Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

De Bondsrepubliek Duitsland

Het Koninkrijk België

De Franse Republiek

Het Groothertogdom Luxemburg

Het Koninkrijk der Nederlanden

De Zwitserse Bondsstaat

overwegende dat het voorkomen van afval alsmede de verzameling, afgifte en inname van afval ter verwerking en verwijdering vanwege de bescherming van het milieu, alsmede vanwege de veiligheid en gezondheid van scheepspersoneel en verkeersdeelnemers, voor de binnenvaart en de daarmee samenhangende bedrijfstakken een vereiste is en dat zij daartoe een versterkte bijdrage willen leveren,

in de overtuiging dat daartoe internationaal afgestemde, uniforme regelingen getroffen moeten worden, om concurrentievervalsing te voorkomen,

voorts ervan overtuigd dat de verzameling, afgifte, inname en verwijdering van scheepsafval op basis van het beginsel „de vervuiler betaalt” gefinancierd moet worden,

constaterende dat in het bijzonder de heffing van een internationaal uniform vastgestelde bijdrage, gebaseerd op de aan de binnenvaart verkochte hoeveelheid gasolie voor de inname en verwijdering van olie- en vethoudende scheepsbedrijfsafvalstoffen, het beginsel van douane- en belastingvrijdom in de Rijnoeverstaten en in België, zoals neergelegd in de Overeenkomst van 16 mei 1952 betreffende het douane- en belastingregime voor gasolie, die in de Rijnvaart als boordvoorraad wordt verbruikt, niet schendt,

wensende dat andere staten waarvan de voor de binnenvaart openstaande vaarwegen in verbinding staan met die van de Verdragsluitende Staten, toetreden tot dit Verdrag,

zijn het volgende overeengekomen:

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsbepalingen

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a)

    „scheepsafval”: de in de onderdelen b tot en met f nader bepaalde stoffen of voorwerpen, waarvan de bezitter zich ontdoet, wil ontdoen dan wel moet ontdoen;

  • b)

    „scheepsbedrijfsafval”: afval en afvalwater, dat bij het in bedrijf zijn en het onderhoud van het vaartuig aan boord ontstaat. Hieronder valt het olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval en het overige scheepsbedrijfsafval;

  • c)

    „olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval”: afgewerkte olie, bilgewater, en overig olie- en vethoudend afval, zoals afgewerkt vet, gebruikte filters, gebruikte poetslappen, vaten en verpakkingsmateriaal van dit afval;

  • d)

    „bilgewater”: oliehoudend water uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand;

  • e)

    „overig scheepsbedrijfsafval”: huishoudelijk afvalwater, huisvuil, zuiveringsslib, slops en klein gevaarlijk afval, bedoeld in Deel C van de Uitvoeringsregeling;

  • f.

    „afval van de lading”: afval en afvalwater, dat in verband met de lading aan boord van het schip ontstaat. Hiertoe behoren niet de restlading, dampen en overslagresten, bedoeld in Deel B van de Uitvoeringsregeling;

  • ff.

    „dampen”: gasvormige uit vloeibare lading vervluchtigende verbindingen (gasvormige restanten van vloeibare lading);

  • g)

    „schip”: een binnenschip, zeeschip of drijvend werktuig;

  • h)

    „passagiersschip”: een voor het vervoer van passagiers gebouwd en ingericht schip;

  • i)

    „zeeschip”: een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe is bestemd;

  • j.

    „ontvangstinrichting”: een vaste of mobiele inrichting, door de bevoegde autoriteiten toegelaten voor het in ontvangst nemen van scheepsafval of dampen;

  • k)

    „schipper”: degene onder wiens leiding het schip staat;

  • l)

    „gemotoriseerd schip”: een schip waarvan de hoofd- of hulpmotoren, met uitzondering van ankerlieren, verbrandingsmotoren zijn;

  • m)

    „gasolie”: van douanerechten en andere belastingen vrijgestelde brandstof voor binnenschepen;

  • n)

    „bunkerbedrijf”: bedrijf waarvan schepen gasolie betrekken;

  • nn.

    „exploitant van de ontvangstinrichting”: degene die beroepsmatig een ontvangstinrichting exploiteert;

  • o.

    „exploitant van de overslaginstallatie”: degene die beroepsmatig het laden en lossen van schepen uitvoert;

  • p.

    „verlader”: degene die de vervoersopdracht heeft verleend;

  • q.

    „vervoerder”: degene die zich beroepsmatig tot het vervoer van goederen verbindt;

  • r.

    „ladingontvanger”: degene die gerechtigd is de goederen in ontvangst te nemen;

  • s.

    „uitstoten van dampen”: elk afblazen van dampen uit een gesloten ladingtank met uitzondering van het ontspannen van de tank om de luiken te openen en om de dampconcentratie te meten alsmede bij het inschakelen van de veiligheidsventielen.

Artikel

2

Geografisch toepassingsgebied

Dit Verdrag is van toepassing op de in Bijlage 1 genoemde vaarwegen.

BIJZONDERE BEPALINGEN

VERPLICHTINGEN VAN DE STATEN

Artikel

3

Verbod tot inbrengen, lozen en uitstoten

Artikel

4

Ontvangstinrichtingen

Artikel

5

Grondslag van de financiering

De Verdragsluitende Staten voeren een uniforme financieringswijze in voor de inname en verwijdering van scheepsafval.

Artikel

6

Financiering van de inname en verwijdering van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval

Artikel

7

Financiering van de inname en verwijdering van overig scheepsbedrijfsafval

Artikel

8

Financiering van het nalossen, het wassen, het ontgassen alsmede de inname en verwijdering van afval van de lading

Artikel

9

Nationaal instituut

Artikel

10

Internationale financiële verevening – Internationaal verevenings- en coördinatieorgaan

VERPLICHTINGEN EN RECHTEN VAN DE BETROKKENEN

Artikel

11

Algemene zorgplicht

De schipper, de overige bemanning en andere personen aan boord, de verlader, de vervoerder, de ladingontvanger, de exploitanten van overslaginstallaties, alsmede de exploitanten van ontvangstinrichtingen moeten de door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid betrachten om verontreiniging van de vaarwegen en de atmosfeer te voorkomen, de hoeveelheid scheepsafval zo gering mogelijk te houden en vermenging van verschillende afvalsoorten zo veel mogelijk te voorkomen.

Artikel

12

Verplichtingen en rechten van de schipper

Artikel

13

Verplichtingen van de vervoerder, de verlader en de ladingontvanger alsmede van de exploitanten van overslaginstallaties en ontvangstinrichtingen

De vervoerder, de verlader, de ladingontvanger, alsmede de exploitanten van overslaginstallaties en ontvangstinrichtingen dienen ieder hun verplichtingen overeenkomstig de Uitvoeringsregeling na te komen. Zij kunnen voor de naleving van hun verplichtingen een beroep op een derde doen.

CONFERENTIE DER VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN

Artikel

14

Organisatie en bevoegdheid

Artikel

15

Secretariaat

Ter uitvoering van dit Verdrag wordt het Secretariaat van de Conferentie der Verdragsluitende Partijen gevoerd door het Secretariaat van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.

SANCTIES

Artikel

16

Sancties

De Verdragsluitende Staten vervolgen de op hun grondgebied begane overtredingen van de in dit Verdrag en zijn Uitvoeringsregeling vastgelegde ge- en verboden overeenkomstig de desbetreffende nationale regelingen.

SLOTBEPALINGEN

Artikel

17

Ondertekening, bekrachtiging, toetreding

Artikel

18

Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na nederlegging van de laatste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door de ondertekenende Staten. Het treedt voor elke andere Verdragsluitende Partij in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de nederlegging van de akte van toetreding door die Verdragsluitende Partij.

Artikel

19

Wijzigingen van het Verdrag en de bijlagen daarbij

Artikel

20

Opzegging

Artikel

21

Depositaris

Artikel

22

Talen

Dit Verdrag is opgesteld in een enkel origineel exemplaar in de Nederlandse, Duitse en Franse taal, zijnde elke tekst gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE waarvan de hiertoe naar behoren gemachtigde ondertekenaars dit Verdrag hebben ondertekend,

GEDAAN te Straatsburg, op 9 september 1996.

Bijlage

1

Behorende bij het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

Vaarwegen als bedoeld in artikel 2

Duitsland:

Alle voor het openbaar verkeer openstaande binnenvaarwegen, met uitzondering van het Duitse gedeelte van het Bodenmeer en het gedeelte van de Rijn boven Rheinfelden.

België:

Alle voor de binnenvaart openstaande wateren.

Frankrijk:

Deel A van de Uitvoeringsregeling: Rijn, gekanaliseerde Moezel tot Metz (km 298,5).

Delen B en C van de Uitvoeringsregeling: Rijn, gekanaliseerde Moezel tot Neuves-Maisons (km 392,45), kanaal Niffer-Mulhouse, het kanaal tussen de sluis van Pont Malin (km 0,0) en de Frans-Belgische grens (km 36,561), het kanaal bestemd voor grote schepen, tussen de sluis van Pont Malin (km 0,0) en de sluis van Mardyck (km 143,075), het kanaal tussen Bauvin (km 0,0) en de Frans-Belgische grens (km 33,850).

Groothertogdom Luxemburg:

Moezel

Nederland:

Alle voor de binnenvaart openstaande wateren.

Zwitserland:

Rijn tussen Basel en Rheinfelden.

Bijlage

2

Behorende bij het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart

Uitvoeringsregeling

Uitvoeringsregeling

Deel A

Verzameling, afgifte en inname van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval.

Deel B

Verzameling, afgifte en inname van afval van de lading.

Deel C

Verzameling, afgifte en inname van overig scheepsbedrijfsafval.

Deel D

Overgangsbepalingen en afwijkingen.

Aanhangsels

I.

Model voor het olie-afgifteboekje.

II.

Eisen aan het nalenssysteem.

III.

Losstandaarden en afgifte- en innamevoorschriften voor het toestaan van lozing van waswater, regenwater en ballastwater met ladingrestanten.

IIIa.

Ontgassingsstandaarden.

IV.

Model voor een losverklaring.

V.

Grens- en controlewaarden voor boordzuiveringsinstallaties van passagiersschepen.

DEEL

A

VERZAMELING, AFGIFTE EN INNAME VAN OLIE- EN VETHOUDEND SCHEEPSBEDRIJFSAFVAL

HOOFDSTUK

I

VERPLICHTINGEN VAN DE ONTVANGSTINRICHTING

Artikel

1.01

Bevestiging van afgifte

De exploitanten van ontvangstinrichtingen tekenen de afgifte van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval door een schip aan in het olieafgifteboekje, overeenkomstig het model in Aanhangsel I.

HOOFDSTUK

II

VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

Artikel

2.01

Verbod van inbrenging en lozing

Artikel

2.02

Verzameling en behandeling aan boord

Artikel

2.03

Olie-afgifteboekje, afgifte aan ontvangstinrichtingen

HOOFDSTUK

III

ORGANISATIE EN FINANCIERING VAN DE VERWIJDERING VAN OLIE- EN VETHOUDEND SCHEEPSBEDRIJFSAFVAL

Artikel

3.01

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a)

    „exploitant van het schip”: de natuurlijke of rechtspersoon die opkomt voor de lopende uitgaven in verband met de exploitatie van het schip en met name voor de aanschaf van de gebruikte brandstof, en bij ontstentenis, de eigenaar van het schip;

  • b)

    „SPE-CDNI”: elektronisch betalingssysteem dat rekeningen (ECO-rekeningen), ECO-ID's en een applicatie bestemd voor het betalen van de verwijderingsbijdrage omvat;

  • c)

    „ECO-rekening”: een rekening bij een nationaal instituut, op naam gesteld van de exploitant van het schip, bestemd voor het voldoen van de verwijderingsbijdrage zoals bedoeld in artikel 3.03;

  • d)

    „ECO-ID”: een uniek identificatienummer gekoppeld aan een schip en aan een bijbehorende ECO-rekening van de exploitant van het schip dat toegang geeft tot rechtmatig gebruik van de applicatie;

  • e)

    „Applicatie”: een softwareapplicatie die bestemd is voor het betalen van de verwijderingsbijdrage en beschikbaar is als toepassing via een mobiel apparaat of via een internetwebsite en bedoeld is voor:

    • het generen en tonen van de 2D-barcode die het ECO-ID bevat,

    • het initiëren van een transactie voor de verwijderingsbijdrage door het bunkerbedrijf, en

    • het accorderen van het betalen van de verwijderingsbijdrage door de schipper of de exploitant van het schip;

  • f)

    „2D-barcode”: een unieke streepjescode, bedoeld om identificatie mogelijk te maken. Een 2D-barcode kan getoond worden op een smartphone, tablet, PC of analoog afgedrukt zijn.

