeenschap en Jordanië brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994, hierna „GATT” te noemen.

HOOFDSTUK

1

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

8

Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Jordanië.

Artikel

9

Producten van oorsprong uit Jordanië worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of andere maatregelen van gelijke werking.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

11 bis

Artikel

12

De bepalingen betreffende de afschaffing van invoerrechten zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

13

HOOFDSTUK

2

LANDBOUWPRODUCTEN

Artikel

14 bis

Voor de handel in landbouwproducten tussen de Gemeenschap en Jordanië worden geen nieuwe douanerechten bij invoer, noch andere heffingen van gelijke werking ingesteld.

Artikel

15

De Gemeenschap en Jordanië stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten.

Artikel

16

Artikel

17

HOOFDSTUK

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT plaatsvindt, kan zij tegen deze praktijk passende maatregelen nemen overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel en haar nationale wetgeving ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 26 van deze Overeenkomst.

Artikel

24

Indien een product wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:

  • ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van een der partijen, of

  • in enige sector van de economie ernstige verstoringen veroorzaken of dreigen te veroorzaken,

kan de betrokken partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 26.

Artikel

25

Wanneer de naleving van artikel 18, lid 3:

  • i.

    ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of

  • ii.

    ernstige tekorten aan producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 26. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

Artikel

26

Artikel

27

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

28

Het begrip „producten van oorsprong" voor de toepassing van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn gedefinieerd in Protocol 3.

Artikel

29

In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

TITEL

III

RECHT VAN VESTIGING EN DIENSTEN

HOOFDSTUK

1

RECHT VAN VESTIGING

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „onderneming uit Gemeenschap" respectievelijk „Jordaanse onderneming": een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk een lidstaat of Jordanië opgerichte onderneming die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Jordanië heeft.

    Indien een overeenkomstig de wetgeving van respectievelijk een lidstaat of Jordanië opgerichte onderneming uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Jordanië heeft, wordt deze onderneming als een onderneming uit de Gemeenschap of als een Jordaanse onderneming beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van respectievelijk een der lidstaten of Jordanië naar voren treedt;

  • b.

    „dochteronderneming": een onderneming waarover een andere onderneming daadwerkelijk zeggenschap heeft;

  • c.

    „filiaal" van een onderneming: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zakelijk overleg te voeren met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelszaak die het vorengenoemde agentschap vormt;

  • d.

    „vestiging": het recht van ondernemingen uit de Gemeenschap of Jordanië als bedoeld onder a. om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochtermaatschappijen en filialen in respectievelijk Jordanië en de Gemeenschap;

  • e.

    „transacties": het verrichten van economische activiteiten;

  • f.

    „economische activiteiten": activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen;

  • g.

    „onderdaan" van een lidstaat of van Jordanië: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van een der lidstaten, respectievelijk van Jordanië;

  • h.

    wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk 2 eveneens van toepassing op onderdanen van de lidstaten of van Jordanië die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Jordanië gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of Jordanië gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarin onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of Jordanië een meerderheidsbelang hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die lidstaat of in Jordanië geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke voorschriften van de Gemeenschap en Jordanië.

Artikel

33

Artikel

34

Artikel

35

Teneinde het voor onderdanen van de Gemeenschap en Jordanië eenvoudiger te maken zich in Jordanië respectievelijk de Gemeenschap in een vrij beroep te vestigen en als zodanig werkzaamheden te verrichten, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen vereist zijn met het oog op de wederzijdse erkenning van kwalificaties.

Artikel

36

Het bepaalde in artikel 30 vormt voor een partij geen beletsel om bijzondere voorschriften vast te stellen voor de vestiging en de activiteiten van filialen of dochterondernemingen van ondernemingen van de andere partij die niet op het grondgebied van de eerste partij rechtspersoonlijkheid bezitten, mits deze maatregelen gerechtvaardigd zijn op grond van juridische of technische verschillen tussen deze filialen en filialen van op het grondgebied van de eerste partij wel rechtspersoonlijkheid bezittende ondernemingen, of, waar het financiële diensten betreft, om prudentiële redenen. Het verschil in behandeling mag niet meer inhouden dan wat strikt noodzakelijk is op grond van deze juridische of technische verschillen of, waar het financiële diensten betreft, om deze prudentiële redenen.

