I. Soorten Nederlandse eenheden die zijn opgeleid en uitgerust voor het bestrijden van rampen en ter bijstand kunnen worden ingezet, alsmede hun omvang en uitrusting
Organieke bijstandseenheden
Onder organieke bijstandseenheden wordt verstaan: sectorcommando's, brandbestrijdingscompagnieën, brandbestrijdingspelotons, blusgroepen, reddingspelotons, reddingsgroepen, pioniergroepen, onderhouds- en verzorgingsgroepen en verkennings- en ontsmettingspelotons. Maar ook: LOTT-teams, geneeskundige pelotons, ambulances.
Onder een brandweereenheid wordt verstaan een operationele eenheid ter grootte van een groep inclusief het toegewezen materieel of een bijzonder brandweervoertuig met inbegrip van de personele bezetting.
Onder een bluseenheid wordt verstaan een (tank)autospuit of personeelmaterieelwagen/trekker met aanhangmotorspuit inclusief de personele bezetting ( = blusgroep), waarvan de pomp een capaciteit heeft van ten minste 2400 liter per minuut bij een druk van 8 bar.
Onder specifiek materieel wordt verstaan bijzondere brandweervoertuigen zoals autoladders, hoogwerkers, gereedschapswagens, hulpverleningsvoertuigen, verbindingscommandovoertuigen, kraanwagens, schuim- of poederblusvoertuigen en overige brandweervoeren vaartuigen.
Een reddingsgroep heeft als taak om snel zoveel mogelijk slachtoffers op te sporen, te bevrijden en in veiligheid te brengen.
Een pioniergroep heeft tot taak het herstellen van de benodigde infrastruktuur op het rampterrein.
Speciaal voor chemische en nucleaire incidenten is er de Waarschuwings- en Verkenningsdienst (WVD), die met behulp van de resultaten van metingen kan adviseren met betrekking tot beslissingen ten aanzien van de bevolking (evacuatie, schuilen, e.d.).*
Bijstandverlening vindt in beginsel steeds plaats in organieke eenheden:
-
-
per vier bijstand verlenende bluseenheden wordt een brandbestrijdingspeleton geformeerd;
-
-
per drie, eventueel ook per twee of vier bijstand verlenende brandbestrijdingspelotons wordt een brandbestrijdingscompagnie geformeerd;
-
-
per drie bijstand verlenende reddingsgroepen plus één pioniersgroep wordt een reddingspeloton (40 personen) geformeerd.
Onder een geneeskundige eenheid wordt verstaan een operationele eenheid ter grootte van een groep inclusief het toegewezen materieel of een ambulancevoertuig met inbegrip van de personele bezetting.
Een geneeskundig peloton heeft tot taak het bepalen van de urgentie van de ziekenhuisbehandeling van gewonden, het stabiliseren van hun toestand en het transportgereed maken voor vervoer naar het ziekenhuis. Het heeft een behandelingscapaciteit van 24 liggende slachtoffers per uur.
Een LOTT-team is een snel inzetbare medische groep bestaande uit een chirurg, een anesthesist en twee intensive care-verpleegkundigen met hun apparatuur. Het team dient ter assistentie van redders en kan ter plaatse levens- en ledemaatreddende operaties uitvoeren.
In iedere regio is organiek aanwezig: 1 brandbestrijdingscompagnie, 1 reddingspeloton, 1 geneeskundig peloton en 1 WVD-eenheid. In het kader van de opbouw van de rampbestrijdingsorganisatie zijn bovengenoemde organieke eenheden nog niet overal geheel geformeerd.
Overigens is landelijk voor bijstand beschikbaar (via landelijk alarmnummer):
-
-
Meetwagen Landelijk Meetnet Radioaktiviteit in Voedsel.
Taak van deze meetwagen is radioactieve besmetting ter plekke vaststellen in te velde staand gewas en in aan de markt aangeleverde voedingsprodukten.
-
-
Rampslachtoffers Identifikatie Team van het Korps Rijkspolitie (RIT).
De groep verleent bijstand bij het bergen en identificeren van slachtoffers. De groep kan voldoende containers meebrengen op een vrachtwagen met aanhanger voor het bergen en identificeren van 500 slachtoffers binnen 48 uur. Draaiboeken in het Nederlands en het Frans zijn aanwezig. Er worden standaard internationale formulieren van Interpol gebruikt.
-
-
Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS) (landelijk alarmnummer voor telefonisch advies).
Academische gevormde brandweerofficieren geven (telefonisch) advies bij ongevalsbestgrijding met gevaarlijke stoffen; desgewenst kan advisering ter plekke plaatsvinden.
* Een WVD-eenheid bestaat uit een WVD-deskundige (meetploegleider) en een wisselend aantal meetploegen van twee personen.
Het aantal in te zetten meetploegen hangt af van de aard van de te verrichten werkzaamheden en kan in overleg met een WVD-deskundige worden bepaald. Ook is het denkbaar dat alleen een WVD-deskundige wordt ingezet.
Er kunnen metingen worden verricht met betrekking tot:
-
-
explosiegevaar met betrekking tot brandbare gassen/dampen (hoe explosief is de toestand)
-
-
een aantal giftige gassen/dampen (chloor, ammoniak, zwaveldioxide, blauwzuur, acrylnitril, enz.)
-
-
ioniserende straling: dosis/dosistempo en besmetting.
De WVD-deskundige kan het meest effectief werken met kaarten met schaalgrootte 1 : 25.000.
Ook de meetploegen hebben kaarten nodig.
Voor het goed en snel in kaart brengen van een zich verspreidende wolk gevaarlijke stoffen zijn minimaal drie meetploegen noodzakelijk.
II. Voorlopige voorziening
-
1.
In spoedeisende gevallen kan vooruitlopend op een verzoek van de Provinciegouverneur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Overeenkomst en onverminderd de in de Overeenkomst neergelegde procedure door of namens de voorzitter van een regionale brandweer, waarvan de plaats van vestiging binnen een aan België grenzende provincie is gelegen, op verzoek bijstand worden verleend.
-
2.
Punt 1. is van toepassing op bijstand die wordt verleend naar aanleiding van een verzoek van of namens de burgemeester van een in een aan Nederland grenzende provincie gelegen gemeente.
-
3.
Het totaal van de met toepassing van punt 1. te verlenen bijstand mag niet meer dan vier brandweereenheden per regio bedragen en de periode van bijstandsverlening mag niet langer duren dan twaalf aaneengesloten uren.
-
4.
Onder brandweereenheid als bedoeld in punt 3. wordt verstaan een operationele eenheid ter grootte van een groep met inbegrip van het toegewezen materieel of een bijzondere brandweervoertuig met de daarvoor noodzakelijke personele bezetting.