Artikel

3.02

Nationaal instituut

Het nationale instituut heft de verwijderingsbijdrage en legt aan het internationale verevenings- en coördinatieorgaan voorstellen voor ter vaststelling van het vereiste nationale net van ontvangstinrichtingen. Het instituut heeft voorts in het bijzonder de taak, op internationaal eenvormige wijze, regelmatig de hoeveelheden verwijderd olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval, alsmede het totaal van de geheven verwijderingsbijdragen te registreren. Het nationale instituut of de bevoegde autoriteit ziet toe op de verwijderingskosten. Het nationale instituut is vertegenwoordigd in het internationale verevenings- en coördinatieorgaan en dient met name de door dit orgaan vastgestelde voorlopige en definitieve vereveningsbedragen op het daartoe vastgestelde tijdstip aan de andere nationale instituten af te dragen.

Artikel

3.03

Heffing van de verwijderingsbijdrage

Artikel

3.04

Controle van de heffing van de verwijderingsbijdrage en van de kosten van inname en verwijdering

HOOFDSTUK

IV

INTERNATIONALE FINANCIËLE VEREVENING

Artikel

4.01

Internationaal verevenings- en coördinatieorgaan

Artikel

4.02

Voorlopige financiële verevening

Artikel

4.03

Jaarlijkse financiële verevening

Artikel

4.04

Procedure van financiële verevening

DEEL

B

VERZAMELING, AFGIFTE EN INNAME VAN AFVAL VAN DE LADING

HOOFDSTUK

V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

5.01

Begripsbepalingen

Gewijzigd door Besluiten CDNI 2016-I-5 en CDNI 2017-I-4

In dit deel wordt verstaan onder:

  • a.

    eenheidstransporten”: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van het schip aantoonbaar dezelfde lading, waarvan het transport geen voorafgaand reinigen of ontgassen van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd;

  • aa.

    verenigbare transporten”: transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen in het laadruim of de ladingtank van het schip aantoonbaar een lading, waarvan het transport geen voorafgaand wassen of ontgassen van het laadruim of de ladingtank vereist, wordt vervoerd;

  • b.

    restlading”: vloeibare lading die na het lossen, zonder gebruikmaking van een nalenssysteem in de ladingtank en in het leidingsysteem achterblijft, alsmede droge lading die na het lossen zonder gebruikmaking van bezems, veegmachines of vacuümreinigers in het laadruim achterblijft;

  • c.

    ladingrestanten”: vloeibare lading die niet door het nalenssysteem uit de ladingtank en het leidingsysteem verwijderd kan worden, alsmede droge lading die niet door gebruikmaking van veegmachines, bezems of vacuümreinigers uit het laadruim verwijderd kan worden;

  • d.

    nalenssysteem”: systeem voor het zo volledig mogelijk legen van de ladingtanks en het leidingsysteem, overeenkomstig Aanhangsel II, waarbij slechts de niet lensbare ladingrestanten achterblijven;

  • e.

    overslagresten”: lading die bij de overslag buiten het laadruim op het schip terechtkomt;

  • f.

    bezemschoon laadruim”: laadruim waaruit de restlading is verwijderd met behulp van reinigingsapparaten, zoals bezems en veegmachines, doch zonder gebruikmaking van zuigende of spoelende apparaten, en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden;

  • g.

    nagelensde ladingtank”: ladingtank waaruit de restlading met behulp van een nalenssysteem is verwijderd en waarin zich nog slechts ladingrestanten bevinden;

  • h.

    vacuümschoon laadruim”: laadruim waaruit de restlading door middel van afzuiging is verwijderd en waarin zich beduidend minder ladingrestanten bevinden dan in een bezemschoon laadruim;

  • i.

    nalossen”: het verwijderen van restlading uit de laadruimen, ladingtanks en leidingsystemen met behulp van daartoe geschikte middelen (bijv. bezems, veegmachines, afzuiging, nalenssysteem), waardoor de losstandaard:

    “bezemschoon laadruim” of

    “vacuümschoon laadruim”of

    “nagelensde ladingtank”

    wordt verkregen, alsmede het verwijderen van overslagresten en verpakkings- en stuwmateriaal;

  • j.

    wassen”: het verwijderen van ladingrestanten uit een bezemschoon of een vacuümschoon laadruim dan wel uit een nagelensde ladingtank door middel van gebruik van stoom of water;

  • k.

    wasschoon laadruim of wasschone ladingtank”: een laadruim dat of een ladingtank die na het wassen in beginsel voor elke soort lading geschikt is;

  • l.

    waswater”: water dat gebruikt is bij het wassen van een bezemschoon of vacuümschoon laadruim dan wel een nagelensde ladingtank. Hiertoe wordt eveneens gerekend het ballastwater en regenwater dat uit deze laadruimen of ladingtanks komt;

  • m.

    ontgassen”: het verwijderen van dampen overeenkomstig Aanhangsel IIIa uit een nagelensde ladingtank bij een ontvangstinrichting door gebruik te maken van hiervoor geschikte procedures en technieken;

  • n.

    ventileren”: de rechtstreekse afgifte van dampen uit de ladingtank aan de atmosfeer;

  • o.

    ontgaste of geventileerde ladingtank”: een ladingtank waaruit de dampen overeenkomstig de ontgassingsstandaarden van Aanhangsel IIIa zijn verwijderd.

Artikel

5.02

Verplichting van de Verdragsluitende Staten

Gewijzigd door Besluit CDNI 2017-I-4

De Verdragsluitende Staten verplichten zich ertoe om infrastructurele en andere voorzieningen voor de afgifte en inname van restlading, overslagresten, ladingrestanten, waswater en dampen tot stand te brengen dan wel te laten brengen.

Artikel

5.03

Zeeschepen

Gewijzigd door Besluit CDNI 2020-II-3

Dit Deel B geldt niet voor het laden en lossen van zeeschepen

Artikel

5.04

Toepassing van Deel B op dampen

Ingevoegt door Besluit CDNI 2017-I-4

HOOFDSTUK

VI

VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

Artikel

6.01

Verbod tot inbrengen, lozen en uitstoten

Gewijzigd door Besluiten CDNI 2017-I-4 en CDNI 2018-II-5

Artikel

6.02

Overgangsbepalingen

Vervallen

Artikel

6.03

Losverklaring

Gewijzigd door Besluiten CDNI 2012-I-2, CDNI 2021-I-5, CDNI 2023-I-5 en CDNI 2023-II-6

HOOFDSTUK

VII

VERPLICHTINGEN VAN DE VERVOERDER, DE VERLADER, DE LADINGONTVANGER EN DE EXPLOITANT VAN DE OVERSLAGINSTALLATIE

Artikel

7.01

Bevestiging van de inname

Gewijzigd door Besluiten CDNI 2017-I-4 en CDNI 2017-I-5

Artikel

7.02

Beschikbaarstelling van het schip

Gewijzigd door Besluiten CDNI 2015-II-3 en 2017-I-4

Artikel

7.03

Laden en lossen

Gewijzigd door Besluit 2017-I-4

Artikel

7.04

4) Zie Besluit CDNI 2016-I-4. Oplevering van het schip

Gewijzigd door Besluit CDNI 2016-I-5, CDNI 2017-I-4, CDNI 2023-I-5 en CDNI 2023-II-5

Artikel

7.05

Ladingrestanten en waswater

Gewijzigd door Besluit 2017-I-4

Artikel

7.06

Kosten

Gewijzigd door Besluit 2017-I-4

Artikel

7.07

Overeenkomst tussen de verlader en de ladingontvanger

Verlader en ladingontvanger kunnen onderling ook een verdeling van hun verplichtingen overeenkomen, die afwijkt van de in deze bijlage beschreven verdeling van verplichtingen, zonder dat dit gevolgen mag hebben voor de vervoerder.

Artikel

7.08

Overgang van rechten en verplichtingen van de verlader of de ladingontvanger op de exploitant van de overslaginstallatie

Indien de verlader of de ladingontvanger bij het laden of het lossen van het schip gebruik maakt van een overslaginstallatie, gaan de rechten en verplichtingen van de verlader of de ladingontvanger, zoals neergelegd in de artikelen 7.01, eerste lid, alsmede 7.03, 7.04 en 7.05, over op de exploitant van de overslaginstallatie. Met betrekking tot de kosten bedoeld in artikel 7.06 geldt dit slechts voor de verwijdering en inname van de overslagresten.

Artikel

7.09

Vervoersdocumenten

Gewijzigd door Besluit CDNI 2023-I-5

De verlader vermeldt in de vervoersovereenkomst en vervoersdocumenten de volgende informatie:

  • de naam en het viercijferige nummer overeenkomstig Aanhangsel III van elke goederensoort die hij voor vervoer heeft aangeboden en,

  • het UN-nummer overeenkomstig Aanhangsel IIIa en,

  • de variabele AVFL-waarde (afhankelijk van de samenstelling van het mengsel) indien deze niet is vermeld in kolom 3 van de tabellen I tot en met III van Aanhangsel IIIa.

DEEL

C

VERZAMELING, AFGIFTE EN INNAME VAN OVERIG SCHEEPSBEDRIJFSAFVAL

HOOFDSTUK

VIII

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

8.01

Begripsbepalingen

In dit deel wordt verstaan onder:

  • a)

    „huishoudelijk afvalwater”: afvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, alsmede toiletwater;

  • b)

    „huisvuil”: organisch en anorganisch afval afkomstig uit het huishouden en van restaurants, echter zonder bestanddelen van het overig gedefinieerde scheepsbedrijfsafval;

  • c)

    „zuiveringsslib”: restanten, die bij gebruik van een zuiveringsinstallatie aan boord van het schip ontstaan;

  • d)

    „slops”: verpompbaar of niet verpompbaar mengsel bestaande uit ladingrestanten met waswaterrestanten, roest of slib;

  • e)

    „klein gevaarlijk afval”: scheepsbedrijfsafval, met uitzondering van het olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval en de in de onderdelen a tot en met d genoemde afvalsoorten;

  • f)

    „hotelschip”: een passagiersschip met hutten voor de overnachting van passagiers.

Artikel

8.02

Verplichtingen van de Verdragsluitende Staten

HOOFDSTUK

IX

VERPLICHTINGEN VAN DE SCHIPPER

Artikel

9.01

Verbod tot inbrengen en lozen

Artikel

9.02

Afwijkingen van het lozingsverbod voor huishoudelijk afvalwater

De Verdragsluitende Staten kunnen voor schepen als bedoeld in artikel 9.01, derde lid, voor welke de nakoming van het lozingsverbod voor huishoudelijk afvalwater praktisch moeilijk uitvoerbaar is of onredelijk hoge kosten met zich meebrengt, een passend regime voor uitzonderingsmogelijkheden overeenkomen en de voorwaarden vastleggen waaronder deze uitzonderingen als gelijkwaardig kunnen worden aangemerkt.

