Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lid-staten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds

Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds

het Koninkrijk België,

Het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

hierna „lidstaten” genoemd, en

de Europese Gemeenschap

hierna „Gemeenschap” genoemd, enerzijds, en

de Republiek Libanon,

hierna „Libanon” genoemd, anderzijds,

Gelet op de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar lidstaten en Libanon, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;

Overwegende dat de Gemeenschap, haar lidstaten en Libanon deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de economische vrijheden, waarop de Associatie is gegrondvest;

Gelet op de recente politieke en economische ontwikkelingen, zowel op het Europese vasteland als in het Midden-Oosten, en de daaruit voortvloeiende gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van de Europees-mediterrane regio;

Gelet op het belang voor de Gemeenschap en Libanon van vrijhandel, als bedoeld bij de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

Gelet op de verschillen tussen Libanon en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economische en sociale ontwikkeling in Libanon te versterken;

Bevestigende dat de bepalingen van deze overeenkomst die vallen onder het toepassingsbereik van deel III, titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als een deel van de Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naar gelang het geval) Libanon ervan in kennis stelt dat het gebonden is als deel van de Gemeenschap, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het aan die verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken;

Verlangende de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de implementatie van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst, teneinde de niveaus van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en Libanon dichter bij elkaar te brengen;

Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op reciprociteit van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog te ontwikkelen over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang;

Rekening houdende met de bereidheid van de Gemeenschap Libanon steun te verlenen in zijn streven naar economische wederopbouw, hervorming en aanpassing en sociale ontwikkeling;

Verlangende te komen tot de instelling, handhaving en intensivering van samenwerking, steunende op een regelmatige dialoog op economisch, wetenschappelijk, technologisch, sociaal, cultureel en audiovisueel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;

Overtuigd dat deze overeenkomst een gunstig klimaat zal scheppen voor de groei van hun economische betrekkingen, met name wat betreft handel en investeringen, die van doorslaggevend belang zijn voor het welslagen van het programma voor economische wederopbouw en herstructurering, alsmede voor de technologische modernisering,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen [Red: De oorspronkelijke Bijlagen en de Protocollen 1, 2 en 3 bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2006, L 143.]:

Artikel

1

Artikel

2

De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, wat aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag ligt en een essentieel element van deze overeenkomst is.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

3

Artikel

4

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang, waarbij met name aandacht wordt besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het waarborgen van vrede en veiligheid door middel van steun voor samenwerking. De dialoog is tevens gericht op de totstandbrenging van nieuwe vormen van samenwerking met het oog op gezamenlijke doelstellingen.

Artikel

5

TITEL

II

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN BASISBEGINSELEN

Artikel

6

De Gemeenschap en Libanon brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” genoemd.

HOOFDSTUK

1

INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel

7

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Libanon, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en van het Libanese douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1.

Artikel

8

Producten van oorsprong uit Libanon worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking.

Artikel

9

Artikel

10

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel

11

HOOFDSTUK

2

LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN

Artikel

12

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Libanon, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Libanese douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage 1.

Artikel

13

De Gemeenschap en Libanon liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

HOOFDSTUK

3

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Voor producten van oorsprong uit Libanon geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de lidstaten onderling geldt.

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping plaatsvindt in de zin van de geldende internationale regels, als gedefinieerd in artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en haar eigen wetgeving terzake, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar eigen wetgeving terzake.

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of voor voorschriften betreffende goud en zilver en het behoud van uitputbare natuurlijke hulpbronnen. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen bij de overeenkomst vormen.

Artikel

28

Het begrip „producten van oorsprong” voor de toepassing van de bepalingen van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in protocol 4.

Artikel

29

Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Libanon worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Libanese douanetarief.

TITEL

III

RECHT VAN VESTIGING EN VERLENING VAN DIENSTEN

Artikel

30

TITEL

IV

BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

HOOFDSTUK

1

LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel

31

Binnen het kader van de bepalingen van deze overeenkomst en met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 33 en 34, zijn er geen beperkingen tussen de Gemeenschap enerzijds en Libanon anderzijds op kapitaalverkeer en is er geen discriminatie op basis van nationaliteit of woonplaats of plaats waar dergelijk kapitaal wordt geïnvesteerd.

