Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds

Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna de „lidstaten" genoemd, en

de Europese Gemeenschap,

de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap" genoemd,

enerzijds, en

de Arabische Republiek Egypte, hierna „Egypte" genoemd,

anderzijds,

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar lidstaten en Egypte en hun gemeenschappelijke waarden,

Overwegende dat de Gemeenschap, de lidstaten en Egypte deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van partnerschap en wederkerigheid tot stand wensen te brengen,

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest,

Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen,

Gelet op de verschillen tussen Egypte en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economische en sociale ontwikkeling in Egypte te versterken,

Verlangende hun economische betrekkingen te versterken en met name hun onderlinge handelsverkeer, investeringen en technische samenwerking te ontwikkelen, en dit proces te ondersteunen door een regelmatige dialoog inzake economische, wetenschappelijke, technologische, culturele, audiovisuele en sociale aangelegenheden, teneinde de kennis van en het begrip voor elkander te bevorderen,

Gelet op de keuze van de Gemeenschap en Egypte voor vrijhandel en met name de verbintenis tot naleving van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 en de andere multilaterale overeenkomsten welke aan de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie zijn gehecht,

Zich bewust van de noodzaak samen te werken teneinde de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling in de regio te bevorderen, door regionale samenwerking aan te moedigen,

Ervan overtuigd dat de associatieovereenkomst een nieuw klimaat voor hun betrekkingen zal scheppen,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2004, L 304, PbEU 2005, L 31, PbEU 2006, L 73 en PbEU 2007, L 312.]:

Artikel

1

Artikel

2

De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag liggen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

3

Artikel

4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang, met name vrede, veiligheid, democratie en regionale ontwikkeling.

Artikel

5

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

BASISBEGINSELEN

Artikel

6

De Gemeenschap en Egypte brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT" te noemen.

HOOFDSTUK

1

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

7

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage I.

Artikel

8

Producten van oorsprong uit Egypte worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking.

Artikel

9

Artikel

10

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn tevens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

11

HOOFDSTUK

2

LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN

Artikel

12

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage I.

Artikel

13

De Gemeenschap en Egypte liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

HOOFDSTUK

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.

Artikel

23

Onverminderd het bepaalde in artikel 34 is de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Tot de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels zijn vastgesteld, kan, indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI en XVI van de GATT 1994 plaatsvindt, zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Niets in deze overeenkomst vormt een beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het leven van mensen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal cultuurgoed van artistieke, historische of archeologische waarde, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel

27

Het begrip „producten van oorsprong" voor de toepassing van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.

Artikel

28

Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Egypte worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Egyptische douanetarief.

TITEL

III

RECHT VAN VESTIGING EN VERLENING VAN DIENSTEN

Artikel

29

Artikel

30

TITEL

IV

KAPITAALVERKEER EN ANDERE ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN

HOOFDSTUK

I

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

31

Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 33 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betalingen op de lopende rekening in volledig converteerbare valuta.

Artikel

32

Artikel

33

Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap dan wel Egypte in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te verkeren, kan de Gemeenschap, respectievelijk Egypte, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de GATT en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, beperkingen instellen ten aanzien van de lopende betalingen, indien dergelijke beperkingen strikt noodzakelijk zijn. De Gemeenschap, respectievelijk Egypte, stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK

II

MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN

Artikel

34

Artikel

35

De lidstaten en Egypte passen, zonder afbreuk te doen aan de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van Egypte geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.

Artikel

36

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte verstoren en strijdig zijn met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel

37

Artikel

38

De partijen stellen zich een geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel. De Associatieraad voert overleg over de tenuitvoerlegging van deze doelstelling.

TITEL

V

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

39

Doelstellingen

Artikel

40

Toepassingsgebied

Artikel

41

Methoden en procedures

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a)

    een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

  • b)

    regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën op alle terreinen van de samenwerking; in dit verband worden onder meer bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen gehouden;

  • c)

    uitwisseling van advies, deskundigheid en scholing;

  • d)

    gezamenlijke activiteiten als seminars en werkgroepen;

  • e)

    technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van regelgeving.

Artikel

42

Onderwijs en opleiding

De partijen stellen in onderlinge samenwerking welke de meest effectieve methoden zijn om onderwijs en beroepsopleidingen significant te verbeteren, en passen deze methoden toe, met name ten aanzien van overheidsondernemingen en particuliere ondernemingen, handelsgerelateerde dienstverlening, de overheid, technische instellingen, instanties voor normalisatie en certificatie en andere relevante organisaties. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang voor vrouwen tot hoger onderwijs en opleidingsfaciliteiten.

De samenwerking stimuleert tevens de totstandkoming van betrekkingen tussen gespecialiseerde instanties in de Gemeenschap en Egypte en bevordert de uitwisseling van informatie en ervaring en het gezamenlijk gebruik van technische faciliteiten.