HOOFDSTUK

2

GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER

Artikel

37

Artikel

38

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de partijen na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.

Artikel

39

HOOFDSTUK

3

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

40

Artikel

41

Artikel

42

Voor de toepassing van deze titel vormt geen der bepalingen van deze Overeenkomst voor de partijen een beletsel voor de toepassing van hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, het verrichten van arbeid, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten, op voorwaarde dat zulks niet op zodanige wijze geschiedt dat de toepassing de voor een partij uit een specifieke bepaling van de Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet doet of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 41.

Artikel

43

Ondernemingen welke worden bestuurd door en de exclusieve eigendom zijn van ondernemingen uit Jordanië en de Gemeenschap gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van deze titel.

Artikel

44

De in het kader van deze Overeenkomst door een partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van de termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de GATS, met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen geval gunstiger dan die welke door bedoelde eerstgenoemde partij in het kader van de GATS en met betrekking tot ongeacht welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

Artikel

45

Voor de toepassing van deze titel wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar lidstaten of Jordanië wordt toegekend op grond van verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.

Artikel

46

Artikel

47

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen voor een partij geen beletsel de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze Overeenkomst worden ontdoken.

TITEL

IV

BEPALINGEN INZAKE HET BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

48

Behoudens het bepaalde in de artikelen 51 en 52 zijn betalingen in verband met het verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal in het kader van deze Overeenkomst vrij van beperkingen.

Artikel

49

Artikel

50

Onverminderd andere bepalingen van deze Overeenkomst en andere internationale verplichtingen van de Gemeenschap en Jordanië, vormt artikel 49 geen beletsel voor de toepassing van eventuele beperkingen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen de Gemeenschap en Jordanië van kracht zijn ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen deze partijen in verband met directe investeringen, met inbegrip van investeringen in onroerend goed, en de vestiging van ondernemingen.

Er zijn evenwel geen beperkingen op de overdracht van kapitaal dat door ingezetenen van de Gemeenschap in Jordanië of door ingezetenen van Jordanië in de Gemeenschap werd geïnvesteerd, noch op de overdracht van alle daaruit voortvloeiende winsten.

Artikel

51

Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Jordanië ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor het wisselkoersbeleid of het monetair beleid in de Gemeenschap of in Jordanië, dan kunnen de Gemeenschap of Jordanië, overeenkomstig het bepaalde in de GATS en in de artikelen VIII en XIV van de Overeenkomst betreffende het Internationaal Monetair Fonds, het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Jordanië gedurende een periode van ten hoogste zes maanden aan vrijwaringsmaatregelen onderwerpen, indien dergelijke maatregelen strikt noodzakelijk zijn.

Artikel

52

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van een of meer lidstaten van de Gemeenschap of van Jordanië ernstige moeilijkheden voordoen of dreigen voor te doen, kan de Gemeenschap of Jordanië, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de GATT en met de artikelen VIII en XIV van de Overeenkomst betreffende het Internationaal Monetair Fonds bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties, indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn. De Gemeenschap of Jordanië, al naar gelang van het geval, brengt deze maatregelen onverwijld ter kennis van de andere partij, en verstrekt deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK

2

BEPALINGEN INZAKE DE MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

Artikel

53

Artikel

54

De lidstaten en Jordanië passen, onverminderd de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van Jordanië geen discriminatie meer bestaan wat de voorwaarden voor de aankoop en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.

Artikel

55

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Jordanië verstoren of strijdig zijn met de belangen van de partijen worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel

56

Artikel

57

De partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling verder te beperken. Daartoe sluiten zij specifieke overeenkomsten met betrekking tot wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling.

Artikel

58

De partijen stellen zich een wederzijdse en geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel. De Associatieraad pleegt overleg over de tenuitvoerlegging van deze doelstelling.