Artikel

32

Lopende betalingen in verband met het verkeer van goederen, personen, diensten of kapitaal binnen het kader van deze overeenkomst zijn vrij van alle beperkingen.

Artikel

33

Artikel

34

Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap dan wel Libanon in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te verkeren, kan de Gemeenschap, respectievelijk Libanon, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de GATT en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, beperkingen instellen ten aanzien van de lopende betalingen, indien dergelijke beperkingen strikt noodzakelijk zijn. De Gemeenschap, respectievelijk Libanon, stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.

HOOFDSTUK

2

MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN

Artikel

35

Artikel

36

De lidstaten en Libanon passen, zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen die in het kader van de GATT zijn aangegaan of nog worden aangegaan, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van Libanon geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

37

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Libanon verstoren en strijdig zijn met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering de jure of de facto van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.

Artikel

38

Artikel

39

TITEL

V

ECONOMISCHE EN SECTORALE SAMENWERKING

Artikel

40

Doelstellingen

Artikel

41

Toepassingsgebied

Artikel

42

Methoden en procedures

De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a.

    een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;

  • b.

    regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen;

  • c.

    activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding;

  • d.

    gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops;

  • e.

    technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van regelgeving;

  • f.

    verspreiding van informatie over samenwerking.

Artikel

43

Onderwijs en opleiding

De samenwerking is erop gericht:

  • a.

    vast te stellen op welke manier de situatie op het gebied van onderwijs en opleiding, met name beroepsopleiding, drastisch kan worden verbeterd;

  • b.

    de totstandkoming te bevorderen van nauwe banden tussen agentschappen die gespecialiseerd zijn in gezamenlijke acties, alsmede de uitwisseling te bevorderen van ervaring en knowhow, met name de uitwisseling van jongeren, uitwisselingen tussen universiteiten en andere onderwijsinstellingen, met het doel de verschillende culturen dichter tot elkaar te brengen;

  • c.

    de toegang te bevorderen van vrouwen tot onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen.

Artikel

44

Wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de partijen, met name door:

    • -

      Libanon toegang te verschaffen tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling, zulks overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake deelname van derde landen aan deze programma's;

    • -

      Libanon deel te laten nemen aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

    • -

      synergie tussen opleiding en onderzoek te bevorderen;

  • b.

    de onderzoekscapaciteit en technologische ontwikkeling van Libanon te verbeteren;

  • c.

    technologische innovatie, overdracht van nieuwe technologieën en verspreiding van knowhow te stimuleren;

  • d.

    te onderzoeken op welke manieren Libanon kan deelnemen aan Europese kaderprogramma's voor onderzoek.

Artikel

45

Milieu

Artikel

46

Industriële samenwerking

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Libanon tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;

  • b.

    het steunen van de inspanningen om de Libanese publieke en particuliere industriesector te moderniseren en herstructureren (met inbegrip van de agro-industrie);

  • c.

    het bevorderen van de totstandkoming van een gunstig klimaat voor particulier initiatief, teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde productie te stimuleren en te diversifiëren;

  • d.

    het optimaal gebruiken van het menselijk potentieel en het potentieel van de industrie van Libanon door betere toepassing van beleid voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;

  • d.

    het vergemakkelijken van de toegang tot kapitaalmarkten om productieve investeringen te financieren;

  • f.

    het stimuleren van de ontwikkeling van het MKB, met name door:

    • -

      het bevorderen van contacten tussen bedrijven, deels door gebruik te maken van communautaire netwerken en instrumenten voor de stimulering van industriële samenwerking en partnerschap;

    • -

      het vergemakkelijken van de toegang tot krediet om investeringen te financieren;

    • -

      het ter beschikking stellen van informatie en ondersteunende diensten;

    • -

      het stimuleren van de menselijke hulpbronnen ter bevordering van innovatie, en het opzetten van projecten en economische activiteiten.