Artikel

43

Wetenschappelijke en technologische samenwerking

De samenwerking heeft als doel:

  • a)

    het bevorderen van duurzame betrekkingen tussen de wetenschappelijke gemeenschap in de Gemeenschap en die in Egypte, met name door middel van:

    • openstelling van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's van de Gemeenschap voor Egypte, overeenkomstig de geldende bepalingen inzake de deelname van derde landen;

    • deelname van Egypte aan netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking;

    • bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;

  • b)

    het versterken van de onderzoekscapaciteit in Egypte;

  • c)

    het stimuleren van technologische innovatie, uitwisseling van nieuwe technologieën en verspreiding van kennis.

Artikel

44

Milieu

Artikel

45

Industriële samenwerking

De samenwerking bevordert en stimuleert met name:

  • het debat over industriebeleid en concurrentie in een open economie;

  • de industriële samenwerking tussen bedrijven in de Gemeenschap en in Egypte: dit houdt onder meer toegang voor Egypte in tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen ondernemingen en tot netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking;

  • de modernisering en herstructurering van de Egyptische industrie;

  • totstandbrenging van een voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven gunstig klimaat, teneinde groei en diversifiëring van de industriële productie te stimuleren;

  • overdracht van technologie, innovatie en onderzoek en ontwikkeling;

  • ontwikkeling van het menselijk potentieel;

  • toegang tot de kapitaalmarkt ten behoeve van de financiering van productieve investeringen.

Artikel

46

Investeringen en stimulering van investeringen

De samenwerking is gericht op versterking van de instroom van kapitaal, deskundigheid en technologie naar Egypte door onder meer:

  • op gepaste wijze investeringsmogelijkheden en bronnen van informatie over investeringsregels te identificeren;

  • informatie te verstrekken over Europese investeringsregelingen (technische bijstand, rechtstreekse financiële ondersteuning, fiscale stimuleringsmaatregelen, investeringsverzekering en dergelijke) voor investeringen buiten de EG, en Egypte beter in staat te stellen daarvan te profiteren;

  • een juridisch klimaat tot stand te brengen dat bevorderlijk is voor de onderlinge investeringen, eventueel door sluiting door Egypte en de lidstaten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing;

  • de mogelijkheden voor de oprichting van joint ventures te onderzoeken, met name voor het midden- en kleinbedrijf, en voor de sluiting van overeenkomsten tussen de lidstaten en Egypte;

  • mechanismen voor de stimulering van investeringen in te stellen.

De samenwerking kan zich uitstrekken tot planning en uitvoering van projecten waarmee ter plaatse de doeltreffende verwerving en gebruik van basistechnologieën, het gebruik van normen, de ontwikkeling van het menselijk potentieel en het scheppen van werkgelegenheid kan worden gedemonstreerd.

Artikel

47

Normalisatie en conformiteitsbeoordeling

De partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling te beperken. Specifiek richt de samenwerking in dit verband zich op de volgende terreinen:

  • a)

    voorschriften op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitsnormen en erkenning van conformiteit, met name wat betreft sanitaire en fytosanitaire normen voor landbouwproducten en voedingsmiddelen;

  • b)

    modernisering van de Egyptische instanties voor conformiteitsbeoordeling, teneinde te zijner tijd overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordeling te sluiten;

  • c)

    het ontwikkelen van structuren voor de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteitsnormen.

Artikel

48

Aanpassing van wetgeving

De partijen doen wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te vereenvoudigen.

Artikel

49

Financiële diensten

De partijen werken samen om hun normen en voorschriften te harmoniseren, onder andere met het oog op:

  • a)

    versterking en herstructurering van de financiële sector in Egypte;

  • b)

    verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere segmenten van de financiële sector in Egypte.

Artikel

50

Landbouw en visserij

De samenwerking is gericht op:

  • a)

    modernisering en herstructurering van landbouw en visserij, onder meer door modernisering van infrastructuur en uitrusting, ontwikkeling van technologie voor verpakking, opslag en marketing en verbetering van particuliere distributieketens;

  • b)

    diversificatie van productie en externe afzetmarkten, onder meer door stimulering van de oprichting van joint ventures in de agro-industriële sector;

  • c)

    hechtere samenwerking op veterinair en fytosanitair gebied en inzake teelttechnieken teneinde handelsverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken. De partijen wisselen hiertoe informatie uit.

Artikel

51

Vervoer

De samenwerking is gericht op:

  • herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die gekoppeld is aan de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang;

  • definitie en toepassing van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

  • vernieuwing van technische installaties voor multimodaal vervoer, containervervoer en overslag;

  • verbetering van het beheer van luchthavens, de luchtverkeersleiding en de spoorwegen, mede inhoudende samenwerking tussen de verantwoordelijke nationale instanties;

  • verbetering van navigatiehulpmiddelen.

Artikel

52

Telecommunicatie en informatiemaatschappij

De partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën een cruciaal element zijn van een moderne samenleving, een vitale factor voor de economische en sociale ontwikkeling en een hoeksteen van de opkomende informatiemaatschappij.