TITEL

V

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

59

Doelstellingen

Artikel

60

Toepassingssfeer

Artikel

61

Middelen en modaliteiten

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a.

    een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

  • b.

    regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;

  • c.

    activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding;

  • d.

    gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops;

  • e.

    technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van de regelgeving;

  • f.

    bevordering van joint ventures.

Artikel

62

Regionale samenwerking

Ter bevordering van de regionale samenwerking bevorderen de partijen activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere landen in de regio betrokken zijn. Deze activiteiten kunnen onder meer inhouden:

  • intra-regionale handel;

  • milieu;

  • ontwikkeling van de economische infrastructuur;

  • wetenschappelijk en technologisch onderzoek;

  • cultuur;

  • douanezaken.

Artikel

63

Onderwijs en opleiding

De samenwerking tussen de partijen richt zich op het vaststellen en benutten van de meest effectieve methoden om de situatie in het onderwijs en de beroepseducatie aanzienlijk te verbeteren, met name ten aanzien van overheidsondernemingen en het particuliere bedrijfsleven, commerciële dienstverlening, de overheid en openbare instellingen, technische instanties, instanties voor normalisatie en certificatie en andere relevante organisaties. Beroepsopleidingen in verband met de herstructurering van de industrie krijgen hierbij speciale aandacht.

De samenwerking bevordert tevens de totstandkoming van contacten tussen gespecialiseerde instanties in de Gemeenschap en Jordanië en de uitwisseling van informatie en ervaringen, alsmede het gezamenlijke gebruik van technische middelen.

Artikel

64

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschapsgemeenschappen van de partijen, met name door middel van:

    • de toegang van Jordanië tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling, overeenkomstig de geldende bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma's;

    • de deelname van Jordanië aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

    • bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;

  • b.

    het versterken van de onderzoekscapaciteit van Jordanië;

  • c.

    het stimuleren van technologische innovatie, het uitwisselen van nieuwe technologieën en het verspreiden van kennis, met name om de aanpassing van de industriële capaciteit van Jordanië te versnellen.

Artikel

65

Milieu

Artikel

66

Industriële samenwerking

De samenwerking is met name gericht op het bevorderen van:

  • industriële samenwerking tussen ondernemingen in de Gemeenschap en in Jordanië, onder meer inhoudende toegang tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven en netwerken die in het kader van gedecentraliseerde samenwerking zijn opgezet;

  • modernisering en herstructurering van de Jordaanse industrie;

  • totstandbrenging en bevordering van een voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven gunstig klimaat, teneinde groei en diversifiëring van de industriële productie te stimuleren;

  • samenwerking tussen het midden- en kleinbedrijf in de Gemeenschap en in Jordanië;

  • overdracht van technologie, innovatie en onderzoek en ontwikkeling;

  • diversifiëring van de industriële productie in Jordanië;

  • ontwikkeling van het menselijk potentieel;

  • verbetering van de toegang tot investeringskredieten;

  • stimulering van innovatie;

  • verbetering van ondersteunende informatiediensten.

Artikel

67

Investeringen en stimulering van investeringen

De samenwerking is gericht op het scheppen van een gunstig en stabiel investeringsklimaat in Jordanië. Dit houdt in ontwikkeling van:

  • geharmoniseerde en vereenvoudigde administratieve procedures; mechanismen voor gezamenlijke investeringen, met name in het midden- en kleinbedrijf, en identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;

  • een juridisch klimaat dat bevorderlijk is voor de onderlinge investeringen, eventueel door de sluiting tussen Jordanië en de lidstaten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belasting;

  • toegang tot de kapitaalmarkt ten behoeve van de financiering van productieve investeringen;

  • joint ventures van ondernemingen uit Jordanië en de Gemeenschap.

Artikel

68

Normalisatie en conformiteitsbeoordeling

De samenwerking op dit gebied richt zich met name op:

  • a.

    het bevorderen van de toepassing van communautaire voorschriften op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitsnormen en erkenning van conformiteit;

  • b.

    modernisering van de Jordaanse instanties voor conformiteitsbeoordeling, teneinde te zijner tijd en voor zover mogelijk overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordeling te sluiten;

  • c.

    het ontwikkelen van structuren en organen voor de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteitsnormen.