Artikel

47

Bevordering en bescherming van investeringen

Artikel

48

Samenwerking op het gebied van normalisatie en conformiteitsbeoordeling

De partijen werken samen op het vlak van:

  • a.

    de vermindering van de verschillen op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitscontrole en conformiteitsbeoordeling;

  • b.

    de verdere ontwikkeling van het op niveau brengen van de Libanese laboratoria;

  • c.

    de uitwerking van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning, zodra in de voorwaarden daarvoor wordt voorzien;

  • d.

    de versterking van de Libanese instellingen die verantwoordelijk zijn voor normalisatie, kwaliteit en intellectuele, industriële en commerciële eigendom.

Artikel

49

Harmonisatie van de wetgevingen

De partijen doen wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de implementatie van deze overeenkomst te vergemakkelijken.

Artikel

50

Financiële diensten

De samenwerking is gericht op de totstandbrenging van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere op de volgende gebieden:

  • a.

    de ontwikkeling van de financiële markten in Libanon;

  • b.

    de verbetering van boekhoudings- en auditingsystemen, toezicht op en reglementering van financiële diensten en financiële controle in Libanon.

Artikel

51

Landbouw en visserij

De samenwerking is gericht op de volgende doelstellingen:

  • a.

    de ondersteuning van beleid om de productie te diversifiëren;

  • b.

    de vermindering van de afhankelijkheid op voedselgebied;

  • c.

    de bevordering van landbouwactiviteiten waarbij rekening gehouden wordt met het milieu;

  • d.

    de totstandbrenging van nauwere betrekkingen tussen ondernemingen, groeperingen en beroepsorganisaties van beide partijen;

  • e.

    de verlening van bijstand en technische opleiding; de ondersteuning van agronomisch onderzoek, adviesverlenende diensten, agrarisch onderwijs en technische opleiding van personeel in de landbouwsector;

  • f.

    de harmonisatie van fytosanitaire en veterinaire normen;

  • g.

    de ondersteuning van geïntegreerde plattelandsontwikkeling, met inbegrip van de verbetering van basisdiensten en de ontwikkeling van aanvullende economische activiteiten, met name in regio's waar illegale gewassen worden uitgeroeid;

  • h.

    de samenwerking tussen plattelandsgebieden, de uitwisseling van ervaring en knowhow inzake plattelandsontwikkeling;

  • i.

    de ontwikkeling van de zeevisserij en de aquacultuur;

  • j.

    de ontwikkeling van verpakkings-, opslag- en marketingtechnieken, en de verbetering van de distributiekanalen;

  • k.

    de ontwikkeling van de watervoorraden in de landbouw;

  • l.

    de ontwikkeling van de bosbouwsector, met name op het vlak van herbebossing, de preventie van bosbranden, bosweilanden en de bestrijding van woestijnvorming;

  • m.

    de ontwikkeling van de landbouwmechanisatie en de bevordering van dienstverlenende landbouwcoöperaties;

  • n.

    de versterking van het systeem voor landbouwkrediet.

Artikel

52

Vervoer

De samenwerking is gericht op:

  • a.

    de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die gekoppeld is aan de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang;

  • b.

    de vaststelling en handhaving van exploitatie- en veiligheidsnormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;

  • c.

    de verbetering van technische installaties om aan de communautaire normen te voldoen voor multimodaal vervoer, containervervoer en overlading;

  • d.

    de verbetering van het transitoverkeer over de weg en over zee en het multimodale transitoverkeer, en het beheer van havens, luchthavens, maritieme en luchtverkeerscontroles, spoorwegen en navigatiehulpmiddelen;

  • e.

    de reorganisatie en herstructurering van de sector voor grootschalig vervoer, waaronder het openbaar vervoer.

Artikel

53

Informatiemaatschappij en telecommunicatie

Artikel

54

Energie

De samenwerking is met name gericht op:

  • a.

    de bevordering van duurzame energiebronnen;

  • b.

    de bevordering van energiebesparing en energierendement;

  • c.

    toegepast onderzoek naar netwerken van gegevensbanken om de economische en sociale actoren van beide partijen met elkaar in verbinding te brengen;

  • d.

    de ondersteuning van de modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en de interconnectie van deze netwerken met netwerken in de Gemeenschap.