De samenwerkingsactiviteiten van de partijen op dit gebied zijn gericht op:

  • een dialoog over vraagstukken die verband houden met de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, zoals het telecommunicatiebeleid;

  • uitwisseling van informatie en mogelijke technische bijstand op het gebied van regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en certificering in verband met informatietechnologieën en telecommunicatie;

  • verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en verfijning van nieuwe toepassingen op dit gebied;

  • uitvoering van gezamenlijke projecten voor onderzoek, technische ontwikkeling of industriële toepassingen op het gebied van informatietechnologieën, communicatie, telematica en de informatiemaatschappij;

  • deelname van Egyptische organisaties, binnen de gevestigde kaders, aan proefprojecten en Europese programma's;

  • onderlinge koppeling van netwerken en interoperabiliteit van telematicadiensten in de Gemeenschap en Egypte.

Artikel

53

Energie

Bij de samenwerking genieten prioriteit:

  • bevordering van duurzame energie;

  • bevordering van energiebesparing en efficiënt energiegebruik;

  • toegepast onderzoek naar datanetwerken in de economische en sociale sector, met name ten behoeve van de verbinding tussen ondernemingen in de Gemeenschap en in Egypte;

  • ondersteuning voor de modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en koppeling daarvan aan de netwerken van de Gemeenschap.

Artikel

54

Toerisme

De prioriteiten voor de samenwerking zijn:

  • stimulering van investeringen in het toerisme;

  • verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en versterking van de consistentie van beleid dat op het toerisme van invloed is;

  • betere seizoensspreiding van het toerisme;

  • bevordering van de samenwerking met regio's en steden in buurlanden;

  • benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme;

  • zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en het milieu;

  • versterking van het concurrentievermogen van het toerisme door steun voor professionalisering.

Artikel

55

Douane

Artikel

56

Statistiek

De samenwerking is met name gericht op harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden, zodat betrouwbare statistieken kunnen worden opgesteld voor alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen en voor statistische verwerking in aanmerking komen.

Artikel

57

Witwassen van geld

Artikel

58

Bestrijding van drugs

Artikel

59

Bestrijding van terrorisme

Overeenkomstig internationale verdragen en hun nationale wetgeving werken de partijen samen op dit gebied, waarbij de nadruk ligt op:

  • uitwisseling van informatie over middelen en methoden voor de bestrijding van terrorisme;

  • uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de voorkoming van terrorisme;

  • gezamenlijk onderzoek naar de voorkoming van terrorisme.

Artikel

60

Regionale samenwerking

De samenwerking is met name gericht op:

  • ontwikkeling van de economische infrastructuur;

  • wetenschappelijk en technologisch onderzoek;

  • intraregionale handel;

  • douanezaken;

  • cultuur;

  • milieuvraagstukken.

Artikel

61

Bescherming van de consument

De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen voor de bescherming van de consument in de Europese Gemeenschap en in Egypte en dient voor zover mogelijk gericht te zijn op:

  • versterking van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;

  • instelling, ontwikkeling en onderlinge koppeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke voedingsmiddelen en industrieproducten (systemen voor vroegtijdige waarschuwing);

  • uitwisseling van informatie en deskundigen;

  • organisatie van opleidingsregelingen en verlening van technische bijstand.

TITEL

VI

HOOFDSTUK

1

DIALOOG EN SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

62

De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan billijke behandeling van hun werknemers die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven en werkzaam zijn. De lidstaten en Egypte komen overeen, indien een van hen daarom verzoekt, besprekingen te openen over onderlinge bilaterale overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden voor en socialezekerheidsrechten van werknemers uit Egypte en de lidstaten die legaal verblijven en werkzaam zijn op hun grondgebied.

Artikel

63

Artikel

64

De dialoog over sociale aangelegenheden wordt gevoerd volgens dezelfde procedures als die waarin in titel I van deze overeenkomst wordt voorzien.

Artikel

65

Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren, worden activiteiten en programma's uitgevoerd op alle gebieden die voor hen van belang zijn. Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit:

  • a)

    vermindering van de migratiedruk, met name door het verbeteren van de levensomstandigheden, het scheppen van werkgelegenheid en inkomensgenerende activiteiten en het ontwikkelen van het onderwijs in de gebieden waaruit emigranten afkomstig zijn;

  • b)

    bevordering van de betrokkenheid van vrouwen bij het economische en sociale ontwikkelingsproces;

  • c)

    ontwikkeling en versterking van Egyptische programma's voor gezinsplanning en de bescherming van moeder en kind;

  • d)

    verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;

  • e)

    verbetering van de gezondheidszorg;

  • f)

    verbetering van de levensomstandigheden in arme gebieden;

  • g)

    uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Egyptische jongeren die in de lidstaten verblijven ter bevordering van de kennis van elkanders cultuur en van de tolerantie.