Artikel

9.03

Verzameling en behandeling aan boord, afgifte aan ontvangstinrichtingen

HOOFDSTUK

X

VERPLICHTINGEN VAN DE EXPLOITANT VAN DE ONTVANGSTINRICHTING

Artikel

10.01

Inname door de ontvangstinrichtingen

DEEL

D

OVERGANGSBEPALINGEN EN AFWIJKINGEN

HOOFDSTUK

XI

OVERGANGSBEPALINGEN EN AFWIJKINGEN

Artikel

11.01

Overgangsbepalingen

Voor de toepassing van de bepalingen van deze bijlage die het gevolg zijn van de wijziging van het Verdrag om er het verbod tot het uitstoten van dampen in de atmosfeer in op te nemen gelden volgende overgangsbepalingen:

  • a)

    voor de dampen van de goederen vermeld in de tabel I in Aanhangsel IIIa geldt het verbod met ingang van de datum van in werking treden van de wijziging vastgesteld overeenkomstig artikel 19, vierde lid, van het Verdrag;

  • b)

    voor de dampen van de goederen vermeld in de tabel II in Aanhangsel IIIa geldt het verbod na een periode van twee jaar na de in onderdeel a vermelde datum;

  • c)

    voor de dampen van de goederen vermeld in de tabel III in Aanhangsel IIIa geldt het verbod na een periode van drie jaar na de in onderdeel a vermelde datum1)Mits uit een evaluatie uitgevoerd vanaf de in onderdeel a vermelde datum kan worden geconcludeerd dat dit geen problemen oplevert. In het tegengestelde geval geldt het verbod na een periode van vier jaar na de in onderdeel a vermelde datum..

Artikel

11.02

Afwijkingen

De Verdragsluitende Partijen kunnen in individuele gevallen afwijkingen van de bepalingen van deze bijlage overeenkomen mits deze als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. De afwijkingen moeten door de Conferentie van Verdragsluitende Partijen worden goedgekeurd en kunnen voor het vastgelegde toepassingsgebied en onder de vastgestelde voorwaarden door de bevoegde autoriteiten met onmiddellijke ingang worden toegestaan.

Aanhangsel

I

Behorende bij de Uitvoeringsregeling

Model voor het olie-afgifteboekje

OLIE-AFGIFTEBOEKJE * geldig vanaf 1 december 2019. Reeds gedrukte formulieren van de modellen voor het olie-afgifteboekje kunnen verder worden gebruikt tot de voorraden zijn uitgeput.

Bladzijde 1

Volgnummer: ....................

..............................

Aard van het schip

.................................................

Naam van het schip

Uniek Europees scheepsidentificatienummer:

..........................

Plaats van afgifte:

...........................

Datum van afgifte:

...........................

Dit boekje telt

...... bladzijden.

Stempel en ondertekening van de autoriteit die het boekje heeft afgegeven

...........................

Bladzijde 2

Afgifte van het olie-afgifteboekje

Het eerste olie-afgifteboekje, daartoe op bladzijde 1 voorzien van het volgnummer 1, wordt door een bevoegde autoriteit op vertoon van het geldige certificaat van onderzoek of van een gelijkwaardig erkend bewijs afgegeven. Deze autoriteit vult tevens de gegevens op bladzijde 1 in.

Alle volgende olie-afgifteboekjes worden door een bevoegde autoriteit afgegeven nadat deze daarop het aansluitende volgnummer heeft aangebracht. Ieder volgend olie-afgifteboekje mag echter slechts na overleggen van het vorige boekje worden afgegeven. Het vorige boekje wordt op onuitwisbare wijze als „ongeldig” gemerkt. Na het verkrijgen van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande boekje gedurende ten minste zes maanden na de laatste daarin vermelde datum van afgifte aan boord worden bewaard.

Bladzijde 3 en volgende

1. Geaccepteerde olie- en vethoudende scheepsbedrijfsafvalstoffen:

1.1 afgewerkte olie

........................ l

1.2 Bilgewater van

  • machinekamer achter

  • machinekamer voor

  • andere ruimten

  • ........................ l

  • ........................ l

  • ........................ l

1.3 Overige olie- of vethoudende afvalstoffen:

  • gebruikte poetslappen

  • afgewerkt vet

  • gebruikte filter

  • verpakkingen

  • ................kg

  • .............kg

  • ..............stuk

  • .................stuk

2. Opmerkingen:

2.1 niet geaccepteerd afval ..........................................................................................................................................................................................................................................................

2.2 overige opmerkingen: ...................................................................................................................................................................................

Plaats ......................................................

Datum .....................................................

Ondertekening en stempel van de ontvangstinrichting

.........................................

______________

Aanhangsel

II

Behorende bij de Uitvoeringsregeling (Artikel 5.01, onderdeel d)

Eisen aan het nalenssysteem

  • 1.

    Het nalenssysteem moet vast op het schip geïnstalleerd zijn.

  • 2.

    De walaansluiting van de laad- en losleiding, waarmee geladen of gelost wordt, moet voorzien zijn van een inrichting voor de afgifte van restlading overeenkomstig model 1.

  • 3.

    Het nalenssysteem moet voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel door een door de bevoegde autoriteiten toegelaten onderzoeksbureau worden beproefd. Beproeving en vaststelling van de resthoeveelheden moeten geschieden overeenkomstig model 2. Wordt het systeem later omgebouwd dan dient voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd te worden. De volgende resthoeveelheden mogen niet worden overschreden:

    • i.

      bij dubbelwandige schepen:

      • a.

        5 liter gemiddeld per ladingtank;

      • b.

        15 liter per pijpleidingsysteem;

    • ii.

      bij enkelwandige schepen:

      • a.

        20 liter gemiddeld per ladingtank;

      • b.

        15 liter per leidingsysteem.

De als uitkomst van de beproeving van het nalenssysteem vastgestelde resthoeveelheden moeten in het bewijs overeenkomstig model 3 worden vermeld. Dit bewijs moet aan boord van het schip worden meegevoerd.

Aanhangsel

II

Model 1

Inrichting voor de afgifte van resthoeveelheden

  • 1.

    Aansluiting voor de afgifte van resthoeveelheden. Aansluiting conform CEFIC.

  • 2.

    Aansluiting voor de walinstallatie om de resthoeveelheden door middel van gas aan land te persen. Aansluiting conform CEFIC.

Aanhangsel

II

Model 2

Beproeving van het nalenssysteem

  • 1.

    Voor de aanvang van de beproeving moeten de ladingtanks en de bijbehorende pijpleidingen schoon zijn. De ladingtanks moeten zonder risico betreden kunnen worden.

  • 2.

    Tijdens de beproeving mogen slagzij en trim van het schip niet boven de normale operationele waarden liggen.

  • 3.

    Tijdens de beproeving moet een tegendruk worden gegarandeerd van ten minste 300 kPa (3 bar) ter plaatse van de inrichting voor de afgifte aan de losleiding.

  • 4.

    De beproeving moet inhouden:

    • a)

      het met water vullen van de ladingtank totdat de zuigmond in de ladingtank onder water staat;

    • b)

      het leeg pompen en het met behulp van het nalenssysteem ledigen van de ladingtanks en de bijbehorende pijpleidingen;

    • c)

      het op de volgende plaatsen verzamelen van waterrestanten:

      • in de nabijheid van de zuigmond;

      • op de bodem van de ladingtank waarop water is achtergebleven;

      • op het laagste punt van de lospomp;

      • op alle laagste punten van de bijbehorende pijpleidingen tot aan de inrichting voor de afgifte.

  • 5.

    De hoeveelheid, overeenkomstig punt 4, onder c, verzameld water moet nauwkeurig worden vastgesteld en in de verklaring van de beproeving van het nalenssysteem overeenkomstig model 3 worden vermeld.

  • 6.

    De bevoegde autoriteit of het erkende classificatiebureau moet alle voor de beproeving vereiste operationele handelingen in de verklaring van de beproeving vastleggen. Deze verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten:

    • trim van het schip tijdens de beproeving;

    • slagzij van het schip tijdens de beproeving;

    • volgorde waarin de ladingtanks gelost werden;

    • tegendruk aan de inrichting voor de afgifte;

    • resthoeveelheid per ladingtank;

    • resthoeveelheid per pijpleidingsysteem;

    • duur van het nalenzen;

    • ingevuld ladingtankplan.

Aanhangsel

II

Model 3

Verklaring inzake de beproeving van het nalenssysteem

Aanhangsel

III

van de Uitvoeringsregeling

Losstandaarden en afgifte-/innamevoorschriften met betrekking tot het geoorloofd lozen van waswater1)Aanwijzing met betrekking tot de toepassing van de losstandaarden: tot het waswater hoort ook het regen- of ballastwater dat uit het laadruim of de ladingtank afkomstig is (zie de definitie in artikel 5.01, onderdeel l). met ladingrestanten

(Versie 2018)

Aanwijzingen voor de toepassing van de tabel

Voor het lozen van waswater2)Aanwijzing met betrekking tot de toepassing van de losstandaarden: tot het waswater hoort ook het regen- of ballastwater dat uit het laadruim of de ladingtank afkomstig is (zie de definitie in artikel 5.01, onderdeel l). met ladingrestanten uit laadruimen of ladingtanks die voldoen aan de gedefinieerde losstandaarden in artikel 5.01 van Deel B van de Uitvoeringsregeling, worden in de volgende tabel, afhankelijk van de soort lading en de losstandaard van de laadruimen en ladingtanks, de afgifte-/innamevoorschriften aangegeven. De kolommen in de tabel hebben de volgende betekenis:

  • 1.

    Kolom 1: vermeldt het goederennummer volgens NSTR (goederennaamlijst voor de vervoersstatistiek) met een beperkte wijziging in de toewijzing van stoffen aan het goederennummer op grond van de chemische kwaliteit en de milieurisicobeoordeling.

  • 2.

    Kolom 2: aard van de goederen, omschrijving volgens NSTR met enkele verwisselingen op grond van de chemische kwaliteit en de milieurisicobeoordeling.

  • 3.

    Kolom 3: lozing van waswater in het water toegestaan, mits voor het wassen is voldaan aan de voorgeschreven losstandaard, te weten

    A: bezemschoon of nagelensd in de laadruimen of ladingtanks

    of

    B: vacuümschoon in de laadruimen.

  • 4.

    Kolom 4: afgifte van waswater

    • a)

      door lozing op een daarvoor geschikte riolering (naar een zuiveringsinstallatie) of

    • b)

      door afvoer naar een zuiveringsinstallatie of

    • c)

      door afgifte in een waterbehandelingsinstallatie bij de ladingontvanger, de overslaginstallatie of de ontvangstinrichting voor waswater door middel van de daartoe bestemde aansluitingen,

    mits voor het wassen is voldaan aan de per geval voorgeschreven losstandaard, te weten

    A: bezemschoon of nagelensd in de laadruimen of ladingtanks

    of

    B: vacuümschoon in de laadruimen.

    Bevat het waswater sedimenteerbare stoffen (zoals deeltjes of zand) die de riolering kunnen verstoppen, dan moeten deze stoffen voorafgaand aan de lozing op de openbare riolering voor zover mogelijk met geschikte middelen en technieken worden afgescheiden (bijvoorbeeld in een bezinktank of via een coalescentieafscheider).

    De onder a tot en met c genoemde ontvangstinrichtingen (zuiveringsinstallatie of waterbehandelingsinstallatie) moeten – voor zover de nationale bepalingen van de verdragsluitende partijen dit voorzien – zijn toegelaten.

  • 5.

    Kolom 5: afgifte van waswater aan ontvangstinrichtingen voor bijzondere behandeling S. De behandelwijze hangt af van de aard van de soort lading, in de regel afvoer van het waswater naar een geschikte verwerkingsinstallatie (geen afgifte aan een waterzuivering). Voor zover dit wordt aangegeven door een overeenkomstige opmerking in kolom 6, is ook een alternatieve behandeling zoals over de opgeslagen lading spuiten mogelijk.

    Ook bij een bijzondere behandeling van het waswater moet – voor zover dit technisch mogelijk is – voorafgaand aan het wassen ten minste de losstandaard A (bezemschoon of nagelensd) worden aangehouden.

  • 6.

    Kolom 6: verwijzingen naar opmerkingen in de voetnoten.

  • 7.

