Verdrag inzake handel met voorkennis

Convention on insider trading

Preamble

The member States of the Council of Europe, signatories hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its members:

Considering that certain financial transactions in securities traded on stock exchanges are carried out by persons seeking to avoid losses or to make profits by using the privileged information available to them, thus undermining equality of opportunity between investors and the credibility of the market;

Considering that such behaviour is also proving dangerous for the economies of the member States concerned and in particular for the proper functioning of the stock markets;

Considering that, because of the internationalisation of markets and the ease of present-day communications, operations of this nature are carried out sometimes on the market of a State by persons not resident in that State or acting through persons not resident there;

Considering that efforts to counter such practices which are already being made on the domestic level in many member States make it essential to set up specific machinery to deal with these situations and co-ordinate endeavours at international level.

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

DEFINITIONS

Article

1

CHAPTER

II

EXCHANGE OF INFORMATION

Article

2

The Parties undertake, in accordance with the provisions of this chapter, to provide each other with the greatest possible measure of mutual assistance in the exchange of information relating to matters establishing or giving rise to the belief that irregular operations of insider trading have been carried out.

Article

3

Each Party may, by a declaration to the Secretary General of the Council of Europe, undertake to provide other Parties, subject to reciprocity with the greatest possible measure of mutual assistance in the exchange of information necessary for the surveillance of operations carried out in the organised stock markets which could adversely affect equal access to information for all users of the stock market or the quality of the information supplied to investors in order to ensure honest dealing.

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

The requested authority may refuse to give effect to the request for assistance or to supply the information obtained, if:

  • a.

    the request is not in conformity with this Convention;

  • b.

    the communication of the information obtained might constitute an infringement of the sovereignity, security, essential interests or public policy (ordre public) of the requested Party;

  • c.

    the irregularities to which the requested information relates or the sanctions provided for such irregularities are time-barred under the law of the requesting or of the requested Party;

  • d.

    the requested information relates to matters which arose before the Convention entered into force for the requesting or the requested Party;

  • e.

    proceedings have already been commenced before the authorities in the requested Party in respect of the same matters and against the same persons, or if they have been finally adjudicated upon in respect of the same matters by the competent authorities of the requested Party;

  • f.

    the authorities of the requested Party have decided not to commence proceedings or to stop proceedings in respect of the same matters.

Article

9

The requested authority shall, insofar as it is able to do so, supply the information requested by the requesting authority in the form desired by that authority or in the form currently in use between them.

Article

10

Article

11

Parties may agree that, notwithstanding the provisions of paragraph 4 of Article 5, requests for assistance and replies thereto may be drawn up in the language of their choice and made according to simplified procedures or by employing means of communication other than the exchange of written correspondence.

CHAPTER

III

MUTUAL ASSISTANCE IN CRIMINAL MATTERS

Article

12

CHAPTER

IV

FINAL PROVISIONS

Article

13

This Convention shall be open for signature by the member States of the Council of Europe. It shall be subject to ratification, acceptance or approval. Instruments of ratification, acceptance or approval shall be deposited with the Secretary General of the Council of Europe.

Article

14

Article

15

Article

16

Article

16 bis

In their mutual relations, Parties which are members of the European Economic Community shall apply Community rules and shall therefore not apply the rules arising from this Convention except in so far as there is no Community rule governing the particular subject concerned.

Article

17

Without prejudice to the application of Article 6, no reservation may be made to the Convention.

Article

18

Article

19

Difficulties with regard to the interpretation and application of this Convention shall be settled by direct consultation between the competent administrative authorities and, if the need arises, through diplomatic channels.

Article

20

Article

21

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of Europe and any Party to this Convention of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 14, 15 and 16;

  • d.

    any other act, notification or communication relating to this Convention.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, the 20th day of April 1989, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to any State and any international intergovernmental organisation invited to accede to this Convention.

Verdrag inzake handel met voorkennis

Preambule

De Lidstaten van de Raad van Europa die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn leden tot stand te brengen,

Overwegend dat bepaalde financiële transacties in effecten die worden verhandeld op effectenbeurzen worden verricht door personen die trachten verliezen te vermijden of winsten te behalen door gebruik te maken van vertrouwelijke gegevens waarover zij beschikken, waardoor zij de gelijkheid van kansen tussen investeerders en de geloofwaardigheid van de markt ondermijnen,

Overwegend dat een zodanig gedrag eveneens bedreigend blijkt te zijn voor de economieën van de betrokken Lidstaten en in het bijzonder voor het goede functioneren van de effectenmarkten,

Overwegend dat, gezien de internationalisering van de markten en het gemak van moderne communicatiemiddelen, handelingen van deze aard soms op de markt van een Staat worden uitgevoerd door personen die geen ingezetene van die Staat zijn of die handelen door tussenkomst van personen die geen ingezetene van die Staat zijn,

