Maasverdrag

Maasverdrag

Maasverdrag

De Regeringen van

  • de Bondsrepubliek Duitsland,

  • het Koninkrijk België,

    het Brussels Hooofdstedelijk Gewest van België,

    het Vlaams Gewest van België,

    het Waals Gewest van België,

  • de Franse Republiek,

  • het Groothertogdom Luxemburg,

  • het Koninkrijk der Nederlanden,

Overwegend de door de Verdragspartijen van het Verdrag inzake de bescherming van de Maas, gesloten te Charleville-Mézières op 26 april 1994, verrichte werkzaamheden en verlangend de bestaande samenwerking te versterken tussen de Staten en Gewesten die betrokken zijn bij de bescherming en het gebruik van het water in het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas,

Ernaar strevend zorg te dragen voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het water en van de aquatische ecosystemen van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas, teneinde recht te doen aan het waardevolle karakter van haar wateren, oevers, oevergebieden en kustwateren,

Geleid door de gezamenlijke wens om samen te werken teneinde een duurzame ontwikkeling tot stand te brengen en de wil om, elk voor zich, de passende maatregelen voor een integraal beheer van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas te treffen teneinde een duurzaam en integraal waterbeheer te bereiken, in het bijzonder rekening houdend met de multifunctionaliteit van de Maas,

Teneinde in het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas gezamenlijk zorg te dragen voor de afstemming die op grond van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid noodzakelijk is,

Gelet op het feit dat de tenuitvoerlegging van het onderhavig Verdrag en van de Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid vereist dat in de schoot van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas, al naar gelang de te behandelen geografische gebieden en thema's, een mutilaterale, een bilaterale of een nationale afstemming plaats vindt,

Gelet op het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren, gesloten te Helsinki op 17 maart 1992, en het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu van de Noordoost-Atlantische Oceaan, gesloten te Parijs op 22 september 1992,

Ernaar strevend om in het kader van hun samenwerking de beleidsdoelstellingen te verwezenlijken van de ministeriële Verklaring van Namen van 8 april 1998 en die van Luik van 30 november 2001 en onder andere ernaar strevend bij te dragen aan het afzwakken van de effecten van overstromingen en van perioden van droogte,

Verlangend zorg te dragen voor de samenwerking bij de preventie van en de bescherming tegen hoogwater en bij het voorkomen en het bestrijden van calamiteuze waterverontreiniging,

Zich ervan bewust dat de bescherming van de Maas verder noodzakelijk is om het ecosysteem van de Noordzee in stand te houden en te verbeteren,

Zich ervan bewust dat de Maas voor uiteenlopende essentiële ecologische, economische en sociaal-maatschappelijke functies en doelen gebruikt wordt,

Vanuit de wil bij het nastreven van de doelstellingen van het onderhavig Verdrag samen te werken met intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties en het publiek hierbij in de zin van de Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid te betrekken,

Ervan overtuigd dat dit dringende taken zijn, waarbij elk voor zich bevoegd blijft voor de uitvoering van de gezamenlijk in het kader van het onderhavig Verdrag afgesproken acties,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In het onderhavig Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    „Kaderrichtlijn Water”: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (Publicatieblad der Europese Gemeenschappen L 327/1 van 22 december 2000) met inbegrip van eventuele wijzigingen;

  • b.

    „Maas”: de Maas vanaf haar bron tot aan haar monding in zee, daarbij inbegrepen de Bergsche Maas, de Amer, het Hollands Diep en het Haringvliet;

  • c.

    „stroomgebied van de Maas”: het gebied van waar al het over het oppervlak lopende water via de zijrivieren van de Maas en de Maas zelf op de Noordzee afwatert;

  • d.

    „internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas”: het gebied van land en zee, afgebakend door de Verdragsluitende Partijen overeenkomstig de Kaderrichtlijn Water, dat uit het stroomgebied van de Maas en de bijbehorende grond- en kustwateren bestaat.

    Een kaart, opgenomen als bijlage bij het onderhavig Verdrag, geeft op algemene en indicatieve wijze de grenzen van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas aan;

  • e.

    „Commissie”: de Internationale Maascommissie;

  • f.

    „Verdrag van Charleville-Mézières": het Verdrag inzake de bescherming van de Maas, ondertekend te Charleville-Mézières op 26 april 1994.

In aanvulling op de bovenstaande begripsbepalingen zijn de definities uit de Kaderrichtlijn Water van toepassing.

Artikel

2

Doel van het Verdrag

De Verdragsluitende Partijen streven het bereiken van een duurzaam en integraal waterbeheer van het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas na, in het bijzonder rekening houdend met de multifunctionaliteit van haar wateren.

Zij werken in het bijzonder samen om:

  • a.

    de tenuitvoerlegging van de uit de Kaderrichtlijn Water voortvloeiende verplichtingen tot het verwezenlijken van haar milieudoelstellingen, en in het bijzonder alle maatregelenprogramma's, voor het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas af te stemmen;

  • b.

    een enkel beheersplan voor het internationaal stroomgebiedsdistrict van de Maas overeenkomstig de Kaderrichtlijn Water op te stellen;

  • c.

    over de voorzorgsmaatregelen en beschermingsmaatregelen tegen hoogwater te overleggen en deze vervolgens af te stemmen, met inachtneming van de ecologische aspecten, ruimtelijke ordening, natuurbeheer en andere beleidsterreinen zoals landbouw, bosbouw en verstedelijking, en bij te dragen tot het afzwakken van de effecten van hoogwater en van perioden van droogte, daarbij inbegrepen preventieve maatregelen;

  • d.

    maatregelen ter voorkoming en bestrijding van calamiteuze waterverontreiniging af te stemmen, alsmede zorg te dragen voor de noodzakelijke informatiedoorgeleiding.

Artikel

3

Beginselen van de samenwerking

Artikel

4

Taken van de Commissie

Artikel

5

Samenstelling en werkwijze van de Commissie

Artikel

6

Waarnemers en samenwerking met derden

Artikel

7

Financiering van de Commissie

Artikel

8

Geschillenbeslechting

Indien tussen Verdragsluitende Partijen een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van het onderhavig Verdrag, streven deze met voorrang ernaar tot een oplossing te komen door onderhandeling of via een andere methode van geschillenbeslechting die de partijen bij het geschil aanvaardbaar achten.

Artikel

9

Relatie met andere Verdragen

Artikel

10

Inwerkingtreding

Artikel

11

Opzegging

Artikel

12

Authentieke tekst en neerlegging

Het onderhavig Verdrag, opgesteld in de Nederlandse, de Franse en de Duitse taal, waarbij de drie teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden neergelegd in de archieven van de depositaris die daarvan een gewaarmerkt afschrift zal doen toekomen aan elk der Verdragsluitende Partijen.

GEDAAN te Gent, op 3 december 2002.

Bijlage

Internationaal stroomgebiedsdistrict Maas