Artikel

69

Aanpassing van wetgeving

De partijen doen alles wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de implementatie van deze Overeenkomst te vereenvoudigen.

Artikel

70

Financiële diensten

De partijen werken samen om hun normen en voorschriften te harmoniseren, onder andere met het oog op:

  • a.

    versterking en herstructurering van de financiële sector in Jordanië;

  • b.

    verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere financiële sectoren in Jordanië.

Artikel

71

Landbouw

De partijen concentreren zich bij de samenwerking in het bijzonder op:

  • steun voor hun beleid ter diversifiëring van de productie;

  • bevordering van milieuvriendelijke landbouwmethoden;

  • totstandbrenging van nauwere banden tussen ondernemingen, groeperingen en organisaties die beroepsgroepen vertegenwoordigen in Jordanië en in de Gemeenschap, een en ander op vrijwillige basis;

  • technische bijstand en scholing;

  • harmonisatie van fytosanitaire en veterinaire normen;

  • geïntegreerde ontwikkeling van het platteland, mede inhoudende verbetering van basisdienstverlening en de ontwikkeling van aanverwante economische activiteiten;

  • samenwerking tussen plattelandsregio's, uitwisseling van ervaringen en kennis inzake plattelandsontwikkeling.

Artikel

72

Vervoer

De samenwerking is gericht op:

  • herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die verbonden is met de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang;

  • definitie en toepassing van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

  • vernieuwing van technische installaties volgens de communautaire normen voor multimodaal vervoer, containervervoer en overslag;

  • geleidelijke versoepelingen van de transitovoorschriften;

  • verbetering van het beheer van luchthavens, de luchtverkeersleiding en de spoorwegen, mede inhoudende samenwerking tussen de verantwoordelijke nationale instanties.

Artikel

73

Informatie-infrastructuur en telecommunicatie

De samenwerking is met name gericht op:

  • a.

    de telecommunicatie in het algemeen;

  • b.

    normalisatie, conformiteitsbeproeving en certificatie op het gebied van informatietechnologie en telecommunicatie;

  • c.

    verbreiding van nieuwe informatietechnologieën, met name op het gebied van netwerken en de onderlinge koppeling van netwerken (ISDN – digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten – en EDI – elektronische gegevensuitwisseling);

  • d.

    stimulering van onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor communicatie en informatietechnologieën, gericht op het ontwikkelen van de markt voor uitrusting, diensten en toepassingen in verband met informatietechnologieën en communicatie, diensten en installaties.

Artikel

74

Energie

Bij de samenwerking genieten prioriteit:

  • bevordering van duurzame energiebronnen en binnenlandse energiebronnen;

  • bevordering van energiebesparing en efficiënt energiegebruik;

  • toegepast onderzoek naar datanetwerken in de economische en sociale sector, met name ten behoeve van de verbinding tussen ondernemingen in de Gemeenschap en in Jordanië;

  • ondersteuning van de inspanningen voor modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en koppeling daarvan aan de netwerken van de Gemeenschap.

De samenwerking richt zich tevens op vereenvoudiging van de doorvoer van gas, olie en elektriciteit.

Artikel

75

Toerisme

Prioriteit genieten bij de samenwerking op dit gebied:

  • verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en versterking van de consistentie van beleid dat op het toerisme van invloed is;

  • betere seizoensspreiding van het toerisme;

  • bevordering van de samenwerking met regio's en steden in buurlanden;

  • betere informatievoorziening voor toeristen en bescherming van hun belangen;

  • benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme;

  • zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en het milieu;

  • bevordering van de concurrentie in het toerisme door stimulering van professionalisme, met name ten aanzien van het hotelwezen;

  • uitwisseling van informatie inzake geplande projecten voor ontwikkeling en marketing van het toerisme, toeristische beurzen, tentoonstellingen, congressen en publicaties.