Artikel

55

Toerisme

De samenwerking is gericht op:

  • a)

    de stimulering van investeringen in toerisme;

  • b)

    de verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en het zorgen voor meer samenhang van beleid dat van invloed is op het toerisme;

  • c)

    de bevordering van een betere seizoenspreiding van toerisme;

  • d)

    de benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme;

  • e)

    het zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en milieu;

  • f)

    de versterking van het concurrentievermogen van het toerisme door steun voor hogere normen en professionalisme;

  • g)

    de verbetering van de informatiestromen;

  • h)

    de intensivering van de opleidingsactiviteiten op het gebied van hotelmanagement en hoteladministratie, en opleiding inzake andere beroepen in het hotelwezen;

  • i)

    de uitwisseling van ervaring met het oog op een evenwichtige, duurzame ontwikkeling van het toerisme, in het bijzonder door de uitwisseling van informatie, tentoonstellingen, conferenties en publicaties over toerisme.

Artikel

56

Samenwerking op douanegebied

Artikel

57

Samenwerking op het gebied van de statistiek

De samenwerking is gericht op de harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van gegevens, met inbegrip van gegevensbanken, over alle onder deze overeenkomst vallende terreinen waarvoor statistische gegevens kunnen worden verzameld.

Artikel

58

Bescherming van de consument

De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen voor de bescherming van de consument in de Gemeenschap en Libanon en is voor zover mogelijk gericht op:

  • a)

    de versterking van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;

  • b)

    de totstandkoming, ontwikkeling en onderlinge koppeling van systemen voor wederzijdse verstrekking van informatie over gevaarlijke voedingsmiddelen en industrieproducten (systemen voor vroegtijdige waarschuwing);

  • c)

    de uitwisseling van informatie en deskundigen;

  • d)

    de organisatie van opleidingsregelingen en verlening van technische bijstand.

Artikel

59

Samenwerking bij institutionele versterking en opbouw van de rechtsstaat

De partijen wijzen nogmaals op het belang dat zij hechten aan de rechtsstaat en de goede werking van instellingen op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en op het gebied van de rechtshandhaving en het justitieel apparaat in het bijzonder. Een onafhankelijk en efficiënt justitieel apparaat en een goed opgeleide rechterlijke macht zijn in deze context van bijzonder belang.

Artikel

60

Witwassen van geld

Artikel

61

Preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit

Artikel

62

Samenwerking op het gebied van drugs

TITEL

VI

SAMENWERKING INZAKE SOCIALE EN CULTURELE VRAAGSTUKKEN

HOOFDSTUK

1

DIALOOG EN SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED

Artikel

63

De twee partijen bepalen gezamenlijk welke methoden nodig zijn voor de verwezenlijking van samenwerking op de onder deze titel vallende terreinen.

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden geïmplementeerd in overleg met de lidstaten en relevante internationale organisaties.

HOOFDSTUK

2

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR, AUDIOVISUELE MEDIA EN INFORMATIE

Artikel

67

HOOFDSTUK

3

SAMENWERKING BIJ DE VOORKOMING EN BEHEERSING VAN ILLEGALE IMMIGRATIE

Artikel

68

Artikel

69

Artikel

70

De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden geleverd ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie.

TITEL

VII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

71

Artikel

72

In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Libanese autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de geschikte middelen ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Libanon die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het creëren van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.

Artikel

73

Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Libanon in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL

VIII

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

74

Artikel

75

Artikel

76

Artikel

77

Artikel

78

Artikel

79

Artikel

80

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van deze overeenkomst nodig zijn. Hij stelt voor alle aldus aan hem ondergeschikte werkgroepen of lichamen de werkopdracht vast.

Artikel

81

De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter vergemakkelijking van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en het Libanese parlement, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de tegenhanger van deze instelling in Libanon.

Artikel

82

De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.

De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.

Elke partij bij het geschil treft de maatregelen die voor de tenuitvoerlegging van het besluit van de scheidsrechters noodzakelijk zijn.