Artikel

66

De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de lidstaten en bevoegde internationale organisaties.

Artikel

67

De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze wordt belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot en met 3.

HOOFDSTUK

2

SAMENWERKING INZAKE VOORKOMING VAN EN CONTROLE OP ILLEGALE IMMIGRATIE EN ANDERE CONSULAIRE AANGELEGENHEDEN

Artikel

68

De partijen werken samen teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende:

  • iedere lidstaat van de Europese Gemeenschap verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van Egypte verblijven op verzoek van Egypte zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd;

  • Egypte verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschap verblijven op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd.

Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Egypte hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.

Wat de lidstaten van de Europese Unie betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht geacht worden hun onderdanen te zijn.

Wat Egypte betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het Egyptische rechtsstelsel en alle relevante wetgeving betreffende het staatsburgerschap geacht worden onderdanen van Egypte te zijn.

Artikel

69

Na de inwerkingtreding van de overeenkomst openen de partijen op verzoek van een van hen onderhandelingen over de sluiting van onderlinge bilaterale overeenkomsten waarin hun specifieke verplichtingen betreffende de overname van hun onderdanen worden geregeld. Indien een partij zulks noodzakelijk acht, bevatten dergelijke overeenkomsten tevens regelingen voor de overname van onderdanen van derde landen. In die regelingen wordt bepaald welke categorieën personen onder de regelingen vallen, alsmede op welke wijze de overname dient te geschieden. Egypte wordt passende financiële en technische steun verleend voor de tenuitvoerlegging van deze regelingen.

Artikel

70

De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden verricht voor de voorkoming van en de controle op illegale immigratie en met betrekking tot andere consulaire aangelegenheden.

HOOFDSTUK

3

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR, AUDIOVISUELE MEDIA EN INFORMATIE

Artikel

71

TITEL

VII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

72

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt een financieel samenwerkingspakket aan Egypte ter beschikking gesteld volgens de passende procedures en met de vereiste financiële middelen.

De financiële samenwerking is met name gericht op:

  • het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;

  • het op peil brengen van de economische infrastructuur;

  • het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;

  • het opvangen van de gevolgen voor Egypte van de geleidelijke instelling van een vrijhandelsgebied, met name door de industrie te moderniseren en te herstructureren en Egyptes exportcapaciteit te vergroten;

  • flankerende maatregelen voor beleid in de sociale sector;

  • het bevorderen van de capaciteit en het vermogen van Egypte op het gebied van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten;

  • aanvullende maatregelen, waar nodig, ter uitvoering van bilaterale overeenkomsten ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie;

  • flankerende maatregelen ten behoeve van de formulering en tenuitvoerlegging van de concurrentiewetgeving.

Artikel

73

Met het oog op een gecoördineerde benadering van uitzonderlijke macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst zouden kunnen voortvloeien, schenken de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Egypte in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL

VIII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

74

Er wordt een Associatieraad opgericht, die éénmaal per jaar, of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op ministerieel niveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter, overeenkomstig het reglement van orde.

De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

75

Artikel

76

Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.

Artikel

77

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

80

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn. Hij stelt voor alle aldus aan hem ondergeschikte werkgroepen of lichamen de werkopdracht vast.

Artikel

81

De Associatieraad neemt alle nuttige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Egypte.

Artikel

82

Artikel

83

Niets in deze overeenkomst belet een overeenkomstsluitende partij maatregelen te nemen:

  • a)

    die zij nodig acht om onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist te beletten;

  • b)

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die onmisbaar zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c)

    die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

84

Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

  • de regelingen die Egypte ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;

  • de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Egypte toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Egyptische onderdanen of vennootschappen.

Artikel

85

Ten aanzien van directe belastingen heeft geen der bepalingen van de overeenkomst tot gevolg dat:

  • de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is worden uitgebreid;

  • de vaststelling of toepassing door een partij van maatregelen ter voorkoming van fraude of belastingontduiking wordt verhinderd;

  • afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in een zelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel

86

Artikel

87

De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen I tot en met VI vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel

88

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen" verstaan: enerzijds Egypte, en anderzijds de Gemeenschap, dan wel de lidstaten, dan wel de Gemeenschap en de lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Artikel

89

Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk der partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt deze overeenkomst op van toepassing te zijn.

Artikel

90

Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig het bepaalde in die verdragen, en anderzijds op het grondgebied van Egypte.

Artikel

91

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

92

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkander ervan kennisgeving doen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Protocol

nr. 1

Regeling van toepassing bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Egypte, bedoeld in artikel 14, lid 1

1

De in de bijlage genoemde producten van oorsprong uit Egypte mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd onder de voorwaarden die hieronder en in de bijlage zijn opgenomen.

2

3

Voor bepaalde producten worden de douanerechten afgeschaft binnen de grenzen van de in kolom B vermelde tariefcontingenten.

Deze tariefcontingenten zijn van toepassing op jaarbasis van 1 januari tot en met 31 december, tenzij anders vermeld.