    De afgifte van het waswater na toepassing van de losstandaarden moet overeenkomstig de vermeldingen in de kolommen 3 tot en met 6 plaatsvinden.

    Een „X” in kolom 3 of 4 betekent dat het verboden is waswater op deze wijze te verwijderen.

    Indien in kolom 4 geen vermelding staat, kan de afgifte van het waswater toch op deze wijze plaatsvinden, voor zover ten minste de losstandaard uit kolom 3 wordt aangehouden (een strengere losstandaard is altijd toegestaan).

  • 8.

    Verdere aanwijzingen voor de toepassing van de tabel

    • a)

      Indien de laadruimen of ladingtanks voorafgaand aan het wassen niet ten minste voldoen aan de voorgeschreven losstandaard A of B, is afgifte van het waswater voor bijzondere behandeling S verplicht.

    • b)

      Betreft het ladingrestanten van verschillende goederen dan is het goed met het strengste afgifte-/innamevoorschrift in de tabel voor de verwijdering bepalend. Hierbij moet tevens rekening worden gehouden met de hulpstoffen (zoals reinigingsmiddelen) die aan het waswater zijn toegevoegd. Waswater dat reinigingsmiddelen bevat mag niet in het water worden geloosd.

    • c)

      Bij goederen uit aanhangsel III, die met minerale olie of andere stoffen zijn besmeurd die krachtens aanhangsel III een bijzondere behandeling vereisen, is bij de reiniging van de ladingtank of van het laadruim een bijzondere behandeling S van het waswater vereist.

    • d)

      Bij vervoer van stukgoed zoals voertuigen, containers, grootverpakkingsmateriaal, verpakte goederen, goederen op pallets, wordt het afgifte-/innamevoorschrift bepaald door de hierin aanwezige losse of vloeibare goederen die als gevolg van beschadigingen of lekkages zijn vrijgekomen.

    • e)

      Regenwater en ballastwater uit wasschone laadruimen en ladingtanks mag in het water geloosd worden. Regenwater en ballastwater uit niet wasschone laadruimen en ladingtanks mag in het water geloosd worden, mits na het lossen van het laatst vervoerde product is voldaan aan de in kolom 3 voorgeschreven losstandaard.

    • f)

      Waswater van bezemschone gangboorden en van andere licht vervuilde oppervlakken bijv. luiken, dekken etc. mag in het water geloosd worden.

    • g)

      De afgifte van waswater voor een bijzondere behandeling (kolom 5) is – ook wanneer dit niet vereist is in kolom 5 – in principe mogelijk. Ook bij een bijzondere behandeling van het waswater moet voorafgaand aan het wassen – voor zover dit technisch mogelijk is – ten minste de losstandaard A (bezemschoon of nagelensd) worden aangehouden.

0

LAND- EN BOSBOUWPRODUCTEN EN SOORTGELIJKE PRODUCTEN (inclusief levende dieren)

00

LEVENDE DIEREN

001

Levende dieren (uitgezonderd vissen)

0010

Levende dieren (uitgezonderd. vissen)

X

A

01

GRANEN

011

Tarwe

0110

Tarwe

A

012

Gerst

0120

Gerst

A

013

Rogge

0130

Rogge

A

014

Haver

0140

Haver

A

015

Maïs

0150

Maïs

A

016

Rijst

0160

Rijst

A

019

Overige granen

0190

Boekweit, gierst, granen, niet nader gespecificeerd, granenmengsels

A

02

AARDAPPELEN

020

Aardappelen

0200

Aardappelen

A

03

VERS FRUIT, VERSE EN BEVROREN GROENTEN

031

Citrusvruchten

0310

Citrusvruchten

A

035

Overig vers fruit

0350

Vruchten en fruit, vers

A

039

Verse en bevroren groenten

0390

Groenten, vers of bevroren

A

04

TEXTIELGRONDSTOFFEN EN -AFVAL

041

Wol en ander dierlijk haar

0410

Wol en ander dierlijk haar

A

042

Katoen

0421

Katoen, katoenvezels, watten

A

0422

Katoenafval, katoenpluis

A

043

Kunstmatige en synthetische textielvezels

0430

Kunstmatige en synthetische textielvezels, bijv. chemievezels, celwol

B

A

045

Andere plantaardige textielvezels, zijde

0451

Vlas, hennep, jute, kokosvezels, sisal, ongesponnen vlas

A

0452

Afval van vezels

B

A

0453

Zijde

A

0459

Textielvezels, niet nader gespecificeerd

B

A

049

Lompen en afval van textiel

0490

Lompen, poetskatoen, textielafval

B

A

05

HOUT EN KURK

051

Papier- en ander vezelig hout

0511

Vezelig hout, papierhout

A

0512

Hout voor destillatie

A

052

Mijnhout

0520

Mijnhout

A

1)

055

Ander rondhout

0550

Rondhout, stamhout

A

1)

056

Dwarsbalken en ander bewerkt hout (uitgezonderd mijnhout)

0560

Balken, hout voor vloeren, voor parket, baddingen, planken, daksparren, masten, palen, stangen, kanthout, latten, parketplanken, bestekhout, dwarsbalken

X

A

057

Brandhout, houtskool, kurk, hout- en kurkafval

0571

Brandhout, houtafval, verontreinigd afvalhout, houtspaanders, schaaldelen, houtsplinters

X

A

0572

Rijshout

A

0573

Houtskool, houtskoolbriketten

A

0574

Kurk, onbewerkt, kurkafval, kurkschorsafval

A

06

SUIKERBIETEN

060

Suikerbieten

0600

Suikerbieten

A

09

ANDERE PLANTAARDIGE, DIERLIJKE EN SOORTGELIJKE GRONDSTOFFEN

091

Ruwe huiden en vellen

0911

Huiden en vellen, ruw

X

X

S

0912

Lederafval, ledermeel

B

A

092

Natuurlijk en synthetisch rubber, ruw en geregenereerd

0921

Gutta percha, ruw, rubber, natuurlijk of synthetisch, rubbermelk, latex

B

A

0922

Rubberregeneraat

B

A

0923

Rubberafval, rubberproducten, oud, versleten

B

A

099

Andere plantaardige en dierlijke grondstoffen, niet zijnde voedingsstoffen (uitgezonderd celstof en oud papier)

0991

Plantaardige grondstoffen zoals bamboe, bast, alfagras, verfhout, hars, kopal, kussenvulling, schors voor het kleuren, voor het looien, niet gebeitste zaden, zaaisel, zaden, zaadgoed, niet nader gespecificeerd, riet, zeewier

A

S

3)

0992

Dierlijke grondstoffen, bijv. bloedkoek, -meel, veren, beendermeel

B

A

0993

Afval van plantaardige grondstoffen

A

0994

Afval van dierlijke grondstoffen

X

A

1

ANDERE LEVENSMIDDELEN EN VOEDERMIDDELEN

11

SUIKER

111

Ongeraffineerde suiker

1110

Ongeraffineerde suiker (rietsuiker, beetwortelsuiker)

X

A

112

Geraffineerde suiker

1120

Suiker, geraffineerd, kandijsuiker

X

A

113

Melasse, stroop, kunsthoning

1130

Melasse, stroop, kunsthoning

X

A

114

Glucose, fructose, maltose

1140

Glucose (= dextrose = druivensuiker), fructose, maltose

X

A

115

Suikerwaren

1150

Suikerwaren

X

A

12

DRANKEN

121

Wijn en most uit druiven

1210

Wijn en most uit druiven

A

122

Bier

1220

Bier

A

125

Overige alcoholische dranken

1250

Alcoholische dranken, bijv. brandewijn, ongedenatureerd, vruchtenwijn, most, cider, spiritualiën

A

128

Non-alcoholische dranken

1281

Non-alcoholische dranken, bijv. limonade

A

1282

Water, natuurlijk, mineraalwater, water, niet nader gespecificeerd

A

13

GENOTMIDDELEN EN BEREIDE VOEDINGSMIDDELEN, NIET NADER GESPECIFICEERD

131

Koffie

1310

Koffie

A

132

Cacao en cacaoproducten

1320

Cacao en cacaoproducten

A

133

Thee en kruiden

1330

Thee en kruiden

A

134

Ruwe tabak en tabaksproducten

1340

Ruwe tabak, tabak, tabakswaren

A

136

Honing

1360

Honing

X

A

139

Bereide voedingsmiddelen, niet nader gespecificeerd

1390

Azijn, gist, koffievervangingsmiddel, mosterd, geconcentreerde soep, bereide voedingsmiddelen, niet nader gespecificeerd

X

A

14

VLEES, VIS, VLEES- EN VISWAREN, EIEREN, MELK EN MELKPRODUCTEN, SPIJSVETTEN

141

Vlees, vers of bevroren

1410

Vlees, vers of bevroren

X

A

142

Vis, schaal- en weekdieren, vers, bevroren, gedroogd, gezouten en gerookt

1420

Vis, visproducten

X

A

143

Verse melk en room

1430

Karnemelk, yoghurt, kefir, taptemelk, melkproducten, wei, room (slagroom)

A

144

Andere melkproducten

1441

Boter, kaas, kaasbereidingen

A

1442

Melk, gecondenseerd

A

1449

Melkproducten, niet nader gespecificeerd

A

145

Margarine en andere spijsvetten

1450

Margarine, spijsvetten, spijsoliën

X

A

146

Eieren

1460

Eieren

A

1461

Eipoeder

B

A

147

Vlees, gedroogd, gezouten, gerookt, vleesconserven en andere vleeswaren

1470

Vleeswaren, vlees, gedroogd, gezouten, gerookt, en andere vleeswaren

X

A

1471

Vleesconserven

A

148

Vis- en weekdierproducten van allerlei aard

1480

Vismarinades, vissalades, vis- en weekdierproducten, niet nader gespecificeerd

X

A

1481

Visconserven

A

16

GRAAN-, FRUIT- EN GROENTEPRODUCTEN, HOP

161

Meel, gries en grutten uit granen

1610

Graanmeel, graanmeelmengsels, bruinmeel, gries, grutten, sojameel

B

A

162

Mout

1620

Mout, moutextract

A

163

Andere graanproducten (inclusief bakproducten)

1631

Bakproducten, deegwaren van allerlei aard

A

1632

Graanvlokken, gerst, graanproducten, niet nader gespecificeerd

B

A

1633

Stijfsel, aardappelzetmeel, zetmeel, -producten, dextrine (oplosbaar zetmeel), kleefstoffen (gluten)

X

A

164

Gedroogd fruit, fruitconserven en andere fruitproducten

1640

Fruit, gedroogd, fruitconserven, fruitsappen, confituren, marmelade, fruitproducten, niet nader gespecificeerd

A

165

Gedroogde peulvruchten

1650

Peulvruchten, gedroogd

A

166

Gedroogde groenten, groenteconserven en andere groenteproducten

1661

Groenten, gedroogd, groenteconserven, groentesappen

A

1662

Groenteproducten, niet nader gespecificeerd, bijv. aardappelmeel, sago, tapiocameel

B

A

167

Hop

1670

Hop

A

17

VOEDER

171

Stro en hooi

1711

Hooi, -haksel, stro, -haksel

A

1712

Grasmeel, klavermeel, luzernemeel, ook gepelletiseerd

B

A

172

Veekoeken en andere residuen van plantaardige oliën

1720

Expeller, extractiemeel en -schroot, veekoeken, soyaschroot, ook gepelletiseerd

A, B

A

14)

179

Overig voeder inclusief voedingsmiddelresten

1791

Voeder, mineraal, bijv. calciumfosfaat, dicalciumfosfaat (fosforiet), kalkmengsels

X

A

1792

Voeder, plantaardig, bijv. voedervruchten, voedermelasse, voederwortelen, graanvoedermeel, glutenfeed, aardappelpulp, aardappelsnippers, gluten, zemelen, maniokwortelen

A, B

A

14)

1793

Voeder, dierlijk, bijv. vismeel, garnalen, mosselschalen, ook gepelletiseerd

X

A

S

16)