Overwegend dat de strijd tegen dergelijke praktijken, die in vele Lidstaten reeds in gang is gezet, het noodzakelijk maakt specifieke regelingen vast te stellen die op deze situaties van toepassing zijn en die de coördinatie van inspanningen op internationaal niveau mogelijk maakt,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel

1

HOOFDSTUK

II

UITWISSELING VAN GEGEVENS

Artikel

2

De Partijen verbinden zich ertoe, in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk, elkaar de grootst mogelijke mate van wederzijdse bijstand te verlenen bij het uitwisselen van gegevens die verband houden met feiten die duidelijk maken of het vermoeden doen rijzen dat ongeoorloofde handelingen met voorkennis zijn verricht.

Artikel

3

Elke Partij kan zich er, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, toe verbinden andere Partijen, onder de voorwaarde van wederkerigheid, de grootst mogelijke mate van wederzijdse bijstand te verlenen bij de uitwisseling van gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van toezicht op handelingen die zijn verricht op de gereglementeerde effectenbeurzen die afbreuk zouden kunnen doen aan de gelijkheid van toegang tot gegevens voor alle gebruikers van de effectenmarkt of aan de kwaliteit van de gegevens die aan investeerders worden verstrekt, ten einde te verzekeren dat op eerlijke wijze wordt gehandeld.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De aangezochte Partij kan weigeren om gehoor te geven aan het verzoek om bijstand of om de door haar verzamelde gegevens te verstrekken, indien:

  • a.

    het verzoek niet strookt met dit Verdrag;

  • b.

    het verstrekken van de gegevens een schending zou kunnen inhouden van de soevereiniteit, de veiligheid, de wezenlijke belangen of de openbare orde (ordre public) van de aangezochte Partij;

  • c.

    de ongeoorloofde feiten waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben of de voor zodanige feiten voorziene sancties verjaard zijn krachtens de wet van de verzoekende dan wel van de aangezochte Partij;

  • d.

    de gevraagde gegevens betrekking hebben op kwesties die zich hebben voorgedaan vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van de verzoekende of de aangezochte Partij.

  • e.

    reeds procedures zijn aangespannen voor de autoriteiten in de aangezochte Partij wegens dezelfde feiten en tegen dezelfde personen, of indien deze personen wegens dezelfde feiten door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij definitief zijn berecht;

  • f.

    de autoriteiten van de aangezochte Partij hebben besloten met betrekking tot dezelfde feiten geen procedures aan te spannen danwel deze te beëindigen.

Artikel

9

Voor zover dit in haar vermogen ligt verstrekt de aangezochte autoriteit de door de verzoekende autoriteit gevraagde gegevens, in de door die autoriteit gewenste vorm of in de vorm die in hun onderlinge betrekkingen gebruikelijk is.

Artikel

10

Artikel

11

De Partijen kunnen overeenkomen dat, in afwijking van het bepaalde in het vierde lid van artikel 5, verzoeken om bijstand en antwoorden daarop mogen worden gesteld in de taal van hun keuze en kunnen worden gedaan volgens vereenvoudigde procedures of met behulp van andere dan schriftelijke communicatiemiddelen.

HOOFDSTUK

III

WEDERZIJDSE RECHTSHULP IN STRAFZAKEN

Artikel

12

HOOFDSTUK

IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel

13

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

16 bis

In hun wederzijdse betrekkingen passen Partijen die lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap de voorschriften van de Gemeenschap toe; zij passen derhalve niet de voorschriften toe die voortvloeien uit dit Verdrag behalve voor zover er geen voorschrift van de Gemeenschap bestaat waarbij het desbetreffende onderwerp wordt geregeld.

Artikel

17

Ten aanzien van dit Verdrag kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt, zulks onverminderd de toepassing van artikel 6.

Artikel

18

Artikel

19

Kwesties ten aanzien van de interpretatie en de toepassing van dit Verdrag worden opgelost in rechtstreeks overleg tussen de bevoegde bestuurlijke autoriteiten en, indien noodzakelijk, langs diplomatieke weg.

Artikel

20

Artikel

21

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Lidstaten van de Raad van Europa en iedere Partij bij dit Verdrag in kennis van:

  • a.

    elke ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    elke datum van inwerkingtreding van dit Verdrag in overeenstemming met de artikelen 14, 15 en 16;

  • d.

    elke andere handeling, kennisgeving of mededeling betrekking hebbend op dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg op 20 april 1989, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zendt hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan elk van de Lidstaten van de Raad van Europa en aan iedere Staat of internationale intergouvernementele organisatie die wordt uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden.