Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van personen in dienst van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen)

Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van personen in dienst van de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen)

Het Koninkrijk België,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

Gelet op het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te ’s-Gravenhage op 3 februari 1958, hierna genoemd „het Verdrag van 1958”,

Gelet op het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof, ondertekend te Brussel op 31 maart 1965, zoals gewijzigd door de Protocollen van 10 juni 1981 en 23 november 1984, hierna genoemd „het Verdrag van 1965”,

Gelet op het Aanvullend Protocol bij het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof inzake de rechtsbescherming van de personen in dienst van de Benelux Economische Unie, ondertekend te ‘s-Gravenhage op 29 april 1969, zoals gewijzigd door het Protocol van 23 november 1984, hierna genoemd „het Protocol van 1969”,

Gelet op het Protocol betreffende de rechtsbescherming van de personen in dienst van het Benelux-Merkenbureau en het Benelux Bureau voor tekeningen of modellen, ondertekend te Brussel op 11 mei 1974, hierna genoemd „het Protocol van 1974”,

Gelet op het Benelux-verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen), ondertekend te Den Haag op 25 februari 2005 hierna genoemd „het Verdrag van 2005”.

Overwegende dat het wenselijk is gebleken, in het kader van de totstandkoming van het Verdrag van 2005, de rechtsbescherming van de personen in dienst van het Benelux-Merkenbureau en het Benelux-Bureau voor tekeningen of modellen, momenteel geregeld bij de Protocollen van 1969 en 1974, aan te passen aan de ontwikkelingen op het gebied van mensenrechten en arbeidsrecht,

Verlangende rechtsbescherming aan de personen in dienst van de rechtsopvolger van voornoemde Bureaus, de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom als bedoeld in artikel 1.2 lid 1 van het Verdrag van 2005, te verlenen door de invoering van een beroepsprocedure.

Hebben daartoe besloten een Aanvullend Protocol bij het Verdrag van 1965 te sluiten en zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

DEFINITIES EN BEVOEGDHEID

Artikel

1

In dit aanvullend Protocol wordt verstaan onder:

  • a.

    Organisatie: de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen), als bedoeld in artikel 1.2 lid 1, van het Verdrag van 2005;

  • b.

    Comité van Ministers: het Comité van Ministers, als bedoeld in het Verdrag van 1958;

  • c.

    Raad van Bestuur: de Raad van Bestuur van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen), als bedoeld in artikel 1.2, lid 2, sub b van het Verdrag van 2005;

  • d.

    Directeur-generaal: de Directeur-generaal van het Bureau, als bedoeld in artikel 1.10 van het Verdrag van 2005;

  • e.

    Adjunct-directeur-generaal: een van de Adjunct-directeuren-generaal van het Bureau, als bedoeld in artikel 1.10, lid 2 van het Verdrag van 2005;

  • f.

    Personeelslid: alle personen in dienst van de Organisatie met inbegrip van de Directeur-generaal en de Adjunct-directeuren-generaal, evenals de gewezen ambtenaren en de rechthebbenden van deze personen.

Artikel

2

HOOFDSTUK

II

VERTEGENWOORDIGING VAN EN BIJSTAND AAN PARTIJEN

Artikel

3

Artikel

4

Het personeelslid kan in persoon verschijnen of zich ter zitting laten vertegenwoordigen of bijstaan door een lid van de balies van één van de drie landen of door ieder ander persoon mits de Kamer hem daarvoor toestemming heeft gegeven.

HOOFDSTUK

III

INTERN BEROEP

Artikel

5

Het beroep voor de Kamer van het Hof is slechts ontvankelijk, indien het aangevallen besluit is genomen na een voorafgaand intern beroep bij het gezag dat het besluit heeft genomen of geacht wordt te hebben genomen. Het interne beroep moet worden ingesteld binnen een maand na de dag waarop het personeelslid kennis heeft genomen van het door hem bestreden besluit.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

HOOFDSTUK

IV

PROCESGANG

Artikel

9

Het beroep wordt ingesteld door indiening van een daartoe strekkend verzoekschrift bij de griffie van het Hof binnen twee maanden, nadat het aangevallen besluit aan de verzoeker is bekend geworden, of een afwijzende beschikking, overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk III, geacht wordt te zijn genomen.

Artikel

10

Het beroep heeft geen schorsende werking, tenzij de Voorzitter van de Kamer deze beveelt.

Artikel

11

Artikel

12

De griffier van het Hof stuurt de partijen een afschrift van de gedeponeerde stukken ter kennis toe.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Indien zij aantonen belang bij de zaak te hebben kunnen personeelsleden in het geding tussenkomen onder de voorwaarden zoals opgenomen in het reglement op de procesvoering van het Hof.

Artikel

16

Artikel

17

Het Hof stelt het reglement op de te volgen procedure bij de Kamer vast en legt dit ter goedkeuring voor aan het Comité van Ministers.

HOOFDSTUK

V

TAALGEBRUIK

Artikel

18

HOOFDSTUK

IV

KOSTEN EN KENNISGEVING

Artikel

19

Bij de einduitspraak begroot de Kamer de kosten en doet zij uitspraak over de bijdrage in de betaling ervan. De Kamer kan bepalen dat daarin de kosten van vertegenwoordiging of bijstand van de verzoeker geheel of ten delen zullen worden begrepen.

Artikel

20

De griffier van het Hof geeft onverwijld aan partijen kennis van elke gedane uitspraak.

HOOFDSTUK

VII

TENUITVOERLEGGING

Artikel

21

De uitspraken van de Kamer die een geldelijke verplichting inhouden, vormen een executoriale titel waarvan de tenuitvoerlegging ten laste van de Organisatie slechts kan plaatsvinden na verkregen machtiging van de Kamer.

Artikel

22

De tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op wiens grondgebied zij plaatsvindt. De formule van tenuitvoerlegging wordt, zonder andere controle dan de verificatie van de authenticiteit van de titel, aangebracht door de nationale autoriteit die door de nationale Regering van elk der Beneluxlanden wordt aangewezen. Van de aanwijzing geeft de Regering kennis aan het Hof en de Directeur-generaal.

Artikel

23

Nadat de in artikel 21 en 22 bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.

Artikel

24

De tenuitvoerlegging kan alleen worden geschorst krachtens een beschikking van de Kamer. Het toezicht op de regelmatigheid van de wijze van tenuitvoerlegging behoort tot de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties.

HOOFDSTUK

VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

25

Artikel

26

Dit Protocol maakt wezenlijk onderdeel uit van het op 31 maart 1965 te Brussel gesloten Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof. Daar waar dit Protocol niet expliciet in voorziet, zijn de algemene beginselen en regels zoals beschreven in genoemd Verdrag en in het Reglement op de procesvoering van het Hof van toepassing op de rechtspleging bedoeld in dit Protocol.

Artikel

27

Artikel

28

Met ingang van de dag waarop dit Protocol in werking treedt, wordt het Protocol van 1974 betreffende de rechtsbescherming van de personen in dienst van het Benelux-Merkenbureau en het Benelux Bureau voor Tekeningen of Modellen beëindigd.

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 24 oktober 2008, in drievoud in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.