1794

Suikerbietensnippers, na extractie van suikers en droog, ook gepelletiseerd

A

1795

Voeder, plantaardig, overig afval en restanten van de levensmiddelenindustrie, ook gepelletiseerd

X

X

S

1799

Voeder, -toevoegingen, niet nader gespecificeerd, ook gepelletiseerd

X

X

S

18

OLIEZADEN, OLIEHOUDENDE VRUCHTEN, PLANTAARDIGE EN DIERLIJKE OLIËN EN VETTEN (uitgezonderd spijsvetten)

181

Oliezaden en oliehoudende vruchten

1811

Katoenzaad, aardnoten, kopra, palmpit, koolzaad, sojabonen, zonnebloemzaad, oliehoudende vruchten, -zaden, niet nader gespecificeerd

A

1812

Oliehoudende vruchten, -zaden voor gebruik als erkend zaadgoed

A

1813

Meel van oliehoudende vruchten

B

A

182

Plantaardige en dierlijke oliën en vetten (uitgezonderd spijsvetten)

1821

Oliën en vetten, plantaardig, bijv. aardnootolie, palmpitolie, sojaolie, zonnebloemolie

X

A

1822

Oliën en vetten, dierlijk, bijv. van vissen en zeedieren, traan, talg

X

A

1823

Industriële plantaardige en dierlijke oliën en vetten, bijv. vernis, vetzuren, oliezuren (oleïnen), palmitinezuur, stearine, stearinezuur

X

A

2

VASTE MINERALE BRANDSTOFFEN

21

STEENKOOL EN STEENKOOLBRIKETTEN

211

Steenkool

2110

Antraciet, fijne mijnstoffen, vette steenkool, vlamkool, gaskool, magere kolen, steenkool, niet nader gespecificeerd

A

18)

213

Steenkoolbriketten

2130

Antracietbriketten, steenkoolbriketten

A

18)

22

BRUINKOOL, BRUINKOOLBRIKETTEN EN TURF

221

Bruinkool

2210

Bruinkool, git

A

18)

223

Bruinkoolbriketten

2230

Bruinkoolbriketten

A

18)

224

Turf

2240

Turf voor verwarming, turf voor bemesting, turfbriketten, turfstro, turf, niet nader gespecificeerd

A

18)

23

COKES VAN STEENKOOL EN BRUINKOOL

231

Cokes van steenkool

2310

Cokes van steenkool, cokes voor gas, cokes voor de gieterij (carbon- cokes), cokesbriketten, smeulcokes

A

18)

233

Cokes van bruinkool

2330

Cokes van bruinkool, bruinkoolcokesbriketten, bruinkoolsmeulcokes

A

18)

3

AARDOLIE, MINERALE OLIE, -PRODUCTEN, GASSEN

31

RUWE AARDOLIE, MINERALE OLIE

310

Ruwe aardolie, minerale olie

3100

Aardolie, ruw, minerale olie, ruw (ruwe nafta)

X

X

S

32

BRANDSTOFFEN EN STOOKOLIE

321

Benzine voor motoren en andere lichte oliën

3211

Benzine, benzine-benzeenmengsel

X

X

S

3212

Lichte minerale olie, nafta, motorbrandstof, niet nader gespecificeerd

X

X

S

323

Petroleum, brandstof voor turbines

3231

Petroleum, huisbrandpetroleum, lamppetroleum

X

X

S

3232

Kerosine, brandstof voor turbines, brandstof voor straalmotoren, niet nader gespecificeerd

X

X

S

325

Gasolie, dieselolie en lichte huisbrandolie

3251

Dieselbrandstof, dieselolie, gasolie

X

X

S

3252

Huisbrandolie, licht, extra licht

X

X

S

3253

Vetzuurmethylester (FAME, Biodiesel)

X

X

S

327

Zware stookolie

3270

Stookolie, middel, middelzwaar, zwaar

X

X

S

33

NATUURLIJKE, GERAFFINEERDE EN AANVERWANTE GASSEN

330

Natuurlijke, geraffineerde en aanverwante gassen

3301

Butadieen

X

X

S

3302

Acetyleen, cyclohexaan, gasvormige koolwaterstoffen, methaan, overige natuurlijke gassen

X

X

S

3303

Ethyleen (= etheen), butaan, butyleen, isobutaan, isobutyleen, koolwaterstofmengsels, propaan, propaan-butaanmengsels, propyleen, raffinaderijgas, niet nader gespecificeerd

X

X

S

34

MINERALE OLIEPRODUCTEN, NIET NADER GESPECIFICEERD

341

Smeerolie en vetten

3411

Minerale smeerolie, motorolie, smeervet

X

X

S

3412

Afgewerkte oliën

X

X

S

343

Bitumen en bitumineuze mengsels

3430

Bitumen, bitumenemulsies,-oplossingen, bitumenkleefmassa, koudteer, koudasfalt, pekemulsies (koude bitumen), pekoplossingen, teeremulsies, teeroplossingen, bitumineuze mengsels, niet nader gespecificeerd

X

X

S

349

Minerale olieproducten, niet nader gespecificeerd

3491

Acetyleencokes, petroleumcokes (petcokes)

X

X

S

4)

3492

Koolstofolie (carbon black), paraffinegatsch, pyrolyse-olie, pyrolyse- olieresiduen (pyrotar), zware olie, niet voor verwarming

X

X

S

3493

Paraffine, transformatorolie, was, minerale olieproducten, niet nader gespecificeerd

X

X

S

4

ERTSEN EN METAALAFVAL

41

IJZERERTS (uitgezonderd geroost ijzerkies)

410

IJzererts en -concentraten (uitgezonderd geroost ijzerkies)

4101

IJzererts, hematietconcentraten, zodenerts, ijzersteen

A

S

5), 18)

4102

Afval en halfproducten die tijdens de voorbereiding van ertsen voor de metaalwinning ontstaan zijn

X

A

S

4), 5)

45

NON-FERROMETAALERTSEN, -RESIDUEN, AFVAL EN -SCHROOT

451

Non-ferrometaalafval, -residuen, -as en -schroot

4511

Afval, as, residuen, slakken en schroot van aluminium en aluminiumlegeringen

A, B

A

S

5), 15)

4512

Afval, as, residuen, slakken en schroot van lood en loodlegeringen

X

X

S

4513

Afval, as, residuen, slakken en schroot van koper en koperlegeringen (messing)

B

A, B

S

5), 15)

4514

Afval, as, residuen, slakken en schroot van zink en zinklegeringen

B

A

S

5)

4515

Afval, as, residuen, slakken en schroot van tin en tinlegeringen

B

A

S

4), 5)

4516

Afval, as, residuen, slakken en schroot van vanadium en vanadiumlegeringen

B

S

4), 5)

4517

Afval, as, residuen, slakken en schroot van non-ferrometalen en non- ferrolegeringen, niet nader gespecificeerd

X

X

S

4518

Residuen van non-ferrometalen

X

X

S

452

Koperertsen en -concentraten

4520

Koperertsen, -concentraten

X

A

S

4), 5)

453

Bauxiet, aluminiumertsen en -concentraten

4530

Bauxiet, ook gecalcineerd, aluminiumertsen, -concentraten, korund, lepidolieterts

A

18)

455

Mangaanertsen en -concentraten

4550

Bruinsteen, natuurlijk, mangaancarbonaat, natuurlijk, mangaandioxide, natuurlijk, mangaanertsen, mangaanertsconcentraten

A

18)

459

Andere non-ferrometaalertsen en -concentraten

4591

Loodertsen, -concentraten

X

X

S

4592

Chroomertsen, -concentraten

X

X

S

4), 5)

4593

Zinkertsen (galmei), -concentraten

X

A

18)

4599

Non-ferrometaalertsen, -concentraten, niet nader gespecificeerd, bijv. ilmieniet (titaanijzererts), kobalterts, monaziet, nikkelerts, rutil (titaanerts), tinerts, zirkoonerts, zirkoonzand

X

X

S

4)

46

IJZER- EN STAALAFVAL EN-SCHROOT, GEROOST IJZERKIES

462

IJzer- en staalschroot voor herverwerking

4621

Afval, vijlsel, schroot, voor herverwerking, bijv. van ijzer- en staalplaten/blikken, largets, vormstaal

X

A

18)

4622

Overig ijzer- en staalschroot, voor herverwerking, bijv. assen, oud blik, autowrakken, ijzer, oud, versleten, ijzerresten afkomstig van sloopwerkzaamheden, gietijzerafval, -stukken, restblokken, spoorstukken, bielsen, roestvrijstaalschroot

X

A

18)

4623

IJzerpellets, voor herverwerking

X

A

18)

463

IJzer- en staalschroot niet voor herverwerking

4631

Afval, afvalstukken van ijzer- en staalblik, -platen, vormstaal, afvalijzervijlsel, pletterijafval, geen van alle voor herverwerking

X

A

18)

4632

IJzer- en staalschroot, niet voor herverwerking, bijv. assen, ijzer- en staalmassa, wielbanden, wielstellen, wielen, spoorstaven, dwarsliggers, staalstukken uit sloopwerkzaamheden, aandrijfassen

X

A

18)

465

IJzerslakken en -assen voor de herverwerking

4650

Hamerslag, walsslakken, walssintels, ijzerslakken, niet nader gespecificeerd

X

X

S

466

Hoogovenstof

4660

Vliegstof, hoogovenstof

X

X

S

467

Geroost ijzerkies

4670

IJzerpyriet, geroost, pyrietresiduen, ijzerkiesresiduen, ijzerkies, geroost

X

X

S

5

IJZER, STAAL EN NON-FERROMETALEN (inclusief halffabricaten)

51

GIETIJZER, METAALLEGERINGEN, RUWSTAAL

512

Gietijzer, spiegelijzer en koolstofrijk ferromangaan

5121

Gietijzer in vormen, in vormstukken, bijv. metaalfosfor, hematietgietijzer, gietijzer, fosforhoudend, spiegelijzer

A

S

6)

5122

Ferromangaan met een koolstofgehalte van meer dan 2 %, in vormen, in vormstuk

A

S

6)

5123

IJzerpoeder, staalpoeder

B

S

6)

5124

IJzerspons, staalspons, ijzerslakken (staalstaven, ruwijzerstaven)

A

S

6)

513

Ferrolegeringen(uitgezonderd koolstofrijk ferromangaan)

5131

IJzerlegeringen, niet nader gespecificeerd

A

S

6)

5132

Ferromangaan met een koolstofgehalte tot 2 %, ferromangaanlegeringen, niet nader gespecificeerd

A

S

6)

5133

Ferrosilicium (siliconmangaan), ferromangaansilicium

A

S

6)

515

Ruwstaal

5150

Ruwstaal in blokken, in brammen, in vormstukken, in knuppels

A

S

6)

52

STAALHALFFABRICATEN

522

Staalhalffabricaten

5221

Staalhalffabricaten in blokken, in brammen (staven), in knuppels, in largets

A

S

6)

5222

Breedbandstaal in rollen (coils)

A

S

6)

5223

Breedbandstaal in rollen (coils), om uit te walsen

A

S

6)

523

Andere staalhalffabricaten

5230

Blokken staal, rollen, buizen

A

S

6)

53

STAAF- EN VORMSTAAL, DRAAD, SPOORWEGBOVENBOUWMATERIAAL

531

Staaf- en vormstaal

5311

Staaf- en vormstaal, bijv. H-, I-,T-, U- en andere speciale profielen, rond- en vierkant staal

A

S

6)

5312

Damwandstaal

A

S

6)

5313

Betonstaal, bijv. monierstaal, geribbeld torstaal, torstaal

A

S

6)

535

Staaldraad

5350

Staaldraad uit ijzer of staal

A

S

6)

537

Spoorstaven en spoorwegbovenbouwmateriaal uit staal

5370

Spoorwegbovenbouwmateriaal uit staal, bijv. spoorstaven, bielsen, stroomspoorstaven uit staal met delen van non-ferrometaal

A

S

6)