Artikel

76

Douane

Artikel

77

Statistiek

De samenwerking is met name gericht op harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden, zodat betrouwbare statistieken kunnen worden opgesteld voor handel, bevolking, migratie en in het algemeen alle gebieden die onder deze Overeenkomst vallen en voor statistische verwerking in aanmerking komen.

Artikel

78

Witwassen van geld

Artikel

79

Bestrijding van drugs

TITEL

VI

SOCIALE EN CULTURELE SAMENWERKING

HOOFDSTUK

1

SOCIALE DIALOOG

Artikel

80

Artikel

81

De dialoog op sociaal gebied wordt gehouden op dezelfde niveaus en volgens dezelfde procedures als die van titel I van deze Overeenkomst, die tevens als kader ervoor kan dienen.

HOOFDSTUK

2

SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

82

Artikel

83

Samenwerkingsprojecten kunnen worden gecoördineerd met de lidstaten en de relevante internationale organisaties.

Artikel

84

De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst een werkgroep op. Deze is belast met permanente evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 en 2.

HOOFDSTUK

3

CULTURELE SAMENWERKING EN UITWISSELING VAN INFORMATIE

Artikel

85

TITEL

VII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

86

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst wordt een financieel samenwerkingspakket aan Jordanië ter beschikking gesteld overeenkomstig de passende procedures en financiële middelen.

Deze procedures worden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten.

Naast de in titel V en titel VI van deze Overeenkomst genoemde terreinen heeft deze samenwerking vooral betrekking op:

  • het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;

  • het op peil brengen van de economische infrastructuur;

  • het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;

  • het opvangen van de gevolgen voor de Jordaanse economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name door het op peil brengen en herstructureren van de industrie;

  • het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.

Artikel

87

In het kader van de communautaire financiële instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied, en in nauwe samenwerking met de Jordaanse autoriteiten en met andere donoren, in het bijzonder andere internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap op welke wijze ondersteuning kan worden geboden voor de structuurmaatregelen die Jordanië neemt om een algemeen financieel evenwicht te herstellen en een economisch klimaat te scheppen dat een versnelde groei bevordert en tegelijkertijd het sociale welzijn van de bevolking verbetert.

Artikel

88

Met het oog op een gecoördineerde benadering van bijzondere macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst zouden kunnen voortvloeien, besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Jordanië in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL

VIII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

89

Er wordt een Associatieraad opgericht, die één maal per jaar, of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op ministerieel niveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter, overeenkomstig het reglement van orde.

De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, alsmede alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

90

Artikel

91

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.

De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel

92

Artikel

93

Artikel

94

Artikel

95

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de Overeenkomst nodig zijn.

Artikel

96

De Associatieraad neemt alle nuttige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en het parlement van Jordanië.

Artikel

97

Artikel

98

Niets in de Overeenkomst belet een overeenkomstsluitende partij maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist te beletten;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

99

Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

  • de regelingen die Jordanië ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;

  • de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Jordanië toepast mogen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Jordaanse onderdanen of vennootschappen.

Artikel

100

Ten aanzien van directe belastingen heeft geen der bepalingen van de Overeenkomst tot gevolg dat:

  • de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is worden uitgebreid;

  • vaststelling of toepassing door een partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking wordt verhinderd;

  • afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel

101

Artikel

102

De protocollen 1 tot en met 4 en de bijlagen I tot en met VII vormen een integrerend onderdeel van de Overeenkomst. De verklaringen en de briefwisselingen zijn opgenomen in de Slotakte, die een integrerend onderdeel vormt van de Overeenkomst.

Artikel

103

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „partijen" verstaan: enerzijds de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en de lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, en anderzijds, Jordanië.

Artikel

104

De Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk der partijen kan de Overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn.

Artikel

105

Deze Overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig het bepaalde in die verdragen, en anderzijds op het grondgebied van Jordanië.

Artikel

106

Deze Overeenkomst, die is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

107

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar ervan kennisgeving doen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

GEDAAN te Brussel, de vierentwintigste november negentienhonderd zevenennegentig.