Artikel

83

Niets in deze overeenkomst belet een der partijen maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

84

Artikel

85

Ten aanzien van directe belastingen heeft geen der bepalingen van deze overeenkomst tot gevolg dat:

  • de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is, worden uitgebreid;

  • de vaststelling of toepassing door een der partijen van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking, wordt verhinderd;

  • afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in een zelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel

86

Artikel

87

De bijlagen 1 en 2 en de protocollen 1 tot en met 5 vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

88

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan: enerzijds de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden en anderzijds Libanon.

Artikel

89

Artikel

91

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Zij wordt nedergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

92

Artikel

93

Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat indien, in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Libanon tot uitvoering worden gebracht, in dergelijke omstandigheden voor de toepassing van de titels II en IV van deze overeenkomst, van de bijlagen 1 en 2 en van de protocollen 1 tot en met 5 daarbij, onder „datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” wordt verstaan: de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen, bijlagen en protocollen zijn opgenomen.

GEDAAN te Brussel op 17 juni 2002.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de preambule van de overeenkomst

De partijen verklaren zich ervan bewust te zijn dat liberalisering van het handelsverkeer tussen beide partijen impliceert dat maatregelen dienen te worden genomen voor de aanpassing en herstructurering van de Libanese economie, hetgeen gevolgen kan hebben voor de begrotingsmiddelen en het tempo van de wederopbouw van Libanon.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3 van de overeenkomst

De partijen herhalen hun voornemen inspanningen te ondersteunen voor het bereiken van een rechtvaardige, alomvattende en duurzame vredesregeling in het Midden-Oosten.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 14 van de overeenkomst

Beide partijen komen overeen te onderhandelen met het oog op de wederzijdse verlening van concessies in de handel in vis en visserijproducten, op basis van reciprociteit en wederzijds belang, met het doel uiterlijk twee jaar na de ondertekening van deze overeenkomst tot overeenstemming te komen over de details.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 27 van de overeenkomst

De partijen bevestigen hun voornemen de export van giftige afvalstoffen te verbieden en de Europese Gemeenschap bevestigt haar voornemen Libanon bijstand te verlenen bij het zoeken naar oplossingen voor de door giftige afvalstoffen veroorzaakte problemen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 28 van de overeenkomst

Gezien het tijdsbestek dat nodig is voor de totstandkoming van vrijhandelszones tussen Libanon en de andere mediterrane landen, zal de Gemeenschap alle bij haar ingediende verzoeken om vroegtijdige toepassing van diagonale cumulatie met deze landen, in welwillende overweging nemen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 35 van de overeenkomst

De implementatie van de in artikel 35, lid 2, genoemde samenwerking is afhankelijk van de inwerkingtreding van een Libanese mededingingswet en het aantreden van de autoriteit die verantwoordelijk is voor de toepassing van die wet.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38 van de overeenkomst

De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor databanken, de rechten inzake octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow. De bepalingen van artikel 38 mogen niet worden uitgelegd op een wijze die een der partijen ertoe verplicht toe te treden tot andere internationale verdragen dan die genoemd in bijlage 2. De Gemeenschap verleent de Republiek Libanon technische bijstand bij haar streven te voldoen aan haar verplichtingen in het kader van artikel 38.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 47 van de overeenkomst

De partijen erkennen de noodzaak van modernisering van de Libanese productiesector om deze beter aan te passen aan de realiteit van de internationale en Europese economie. De Gemeenschap zal Libanon steunen bij de uitvoering van een steunprogramma voor de industriesectoren die zullen worden geherstructureerd en gemoderniseerd om het hoofd te bieden aan problemen die kunnen voortvloeien uit de liberalisering van het handelsverkeer en met name de afschaffing van tarieven.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de overeenkomst

De partijen zijn het erover eens dat de normen die zijn opgesteld door de Financiële Actie Task Force (FATF) deel uitmaken van de in lid 2 bedoelde internationale normen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende werknemers (artikel 65 van de overeenkomst)

De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de eerlijke behandeling van buitenlandse werknemers die legaal op hun grondgebied tewerkgesteld zijn. De lidstaten komen overeen dat zij, op verzoek van Libanon, bereid zijn onderhandelingen te openen over bilaterale overeenkomsten met betrekking tot arbeidsomstandigheden, betaling, ontslag en rechten inzake sociale zekerheid van Libanese werknemers die legaal op hun grondgebied tewerkgesteld zijn.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 67 van de overeenkomst

De partijen verklaren bijzondere aandacht te besteden aan de bescherming, conservering en restauratie van locaties en monumenten.

