Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten (Protocol II)

Protocol Additional to the Geneva Conventions of 12 August 1949, and relating to the Protection of Victims of Non-international Armed Conflicts (Protocol II)

PREAMBLE

The High Contracting Parties,

Recalling that the humanitarian principles enshrined in Article 3 common to the Geneva Conventions of 12 August 1949, constitute the foundation of respect for the human person in cases of armed conflict not of an international character,

Recalling furthermore that international instruments relating to human rights offer a basic protection to the human person,

Emphasizing the need to ensure a better protection for the victims of those armed conflicts,

Recalling that, in cases not covered by the law in force, the human person remains under the protection of the principles of humanity and the dictates of the public conscience,

Have agreed on the following:

PART

I

SCOPE OF THIS PROTOCOL

Article

1

Material field of application

Article

2

Personal field of application

Article

3

Non-intervention

PART

II

HUMANE TREATMENT

Article

4

Fundamental guarantees

Article

5

Persons whose liberty has been restricted

Article

6

Penal prosecutions

PART

III

WOUNDED, SICK AND SHIPWRECKED

Article

7

Protection and care

Article

8

Search

Whenever circumstances permit, and particularly after an engagement, all possible measures shall be taken, without delay, to search for and collect the wounded, sick and shipwrecked, to protect them against pillage and ill-treatment, to ensure their adequate care, and to search for the dead, prevent their being despoiled, and decently dispose of them.

Article

9

Protection of medical and religious personnel

Article

10

General protection of medical duties

Article

11

Protection of medical units and transports

Article

12

The distinctive emblem

Under the direction of the competent authority concerned, the distinctive emblem of the red cross, red crescent or red lion and sun on a white ground shall be displayed by medical and religious personnel and medical units, and on medical transports. It shall be respected in all circumstances. It shall not be used improperly.

PART

IV

CIVILIAN POPULATION

Article

13

Protection of the civilian population

Article

14

Protection of objects indispensable to the survival of the civilian population

Starvation of civilians as a method of combat is prohibited. It is therefore prohibited to attack, destroy, remove or render useless, for that purpose, objects indispensable to the survival of the civilian population, such as foodstuffs, agricultural areas for the production of foodstuffs, crops, livestock, drinking water installations and supplies and irrigation works.

Article

15

Protection of works and installations containing dangerous forces

Works or installations containing dangerous forces, namely dams, dykes and nuclear electrical generating stations, shall not be made the object of attack, even where these objects are military objectives, if such attack may cause the release of dangerous forces and consequent severe losses among the civilian population.

Article

16

Protection of cultural objects and of places of worship

Without prejudice to the provision of the Hague Convention for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict of 14 May 1954, it is prohibited to commit any acts of hostility directed against historic monuments, works of art or places of worship which constitute the cultural or spiritual heritage of peoples, and to use them in support of the military effort.

Article

17

Prohibition of forced movement of civilians

Article

18

Relief societies and relief actions

PART

V

FINAL PROVISIONS

Article

19

Dissemination

This Protocol shall be disseminated as widely as possible.

Article

20

Signature

This Protocol shall be open for signature by the Parties to the Conventions six months after the signing of the Final Act and will remain open for a period of twelve months.

Article

21

Ratification

This Protocol shall be ratified as soon as possible. The instruments of ratification shall be deposited with the Swiss Federal Council, depositary of the Conventions.

Article

22

Accession

This Protocol shall be open for accession by any Party to the Conventions which has not signed it. The instruments of accession shall be deposited with the depositary.

Article

23

Entry into force

Article

24

Amendment

Article

25

Denunciation

Article

26

Notifications

The depositary shall inform the High Contracting Parties as well as the Parties to the Conventions, whether or not they are signatories of this Protocol, of:

  • (a)

    signatures affixed to this Protocol and the deposit of instruments of ratification and accession under Articles 21 and 22;

  • (b)

    the date of entry into force of this Protocol under Article 23; and

  • (c)

    communications and declarations received under Article 24.

Article

27

Registration

Article

28

Authentic texts

The original of this Protocol, of which the Arabic, Chinese, English, French, Russian and Spanish texts are equally authentic shall be deposited with the depositary, which shall transmit certified true copies thereof to all the Parties to the Conventions.

Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten (Protocol II)

PREAMBULE

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

In herinnering brengende, dat de humanitaire beginselen, neergelegd in de gemeenschappelijke artikelen 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, de basis vormen van de eerbied voor de menselijke persoon in geval van een gewapend conflict dat niet internationaal van aard is,

Voorts in herinnering brengende, dat de internationale akten betreffende de bescherming van de rechten van de mens de menselijke persoon een fundamentele bescherming bieden,

De nadruk leggende op de noodzaak tot het verzekeren van een betere bescherming aan de slachtoffers van die gewapende conflicten,

In herinnering brengende dat, in gevallen waarin het geldende recht niet voorziet, de menselijke persoon beschermd blijft door de beginselen van menselijkheid en de eisen van het openbare rechtsbewustzijn,