54

STAALPLAAT, BLIK EN BLIKBAND, BANDSTAAL, OOK VOORZIEN VAN OPPERVLAKTELAGEN

541

Staalplaat en breedplaatstaal

5411

Breedplaatstaal (universaalstaal)

A

S

6)

5412

Platen of rollen (bijv. coils) uit staal, bijv. dynamostaal, elektrostaal, elektrostaalband, fijn, extra fijn, middelstaal, dik-, geribbeld-, wafel-, gegolfd- en geperforeerd plaatstaal, -band, traanplaat, pantserplaten

A

S

6)

544

Bandstaal, ook voorzien van oppervlaktelagen, blikband, blik

5441

Blikband, blik

A

S

6)

5442

Bandstaal, staalstrip, ook voorzien van oppervlaktelagen

A

S

6)

55

BUIZEN E.D. VAN STAAL, RUWE GIETERIJPRODUCTEN EN SMEEDSTUKKEN VAN IJZER EN STAAL

551

Buizen, buisafsluiting- en verbindingsstukken van staal en gietijzer

5510

Buizen, buisafsluiting- en verbindingsstukken, buisslangen van staal, van gietijzer

A

S

6)

552

Ruwe gieterijproducten en smeedstukken van staal, van gietijzer

5520

Vorm-, pers-, smeed-, stansstukken van staal, van gietijzer

A

S

6)

56

NON-FERROMETALEN EN NON- FERROHALFFABRICATEN

561

Koper en koperlegeringen

5611

Anodekoper, ruwe koper (converter-, zwartkoper)

A

S

6)

5612

Koper (elektrolytkoper, raffinage koper), koperlegeringen, bijv. brons, messing

A

S

6)

562

Aluminium en aluminiumlegeringen

5620

Aluminium, aluminiumlegeringen

A

S

6)

563

Lood en loodlegeringen

5630

Lood (elektrolyt-, smelt-, walslood), loodlegeringen, loodstof (gemalen ruw lood)

X

X

S

564

Zink en zinklegeringen

5640

Zink (ruw, elektrolyt-, fijn, gegalvaniseerd zink), zinklegeringen

A

S

6)

565

Overige non-ferrometalen en legeringen daarvan

5651

Magnesium, magnesiumlegeringen

A

S

6)

5652

Nikkel, nikkellegeringen

B

A

S

6)

5653

Tin, tinlegeringen

B

A

S

6)

5659

Non-ferrometalen, de legeringen daarvan, niet nader gespecificeerd

X

X

S

568

Non-ferro-metaalhalffabricaten

5681

Banden, blikken, platen, stroken van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

A

S

6)

5682

Draad van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

A

S

6)

5683

Folies van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

A

S

6)

5684

Profielen en staven van non-ferrometalen en van de legeringen daarvan

A

S

6)

5689

Non-ferrometaalhalffabricaten, niet nader gespecificeerd

A

S

6)

6

STENEN EN GRONDSOORTEN (inclusief bouwstoffen)

61

ZAND, GRIND, PUIM, KLEI, SLAKKEN

611

Industriezand

6110

Vormzand, gieterijzand, glaszand, kleefzand, kwartszand, kwartsietzand, industriezand, niet nader gespecificeerd

A

612

Overig natuurlijk zand en grind

6120

Grind, ook gebroken, zand, overig

A

613

Puimsteen, -zand en -grind

6131

Puimsteen, puimsteenmeel

A

6132

Puimgrind, -zand

A

614

Leem, klei en kleihoudende aarde

6141

Bentoniet, gezwollen klei, kleischalie, kaolien, leem, porseleinaarde, klei, vollersaarde, ruw en onverpakt, chamotte (vuurvast materiaal van gebakken leem), -breuk (silicabrokken, -breuk)

A

6142

Bentoniet, gezwollen klei, kleischalie, kaolien, leem, porseleinaarde, klei, vollersaarde, ruw en verpakt, chamotte, chamottepoeder

A

615

Slakken en assen niet voor metaalverwerking

6151

Hoogovenas, afvalas, assen uit zinkovens (moffelresten), assen van brandstoffen, vliegas, ketelas, bodemas, niet nader gespecificeerd

X

X

S

6152

IJzerslakken, hoogovenslakken, kolen-, cokesslakken, slakken, ijzerhoudend, mangaanhoudend, soldeerslakken, split (fijne steenslag) van hoogovenslakken, slakken van niet nader gespecificeerde brandstoffen

X

A

18)

6153

Hoogovenpuim

A

6154

Slakkenzand (hoogovenzand)

A

6155

Houtas, kolen-, cokesas (ook vliegas of ketelas daarvan)

X

A

18)

6156

Slakken uit lood- en koperovens, afvalslakken, slakken, niet nader gespecificeerd

X

X

S

62

ZOUT, IJZERKIES, ZWAVEL

621

Steenzout en ziederijzout

6210

Natriumchloride (chloornatrium), gladheidsbestrijdingszout, geraffineerd zout, keukenzout, steenzout, zout voor vee, zout, ook gedenatureerd, niet nader gespecificeerd

A

622

IJzerkies, niet geroost

6220

IJzerkies, niet geroost

A

623

Zwavel

6230

Zwavel, ruw

A

63

OVERIGE STENEN, GRONDSOORTEN EN AANVERWANTE RUWE MATERIALEN

631

Zwerfsteen, steenslag en andere kleingemaakte stenen

6311

Veldstenen, zwerfstenen, lavaslakken, steenslag, stenen, steenblokken, ruw, uit steengroeven

A

6312

Mijnsteen, puingesteente, steenafval, -gruis, -meel, -zand, fijne steenslag, tot 32 mm doorsnede, lava steenslag, ruwe perliet

A

6313

Lavagrind

A

632

Marmer, graniet en ander natuurwerksteen, leisteen

6321

Basaltblokken, -platen, marmerblokken, -platen, fonoliet (klinksteen), leisteenblokken, -platen, tufsteenmateriaal, quadersteen en overige stenen, ruw bewerkt,

A

6322

Fonolietgruis, -steenslag, gesmolten basalt, -breuk, -stenen, leisteen, gebrand, gemalen, verkleind, tot 32 mm doorsnede

A

633

Gipssteen en kalksteen

6331

Dolomiet (calcium-magnesiumcarbonaat), duniet, kalkspaat, olivijn

A

6332

Dolomiet (calciummagnesiumcarbonaat), duniet, kalkspaat, olivijn, allen verkleind, gemalen, tot 32 mm doorsnede

A

6333

Gipssteen

A

6334

Gipssteen, verkleind, gemalen, tot 32 mm doorsnede

A

6335

Mestkalk, meststof, kalkhoudend, (fosfaatvrij), kalkresiduen, mergel

A

634

Krijt

6341

Krijt, ruw (calciumcarbonaat, natuurlijk)

A

6342

Krijt, voor het mesten

A

639

Overige ruwe mineralen

6390

Asbest, ruw (-aarde, -gesteente, -meel, -vezels, -generaat), asbestafval

X

X

S

6391

Asfalt (asfaltite), asfaltaarde, -stenen, asfaltproducten voor wegenbouw

X

X

S

6392

Bariet (bariumsulfaat), zwaarspaat, witheriet

A

6393

Borax, boormineralen, veldspaat, kristalspaat

X

B

6394

Bitteraarde, -spaat, magnesiet, ook gebrand, gesinterd, talkaarde (magnesium)

A

6395

Grondsoorten, niet verontreinigd slib, bijv. Zuiveringsslib van gemeentelijke zuiveringsinstallaties, afgegraven grond, brak water, tuinaarde, humus, infusorieënaarde, kiezelaarde, molerklei„slik

X

A

18)

6396

Verontreinigd slib, bijv. Zuiveringsslib van industriële zuiveringsinstallaties bouwpuin, verontreinigde afgegraven grond, huisvuil, hoogovenpuin, afval

X

X

S

6397

Wassteen

A

6398

Kalizout, niet voor bemesting, bijv. kainiet, carnalliet, kieseriet, sylviniet, montanal

A

6399

Overige ruwe mineralen, bijv. verfaarden, vulzout (natriumsulfaat), mica, kerniet, kryoliet, kwarts, kwartsiet, speksteen, steatiet, talksteen, tras, steenbrokken, steenbreuk, vloeispaat (fluoriet)

A

64

CEMENT EN KALK

641

Cement

6411

Cement

B

6412

Cementklinker

A

642

Kalk

6420

Kalk, in brokken, ook gebrand, kalkhydraat, gebluste kalk

A

65

GIPS

650

Gips

6501

Gips, gebrand

A

6502

Gips, ruw, voor het mesten

A

6503

Gips uit rookgasontzwavelingsinrichtingen, overig industriegips

A

69

OVERIGE MINERALE BOUWSTOFFEN (uitgezonderd glas)

691

Bouwstoffen en andere producten uit natuursteen, puim, gips, cement en dergelijke stoffen

6911

Vezelcementproducten, bijv. bouwstenen en -delen, tegels, vaten, platen

A

6912

Beton- en cementproducten, kunststeenproducten, bijv. bouwstenen, bouwdelen, trottoirstenen, gerede bouwdelen, tegels, lichte bouwplaten, muurstenen, platen, drempels, stelwanden, werkstukken

A

6913

Puimproducten, bijv. bouwstenen, -delen

A

6914

Gipsproducten, bijv. bouwplaten, -stenen, -delen

A

6915

Minerale en plantaardige isoleermiddelen, bijv. bouwdelen uit schuimstoffen, isolatieplaten, vormstukken, stapelweefselvlies, matten en platen van vezelcement, glaszijde, glaswatten, glaswol, perliet, vermiculiet, warmtewerende massa

A

6916

Natuursteen (fabriekssteen), bewerkt en producten daarvan, bijv. trottoirstenen, mozaïekstenen, straatplaten, straatsteen, platen, stootstenen, sierstenen, werkstukken van steen

A

6917

Asfaltproducten

X

X

S

6918

Houtgranietproducten, houtgranietmassa

B

6919

Producten uit andere minerale stoffen, slakkenwol

A

692

Grofkeramische en vuurvaste bouwstoffen

6921

Dak- en muurbaksteen van gebrande klei, bijv. bakstenen, bouwstenen, dakpannen, holle bouwstenen, klinkerstenen, parementstenen

A

6922

Vuurvaste bouwdelen en stenen, keramische vloer- en wandplaten, bijv. vloer en muurtegels, platen, chamottecapsules, chamotteplaten, - stenen, -producten, silicaatstenen, greswaren

A

6923

Vuurvaste mortel en vormzand, bijv. vormstukken, gietzand, giethulpstoffen, mortelmengsels

A

6924

Stukken van vuurvaste keramische producten, chamotteblokken, - breuk

A

6929

Overige bouwkeramiek van gebrande klei, bijv. drainbuizen, kabeldekplaten, vloerplaten, -stenen

A

7

MESTSTOFFEN

71

NATUURLIJKE MESTSTOFFEN

711

Natuurlijk natronsalpeter

7110

Natriumnitraat (natronsalpeter)

X

A

712

Ruwe fosfaten

7121

Aluminiumcalciumfosfaat, calciumfosfaat, -superfosfaat

X

A

11)

7122

Apatiet, fosforiet, ruwe fosfaten, niet nader gespecificeerd

X

A

11)

713

Ruwe kalizouten en meststoffen van minerale oorsprong, niet nader gespecificeerd

7131

Ruw kalizout, bijv. kainiet, carnalliet, kieseriet, sylviniet, meststoffen van minerale oorsprong, niet nader gespecificeerd

X

A

11)

7132

Magnesiumsulfaat

A

719

Natuurlijke niet-minerale meststoffen

7190

Meststoffen van plantaardige en dierlijke oorsprong, bijv. guano, hoornafval, compost, -aarde, mest, stalmest

X

B

11)

72

CHEMISCHE MESTSTOFFEN

721

Fosfaatslakken en Thomasmeel

7210

Convertorkalk, convertorslakken, Martinslakken, fosfaatslakken, Siemens-Martinslakken, -meel, Thomasmeel, Thomasfosfaat, Thomasfosfaatmeel, Thomasslakken

