Aanvullende Akte van 10 november 1972 houdende wijziging van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten

Acte additionnel du 10 novembre 1972 portant modification de la Convention internationale pour la protection des obtentions végétales

Les Etats Contractants,

Considérant qu'à la lumière de l'expérience acquise depuis l'entrée en vigueur de la Convention internationale pour la protection des obtentions végétales, du 2 décembre 1961, le système de contributions des Etats de l'Union prévu par cette Convention ne permet pas une différenciation suffisante entre les Etats de l'Union en ce qui concerne la part de chacun d'eux dans le total des contributions,

Considérant en outre qu'il est souhaitable de modifier les dispositions de cette Convention concernant, d'une part, les contributions des Etats de l'Union et, d'autre part, le droit de vote dans le cas d'un retard dans le paiement de ces contributions,

Compte tenu des dispositions de l'article 27 de ladite Convention,

Sont convenus de ce qui suit:

Article

I

Wijzigt het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten; Parijs, 2 december 1961.

Article

II

Wijzigt het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten; Parijs, 2 december 1961.

Article

IV

Les Etats de l'Union sont rangés dans celle des classes prévues dans le présent Acte additionnel comprenant le même nombre d'unités que celle qu'ils ont choisie en application de la Convention, à moins qu'au moment du dépôt de leurs instruments de ratification ou d'adhésion, ils n'expriment le désir d'être rangés dans une autre classe prévue dans le présent Acte additionnel.

Article

V

Article

VI

Article

VII

Aucune réserve n'est admise au présent Acte additionnel.

Article

VIII

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ons signé le présent Acte additionnel.

FAIT à Genève, le dix novembre mil neuf cent soixante-douze.

Aanvullende Akte van 10 november 1972 houdende wijziging van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten

De Verdragsluitende Staten,

Overwegende, dat het stelsel van bijdragen van de Unie-Staten voorzien in het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten van 2 december 1961, in het licht van de ervaring die sinds het in werking treden van dit Verdrag is verkregen, geen voldoende verscheidenheid tussen de Unie-Staten toelaat wat betreft het aandeel van elk hunner in het totaal van de bijdragen, en

Voorts overwegende, dat het wenselijk is over te gaan tot wijziging van de bepalingen van dit Verdrag, enerzijds betreffende de bijdragen van de Unie-Staten en anderzijds betreffende het stemrecht in geval van achterstalligheid in de betaling van deze bijdragen,

Met inachtneming van de bepalingen van artikel 27 van genoemd Verdrag

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

I

Wijzigt het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten; Parijs, 2 december 1961.

Artikel

II

Wijzigt het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten; Parijs, 2 december 1961.

Artikel

III

De bepalingen van artikel 26, zesde lid, van het Verdrag zijn slechts van toepassing indien alle Unie-Staten deze Aanvullende Akte hebben bekrachtigd of tot deze zijn toegetreden.

Artikel

IV

De Unie-Staten worden ingedeeld in die van de in deze Aanvullende Akte voorziene klassen, welke hetzelfde aantal eenheden bevat als de klasse welke zij hebben gekozen uit hoofde van de toepassing van het Verdrag, tenzij zij bij nederlegging van hun akten van bekrachtiging of toetreding de wens te kennen geven in een andere klasse, voorzien in deze Aanvullende Akte, ingedeeld te worden.

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Met betrekking tot deze Aanvullende Akte mag geen enkel voorbehoud worden gemaakt.

Artikel

VIII

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Aanvullende Akte hebben ondertekend.

GEDAAN te Genève, de tiende november negentienhonderd tweeënzeventig.