Zij komen overeen samen te werken bij het streven naar de terugkeer van die onderdelen van het Libanese culturele erfgoed die het land illegaal hebben verlaten in de periode sinds 1974.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 86 van de overeenkomst

  • a.

    De partijen komen, met het oog op de juiste interpretatie en praktische toepassing van deze overeenkomst, overeen dat onder de in artikel 86 bedoelde „bijzonder dringende gevallen” worden verstaan: gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de overeenkomst houdt in:

    • -

      afwijzing van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;

    • -

      schending van het essentiële onderdeel van de overeenkomst, namelijk artikel 2.

  • b.

    De partijen komen overeen dat onder de in artikel 86 genoemde „passende maatregelen” worden verstaan: maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij in bijzonder dringende gevallen als bedoeld in artikel 86 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor de beslechting van geschillen.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende visa

De partijen komen overeen te onderzoeken of de procedures voor de afgifte van visa vereenvoudigd en versneld kunnen worden, met name voor te goeder trouw zijnde personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de overeenkomst, zoals onder andere zakenlieden, investeerders, academici, personen in opleiding en overheidsfunctionarissen. Partners en minderjarige kinderen van personen die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven, komen eveneens in aanmerking.

VERKLARINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende Turkije

De Gemeenschap herinnert eraan dat, overeenkomstig de douane-unie die van kracht is tussen de Gemeenschap en Turkije, dit land verplicht is, in de betrekkingen met landen die geen lid zijn van de Gemeenschap, het gemeenschappelijk douanetarief toe te passen, alsmede, geleidelijk, de preferentiële douaneregeling van de Gemeenschap, hetgeen inhoudt dat maatregelen dienen te worden genomen en onderhandelingen dienen te worden geopend over overeenkomsten met de betrokken landen op een voor beide partijen voordelige basis. Bijgevolg nodigt de Gemeenschap Libanon uit zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen met Turkije.

Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 35 van de overeenkomst

De Europese Gemeenschap verklaart dat zij, in het kader van de interpretatie van artikel 35, lid 1, alle handelwijzen die in strijd zijn met dat artikel zal beoordelen aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de regels die vervat zijn in de artikelen 81 en 82 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van het afgeleide recht.

Protocol

4

betreffende de definitie van het begrip 'producten van oorsprong' en regelingen voor administratieve samenwerking

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „vervaardiging”: elk type be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;

  • b.

    „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;

  • c.

    „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;

  • d.

    „goederen”: zowel materialen als producten;

  • e.

    „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);

  • f.

    „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Libanon in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;

  • g.

    „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Libanon is betaald;

  • h.

    „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder (g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;

  • i.

    „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte producten van oorsprong uit andere landen dan die waarin die producten zijn verkregen;

  • j.

    „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „geharmoniseerd systeem” of „GS” genoemd;

  • k.

    „ingedeeld”: de indeling van een product of een materiaal onder een bepaalde post;

  • l.

    „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;

  • m.

    „gebieden”: ook de territoriale wateren.

TITEL

II

DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel

2

Algemene eisen

Artikel

3

Bilaterale cumulatie van de oorsprong

Artikel

4

Diagonale cumulatie van de oorsprong

Artikel

5

Geheel en al verkregen producten

Artikel

6

Toereikende bewerking of verwerking

Artikel

7

Ontoereikende bewerking of verwerking

Artikel

8

Determinerende eenheid

Artikel

9

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel

10

Assortimenten

Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15% van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel

11

Neutrale elementen

Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van de eventueel bij de vervaardiging gebruikte

  • a.

    energie en brandstof;

  • b.

    fabrieksuitrusting;

  • c.

    machines en werktuigen;

  • d.

    goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL

III

TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel

12

Territorialiteitsbeginsel

Artikel

13

Rechtstreeks vervoer

Artikel

14

Tentoonstellingen

TITEL

IV

TERUGGAVE OF VRIJSTELLING

Artikel

15

Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten

TITEL

V

BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel

16

Algemene eisen

Artikel

17

Procedure voor de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

18

Afgifte achteraf van een EUR.1-certificaat

Artikel

19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Artikel

20

Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of Libanon onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer EUR.1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Libanon. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.