X

B

11)

722

Andere fosfaatmeststoffen

7221

Ammoniaksuperfosfaat, boorsuperfosfaat, superfosfaat, triplesuperfosfaat

X

A

11)

7222

Dicalciumfosfaat (fosforzure kalk)

X

A

11)

7223

Diammoniumfosfaat (diammonfosfaat)

X

A

11)

7224

Gloeifosfaat, mestfosfaten, fosfaatgloeimeststoffen, fosfaten, chemische, fosfaatmeststoffen, niet nader gespecificeerd

X

A

11)

723

Kalimeststoffen

7231

Kaliumchloride (chloorkalium), kaliumsulfaat (zwavelzure kali)

B

7232

Kaliummagnesiumsulfaat (zwavelzuur kaliummagnesium), Korn-Kali

B

724

Stikstofhoudende meststoffen

7241

Ammoniakgas

X

X

S

7242

Ammoniumbicarbonaat, ammoniumchloride (salmiak, zoutzure ammoniak), ammoniumnitraat, ammoniumnitraatureumoplossing, ureum (urea), kalisalpeter, kaliumnitraat, kalkammonsalpeter, kalkstikstof, natronsalpeter, stikstofmagnesium, stikstofhoudende meststoffen, niet nader gespecificeerd

X

A

11)

7243

Ammoniumsulfaat (zwavelzure ammoniak), ammonsulfaatloog, ammonsulfaatsalpeter

X

A

11)

729

Mengmeststoffen en andere chemisch bereide meststoffen

7290

Samengestelde minerale meststoffen en wel: NPK-meststoffen, NP-meststoffen, NK-meststoffen, PK-meststoffen, handelsmeststoffen, mengmeststoffen, niet nader gespecificeerd

X

A

11)

8

CHEMISCHE PRODUCTEN

81

CHEMISCHE GRONDSTOFFEN (uitgezonderd aluminiumoxide en -hydroxide)

811

Zwavelzuur

8110

Zwavelzuur (oleum), afvalzwavelzuur

X

X

S

812

Natriumhydroxide

8120

Natriumhydroxide, vast, natronhydroxideloog, natronloog, sodaloog

A

813

Natriumcarbonaat

8130

Natriumcarbonaat (koolzuurhoudend natrium), natron, soda

A

814

Calciumcarbide

8140

Calciumcarbide (opgelet: bij contact met water gevaar voor explosie!)

X

X

S

819

Overige chemische grondstoffen (uitgezonderd aluminiumoxide en -hydroxide)

8191

Acrylonitril, aluin, aluminiumfluoride, ethyleenoxide, vloeibaar, bariumcarbonaat, bariumchloride (chloorbarium), bariumnitraat, bariumnitriet, bariumsulfaat, bariumsulfiet, benzeenkoolwaterstofderivaat (bijv. ethylbenzeen), loodglit, loodoxide, loodwit (loodcarbonaat), calciumhypochloride (chloorkalk), caprolactam, chloor, vloeibaar gemaakt (chloorloog), chloorbenzeen, chloorazijnzuur, chloorkoolwaterstof, niet nader gespecificeerd, chloormethylglycol, chloroform (trichloormethaan), chlorotheen, chloorparaffine, chroomaluin, chroomloog, chroomsulfaat, cumeen, cyanide (cyaanzout), dimethylether (methylether), dichloorethyleen, EDTA (ethyleendiaminetetra-azijnzuur), ETBE (ethyl-tertbutylether), fluorwaterstofzuur, glycolen, niet nader gespecificeerd, hexachloorethaan, hexamethylendiamine, kaliumchloraat, kaliumhypochlorietloog (kalibleekloog), kaliumsilicaat (waterglas), kalkstikstof (calciumcyanamide), kooldioxide (koolzuur), verdicht, vloeibaar gemaakt, cresol, mangaansulfaat, melamine, methylchloride (chloormethyl), methyleenchloride, monochloorbenzeen, MTBE (methyl-tertbutylether), natriumchloraat, natriumfluoride, natriumnitriet (salpeterzuurhoudend natrium), natriumnitrietloog, natriumsilicaat (waterglas), natriumsulfide (zwavelnatrium), natriumsulfiet (zwavelzuurhoudend natrium), natronbleekloog, NTA (nitrilotri-azijnzuur), perchloorethyleen, fenol, fosforzuur, naftaleenanhydride, retortengrafiet, roet, salpeterzuur, -afvalzuur, zoutzuur, -afvalzuur, zwavel, gereinigd, zwaveldioxide, zwavelige zuren, zwavelkoolstof, styreen, surfynol (TMDD = 2,4,7,9-tetramethyldec-5-in-4,7-diol), tallolie, tallolieproducten, terpentineolie, tetrachloorbenzeen, tetrachloorkoolstof, trichloorethyleen, trichloorbenzeen, trifenylfosfine, vinylchloride, wasgrondstoffen, zinkoxide, zinksulfaat

X

X

S

8192

Aceton, adipinezuur, alcohol, puur (spiritus), aluminiumacetaat (azijnzuurhoudende kleiaarde), aluminiumformiaat (mierenzuurhoudende kleiaarde), aluminiumsulfaat (zwavelzuurhoudende kleiaarde), mierenzuur, ammoniakgas (ammonia), ammoniumchloride (salmiak), ammonsalpeter (ammoniumnitraat, salpeterzuurhoudende ammoniak), ammoniumfosfaat, ammoniumfosfaatoplossing, ethylacetaat, bijtende kali (kaliumhydroxide, kaliloog), brandewijn (spiritus), gedenatureerd, butanol, butylacetaat, calciumchloride (chloorcalcium), calciumformiaat (mierenzuurhoudende kalk), calciumnitraat (kalksalpeter), calciumfosfaat, calciumsulfaat (anhydriet, synthetisch), citroenzuur, ijzeroxide, ijzersulfaat, azijnzuur, azijnzuuranhydride, vetalcohol, glycolen (ethyleenglycol, butyleenglycol, propyleenglykol), glycerine, glycerineloog, glycerinewater, ureum, kunstmatig (carbamide), houtazijn, isopropylalcohol (isopropanol), kaliumcarbonaat (potas), kaliumnitraat, kaliumsulfaatloog, magnesiumcarbonaat, magnesiumsulfaat (bitterzout), methanol (houtgeest, methylalcohol), methylacetaat, natriumacetaat, (azijnzuurhoudend natrium), natriumbicarbonaat (dubbelkoolzuurhoudend natrium), natriumbisulfaat (dubbelzwavelhoudend natrium), natriumformiaat, natriumnitraat (natronsalpeter), natriumfosfaat, propylacetaat, titaandioxide (bijv. kunstrutiel)

X

A

8193

grafiet, grafietproducten, silicium, siliciumcarbide (carborundum)

A

8199

Overige chemische grondstoffen en mengsels, niet nader gespecificeerd

X

X

S

82

ALUMINIUMOXIDE EN -HYDROXIDE

820

Aluminiumoxide en -hydroxide

8201

Aluminiumoxide

A

8202

Aluminiumhydroxide (aluminiumhydraat)

A

83

BENZEEN, TEREN EN DERGELIJKE DERIVATEN

831

Benzeen

8310

Benzeen

X

X

S

839

Pek, teer, teeroliën en dergelijke derivaten

8391

Nitrobenzeen, benzeenderivaten, niet nader gespecificeerd

X

X

S

8392

Oliën en andere derivaten van steenkoolteer, bijv. antraceen, atraceenslib, decaline, naftaline, geraffineerd, tetraline, xyleen, solventnafta, tolueen, xylol (ortho-, meta- en para-xyleen, mengsels daarvan)

X

X

S

8393

Pek en teerpek uit steenkool- en andere minerale teren, bijv. bruinkoolteerpek, houtteerpek, mineraalteerpek, petroleumpek, steenkoolteerpek, teerpek, turfpek, turfteerpek, creosoot

X

X

S

8394

Pek- en teercokes van steenkool- en andere minerale teren, bijv. bruinkoolteercokes, steenkoolpekcokes, steenkoolteercokes, teercokes

X

X

S

8395

Gasreinigingsstof

X

X

S

8396

Steenkool-, bruinkool- en turfteer, houtteer, houtteerolie, bijv. impregneerolie, carboleum, kreosootolie, mineraalteer, naftaline, ruw

X

X

S

8399

Overige derivaten, bijv. resten van zware olie van bruinkool- en steenkoolteer

X

X

S

84

CELSTOF EN OUD PAPIER

841

Houtslijpsel en celstof

8410

Houtstof (houtslijpsel), houtcellulose, cellulose, -afval

X

A

842

Oud papier en papierafval

8420

Oud papier, oud karton

X

A

89

ANDERE CHEMISCHE PRODUCTEN (inclusief zetmeel)

891

Kunststoffen

8910

Kunsthars, kunstharslijm, mengpolimeer van acrylonitraat, van butadieen, van styreen, polyester, polyvinylacetaat, polyvinylchloride

X

X

S

8911

Kunststofafval, kunststofgrondstoffen, niet nader gespecificeerd

X

X

S

892

Verf-, kleur- en looistoffen

8921

Kleurstoffen, verven, lakken, bijv. ijzeroxide voor het aanmaken van verven, email, aardkleuren, bereid, lithopone, menie, zinkoxide

X

X

S

8922

Stopverf, kit

X

X

S

8923

Looistoffen, geconcentreerd, looistofextracten

X

X

S

893

Farmaceutische producten, etherische oliën, reinigings- en lichaamsverzorgingsmiddelen

8930

Apothekerproducten (geneesmiddelen), farmaceutische producten

X

X

S

8931

Cosmetische producten, reinigingsmiddelen, zeep, wasmiddelen, waspoeder

X

A

894

Munitie en springstoffen

8940

Munitie en springstoffen

X

X

S

896

Andere chemische producten

8961

Afval van kunstdraad, -vezels, -garens, van kunststoffen, ook geschuimd, ook thermoplastisch, niet nader gespecificeerd, afvalmengzuren van zwavel- en salpeterzuur, elektrodenkoolstofafval, -resten, koolstofbasisstof

X

X

S

8962

Afval en residuen van de chemische industrie, van de glasindustrie, ijzeroxidehoudend, sulfietloog

X

X

S

8963

Andere chemische grondstoffen, hardingsmiddelen voor ijzer, voor staal, ontkalkingsmiddel voor de lederbereiding, hardingsmengsels voor kunststoffen, kabelwas, lijm, oplosmiddel, plantbeschermingsmiddelen, niet nader gespecificeerd, radioactieve stoffen, niet nader gespecificeerd, weekmakermengsels voor kunststoffen

X

X

S

8969

Chemicaliën, chemische producten, niet nader gespecificeerd

X

X

S

9

VOERTUIGEN, MACHINES, ANDERE HALF- EN EINDPRODUCTEN, BIJZONDERE TRANSPORTGOEDEREN

12)

91

VOER- EN VAARTUIGEN

12)

92

LANDBOUWMACHINES

12)

93

ELEKTROTECHNISCHE PRODUCTEN, ANDERE MACHINES

931

Elektrotechnische producten

12)

9314

Elektroafval (elektronicaschroot)

X

X

S

939

Andere machines, niet nader gespecificeerd (inclusief voertuigmotoren)

12)

94

METAALPRODUCTEN

12)

95

GLAS, GLASPRODUCTEN, KERAMISCHE EN ANDERE MINERALE PRODUCTEN

12)

9512

Glas, gemalen, glasafval, -breuk, -scherven

A

96

LEDER, LEDERWAREN, TEXTIEL, BEKLEDING

12)

961

Leder, bewerkte huiden, lederwaren

9610

Pelzen, huiden, leder, bontwerk

X

A

962

Garens, weefsel en aanverwante artikelen

9620

Chemiedraden, -garens, draden en garens van plantaardige spinstoffen van dierenharen, van wol, vilt, -waren, weefsels en stoffen, jute zakken dekzeilen, touwwerk, tapijten, watten

X

A

963

Kleding, schoenen, reisartikelen

9630

Kleding, lederwaren, pelswaren, textiel

X

A

97

ANDERE HALF- EN EINDPRODUCTEN

12)

972

Papier en karton

9721

Bitumenvilt, -papier, -karton, dakvilt, viltkarton, teervilt, -papier teerkarton

X

X

S

9722

Karton, behangpapier, perkamentpapier, golfkarton, celstofwatte (papierwatten)

X

A

9723

Kaftpapier, (in)pakpapier, papier in rollen, krantenpapier

X

A

973

Papier- en kartonproducten

9730

Papier- en kartonproducten

X

A

99

BIJZONDERE TRANSPORTGOEDEREN (inclusief groepage- en stukgoed)

12)

9999

Goederen, niet nader gespecificeerd

X

X

S

12)

Opmerkingen:

1) Gegarandeerd onbehandeld

3) voor gebeitst zaad: S

4) Als alternatief bij „S” is sproeien over opslag op de wal mogelijk voor zover nationale bepalingen dit niet verbieden. Indien nationale bepalingen het sproeien over opslag op de wal verbieden, moet het waswater worden vervoerd naar een installatie voor het veilig verwijderen van afvalwater.