Zijn het volgende overeengekomen,

DEEL

I

REIKWIJDTE VAN DIT PROTOCOL

Artikel

1

Materieel toepassingsgebied

Artikel

2

Personeel toepassingsgebied

Artikel

3

Non-interventie

DEEL

II

MENSELIJKE BEHANDELING

Artikel

4

Fundamentele waarborgen

Artikel

5

Personen wier vrijheid is beperkt

Artikel

6

Strafrechtelijke vervolgingen

DEEL

III

GEWONDEN, ZIEKEN EN SCHIPBREUKELINGEN

Artikel

7

Bescherming en verzorging

Artikel

8

Zoekacties

Telkens wanneer de omstandigheden dat toelaten en in het bijzonder na een gewapend treffen dienen onverwijld alle mogelijke maatregelen te worden genomen om naar de gewonden, zieken en schipbreukelingen te zoeken, hen te verzamelen, tegen plundering en kwalijke behandeling te beschermen en te verzekeren dat zij op passende wijze worden verzorgd, alsmede om naar de doden te zoeken, te beletten dat zij worden beroofd, en om hun de laatste eer te bewijzen.

Artikel

9

Bescherming van medisch personeel en geestelijke verzorgers

Artikel

10

Algemene bescherming van de medische taakvervulling

Artikel

11

Bescherming van medische formaties en vervoermiddelen

Artikel

12

Het kenteken

Volgens voorschriften van de betrokken bevoegde autoriteit moet het kenteken van het rode kruis, de rode halve maan of de rode leeuw en zon op een wit veld, zichtbaar worden gedragen door het medische personeel en de geestelijke verzorgers, en moet het zichtbaar zijn aangebracht op medische formaties en vervoermiddelen. Het dient onder alle omstandigheden te worden geëerbiedigd. Het mag niet worden misbruikt.

DEEL

IV

BURGERBEVOLKING

Artikel

13

Bescherming van de burgerbevolking

Artikel

14

Bescherming van voor het overleven van de burgerbevolking onmisbare objecten

Het uithongeren van burgers als methode van oorlogvoering is verboden. De volgende daden zijn daarom verboden: het met het bovengenoemde doel aanvallen, vernietigen, weghalen of onbruikbaar maken van voor het overleven van de burgerbevolking onmisbare objecten, zoals voedingsmiddelen, landbouwgebieden waar voedingsmiddelen worden geproduceerd, oogsten, vee, drinkwaterinstallaties en -voorraden en bevloeiingswerken.

Artikel

15

Bescherming van werken en installaties die gevaarlijke krachten bevatten

Werken of installaties die gevaarlijke krachten bevatten, te weten stuwdammen, dijken en kerncentrales, mogen niet het doelwit van een aanval worden gemaakt, zelfs niet wanneer zij militaire doelen zijn, indien die aanvallen het vrijkomen van gevaarlijke krachten zouden veroorzaken en daardoor ernstige verliezen onder de burgerbevolking teweeg zouden brengen.

Artikel

16

Bescherming van culturele goederen en plaatsen waar godsdienstoefeningen worden gehouden

Onverminderd de bepalingen van het Verdrag van 's-Gravenhage inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict van 14 mei 1954, is het verboden vijandelijke handelingen te verrichten, gericht tegen de historische monumenten, de kunstwerken of de plaatsen waar godsdienstoefeningen worden gehouden, die het culturele of geestelijke erfgoed van de volkeren vormen, en deze te gebruiken ter ondersteuning van het militaire optreden.

Artikel

17

Verbod van gedwongen verplaatsing van burgers

Artikel

18

Verenigingen tot hulpverlening en hulpverleningsacties

DEEL

V

SLOTBEPALINGEN

Artikel

19

Verspreiding

Dit Protocol dient op zo ruim mogelijke schaal te worden verspreid.

Artikel

20

Ondertekening

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de partijen bij de Verdragen zes maanden na de ondertekening van de Slotakte en blijft open gedurende een periode van twaalf maanden.

Artikel

21

Bekrachtiging

Dit Protocol dient zo spoedig mogelijk te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging dienen te worden nedergelegd bij de Zwitserse Bondsraad, die depositaris van de Verdragen is.

Artikel

22

Toetreding

Dit Protocol staat open voor toetreding door iedere partij bij de Verdragen, die het niet heeft ondertekend. De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.

Artikel

23

Inwerkingtreding

Artikel

24

Wijziging

Artikel

25

Opzegging

Artikel

26

Kennisgevingen

De depositaris stelt de Hoge Verdragsluitende Partijen, evenals de partijen bij de Verdragen, ongeacht of deze ondertekenaar zijn van dit Protocol of niet, in kennis van:

  • (a)

    ondertekeningen van dit Protocol en de nederlegging van akten van bekrachtiging en van toetreding krachtens de artikelen 21 en 22;

  • (b)

    de datum van de inwerkingtreding van dit Protocol krachtens artikel 23;

  • (c)

    kennisgevingen en verklaringen, ontvangen op grond van artikel 24.

Artikel

27

Registratie

Artikel

28

Authentieke teksten

Het origineel van dit Protocol, waarvan de Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de depositaris, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan aan alle partijen bij de Verdragen toezendt.