Protocol

nr. 1

betreffende de regelingen die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Jordanië van toepassing zijn

1

De in bijlage genoemde producten van oorsprong uit Jordanië mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd onder de voorwaarden die hierna en in de bijlage zijn vermeld.

2

3

Voor bepaalde producten worden de douanerechten afgeschaft binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk van deze producten in kolom B zijn vermeld. Voor ingevoerde hoeveelheden die de contingenten overschrijden, worden de douanerechten, afhankelijk van het product, volledig toegepast dan wel verlaagd volgens de percentages in kolom C.

4

Voor bepaalde in lid 3 en in kolom D vermelde producten worden de tariefcontingenten vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst verhoogd in vier gelijke jaarlijkse stappen, die elk overeenkomen met 3% van deze bedragen.

5

Voor bepaalde in kolom D vermelde producten kan de Gemeenschap een referentiehoeveelheid vaststellen, indien uit de door haar opgestelde jaarlijkse balans van het handelsverkeer blijkt dat de van een product of producten ingevoerde hoeveelheden moeilijkheden dreigen te veroorzaken op de markt van de Gemeenschap. Indien de invoer van een dergelijk product de referentiehoeveelheid overschrijdt, kan de Gemeenschap voor het betrokken product een communautair tariefcontingent openen voor een hoeveelheid die gelijk is aan de referentiehoeveelheid. Voor ingevoerde hoeveelheden die de contingenten overschrijden, worden de douanerechten, afhankelijk van het product, volledig toegepast dan wel verlaagd volgens de percentages in kolom C.

Protocol

nr. 2

betreffende de regelingen die bij de invoer in Jordanië van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn

1

De in de bijlage vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap zijn bij invoer in Jordanië aan de hierna genoemde voorwaarden en aan de in de bijlage vastgestelde voorwaarden onderworpen.

2

De invoerrechten en heffingen van gelijke werking mogen niet hoger zijn dan het in kolom A vermelde percentage.

Protocol

nr. 3

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Jordanië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Jordanië is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Jordanië voor deze materialen is betaald;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;

  • m.

    „gebieden”: omvatten ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG’’

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Cumulatie in de Gemeenschap

Artikel

4

Cumulatie in Jordanië

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende be- of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen of assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen; die bij de vervaardiging gebruikt kunnen zijn.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Afgifte achteraf van een EUR.1-certificaat

Artikel

18

Afgifte van een duplicaat van een EUR.1-certificaat

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Jordanië onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Jordanië. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Gescheiden boekhouding

Artikel

22

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED

Artikel

23

Toegelaten exporteurs

Artikel

24

Geldigheid van bewijzen van oorsprong

Artikel

25

Overlegging van bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen om een vertaling van dit bewijs vragen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

26

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

27

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

28

Bewijsstukken

De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 5, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Jordanië of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Jordanië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Jordanië afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Jordanië blijkt;

  • d.

    certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Jordanië zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol;

  • e.

    passende bewijsstukken betreffende be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Jordanië in toepassing van artikel 12 waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan.

Artikel

29

Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken

Artikel

30

Verschillen en vormfouten

Artikel

31

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

32

Wederzijdse bijstand

Artikel

33

Controle van de bewijzen van oorsprong

Artikel

34

Regeling van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden door de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

35

Sancties

Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.

Artikel

36

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

37

Toepassing van het protocol

Artikel

38

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

39

Wijzigingen op het protocol

De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

40

Overgangsbepaling voor goederen in doorvoer of in opslag

Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Jordanië tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na genoemde datum een EUR.1- of EUR-MED-certificaat bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend dat achteraf door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.

Protocol

nr. 4

betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving": alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van de verbods-, beperkings- en controlemaatregelen die deze partijen hebben vastgesteld;

  • b.

    „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens": alle inlichtingen over een bepaalde of te bepalen natuurlijke persoon.