5) S: voor in water oplosbare metaalzouten verplicht; sluit sproeien over opslag op de wal uit.

6) Indien met minerale olie besmeurd: S

11) Alternatief voor lozen op het riool: verspreiding van het waswater op landbouwgrond in overeenstemming met de nationale wettelijke regelingen.

12) Zie de bepalingen onder 8, onderdeel d, voor stukgoed.

14) Bij meel: B

15) Wanneer afval en schroot: A, overig B.

16) Bij afval: S

18) Als alternatief is voor het geval dat van een reiniging in samenhang met de vereiste losstandaard afgezien moet worden, ook sproeien over opslag op de wal mogelijk.

AANHANGSEL

IIIa

ONTGASSINGSSTANDAARDEN

A

Algemene bepalingen

B

Toelaatbare waarde voor vrij ventileren (AVFL)

C

Vervoer waarbij een ontgassing van de ladingtanks na het lossen niet noodzakelijk is

D

Betekenis van de kolommen in de onderstaande Tabellen I tot en met III

Aanhangsel

IV

behorende bij de Uitvoeringsregeling

Gewijzigd door Besluiten CDNI 2016-I-5, 2019-II-5 en 2023-I-5

Losverklaring

(Uitgave 2017)

Modellen

Drogeladingvaart (Uitgave 2017)

Tankvaart (Uitgave 2023)

Uitgave 2017 buiten werking gesteld door Besluit CDNI 2023-I-5

[...]

Bijlage losverklaring tankvaart

Aanwijzingen om de losverklaring tankvaart 2024 in te vullen

Deel 1: Verklaring ladingontvanger / overslaginstallatie

Opmerking bij A: naam en adres onderneming verplicht (volledige contactgegevens)

Opmerking bij nummer 2:

  • *

    UN-nummer invullen verplicht volgens tabel I, II en III van aanhangsel IIIa;

  • *

    AVFL-waarde (variabel): invullen indien er sprake is van een mengsel en geen waarde is vermeld in kolom 3 van genoemde tabellen in aanhangsel IIIa;

Opmerking bij nummer 6a:

  • *

    eenheidstransport toewijzen op verklaring schipper, schriftelijk aantonen tijdens de vaart verplicht in verband met rechtmatigheid toekennen eenheidstransport (artikel 7.04, derde lid, onderdeel a);

    (vak 8 invullen) in verband met verplichting overname overslagresten door overslaginstallatie.

Opmerking bij nummer 6b:

  • *

    verenigbaar transport toewijzen op verklaring schipper, schriftelijk aantonen tijdens de vaart verplicht i.v.m. rechtmatigheid toekennen verenigbaarheid (artikel 7.04, derde lid, onderdeel b);

    (vak 7 a invullen), nalenzen verplicht voor vertrek, losstandaard A;

    (vak 8 invullen), verplichting overname overslagresten door overslaginstallatie.

Opmerking bij nummer 6 c:

  • *

    uitstel van de verplichting om het schip te wassen of te ontgassen na lossen mogelijk (artikel 7.04, derde lid, onderdeel c) indien verwacht wordt dat er een verenigbaar transport volgt; en onder voorwaarde dat;

    • 1)

      de overslaginstallatie voorlopig een ontvangstvoorziening voor wassen of ontgassen toewijst (vak 9 of 10 invullen) op basis van artikel 7.05 of 7.08; en

    • 2)

      het schip na het lossen tenminste nagelensd (vak 7 a invullen, losstandaard A) ter beschikking wordt gesteld.

Opmerking bij nummer 7:

  • *

    reinigen ladingtanks bij overslaginstallatie na lossen:

    • 7a:

      nalenzen (losstandaard A) altijd verplicht, tenzij eenheidstransport;

    • 7b:

      bij wassen op loslocatie vermelding van hoeveelheid waswater, invullen 9b verplicht indien waswater wordt ingenomen;

    • 7c:

      ontgast op loslocatie, invullen 10a verplicht.

Opmerking bij nummer 8:

Opmerking bij nummer 9:

  • *

    9b wordt aangekruist als waswater wordt ingenomen door de overslaginstallatie (zie 7b);

  • *

    9c wordt aangekruist indien de verlader de ontvangstinrichting heeft aangewezen in de vervoersovereenkomst;

  • *

    9d wordt aangekruist als de verlader geen ontvangstinrichting heeft aangewezen in de vervoersovereenkomst; toewijzing ontvangstvoorziening verplicht door overslaginstallatie (verplichting volgens artikel 7.08);

  • *

    9c of 9d dient -op verklaring van de schipper- te worden ingevuld (6.03, zesde lid).

Opmerking bij nummer 10:

  • *

    10a indien ontgassing na lossen binnen de overslaginstallatie plaatsvindt, moet deel 4 worden ingevuld;

  • *

    10b wordt aangekruist indien de verlader een ontvangstinrichting voor dampen heeft aangewezen in de vervoersovereenkomst (7.05, tweede lid, onderdeel a);

  • *

    10c wordt aangekruist als de verlader geen ontvangstinrichting voor dampen heeft aangewezen in de vervoersovereenkomst; toewijzing ontvangstvoorziening verplicht door overslaginstallatie (verplichting volgens artikel 7.08).

G: ondertekening verplicht, naam verantwoordelijke overslaginstallatie in blokletters

...

Deel 2 a) verklaring van de schipper na lossen bij vertrek van de overslaginstallatie

Opmerking bij DEEL 2a):

  • *

    De schipper ondertekent de losverklaring bij vertrek en bevestigt daarmee de vermeldingen in de vakken 1 tot en met 10.

...

Deel 2 b): verklaring van de schipper tijdens het transport

Opmerking bij nummer 11:

  • *

    De schipper is verplicht (artikel 6.03, vierde lid, onderdeel b) om in de losverklaring schriftelijk of digitaal te registreren of het waswater is ontstaan bij het wassen tijdens de vaart.

Opmerking bij nummer 12:

Opmerking bij nummer 13:

  • *

    De schipper is verplicht (artikel 7.04, derde lid, onderdeel c) om verenigbaar transport te vermelden in vak 13 in verband met rechtmatigheid toepassing artikel 7.04, derde lid, onderdeel c, zodat niet gewassen of ontgast hoeft te worden.

Opmerking bij nummer 14:

Vak voor opmerkingen

Ondertekening door de schipper verplicht bij gebeurtenissen tijdens transport, naam van de schipper in blokletters

...

Deel 3: Verklaring afgifte en inname waswater bij ontvangstinrichting

Opmerking bij nummer 15:

  • *

    De ontvangstinrichting (vaste of mobiele inzamelaar) vermeldt hier op de losverklaring de hoeveelheden door het schip aangeboden waswater. Een exemplaar of kopie van losverklaring wordt bewaard in de administratie van de ontvangstinrichting (artikel 7.01, tweede lid). Een exemplaar van de losverklaring moet weer aan het schip geretourneerd worden (artikel 7.01, tweede lid).

  • *

    Toegestane Euralcodes (6-cijferig) voor afgifte waswater (EG Verordening nr. 1013/2006):

16 07

afval van de reiniging van transport- en opslagtanks en vaten (exclusief 05 en 13)

16 07 081)

afval dat olie bevat

16 07 091)

afval dat andere gevaarlijke stoffen bevat

16 10

waterig vloeibaar afval dat bestemd is om elders te worden verwerkt

16 10 011)

waterig vloeibaar afval dat gevaarlijke stoffen bevat

16 10 02

niet onder 16 10 01 vallend waterig vloeibaar afval

1) Gevaarlijk afval

...

Deel 4: Verklaring afgifte en inname van dampen bij ontvangstinrichting

Opmerking bij nummer 18:

  • *

    De ontvangstinrichting voor dampen vermeldt hier op de losverklaring de gemeten dampconcentratie overeenkomstig de voorschriften in aanhangsel IIIa. Metingen vinden plaats in de leiding naar de ontvangstinrichting en op punten van de ladingtanks die door de deskundige aan boord als geëigend worden beschouwd.

...

Aanhangsel

V

behorende bij de Uitvoeringsregeling

(Versie 2010)

Grens- en controlewaarden voor zuiveringsinstallaties aan boord van passagiersschepen

  • 1.

    Boordzuiveringsinstallaties moeten bij de typekeuring aan de volgende grenswaarden voldoen:

    Tabel 1: Grenswaarden bij de afvoer van boordzuiveringsinstallatie (testinstallatie) waar tijdens de typekeuring aan moet worden voldaan

    Biochemische zuurstofbehoefde (BZB5)

    25 mg/l

    20 mg/l

    24u-mengmonster, gehomogeniseerd

    ISO 5815-1 en 5815-2 (2003)1)

    40 mg/l

    25 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

    Chemische zuurstofbehoefte (CZB)2)

    125 mg/l

    100 mg/l

    24u-mengmonster, gehomogeniseerd

    ISO 6060 (1989)1)

    180 mg/l

    125 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

    Totaal organisch gebonden koolstof (TOC)

    ---

    35 mg/l

    24u-mengmonster, gehomogeniseerd

    EN 1484 (1997)1)

    ---

    45 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

    • 1) De Verdragsluitende Staten kunnen gelijkwaardige procedés voorzien.

    • 2) In plaats van de chemische zuurstofbehoefte (CZB) kan voor de typekeuring ook van het totaal organisch gebonden koolstof (TOC) worden uitgegaan.

  • 2.

    Bij gebruik moet aan de volgende controlewaarden worden voldaan:

    Tabel 2: Grenswaarden bij de afvoer van de boordzuiveringsinstallatie tijdens gebruik aan boord van passagiersschepen

    Biochemische zuurstofbehoefte (BZB5)

    40 mg/l

    25 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

    ISO 5815-1 en 5815-2 (2003)1)

    Chemische zuurstofbehoefte (CZB)2)

    180 mg/l

    125 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

    ISO 6060 (1989)1)

    ---

    150 mg/l

    Steekproef

    Totaal organisch gebonden koolstof (TOC)

    ---

    45 mg/l

    Steekproef, gehomogeniseerd

    EN 1484 (1997)1)

    • 1) De Verdragsluitende Staten kunnen gelijkwaardige procedés voorzien.

    • 2) In plaats van de chemische zuurstofbehoefte (CZB) kan voor de typekeuring ook van het totaal organisch gebonden koolstof (TOC) worden uitgegaan.

    De steekproef moet aan de desbetreffende waarde voldoen. De bevoegde instanties moeten met onregelmatige tussenpozen steekproeven nemen.

  • 3.

    Procedés die gebruikmaken van chloorhoudende stoffen zijn niet toegestaan.

    Het is evenmin toegelaten, het huishoudelijk afvalwater te verdunnen om de specifieke belasting te verminderen en daardoor lozing mogelijk te maken.