Voor ingevoerde hoeveelheden die het contingent overschrijden, wordt het recht van het gemeenschappelijk douanetarief naargelang het betrokken product volledig toegepast of verlaagd zoals aangegeven in kolom C.

In 2004 wordt de omvang van de nieuwe tariefcontingenten en de verhogingen van de omvang van de bestaande tariefcontingenten berekend naar rato van de in het protocol vermelde basishoeveelheden, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat is verstreken vóór 1 mei 2004.

4

Voor producten waarbij in kolom D naar dit punt wordt verwezen, wordt de omvang van de in kolom B vermelde tariefcontingenten jaarlijks verhoogd met 3% van de omvang van het voorgaande jaar. De eerste verhoging vindt plaats op de dag waarop elk tariefcontingent voor de tweede maal wordt geopend.

5

De door de Europese Gemeenschap en Egypte overeengekomen invoerprijs voor verse sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen) ingedeeld onder de GN-codes 0805 10 10, 0805 10 30 en 0805 10 50, vanaf welke het specifieke recht als vermeld in de lijst van concessies die door de Gemeenschap bij de WTO is aangemeld tot nul wordt verlaagd, bedraagt, binnen het tariefcontingent van 34 000 ton dat op de concessie betreffende douanerechten ad valorem van toepassing is:

• 264 euro per ton gedurende elke periode van 1 december tot en met 31 mei.

Indien de invoerprijs voor een zending 2%, 4%, 6% of 8% lager is dan de overeengekomen invoerprijs, bedraagt het specifieke douanerecht respectievelijk 2%, 4%, 6% of 8% van deze overeengekomen invoerprijs. Indien de invoerprijs voor een zending lager is dan 92% van de overeengekomen invoerprijs, is het bij de WTO geconsolideerde specifieke douanerecht van toepassing.

Protocol

nr. 2

Regeling van toepassing bij de invoer in Egypte van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, bedoeld in artikel 14, lid 2

1

De in de bijlage genoemde producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen in Egypte worden ingevoerd onder de voorwaarden die hierna en in de bijlage zijn vermeld.

2

De douanerechten bij invoer worden afgeschaft of verlaagd tot de waarde aangegeven in kolom A.

3

Voor bepaalde producten worden de rechten afgeschaft of verlaagd binnen de grenzen van de tariefcontingenten vermeld in kolom B.

Protocol

nr. 3

Betreffende de handel tussen Egypte en de Gemeenschap in verwerkte landbouwproducten, bedoeld in artikel 14, lid 3

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De Gemeenschap en Egypte stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten.

Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

Protocol

nr. 4

Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking

INHOUD

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

– Artikel 1

Definities

TITEL II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

– Artikel 2

Algemene voorwaarden

– Artikel 3

Bilaterale cumulatie van de oorsprong

– Artikel 4

Diagonale cumulatie van de oorsprong

– Artikel 5

Geheel en al verkregen producten

– Artikel 6

Toereikende bewerking of verwerking

– Artikel 7

Ontoereikende bewerking of verwerking

– Artikel 8

Determinerende eenheid

– Artikel 9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

– Artikel 10

Stellen of assortimenten

– Artikel 11

Neutrale elementen

TITEL III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

– Artikel 12

Territorialiteitsbeginsel

– Artikel 13

Rechtstreeks vervoer

– Artikel 14

Tentoonstellingen

TITEL IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN

– Artikel 15

Verbod op teruggave of vrijstelling van rechten (gewijzigd)

TITEL V

BEWIJS VAN DE OORSPRONG

– Artikel 16

Algemene voorwaarden

– Artikel 17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

– Artikel 18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

– Artikel 19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

– Artikel 20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

– Artikel 21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

– Artikel 22

Toegelaten exporteurs

– Artikel 23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

– Artikel 24

Overlegging van het bewijs van oorsprong

– Artikel 25

Invoer in deelzendingen

– Artikel 26

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

– Artikel 27

Ondersteunende documenten

– Artikel 28

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten

– Artikel 29

Verschillen en vormfouten

– Artikel 30

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

– Artikel 31

Wederzijdse bijstand

– Artikel 32

Controle van bewijzen van oorsprong

– Artikel 33

Beslechting van geschillen

– Artikel 34

Sancties

– Artikel 35

Vrije zones

TITEL VII

CEUTA EN MELILLA

– Artikel 36

Toepassing van het protocol

– Artikel 37

Bijzondere voorwaarden

TITEL VIII

SLOTBEPALINGEN

– Artikel 38

Wijziging van het protocol

– Artikel 39

Tenuitvoerlegging van het protocol

– Artikel 40

Goederen in doorvoer of in opslag

BIJLAGEN

BIJLAGE I:

Aantekeningen bij de lijst in bijlage II

BIJLAGE II:

Oorsprongverlenende be- of verwerkingen

BIJLAGE IIA:

Oorsprongverlenende be of verwerkingen als bedoeld in artikel 6, lid 2

BIJLAGE III:

Producten van oorsprong uit Turkije waarop artikel 4 niet van toepassing is, opgesomd in de volgorde van de indeling in het geharmoniseerde systeem

BIJLAGE IV:

Certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en aanvraag van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

BIJLAGE V:

Factuurverklaring

BIJLAGE VI:

Gemeenschappelijke verklaringen

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging": elk type be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal": alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product": het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen": zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde": de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek": de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Egypte in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen": de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Egypte is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong": de waarde van deze materialen als omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde": de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte producten van oorsprong uit andere landen dan die waarin die producten zijn verkregen;

  • j.