Artikel

2

Werkingssfeer

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De partijen verlenen elkaar bijstand, in overeenstemming met hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  •  transacties die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere partij;

  •  nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

  •  goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van overtredingen van de douanewetgeving;

  •  natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat zij in strijd met de douanewetgeving handelen of hebben gehandeld;

  •  vervoermiddelen waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat zij bij overtredingen van de douanewetgeving zijn gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt.

Artikel

5

Afgifte van documenten/Kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wetgeving, alle maatregelen die nodig zijn voor:

  •  de afgifte van documenten

  •  de kennisgeving van besluiten

in verband met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dergelijk geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van gegevens en geheimhoudingsplicht

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Complementariteit

Onverminderd artikel 10, doen overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap en Jordanië zijn of worden gesloten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten, van alle over douaneaangelegenheden verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

Slotakte

De gevolmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk Der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de lidstaten” te noemen, en van

de Europese Gemeenschap en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië,

hierna „Jordanië” te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op 24-11-1997, voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds, hierna de „Euro-mediterrane overeenkomst" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

de Euro-mediterrane overeenkomst, de bijlagen daarbij en de volgende protocollen:

Protocol nr. 1 betreffende de regelingen die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Jordanië van toepassing zijn,

Protocol nr. 2 betreffende de regelingen die bij de invoer in Jordanië van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn,

Protocol nr. 3 betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 4 betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Jordanië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 28 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 51 en 52 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom (artikel 56 en bijlage VII)

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 62 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende gedecentraliseerde samenwerking

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Titel VII van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 101 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende werknemers

Gemeenschappelijke verklaring betreffende samenwerking ten behoeve van preventie van en de controle op illegale immigratie

Gemeenschappelijke verklaring inzake de bescherming van gegevens

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Prinsdom Andorra

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Jordanië hebben eveneens kennis genomen van de overeenkomsten in de vorm van een briefwisseling die bij deze Slotakte zijn gevoegd:

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Jordanië betreffende de invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van onderverdeling 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief.

GEDAAN te Brussel, de vierentwintigste november negentienhonderd zevenennegentig.

Gemeenschappelijke Verklaringen

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende Artikel 28

Teneinde, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Cannes en de Conferentie van Barcelona, de geleidelijke totstandkoming van een totale Europees-mediterrane vrijhandelszone te bevorderen,

  • komen de Partijen overeen in Protocol nr. 3 inzake de definitie van het begrip „producten van oorsprong”, te voorzien in de tenuitvoerlegging van diagonale cumulatie vóór de vrijhandelsovereenkomsten tussen landen in het Middellandse-Zeegebied worden gesloten en in werking treden;

  • bevestigen de Partijen opnieuw dat zij de oorsprongsregels in de gehele Europees-mediterrane vrijhandelszone wensen te harmoniseren. De Associatieraad neemt indien nodig maatregelen tot herziening van het Protocol met het oog op de verwezenlijking van deze doelstelling.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende de artikelen 51 en 52

Indien zich voor Jordanië tijdens de geleidelijke tenuitvoerlegging van de Overeenkomst ernstige problemen in verband met de betalingsbalans voordoen, kunnen Jordanië en de Gemeenschap overleg voeren over de meest geschikte middelen en modaliteiten om Jordanië te helpen deze problemen het hoofd te bieden.

Deze besprekingen vinden plaats in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom (artikel 56 en bijlage VII)

De Partijen komen overeen dat, in het kader van de Overeenkomst, intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, fabrieks- en handelsmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 onder a), van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967) en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie inzake knowhow.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende artikel 62

De Partijen bevestigen opnieuw dat zij het vredesproces in het Midden-Oosten wensen te bevorderen en dat zij menen dat de vrede door middel van regionale samenwerking moet worden geconsolideerd. De Gemeenschap is bereid steun te verlenen aan door Jordanië en andere Partijen in de regio voorgestelde gezamenlijke ontwikkelingsprojecten, behoudens de desbetreffende technische en budgettaire procedures van de Gemeenschap.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende gedecentraliseerde samenwerking

De Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan programma's voor gedecentraliseerde samenwerking als middel ter bevordering van de uitwisseling van ervaring en de overdracht van kennis in het Middellandse-Zeegebied en tussen de Europese Gemeenschap en haar partners.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende titel VII

De Gemeenschap en Jordanië nemen passende maatregelen, door middel van technische en financiële steun, om te bevorderen dat het Jordaanse bedrijfsleven bestaande faciliteiten moderniseert en nieuwe faciliteiten opzet, en het daarbij bij te staan.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende artikel 101

  • 1.

