Artikel
1
Definities en werkingssfeer
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
-
1.
„grondgebied”:
-
–
voor de Benelux-Staten: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden;
-
–
voor Bosnië-Herzegovina: het grondgebied van Bosnië-Herzegovina;
-
–
-
2.
„onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende persoon”: eenieder die niet of niet meer voldoet aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf;
-
3.
„terugname”: terugname van een persoon van wie kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van één der Partijen heeft en die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van één van de andere Partijen;
-
4.
„overname”: overname op het grondgebied van één van de Partijen van een persoon die onderdaan van een derde Staat of een staatloze is en niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van één van de andere Partijen, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd;
-
5.
„eigen onderdaan”: eenieder die de nationaliteit heeft van één der Benelux-Staten of van Bosnië-Herzegovina;
-
6.
„derde Staat”: elke Staat die geen Benelux-Staat en niet Bosnië-Herzegovina is;
-
7.
„onderdaan van een derde Staat”: eenieder die niet de nationaliteit heeft van één van de Benelux-Staten of van Bosnië-Herzegovina, waaronder wordt begrepen een staatloze;
-
8.
„staatloze”: de persoon waarvan de status door het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954 wordt bepaald;
-
9.
„verzoekende Partij”: de Partij op wiens grondgebied zich een onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende persoon bevindt en die om de terug- of overname van deze persoon dan wel zijn doorgeleiding verzoekt, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd;
-
10.
„aangezochte Partij”: de Partij die wordt verzocht een onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende persoon op haar grondgebiedterug of over te nemen dan wel zijn doorgeleiding over haar grondgebied toe te staan, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd;
-
11.
„verblijfstitel”: een door de Partijen afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die een persoon recht geeft om op haar grondgebied te verblijven. Hieronder valt niet de tijdelijke toelating tot verblijf met het oog op de behandeling van een asielverzoek of van een verzoek om een verblijfstitel.