    „hoofdstukken" en „posten": de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „geharmoniseerd systeem" of „GS" genoemd;

  • k.

    „ingedeeld": de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending": producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;

  • m.

    „gebieden": ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel

2

Algemene voorwaarden

Artikel

3

Bilaterale cumulatie van de oorsprong

Artikel

4

Diagonale cumulatie van de oorsprong

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem worden als van oorsprong beschouwd, indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van:

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel

15

Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN DE OORSPRONG

Artikel

16

Algemene voorwaarden

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Egypte onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Egypte. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteurs

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

24

Overlegging van het bewijs van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van het bewijs van oorsprong verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

25

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

26

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

27

Ondersteunende documenten

De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring worden gedekt, producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in artikel 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Egypte blijkt;

  • d.

    certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Egypte zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de in artikel 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol.

Artikel

28

Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten

Artikel

29

Verschillen en vormfouten

Artikel

30

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Wederzijdse bijstand

Artikel

32

Controle van bewijzen van oorsprong

Artikel

33

Beslechting van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

34

Sancties

Sancties worden getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of doet opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen.

Artikel

35

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

36

Toepassing van het protocol

Artikel

37

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

38

Wijziging van het protocol

De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

39

Tenuitvoerlegging van het protocol

De Gemeenschap en Egypte nemen ieder voor zich de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit protocol.

Artikel

40

Goederen in doorvoer of in opslag

De overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Egypte of tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na die datum een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij de douaneautoriteiten van de staat van invoer wordt ingediend dat achteraf door de bevoegde instanties van de staat van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Prinsdom Andorra

  • 1.

    Producten van oorsprong uit Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Egypte aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino

  • 1.

    Producten van oorsprong uit San Marino worden door Egypte aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.

  • 2.

    Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.

Gemeenschappelijke verklaring inzake cumulatie van de oorsprong

De Gemeenschap en Egypte erkennen de belangrijke bijdrage die cumulatie van de oorsprong levert tot het stimuleren van de ontwikkeling in de richting van een vrijhandelsgebied waarvan alle deelnemers aan het proces van Barcelona deel uitmaken.

De Gemeenschap streeft ernaar met de partnerlanden in het Middellandse-Zeegebied, in het bijzonder op hun verzoek met de landen van de Maghreb en de Mashrak, overeenkomsten te sluiten inzake toepassing van cumulatie van de oorsprong, zodra de betrokken partners bereid zijn gelijkluidende oorsprongsregels toe te passen.

De partijen verklaren voorts dat verschillen met betrekking tot het type cumulatie dat in de deelnemende landen reeds van kracht is, geen belemmering vormen voor het bereiken van dit doel. Onmiddellijk na de ondertekening van de overeenkomst vangen de partijen, met dit doel voor ogen, een onderzoek aan naar de mogelijkheden tot cumulatie met de betrokken landen gedurende de overgangsperiode, met name voor sectoren waarvoor de betrokken mediterrane landen gelijkluidende oorsprongsregels toepassen.

De Gemeenschap zal de betrokken partnerlanden bijstand verlenen om tot cumulatie van de oorsprongsregels te komen.

Gemeenschappelijke verklaring inzake de verwerkingseisen vervat in Bijlage II

Beide partijen stemmen in met de verwerkingseisen die in de bijlagen II en IIA bij de overeenkomst zijn vervat.

Een beperkt aantal met redenen omklede verzoeken van Egypte om afwijking zal door de Gemeenschap evenwel in behandeling worden genomen, mits deze verzoeken niet van zodanige aard zijn dat afbreuk wordt gedaan aan het streven naar cumulatie van de oorsprong uit de landen van het Middellandse-Zeegebied.

Protocol

nr. 5

inzake wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a)

    „douanewetgeving": de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b)

    „verzoekende autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een der partijen is aangewezen en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol indient;

  • c)

    „aangezochte autoriteit": een bevoegde administratieve autoriteit die door een der partijen is aangewezen en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol ontvangt;

  • d)

    „persoonsgegevens": alle gegevens betreffende een natuurlijke persoon van wie de identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;

  • e)

    „met de douanewetgeving strijdige handeling": elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Bijstand op eigen initiatief

De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wet- en regelgeving, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • activiteiten die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die voor de andere partij van belang zouden kunnen zijn;

  • nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij overtredingen van de douanewetgeving;

  • goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;

  • middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.