    De Partijen komen overeen dat met het oog op de correcte interpretatie en de praktische toepassing van de Overeenkomst onder de in artikel 101 van de Overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan: gevallen van ernstige schending van de Overeenkomst door een der Partijen. Een ernstige schending van de Overeenkomst bestaat in:

    • verwerping van de Overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht;

    • schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de Overeenkomst.

  • 2.

    De Partijen komen overeen dat de in artikel 101 genoemde „passende maatregelen” bestaan uit maatregelen die zijn genomen overeenkomstig het internationale recht. Indien een der Partijen in een bijzonder dringend geval een maatregel neemt uit hoofde van artikel 101, kan de andere Partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende werknemers

De Partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan billijke behandeling van buitenlandse werknemers die legaal op hun grondgebied verblijven en werkzaam zijn. De lidstaten bevestigen dat zij bereid zijn op verzoek van Jordanië onderhandelingen in overweging te nemen over de sluiting van bilaterale wederzijdse overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden voor en sociale-zekerheidsrechten van werknemers uit Jordanië en de lidstaten die legaal verblijven en werkzaam zijn op hun grondgebied.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende samenwerking ten behoeve van de preventie van en de controle op illegale immigratie

  • 1.

    De Partijen komen overeen samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en te controleren. Hiertoe stemmen beide Partijen ermee in hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere Partij verblijven op verzoek van de laatstgenoemde zonder verdere formaliteiten terug te nemen. Tevens verstrekken de Partijen hun onderdanen hiertoe de nodige identiteitsdocumenten.

    Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft is deze verplichting uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die voor gemeenschapsdoeleinden als hun onderdanen moeten worden beschouwd, overeenkomstig Verklaring nr. 2 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie.

  • 2.

    Elke partij stemt ermee in op verzoek van de andere Partij bilaterale overeenkomsten te sluiten waarbij specifieke verplichtingen inzake de samenwerking ten behoeve van de preventie van en de controle op illegale immigratie worden geregeld, waaronder de verplichting tot terugname van onderdanen van andere staten en stateloze personen die het grondgebied van de ene Partij zijn binnengekomen vanuit het grondgebied van de andere Partij.

  • 3.

    De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen voor de preventie van en de controle op illegale immigratie kunnen worden genomen.

  • 4.

    Niets in de tenuitvoerlegging van deze gezamenlijke verklaring mag zo worden opgevat dat het ertoe leidt dat de respectieve verplichtingen die elke Partij op grond van de overeengekomen normen inzake de mensenrechten is aangegaan, worden doorkruist of beperkt.

Gezamenlijke Verklaring inzake de bescherming van gegevens

De Partijen komen overeen dat de bescherming van gegevens zal worden gegarandeerd op alle gebieden waar de uitwisseling van persoonsgegevens wordt overwogen.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende het Prinsdom Andorra

  • 1.

    Producten van oorsprong uit het Prinsdom Andorra die onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld, worden door Jordanië aanvaard als zijnde van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.

  • 2.

    Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.

Gemeenschappelijke Verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Jordanië aanvaard als zijnde van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze Overeenkomst.

  • 2.

    Protocol 3 is van overeenkomstige toepassing bij het bepalen van de oorsprong van de hierboven vermelde producten.

Overeenkomst in de vorm van een Briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Jordanië betreffende de invoer in de gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van onderverdeling 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief

Vervallen

Protocol

Ligt ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en is gepubliceerd in PbEU L 117 van 27 april 2013, blz. 2-5.