Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen

Het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België

overtuigd van de noodzaak van samenwerking tussen beide Staten bij het bestrijden van rampen en ongevallen;

overwegende, dat het gewenst is dat bevoegde organen van beide Staten in nader te bepalen gevallen elkaar kunnen verzoeken om wederzijdse bijstand en verzoeken om bijstand kunnen doen uitvoeren;

overwegende, dat het gewenst is dat maatregelen worden getroffen ten einde de wederzijdse bijstand door rampenbestrijdingseenheden te vergemakkelijken;

zijn als volgt overeengekomen:

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich ertoe de andere Overeenkomstsluitende Partij volgens de bepalingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met haar mogelijkheden bijstand te verlenen bij het bestrijden van rampen.

Artikel

2

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

uitrusting: de vervoermiddelen, het materieel, de verbindingsmiddelenen de persoonlijke uitrustingsstukken, die bestemd zijn voor gebruik door bijstandseenheden;

hulpmiddelen: goederen die bestemd zijn voor de getroffen bevolking;

gebruiksgoederen: goederen die bestemd zijn voor het onderhoud en het gebruik van de uitrusting en voor de verzorging van bijstandseenheden.

BEVOEGDE ORGANEN

Artikel

3

DE UITVOERING VAN DE BIJSTANDSVERLENING

Artikel

4

Artikel

5

GRENSFORMALITEITEN

Artikel

6

Artikel

7

HET GEBRUIK VAN LUCHTVAARTUIGEN

Artikel

8

KOSTEN EN SCHADEVERGOEDING

Artikel

9

Artikel

10

AANVULLENDE OVEREENKOMSTEN

Artikel

11

BIJSTANDSVERLENING ANDERS DAN OP GROND VAN VERZOEKEN INGEVOLGE DEZE OVEREENKOMST

Artikel

12

SAMENWERKING

Artikel

13

GESCHILLEN

Artikel

14

Alle geschillen over de toepassing van deze Overeenkomst die niet rechtstreeks door de bevoegde organen, bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst, kunnen worden opgelost, worden in beginsel langs diplomatieke weg opgelost.

SLOTBEPALING

Artikel

15

GEDAAN te 's-Gravenhage, 14 november 1984 in twee exemplaren, in de Nederlandse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

(w.g.) M. J. J. VAN AMELSVOORT

Voor het Koninkrijk België

(w.g.) F. BAEKELANDT