Artikel

5

Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor:

  • verstrekking van documenten of

  • kennisgeving van besluiten

die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is.

Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en geheimhouding

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Tenuitvoerlegging

Artikel

14

Andere overeenkomsten

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Repbubliek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de lidstaten" te noemen, en van

de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Arabische Republiek Egypte,

hierna „Egypte" te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op .................. voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, hierna de „Euro-mediterrane overeenkomst" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

Protocol nr. 1

betreffende de regelingen die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Egypte van toepassing zijn,

Protocol nr. 2

betreffende de regelingen die bij de invoer in Egypte van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn,

Protocol nr. 3

betreffende de regeling van toepassing op verwerkte landbouwproducten,

Protocol nr. 4

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5

betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Egypte hebben de volgende gemeenschappelijke en unilaterale verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 14 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37 en bijlage VI van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel VI, hoofdstuk 1, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de bescherming van persoonsgegevens

Unilaterale verklaringen:

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 11 van de Overeenkomst

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 19 van de Overeenkomst

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 21 van de Overeenkomst

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 34 van de Overeenkomst

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Egypte hebben tevens nota genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte overeenkomst in de vorm van een briefwisseling:

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Egypte betreffende de invoer in de Gemeenschap van verse afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van post 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief.

Gemeenschappelijke verklaringen

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3, lid 2

De partijen zijn het erover eens dat de politieke dialoog en de samenwerking tevens betrekking hebben op vraagstukken in verband met de bestrijding van terrorisme.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 14

De partijen komen overeen dat zij onderhandelingen zullen voeren over wederzijdse verlening van concessies voor de handel in vis en visserijproducten, op basis van wederkerigheid en wederzijds belang. Er wordt naar gestreefd uiterlijk één jaar na de ondertekening van de overeenkomst tot overeenstemming te komen over de details.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18

Bij ernstige moeilijkheden die ontstaan zijn door de omvang van de invoer, kunnen de bepalingen inzake overleg tussen de partijen worden toegepast, indien nodig met spoed.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34

De partijen erkennen dat Egypte thans werkt aan de formulering van de concurrentiewetgeving. Deze zal de noodzakelijke voorwaarden scheppen voor overeenstemming over de uitvoeringsbepalingen bedoeld in artikel 34, lid 2. Zolang de formulering van de eigen wetgeving niet is voltooid, neemt Egypte de in de Europese Unie ontwikkelde concurrentieregels in acht.

Zolang de in artikel 34, lid 2, bedoelde uitvoeringsbepalingen niet zijn vastgesteld, kunnen de partijen bij ernstige moeilijkheden de kwestie ter overweging voorleggen aan de Associatieraad.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37 en bijlage VI

In het kader van de overeenkomst omvat intellectuele eigendom inzonderheid het volgende: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, fabrieks- en handelsmerken en dienstmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967) en bescherming van niet openbaargemaakte informatie inzake knowhow.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39

De partijen komen overeen dat in geval van ernstige verstoring van het evenwicht in hun handelsbalans, waardoor hun handelsbetrekkingen zouden kunnen worden verstoord, elk der partijen kan verzoeken om overleg in het Associatiecomité, teneinde in overeenstemming met het bepaalde in artikel 39 de totstandkoming van evenwichtige economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en middelen te onderzoeken om de situatie te verbeteren door het evenwicht duurzaam te herstellen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel VI, hoofdstuk 1

De partijen komen overeen te streven naar vergemakkelijking van de afgifte van visa aan te goeder trouw zijnde personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de overeenkomst, zoals onder andere zakenlieden, investeerders, academici, personen in opleiding en overheidsfunctionarissen. Gezinsleden van personen die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven komen eveneens in aanmerking.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de bescherming van persoonsgegevens

De partijen komen overeen dat de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd voor alle terreinen waarop persoonsgegevens zullen worden uitgewisseld.

Verklaringen van de Europese Gemeenschap

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 11

Wanneer om overleg wordt verzocht op grond van artikel 11, lid 6, is de Gemeenschap bereid tot overleg binnen dertig dagen nadat Egypte het Associatiecomité van de buitengewone maatregel in kennis heeft gesteld.

Dergelijk overleg moet waarborgen dat de betrokken maatregelen in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 11. De Gemeenschap zal zich niet tegen vaststelling van de maatregelen verzetten, indien aan deze voorwaarden is voldaan.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 19

De in artikel 19, lid 2, bedoelde bijzondere bepalingen die de Gemeenschap toepast ten aanzien van de Canarische eilanden zijn die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 21

De Gemeenschap is bereid op verzoek van Egypte bijeenkomsten te houden op het niveau van ambtenaren, teneinde informatie te verstrekken over wijzigingen die zich in haar handelsbetrekkingen met derde landen kunnen hebben voorgedaan.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 34

De Gemeenschap verklaart dat zij, tot de Associatieraad de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels inzake eerlijke concurrentie heeft vastgesteld, in het kader van de interpretatie van artikel 34, lid 1, alle handelwijzen die in strijd zijn met dat artikel zal beoordelen aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de regels die vervat zijn in de artikelen 81, 82 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de artikelen 65 en 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal voor producten die onder dat Verdrag vallen, alsmede de communautaire regelgeving inzake overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.