Artikel

21

Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring

Artikel

22

Toegelaten exporteurs

Artikel

23

Geldigheid van het bewijs van oorsprong

Artikel

24

Overlegging van het bewijs van de oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van dit bewijs verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van deze Overeenkomst voldoen.

Artikel

25

Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de Afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel

26

Vrijstelling van bewijs van oorsprong

Artikel

27

Ondersteunende documenten

De in artikel 17, lid 3 en artikel 21, lid 3 bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een EUR.1-certificaat of een factuurverklaring worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Libanon of een van de andere in lid 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit Protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:

  • a.

    een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;

  • b.

    in de Gemeenschap of in Libanon afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;

  • c.

    in de Gemeenschap of in Libanon afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Libanon blijkt;

  • d.

    EUR.1-certificaten of factuurverklaringen waaruit blijkt dat de gebruikte materialen van oorsprong zijn, die overeenkomstig dit Protocol in de Gemeenschap of in Libanon zijn afgegeven of opgesteld, of in een van de andere in artikel 4 genoemde landen, overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de in dit protocol opgenomen oorsprongsregels.

Artikel

28

Bewaring van de oorsprongsbewijzen en andere bewijsstukken

Artikel

29

Verschillen en vormfouten

Artikel

30

In euro uitgedrukte bedragen

TITEL

VI

REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel

31

Wederzijdse bijstand

Artikel

32

Controle van de oorsprongsbewijzen

Artikel

33

Beslechting van geschillen

Geschillen ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd. In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel

34

Sancties

Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.

Artikel

35

Vrije zones

TITEL

VII

CEUTA EN MELILLA

Artikel

36

Toepassing van het protocol

Artikel

37

Bijzondere voorwaarden

TITEL

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

38

Wijziging van het Protocol

De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

39

Uitvoering

De Gemeenschap en Libanon nemen, ieder voor zich, de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Protocol.

Artikel

40

Goederen in doorvoer of in opslag

De Overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit Protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Libanon tijdelijk zijn opgeslagen in een douane-entrepot of vrije zone, mits binnen vier maanden na die datum een EUR.1-certificaat bij de douaneautoriteiten van de Staat van invoer wordt ingediend dat achteraf door de bevoegde instanties van de Staat van uitvoer is afgegeven, te zamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd.

Protocol

5

inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    „douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de Gemeenschap en Libanon van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;

  • b.

    „verzoekende autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand indient;

  • c.

    „aangezochte autoriteit”: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen en die op grond van dit protocol een verzoek om bijstand ontvangt;

  • d.

    „persoonsgegevens”: alle informatie betreffende een natuurlijke persoon wiens identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;

  • e.

    „met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.

Artikel

2

Toepassingsgebied

Artikel

3

Bijstand op verzoek

Artikel

4

Ongevraagde bijstand

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar ongevraagd bijstand overeenkomstig hun wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over:

  • handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die van belang kunnen zijn voor de andere overeenkomstsluitende partij;

  • nieuwe middelen of methoden die bij overtredingen van de douanewetgeving worden gebruikt;

  • goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving;

  • natuurlijke personen of rechtspersonen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;

  • middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn.

Artikel

5

Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten

Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor:

  • de afgifte van documenten of

  • de kennisgeving van besluiten die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is. Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.

Artikel

6

Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand

Artikel

7

Behandeling van verzoeken

Artikel

8

Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt

Artikel

9

Gevallen waarin geen bijstand hoeft te worden verleend

Artikel

10

Uitwisseling van informatie en geheimhouding

Artikel

11

Deskundigen en getuigen

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

Artikel

12

Kosten van de bijstand

De overeenkomstsluitende partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

Artikel

13

Uitvoering

Artikel

14

Andere overeenkomsten