Ten aanzien van de landbouwproducten bedoeld in titel II, hoofdstuk 3, verklaart de Gemeenschap dat zij alle handelwijzen die in strijd zijn met artikel 34, lid 1, onder i), zal beoordelen aan de hand van de criteria die de Gemeenschap heeft vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name die welke zijn vastgesteld bij Verordening nr. 26/62 van de Raad, zoals gewijzigd, en alle handelwijzen die in strijd zijn met artikel 34, lid 1, onder iii), aan de hand van de criteria die de Gemeenschap heeft vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Egypte betreffende de invoer in de Gemeenschap van verse afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van post 0603 10 van het gemeenschappelijke douanetarief

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Door de Gemeenschap en Egypte is het volgende overeengekomen:

Protocol nr. 1 bij de Europees-mediterrane overeenkomst voorziet in afschaffing van de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, vers, vallende onder post 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Egypte, met inachtneming van een limiet van 3000 ton.

Egypte verbindt zich tot naleving van onderstaande voorwaarden ten aanzien van de invoer in de Gemeenschap van rozen en anjers die voor de afschaffing van deze rechten in aanmerking komen:

  • -

    het prijsniveau voor de invoer in de Gemeenschap moet ten minste 85% bedragen van het communautaire prijsniveau voor dezelfde producten gedurende dezelfde perioden;

  • -

    het prijsniveau van de Egyptische producten wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen van de ingevoerde producten op representatieve invoermarkten van de Gemeenschap;

  • -

    het communautaire prijsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de producentenprijzen op representatieve markten van de belangrijkste productielidstaten;

  • -

    het prijsniveau wordt iedere twee weken vastgesteld en gecorrigeerd voor de respectieve hoeveelheden. Deze bepaling geldt zowel voor de communautaire prijzen als voor de Egyptische prijzen;

  • -

    bij de vaststelling van zowel de communautaire producentenprijzen als de invoerprijzen van Egyptische producten wordt onderscheid gemaakt tussen grootbloemige en kleinbloemige rozen en tussen eenbloemige en veelbloemige anjers;

  • -

    indien het Egyptische prijsniveau voor een product minder dan 85% van het communautaire prijsniveau bedraagt, wordt de tariefpreferentie opgeschort. De Gemeenschap stelt de tariefpreferentie opnieuw in, zodra een Egyptisch prijsniveau van 85% of meer van het communautaire prijsniveau is vastgesteld.

Ik moge u verzoeken te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

namens de Raad van de Europese Unie

B. Brief van Egypte

Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, welke als volgt luidt:

„Door de Gemeenschap en Egypte is het volgende overeengekomen:

Protocol nr. 1 bij de Europees-mediterrane overeenkomst voorziet in afschaffing van de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, vers, vallende onder post 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Egypte, met inachtneming van een limiet van 3000 ton.

Egypte verbindt zich tot naleving van onderstaande voorwaarden ten aanzien van de invoer in de Gemeenschap van rozen en anjers die voor de afschaffing van deze rechten in aanmerking komen:

  • -

    het prijsniveau voor de invoer in de Gemeenschap moet ten minste 85% bedragen van het communautaire prijsniveau voor dezelfde producten gedurende dezelfde perioden;

  • -

    het prijsniveau van de Egyptische producten wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen van de ingevoerde producten op representatieve invoermarkten van de Gemeenschap;

  • -

    het communautaire prijsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de producentenprijzen op representatieve markten van de belangrijkste productielidstaten;

  • -

    het prijsniveau wordt iedere twee weken vastgesteld en gecorrigeerd voor de respectieve hoeveelheden. Deze bepaling geldt zowel voor de communautaire prijzen als voor de Egyptische prijzen;

  • -

    bij de vaststelling van zowel de communautaire producentenprijzen als de invoerprijzen van Egyptische producten wordt onderscheid gemaakt tussen grootbloemige en kleinbloemige rozen en tussen eenbloemige en veelbloemige anjers;

  • -

    indien het Egyptische prijsniveau voor een product minder dan 85% van het communautaire prijsniveau bedraagt, wordt de tariefpreferentie opgeschort. De Gemeenschap stelt de tariefpreferentie opnieuw in, zodra een Egyptisch prijsniveau van 85% of meer van het communautaire prijsniveau is vastgesteld.

Ik moge u verzoeken te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt.".

Ik heb de eer te bevestigen dat mijn regering met de inhoud van uw brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

voor de Regering van de Arabische Republiek Egypte